RSS
Alfabetische index
Deze pagina is beschikbaar in 15 talen
Nieuwe beschikbare talen:  CS - HU - PL - RO

We are migrating the content of this website during the first semester of 2014 into the new EUR-Lex web-portal. We apologise if some content is out of date before the migration. We will publish all updates and corrections in the new version of the portal.

Do you have any questions? Contact us.


Schengengrenscode

Deze verordening zorgt voor de herschikking van het bestaande acquis op het gebied van personencontroles aan de grens. Zij beoogt het consolideren en ontwikkelen van de "wetgevingskant" van het beleid betreffende een geïntegreerd beheer van de buitengrenzen door het uitwerken van de regels betreffende de overschrijding van de buitengrenzen.

BESLUIT

Verordening (EG) nr. 562/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2006 tot vaststelling van een communautaire code betreffende de overschrijding van de grenzen door personen (Schengengrenscode) [Zie wijzigingsbesluiten].

SAMENVATTING

Deze verordening is van toepassing op iedereen die de binnen- * of buitengrenzen * van een EU-land (Europese Unie) overschrijdt.

De buitengrenzen

De buitengrenzen mogen slechts via de grensdoorlaatposten en gedurende de vastgestelde openingstijden worden overschreden.

Wanneer burgers van de Europese Unie (EU) en andere personen die het recht van vrij verkeer binnen de EU genieten (bijvoorbeeld familieleden van een burger van de EU), een buitengrens overschrijden, worden zij aan een minimale controle onderworpen. Deze wordt uitgevoerd om op basis van hun reisdocumenten hun identiteit vast te stellen, en bestaat uit een eenvoudig en snel onderzoek naar de geldigheid van de documenten en naar eventuele tekenen van namaak of vervalsing. Onderdanen van niet-EU-landen worden aan een grondige controle onderworpen. Deze behelst de verificatie van de voorwaarden voor toegang, inclusief verificatie in het visuminformatiesysteem (VIS), alsmede, indien van toepassing, van de verblijfs- en werkvergunningen.

Voor een verblijf van ten hoogste drie maanden per periode van zes maanden moet een onderdaan van een niet-EU-land:

  • in het bezit zijn van een reisdocument;
  • in het bezit zijn van een visum indien dit is vereist;
  • het doel van het voorgenomen verblijf kunnen staven, alsmede beschikken over voldoende middelen van bestaan;
  • niet met het oog op weigering van toegang in het Schengeninformatiesysteem (SIS) gesignaleerd zijn;
  • niet worden beschouwd als een bedreiging van de openbare orde, de binnenlandse veiligheid, de volksgezondheid en de internationale betrekkingen van EU-landen.

Indien de betrokkene niet aan deze voorwaarden voldoet, kan de toegang tot het grondgebied hem onverminderd de bijzondere bepalingen inzake asielrecht of andere humanitaire redenen, worden geweigerd.

Bij inreis en bij uitreis wordt het reisdocument van onderdanen van niet-EU-landen systematisch afgestempeld. Wanneer in het reisdocument geen inreisstempel is aangebracht, mag hier het vermoeden aan verbonden worden dat de houder niet of niet langer aan de verblijfsvoorwaarden voldoet. Deze kan echter op enigerlei wijze geloofwaardige bewijsmiddelen overleggen waaruit blijkt dat hij of zij de voorwaarden inzake de duur van een kort verblijf heeft nageleefd, zoals vervoerbewijzen of bewijzen van zijn of haar aanwezigheid buiten het grondgebied van de EU-landen.

Het toezicht aan de buitengrenzen * wordt door grenswachters * uitgeoefend. De grenswachters moeten bij de uitvoering van hun taken de menselijke waardigheid volledig eerbiedigen en mogen geen personen op grond van hun geslacht, ras, etnische oorsprong, godsdienst, overtuiging, handicap, leeftijd of seksuele geaardheid discrimineren.

Voor de uitoefening van het grenstoezicht aan de buitengrenzen zetten de EU-landen voldoende, gekwalificeerd personeel en voldoende, passende middelen in om een hoog en eenvormig niveau van toezicht * aan hun buitengrenzen te waarborgen. De EU-landen zorgen ervoor dat de grenswachters uit gespecialiseerde en opgeleide vakmensen bestaan en helpen elkaar met de doelmatige uitoefening van het toezicht. De operationele samenwerking wordt door het Europees Agentschap voor het beheer van de operationele samenwerking aan de buitengrenzen (FRONTEX) gecoördineerd.

De binnengrenzen

Iedereen, van welke nationaliteit ook, heeft het recht de binnengrenzen op iedere doorlaatpost te overschrijden zonder dat verificaties worden uitgevoerd. De politie heeft de bevoegdheid om controles in het grensgebied uit te voeren op dezelfde wijze als zij deze uitvoert op de rest van het grondgebied, op voorwaarde dat deze controles niet hetzelfde effect hebben als grenscontroles.

De EU-landen maken alle belemmeringen voor een vlotte verkeersstroom aan de wegdoorlaatposten aan de binnengrenzen ongedaan.

In geval van ernstige bedreiging van de openbare orde of van de binnenlandse veiligheid mag een EU-land uitzonderlijk het toezicht aan de binnengrenzen voor een beperkte duur opnieuw invoeren. Wanneer een lidstaat een dergelijke herinvoering overweegt, brengt hij de andere EU-landen en de Commissie hiervan zo snel mogelijk op de hoogte. Ook het Europees Parlement wordt ervan in kennis gesteld.

De EU-landen en de Commissie plegen ten minste 15 dagen voor de geplande herinvoering overleg teneinde de samenwerking tussen de EU-landen te organiseren en na te gaan of de maatregelen evenredig zijn met de gebeurtenissen die aanleiding geven tot de herinvoering van het toezicht. De beslissing tot herinvoering van het grenstoezicht aan de binnengrenzen wordt op een transparante manier genomen en het publiek wordt daarvan volledig op de hoogte gebracht, tenzij dwingende veiligheidsredenen zich daartegen verzetten. Wanneer de openbare orde het vereist kan het betrokken EU-land onmiddellijk het toezicht aan zijn binnengrenzen opnieuw invoeren.

Wanneer de openbare orde of de binnenlandse veiligheid het vereist, kan het desbetreffende EU-land bij wijze van uitzondering onmiddellijk het toezicht aan zijn binnengrenzen opnieuw invoeren. Vervolgens stelt het de andere EU-landen en de Commissie in kennis van zijn beslissing.

Context

In haar mededeling "Naar een geïntegreerd beheer van de buitengrenzen van de lidstaten van de Europese Unie" van 7 mei 2002 stelde de Commissie vijf componenten vast waarop een gemeenschappelijk beleid gebaseerd moet zijn, waaronder een gemeenschappelijk geheel van wetgevingsinstrumenten, met het oog op een herschikking van het Gemeenschappelijk handboek inzake de buitengrenzen. De Europese Raad van Thessaloniki van 19 en 20 juni 2003 heeft de Commissie verzocht zo spoedig mogelijk voorstellen te doen voor de voornoemde herschikking.

Bij deze verordening worden de artikelen 2 tot en met 8 van de Overeenkomst ter uitvoering van het Akkoord van Schengen van 14 juni 1985, alsook het Gemeenschappelijk Handboek inzake de buitengrenzen, ingetrokken.

Belangrijkste begrippen
  • Binnengrenzen: gemeenschappelijke landsgrenzen, daaronder begrepen rivier- en meergrenzen, van de EU-landen, de luchthavens voor de interne vluchten en de zee-, rivier- en meerhavens voor de regelmatige veerverbindingen.
  • Buitengrenzen: landgrenzen van de EU-landen, met inbegrip van de rivier- en meergrenzen, de zeegrenzen alsmede hun lucht-, rivier-, zee- en meerhavens, voor zover zij geen binnengrenzen zijn.
  • Grenstoezicht: aan een grens uitgevoerde activiteit die uitsluitend wegens de voorgenomen grensoverschrijding wordt verricht, en die bestaat in controle en bewaking van de grens.
  • Controle aan de grenzen: de controles aan de grensdoorlaatposten om ervan verzekerd te zijn dat personen, hun vervoermiddelen en de in hun bezit zijnde voorwerpen het grondgebied van de EU-landen mogen binnenkomen of mogen verlaten.
  • Grenswachter: overheidsambtenaar die overeenkomstig het nationaal recht werkzaam is bij een grensdoorlaatpost, langs de grens of in de onmiddellijke nabijheid daarvan en die het grenstoezicht uitoefent.

REFERENTIES

BesluitInwerkingtredingUiterste datum voor omzetting in nationaal rechtPublicatieblad

Verordening (EG) nr. 562/2006

13.10.2006

-

L 105 van 13.4.2006

Wijzigingsbesluit(en)InwerkingtredingUiterste datum voor omzetting in nationaal rechtPublicatieblad

Verordening (EG) nr. 296/2008

10.4.2008

-

L 97 van 9.4.2008

Verordening (EG) nr. 81/2009

24.2.2009

-

L 35 van 4.2.2009

Verordening (EG) nr. 810/2009

5.10.2009

-

L 243 van 15.9.2009

Verordening (EU) nr. 265/2010

5.4.2010

-

L 85 van 31.3.2010

WIJZIGING VAN ADDENDA

Addendum V, deel A – Procedures voor weigering van toegang aan de grens:
Verordening (EG) nr. 810/2009 [Publicatieblad L 243 van 15.9.2009].

GERELATEERDE BESLUITEN

Besluit van de Raad 2010/252/EU van 26 april 2010 houdende aanvulling van de Schengengrenscode op het gebied van de bewaking van de maritieme buitengrenzen in het kader van de operationele samenwerking die wordt gecoördineerd door het Europees Agentschap voor het beheer van de operationele samenwerking aan de buitengrenzen van de lidstaten van de Europese Unie [Publicatieblad L 111 van 4.5.2010].

Verslag van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad van 21 september 2009 over de werking van de bepalingen betreffende het afstempelen van reisdocumenten van onderdanen van derde landen overeenkomstig de artikelen 10 en 11 van Verordening (EG) nr. 562/2006 tot vaststelling van een communautaire code betreffende de overschrijding van de grenzen door personen (Schengengrenscode) [COM(2009) 489 definitief – Niet gepubliceerd in het Publicatieblad].

Laatste wijziging: 23.04.2010
Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven