RSS
Alfabetische index
Deze pagina is beschikbaar in 22 talen
Nieuwe beschikbare talen:  BG - CS - ET - LV - LT - HU - MT - PL - RO - SK - SL

We are migrating the content of this website during the first semester of 2014 into the new EUR-Lex web-portal. We apologise if some content is out of date before the migration. We will publish all updates and corrections in the new version of the portal.

Do you have any questions? Contact us.


Bestrijding van seksueel misbruik en seksuele uitbuiting van kinderen en kinderpornografie

De Europese Unie (EU) voert wetgeving in die seksueel misbruik van kinderen moet tegengaan. De richtlijn omvat allerlei aspecten, variërend van sancties tot preventie en ook slachtofferhulp. Er zijn bijzondere bepalingen voorzien voor met name kinderpornografie op het internet en sekstoerisme.

BESLUIT

Richtlijn 2011/93/EU van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 2011 ter bestrijding van seksueel misbruik en seksuele uitbuiting van kinderen en kinderpornografie, en ter vervanging van Kaderbesluit 2004/68/JBZ van de Raad.

SAMENVATTING

Deze richtlijn harmoniseert in de hele de Europese Unie (EU) de strafbare feiten betreffende seksueel misbruik en seksuele uitbuiting van kinderen alsook kinderpornografie. Ze legt ook de minimumsancties vast. De nieuwe regels bevatten tevens bepalingen om kinderpornografie op het internet en sekstoerisme tegen te gaan. Met deze regels wil men voorkomen dat veroordeelde pedofielen professionele activiteiten kunnen uitoefenen waarbij ze regelmatig in aanraking komen met kinderen.

Strafbare feiten en sancties

In de richtlijn wordt een twintigtal strafbare feiten gedefinieerd volgens vier categorieën:

  • seksueel misbruik, zoals seksuele activiteiten met een kind dat nog niet de seksueel meerderjarige leeftijd heeft bereikt of het dwingen dergelijke activiteiten te ondergaan met een andere persoon;
  • seksuele uitbuiting, zoals een kind dwingen zich te prostitueren of deel te nemen aan pornografische voorstellingen;
  • kinderpornografie: bezitten van, toegang verschaffen tot, verspreiden, leveren en produceren van kinderpornografie;
  • het online lokken van kinderen (grooming): online een kind voorstellen om af te spreken om zo seksueel misbruik te kunnen plegen alsook het via dezelfde weg aanzetten om pornografisch materiaal van zichzelf aan te leveren.

Op nationaal niveau moeten de maximale vrijheidsstraffen minstens één tot tien jaar bedragen, afhankelijk van de ernst van de feiten en of het kind al dan niet de leeftijd van seksuele meerderjarigheid heeft bereikt. Het aanzetten tot dergelijke strafbare feiten is eveneens strafbaar.

Een rechtspersoon kan aansprakelijk worden gesteld en een boete worden opgelegd als het misdrijf in zijn naam door een persoon met beslissingsbevoegdheid wordt gepleegd.

Er zijn tal van verzwarende omstandigheden voorzien, met name wanneer het misdrijf wordt gepleegd met een uiterst kwetsbaar kind of door een familielid of een persoon die misbruik heeft gemaakt van een erkende positie van vertrouwen of gezag of indien de dader reeds veroordeeld is voor soortgelijke misdrijven.

Wat betreft seksuele activiteiten met onderlinge instemming, kunnen de lidstaten volgens de richtlijn zelf bepalen of bepaalde handelingen al dan niet strafbaar zijn wanneer het gaat om personen die nagenoeg dezelfde leeftijd hebben, die een gelijkaardige fysieke of psychologische maturiteit hebben en waarbij de seksuele activiteiten beschouwd kunnen worden als een normale ontdekking van de seksualiteit.

Professionele activiteiten waarbij men in aanraking met kinderen komt

Om elk risico op recidive te voorkomen moet ervoor gezorgd kunnen worden dat een persoon die werd veroordeeld voor een van de in de richtlijn vastgelegde misdrijven bij het uitoefenen van een beroepsactiviteit niet in direct of regelmatig contact komt met kinderen. De betrokken werkgevers moeten informatie kunnen vragen over het bestaan van strafrechtelijke veroordelingen of van verboden tot het uitoefenen van bepaalde beroepsactiviteiten. Deze gegevens dienen ook te worden doorgegeven aan andere lidstaten om te voorkomen dat een pedofiel zich beroept op het recht van vrij verkeer van werknemers in de EU om op die manier in een ander land met kinderen te kunnen werken.

Sekstoerisme

Reizen organiseren om misdrijven als seksueel misbruik, seksuele uitbuiting van kinderen of kinderpornografie te plegen, moet worden verboden. Omdat deze misdrijven vaak onbestraft blijven in de landen waar de strafbare feiten gepleegd worden, voorziet de richtlijn dat de lidstaten hun onderdanen kunnen veroordelen voor bovenvermelde strafbare feiten die zijn gepleegd in het buitenland.

Naast hun bevoegdheid bij misdrijven die zijn gepleegd op hun grondgebied of door een van hun landgenoten kunnen lidstaten hun bevoegdheid ook uitbreiden voor misdrijven die zijn gepleegd in het buitenland wanneer de dader van het misdrijf doorgaans op hun grondgebied verblijft of wanneer het misdrijf werd gepleegd voor rekening van een rechtspersoon die is gevestigd op hun grondgebied of wanneer het slachtoffer een inwoner van de lidstaat is.

Kinderpornografie op het internet

Lidstaten moeten ervoor zorgen dat webpagina's met kinderpornografie die op hun grondgebied gehost worden ten spoedigste worden verwijderd en de nodige inspanningen leveren om de in het buitenland gehoste webpagina's eveneens te laten verwijderen. Daarnaast kunnen zij mits de nodige transparantie- en informatievereisten voor internetgebruikers, de toegang tot deze websites op hun grondgebied blokkeren.

Onderzoek, vervolgingen en bevoegdheid

Het onderzoeken en vervolgen van dergelijke misdrijven mag niet louter afhangen van een door een slachtoffer ingediende klacht of beschuldiging en de strafprocedure moet kunnen worden voortgezet zelfs indien de persoon zijn aanklacht heeft ingetrokken. Daarnaast moet het mogelijk zijn om de daders van de meest zware misdrijven te kunnen vervolgen gedurende een voldoende lange periode nadat het slachtoffer de wettelijke meerderjarige leeftijd heeft bereikt.

Bijstand, hulpverlening en bescherming van slachtoffers

Overeenkomstig de bepalingen die voorzien zijn door deze richtlijn inzake de status van het slachtoffer in de strafprocedure dient er aan de slachtoffers bijstand en hulp te worden verleend voor, tijdens en na de strafprocedure. Kinderen die het slachtoffer zijn geworden van seksueel misbruik, seksuele uitbuiting of kinderpornografie worden beschouwd als uiterst kwetsbare slachtoffers en moeten worden behandeld op een manier die het beste aansluit bij hun situatie.

Er worden bijzondere beschermingsmaatregelen getroffen wanneer de dader een familielid is van het kind. Daarnaast moeten jonge slachtoffers direct toegang krijgen tot advies en juridische bijstand, indien nodig kosteloos. Bovendien mag de bijstand en de hulpverlening niet afhangen van hun bereidheid tot medewerking aan het onderzoek of het proces.

Preventie

Specifieke programma's om het recidivegevaar te beperken moeten worden voorgesteld aan personen die worden veroordeeld of vervolgd voor seksuele misdrijven tegen kinderen. Deze personen moeten ook worden geëvalueerd om te bepalen hoe gevaarlijk zij zijn en hoe groot het risico op recidive is.

Context

Deze richtlijn vervangt het Kaderbesluit 2004/68/JBZ. Aangezien bepaalde slachtoffers van mensenhandel eveneens kinderen zijn die het slachtoffer zijn geworden van seksueel misbruik of seksuele uitbuiting, is deze richtlijn tevens een aanvulling op de richtlijn inzake de voorkoming en bestrijding van mensenhandel en de bescherming van slachtoffers daarvan.

REFERENTIES

BesluitDatum van inwerkingtreding Uiterste datum voor omzetting in de lidstatenPublicatieblad
Richtlijn 2011/93/EU

17.12.2011

18.12.2013

PB L 335 van 17.12.2011

Laatste wijziging: 01.02.2012
Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven