RSS
Alfabetische index
Deze pagina is beschikbaar in 23 talen
Nieuwe beschikbare talen:  BG - CS - ET - GA - LV - LT - HU - MT - PL - RO - SK - SL

We are migrating the content of this website during the first semester of 2014 into the new EUR-Lex web-portal. We apologise if some content is out of date before the migration. We will publish all updates and corrections in the new version of the portal.

Do you have any questions? Contact us.


Het Programma van Stockholm

Het Programma van Stockholm voorziet in een routekaart voor het werk van de Europese Unie (EU) op het vlak van recht, vrijheid en veiligheid voor de periode 2010-14.

BESLUIT

Het Programma van Stockholm– Een open en veilig Europa ten dienste en ter bescherming van de burger [Publicatieblad C 115 van 4.5.2010].

SAMENVATTING

Het Programma van Stockholm zet de prioriteiten van de Europese Unie (EU) voor de ruimte van recht, vrijheid en veiligheid voor de periode 2010-14 uiteen. Het bouwt voort op de resultaten van zijn voorgangers, het Programma van Tampere en het Haags programma, en wil kunnen ingaan op toekomstige uitdagingen en de ruimte van recht, vrijheid en veiligheid verder versterken met acties die zich toespitsen op de belangen en behoeften van de burgers.

Om voor een veilig Europa te zorgen, waar de grondrechten en fundamentele vrijheden van burgers gerespecteerd worden, gelden voor het Programma van Stockholm de volgende prioriteiten:

Een Europa van rechten

Het Europese burgerschap moet van een abstract idee in een tastbare realiteit worden veranderd. Het moet Europese onderdanen de grondrechten en fundamentele vrijheden toekennen, die uiteengezet zijn in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. De burgers van de Unie moeten deze rechten zowel binnen als buiten de EU kunnen uitoefenen, wetende dat hun privacy gerespecteerd wordt, in het bijzonder met betrekking tot de bescherming van persoonsgegevens. Het Europa van rechten moet een ruimte zijn, waarin:

  • burgers en hun gezinsleden het recht van vrij verkeer volledig kunnen uitoefenen;
  • diversiteit wordt gerespecteerd en de meest kwetsbare groepen (kinderen, minderheden zoals de Roma, slachtoffers van geweld, enz.) worden beschermd, terwijl racisme en vreemdelingenhaat worden bestreden;
  • de rechten van verdachten en beklaagden in strafzaken worden beschermd;
  • het burgerschap van de Unie de deelname van burgers aan het democratische proces in de Unie bevordert door een transparante besluitvorming, toegang tot documenten en goed bestuur; en burgers ook het recht op consulaire bescherming buiten de EU garandeert.

Een Europa van recht

Doorheen de hele EU moet er een Europese rechtsruimte komen. De toegang van burgers tot de rechter moet vergemakkelijkt worden, zodat hun rechten beter worden afgedwongen binnen de EU. Tegelijkertijd moet er zowel in burgerlijke als in strafzaken verder werk worden gemaakt van de samenwerking tussen justitiële autoriteiten en de wederzijdse erkenning van de beslissingen van rechtbanken. Hiertoe moeten de lidstaten gebruikmaken van e-justitie (informatie- en communicatietechnologieën op het vlak van justitie), minimumvoorschriften vastleggen om straf- en burgerrechtelijke normen dichter naar elkaar toe te brengen en het wederzijdse vertrouwen versterken. Verder moet de EU meer coherentie binnen de internationale rechtsorde nastreven om voor een veilig juridisch kader voor de interactie met derde landen te zorgen.

Een beschermend Europa

Het Programma van Stockholm beveelt de ontwikkeling van een strategie voor interne veiligheid voor de EU aan om de burgers beter te beschermen en georganiseerde misdaad en terrorisme beter te bestrijden. In een geest van solidariteit moet deze strategie ernaar streven om de politiële en justitiële samenwerking in strafzaken, alsook de samenwerking op het vlak van grensbeheer, civiele bescherming en rampenbeheer te vergroten. De strategie voor interne veiligheid zal uit een proactieve, horizontale en sectordoorsnijdende aanpak bestaan met een duidelijke taakverdeling voor de EU en haar lidstaten. Haar eerste doel zal uit het bestrijden van grensoverschrijdende misdaad bestaan, zoals:

  • mensenhandel;
  • seksueel misbruik, seksuele uitbuiting van kinderen en kinderpornografie;
  • cybercriminaliteit;
  • economische criminaliteit, corruptie, namaak en piraterij;
  • drugs.

Bij de bestrijding van grensoverschrijdende misdaad is interne veiligheid noodzakelijkerwijs gekoppeld aan externe veiligheid. Daarom moet er ook actie ondernomen worden om de strategie voor externe veiligheid van de EU en haar samenwerking met derde landen te versterken.

Toegang tot Europa

De EU moet haar geïntegreerd grensbeheer en visumbeleidsmaatregelen verder uitwerken om de wettelijke toegang tot Europa doeltreffend te maken voor onderdanen van derde landen en tegelijkertijd de veiligheid van haar eigen burgers verzekeren. Strenge grenscontroles zijn nodig om illegale immigratie en grensoverschrijdende misdaad tegen te gaan. Tezelfdertijd moet de toegang verzekerd zijn voor diegenen die internationale bescherming nodig hebben en voor kwetsbare groepen, zoals niet-begeleide minderjarigen. Bijgevolg moet de rol van Frontex (het Europees agentschap dat instaat voor het beheer van de buitengrenzen) versterkt worden, zodat het efficiënter kan reageren op bestaande en toekomstige uitdagingen. Het Schengeninformatiesysteem van de tweede generatie (SIS II) en het Visuminformatiesysteem (VIS) zijn eveneens essentieel voor een versterking van het systeem van controles aan de buitengrenzen en moeten daarom volledig operationeel gemaakt worden. Ten slotte dient er werk te worden gemaakt van de uitwerking van een gemeenschappelijk visumbeleid en een intensivering van de regionale consulaire samenwerking.

Een Europa van solidariteit

Op basis van het Europees pact inzake immigratie en asiel moet de EU een omvangrijk en flexibel migratiebeleid uitwerken. Dit beleid moet in het teken staan van solidariteit en verantwoordelijkheid en dient de behoeften van zowel de lidstaten als de migranten in aanmerking te nemen. Het moet rekening houden met de noden van de arbeidsmarkt van de lidstaten en dient tegelijkertijd de braindrain uit derde landen tot een minimum te beperken. Er moet ook een krachtdadig integratiebeleid worden gevoerd dat de rechten van migranten garandeert. Verder moet een gemeenschappelijk migratiebeleid een doeltreffend en houdbaar terugkeerbeleid omvatten, terwijl er verder werk wordt gemaakt van het voorkomen, controleren en bestrijden van illegale immigratie. De dialoog en de partnerschappen met derde landen (zowel van doorreis als herkomst) dienen eveneens versterkt te worden, in het bijzonder via een totaalaanpak van migratie.

Er moeten inspanningen worden geleverd om het gemeenschappelijk Europees asielstelsel (CEAS) tegen 2012 op te richten. In dit opzicht is de verdere uitbouw van het Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken van essentieel belang. Door te voorzien in een gemeenschappelijke asielprocedure voor de lidstaten en een uniforme status voor diegenen aan wie internationale bescherming werd verleend, zal het CEAS voor het ontstaan van een ruimte van bescherming en solidariteit in de EU zorgen.

Europa in een geglobaliseerde wereld

De externe dimensie van het communautaire beleid moet eveneens in aanmerking worden genomen in het kader van de ruimte van recht, vrijheid en veiligheid. Dit zal de Unie helpen om de hiermee samenhangende uitdagingen het hoofd te bieden, waarmee ze zich vandaag geconfronteerd ziet, alsook de kansen voor samenwerking met derde landen versterken. De stappen die de EU op dit vlak onderneemt, moeten de volgende beginselen respecteren:

  • de handhaving van één beleid inzake externe betrekkingen voor de EU;
  • het werken in partnerschap met derde landen (inclusief kandidaat-lidstaten, buurlanden en EER-/Schengen-landen, de Verenigde Staten en de Russische Federatie);
  • de bevordering van Europese en internationale normen en waarden, en de ratificatie van verdragen van de Verenigde Naties, de Raad van Europa en de Haagse Conferentie voor Internationaal Privaatrecht;
  • de uitwisseling van informatie over bi- en multilaterale activiteiten;
  • het handelen in een geest van solidariteit, coherentie en complementariteit;
  • het doeltreffende gebruik van alle beschikbare instrumenten en hulpmiddelen;
  • de verstrekking van informatie over en de opvolging en evaluatie van acties in het kader van de externe dimensie van justitie en binnenlandse zaken;
  • de keuze voor een proactieve benadering van externe betrekkingen.

Het Programma van Stockholm wordt uitgevoerd via een actieplan dat tegen juni 2010 aangenomen zal zijn.

Laatste wijziging: 16.03.2010

Zie ook

  • De „Programma van Stockholm (EN) (FR) (SV)“ -website
Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven