RSS
Alfabetische index
Deze pagina is beschikbaar in 15 talen
Nieuwe beschikbare talen:  CS - HU - PL - RO

We are migrating the content of this website during the first semester of 2014 into the new EUR-Lex web-portal. We apologise if some content is out of date before the migration. We will publish all updates and corrections in the new version of the portal.

Do you have any questions? Contact us.


Communautaire visumcode

Deze verordening stelt de procedures en voorwaarden vast voor de uitreiking van visa voor korte verblijven en doorreizen over het grondgebied van de lidstaten. In deze verordening wordt tevens de lijst vastgesteld van derde landen waarvan de onderdanen in het bezit dienen te zijn van een luchthaventransitvisum voor doorreis via de internationale transitzones van luchthavens van lidstaten, evenals de procedures en voorwaarden voor de afgifte van dergelijke visa.

BESLUIT

Verordening (EG) nr. 810/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 tot vaststelling van een gemeenschappelijke visumcode (Visumcode).

SAMENVATTING

Deze verordening wil de voorwaarden en procedures vastleggen voor visa voor korte verblijven (van ten hoogste drie maanden binnen een periode van zes maanden) in en doorreizen over het grondgebied van de lidstaten van de Europese Unie (EU) en de geassocieerde landen die het Schengenacquis volledig toepassen. Ze is van toepassing op onderdanen van derde landen die in het bezit dienen te zijn van een visum bij het overschrijden van de buitengrenzen van de Unie op grond van Verordening (EC) nr. 539/2001.

Daarnaast wordt in de verordening de lijst vastgesteld van derde landen waarvan de onderdanen in het bezit dienen te zijn van een luchthaventransitvisum voor doorreis via de internationale transitzones van luchthavens van lidstaten (Bijlage IV). In urgente gevallen van massale toestroom van illegale immigranten kunnen individuele lidstaten deze vereiste uitbreiden tot onderdanen van andere derde landen.

Procedures en voorwaarden voor de afgifte van visa

De lidstaat op het grondgebied waarvan de enige of de hoofdbestemming van het bezoek gelegen is, is verantwoordelijk voor het onderzoeken van de visumaanvraag. Als de hoofdbestemming niet kan worden vastgesteld, is de lidstaat van binnenkomst in de Unie bevoegd. Bij een doorreis is de lidstaat over wiens grondgebied de doorreis plaatsvindt, verantwoordelijk; bij een doorreis door meerdere lidstaten is dat de lidstaat van de eerste doorreis. Over het algemeen moet de visumaanvraag ingediend worden bij het consulaat van de desbetreffende lidstaat.

Lidstaten kunnen bilaterale overeenkomsten afsluiten om elkaar te vertegenwoordigen voor het ontvangen van visumaanvragen of het afgeven van visa. Ze kunnen ook samenwerken via co-locatie of een gemeenschappelijk aanvraagcentrum.

Een visumaanvraag mag ten hoogste drie maanden voor het begin van het voorgenomen bezoek ingediend worden door de aanvrager of een erkende commerciële bemiddelaar. Bij het indienen van een aanvraag dient de aanvrager in persoon te verschijnen, tenzij er vrijstelling werd verleend van deze verplichting. Bij het indienen van een aanvraag moet het volgende worden voorgelegd:

  • een aanvraagformulier als bedoeld in Bijlage I;
  • een geldig reisdocument;
  • een foto;
  • ondersteunde documenten als bepaald in Bijlage II, evenals bewijs van garantstelling en/of huisvesting, indien dit door de lidstaat wordt gevraagd;
  • bewijs van het bezit van een medische reisverzekering, indien van toepassing.

Afgezien van bepaalde uitzonderingen dient de aanvrager toe te staan dat zijn/haar vingerafdrukken worden afgenomen en moet hij/zij een bedrag aan visumleges betalen. In individuele gevallen kan het te betalen bedrag aan visumleges worden kwijtgescholden of verminderd, bijvoorbeeld omwille van redenen op het gebied van cultuur, buitenlands beleid en ontwikkelingsbeleid. Door een externe dienstverlener kunnen aanvullende dienstverleningskosten worden geheven.

Na het onderzoeken van de ontvankelijkheid van de aanvraag moet de bevoegde autoriteit een aanvraagbestand creëren in het Visuminformatiesysteem (VIS) in overeenstemming met de procedures die bepaald werden in de VIS-verordening. Vervolgens dient de aanvraag aan een bijkomend onderzoek te worden onderworpen om na te gaan of de aanvrager aan de voorwaarden voor binnenkomst voldoet als omschreven in de Schengengrenscode, geen risico van illegale immigratie of een risico voor de veiligheid van de lidstaten vertegenwoordigt en het voornemen heeft het grondgebied van de lidstaat te verlaten vóór de geldigheidsduur van het visum verstrijkt.

Over ontvankelijke aanvragen moet binnen 15 kalenderdagen na de datum van indiening een beslissing worden genomen. In uitzonderlijke gevallen kan deze termijn worden verlengd. Daarbij wordt beslist om een eenvormig visum of een visum met territoriaal beperkte geldigheid af te geven of te weigeren of, bij representatie van een andere lidstaat, om de behandeling van de aanvraag af te breken en over te dragen aan de bevoegde autoriteiten van deze lidstaat.

Een eenvormig visum kan worden afgegeven voor één, twee of meer binnenkomsten. De geldigheidsduur is niet langer dan vijf jaar. Voor een doorreisvisum (met inbegrip van een luchthaventransitvisum) komt de duur van het toegestane verblijf overeen met de tijd die voor de doorreis is vereist. Gewoonlijk wordt er een extra „marge” van 15 dagen voorzien. In sommige gevallen kan de geldigheidsduur van een visum worden verlengd. Onder bepaalde omstandigheden kan een visum ook worden nietig verklaard of ingetrokken.

Een eenvormig visum of een visum met territoriale geldigheid kent de visumhouder niet automatisch een recht op binnenkomst toe.

Een visum wordt geweigerd, als de aanvrager:

  • een vals reisdocument heeft overgelegd;
  • het doel en de omstandigheden van het voorgenomen verblijf niet heeft aangetoond;
  • niet heeft aangetoond over voldoende middelen van bestaan te beschikken, zowel voor de duur van het voorgenomen verblijf als voor zijn/haar terugreis naar zijn/haar land van herkomst of verblijf;
  • in de lopende periode van zes maanden reeds drie maanden op het grondgebied van de lidstaten heeft verbleven;
  • ter fine van weigering van toegang in het Schengen Information System (SIS) gesignaleerd staat;
  • beschouwd wordt als een bedreiging van de openbare orde, de binnenlandse veiligheid of de volksgezondheid van één van de lidstaten;
  • in voorkomend geval, niet heeft aangetoond te beschikken over een medische reisverzekering;
  • indien er redelijke twijfel bestaat over de echtheid van de door de aanvrager overgelegde bewijsstukken of de betrouwbaarheid van zijn/haar verklaringen.

De beslissing tot afwijzing, nietigverklaring of intrekking van een visum moet aan de aanvrager kenbaar worden gemaakt door middel van het standaardformulier van Bijlage VI. Tegen een dergelijke beslissing kan beroep aangetekend worden in de lidstaat die de beslissing nam, in overeenstemming met de nationale wetgeving.

In uitzonderlijke gevallen kan een visumaanvraag worden ingediend bij de autoriteit die verantwoordelijk is voor personencontroles aan de buitengrens van de lidstaat van bestemming. Een aan een grensdoorlaatpost afgegeven visum kan de houder het recht geven op een verblijf van ten hoogste 15 dagen of voor de tijd die voor een doorreis vereist is.

Toepassing

Deze verordening wijzigt de VIS-verordening en de Schengengrenscode. Verder trekt ze de artikelen 9-17 van de Overeenkomst ter uitvoering van het Akkoord van Schengen en de Gemeenschappelijke Visuminstructies in.

De verordening is van toepassing vanaf 5 april 2010. Artikel 32, leden 2 en 3, artikel 34, leden 6 en 7, en artikel 35, lid 7, zijn van toepassing vanaf 5 april 2011.

REFERENTIES

BesluitInwerkingtredingUiterste datum voor omzetting in de lidstatenPublicatieblad
Verordening (EG) nr. 810/2009

5.10.2009

-

PB L 243 van 15.9.2009

Laatste wijziging: 30.11.2009
Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven