RSS
Alfabetische index
Deze pagina is beschikbaar in 23 talen
Nieuwe beschikbare talen:  BG - CS - ET - GA - LV - LT - HU - MT - PL - RO - SK - SL

We are migrating the content of this website during the first semester of 2014 into the new EUR-Lex web-portal. We apologise if some content is out of date before the migration. We will publish all updates and corrections in the new version of the portal.

Do you have any questions? Contact us.


Preventie en bestrijding van mensenhandel

Deze nieuwe richtlijn stelt minimumvoorschriften op in de hele Europese Unie (EU) betreffende de definitie van strafbare feiten en sancties met betrekking tot mensenhandel. Ze voorziet ook in maatregelen om dit fenomeen beter te voorkomen en de bescherming van slachtoffers te versterken.

BESLUIT

Richtlijn 2011/36/EU van het Europees Parlement en de Raad van 5 april 2011 inzake de voorkoming en bestrijding van mensenhandel en de bescherming van slachtoffers daarvan, en ter vervanging van Kaderbesluit 2002/629/JBZ van de Raad [Publicatieblad L 101 van 15.4.2011].

SAMENVATTING

Mensenhandel wordt beschouwd als één van de meest ernstige strafbare feiten in de wereld. Het is een schending van de mensenrechten en een moderne vorm van slavernij. De nieuwe richtlijn van de Europese Unie (EU) stelt gemeenschappelijke basisregels op voor het bepalen en bestraffen van strafbare feiten die onder mensenhandel vallen.

Definities

Worden beschouwd als strafbaar: het verwerven, vervoeren, overbrengen, huisvesten of opnemen van personen, met inbegrip van de uitwisseling of overdracht van de controle over deze mensen, met het oog op uitbuiting.

Uitbuiting omvat tenminste:

  • de uitbuiting van prostitutie of andere vormen van seksuele uitbuiting;
  • de gedwongen arbeid of gedwongen diensten (waaronder bedelen, slavernij of praktijken die vergelijkbaar zijn met slavernij, dwang, uitbuiting van criminele activiteiten, of de verwijdering van organen).

Uitbuiting bestaat van zodra een dwang wordt uitgeoefend op de persoon (dreiging met of gebruik van geweld, ontvoering, fraude, bedrog, enz.), ongeacht of het slachtoffer toestemming heeft gegeven.

Wanneer het slachtoffer een kind is (persoon jonger dan 18 jaar) vallen deze daden van uitbuiting automatisch onder mensenhandel, zelfs als er geen zoals hierboven genoemde dwang werd gebruikt.

Sancties

Het aanzetten tot mensenhandel en de betrokkenheid, medeplichtigheid en de poging ertoe zijn strafbaar.

De richtlijn stelt de maximale straf voor deze strafbare feiten op ten minste vijf jaar gevangenisstraf en ten minste tien jaar wanneer de volgende verzwarende omstandigheden kunnen worden vastgesteld:

  • het strafbare feit is gepleegd tegen bijzonder kwetsbare slachtoffers (kinderen maken steeds deel uit van deze categorie);
  • het strafbaar feit is gepleegd in het kader van een criminele organisatie;
  • de overtreding heeft, opzettelijk of door grove nalatigheid, het leven van het slechtoffer in gevaar gebracht;
  • de overtreding is gepleegd met het gebruik van grof geweld of heeft bijzonder ernstige schade veroorzaakt aan het slachtoffer.

Rechtspersonen kunnen ook aansprakelijk worden gesteld indien het strafbare feit in hun naam wordt gepleegd door een persoon die een leidinggevende positie heeft. Dit geldt ook indien een gebrek aan toezicht of controle door deze persoon ertoe leidde dat een andere persoon onder zijn gezag deze misdrijven kon plegen.

Sancties tegen rechtspersonen omvatten al dan niet strafrechtelijke boetes en andere sancties, zoals toezicht van de rechter of ontbinding.

Lidstaten kunnen besluiten om slachtoffers van mensenhandel niet te vervolgen of te bestraffen voor hun betrokkenheid bij criminele activiteiten waartoe ze werden gedwongen.

Met betrekking tot de vervolging van daders, biedt de richtlijn de lidstaten met name de mogelijkheid om hun staatsburgers te vervolgen voor strafbare feiten gepleegd in een ander EU-land en hun toevlucht te nemen tot onderzoekstechnieken die worden gebruikt in de bestrijding van de georganiseerde misdaad, zoals het aftappen van telefoongesprekken.

Ondersteuning, bijstand en bescherming van slachtoffers

De lidstaten moeten erover waken dat ondersteuning en bijstand worden geboden aan slachtoffers voor, tijdens en na de strafprocedure, zodat ze de rechten kunnen uitoefenen die ze krijgen in de hoedanigheid van slachtoffer in de strafprocedure. Deze hulp kan met name bestaan ​​uit het verstrekken van huisvesting, medische zorg, waaronder psychologische begeleiding, maar ook informatie, vertolking en vertaling indien nodig. Als bijzonder kwetsbare slachtoffers moeten kinderen aanvullende hulp genieten, zoals fysieke en psychosociale ondersteuning, toegang tot onderwijs en, in bepaalde gevallen, de mogelijkheid om hen een voogd of vertegenwoordiger toe te wijzen.

Tijdens het onderzoek en de strafrechtelijke procedures moeten de slachtoffers een adequate bescherming krijgen, met inbegrip van toegang tot juridische bijstand en vertegenwoordiging, desnoods gratis, en tot een getuigenbeschermingsprogramma, indien nodig. Elk verder trauma van het slachtoffer moet worden vermeden, bijvoorbeeld door hen het contact met de verdachte te besparen. Kinderen moeten kunnen genieten van specifieke maatregelen, met name wat betreft de voorwaarden voor hun verhoren. Zij zullen met name onverwijld worden geïnterviewd, in geschikte ruimtes en door mensen die voor dit doel professioneel zijn opgeleid.

Slachtoffers van mensenhandel moeten toegang hebben tot compensatieregelingen voor slachtoffers van opzettelijke geweldmisdrijven.

Preventie

Om mensenhandel te voorkomen, vraagt de richtlijn de lidstaten:

  • de vraag te verminderen door middel van onderwijs en opleiding;
  • voorlichtings- en bewustzijnscampagnes te houden;
  • ambtenaren die mogelijk in contact kunnen komen met slachtoffers van mensenhandel op te leiden;
  • de nodige maatregelen te nemen om het gebruik van al dan niet seksuele diensten van slachtoffers van mensenhandel strafbaar te maken.

Een Europees coördinator voor de bestrijding van de mensenhandel wordt in het leven geroepen om voor een consistente aanpak te zorgen in de strijd tegen dit fenomeen in de EU.

Denemarken neemt niet deel aan de richtlijn.

Context

Mensenhandel is uitdrukkelijk verboden door het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en de EU heeft van de strijd tegen dit fenomeen een prioriteit gemaakt van het programma van Stockholm.

Deze nieuwe richtlijn vervangt het kaderbesluit 2002/629/JBZ inzake de bestrijding van de mensenhandel. De richtlijn kiest voor een bredere definitie van dit fenomeen door het opnemen van andere vormen van uitbuiting.

REFERENTIES

BesluitDatum van inwerkingtredingUiterste datum voor omzetting in de lidstatenPublicatieblad

Richtlijn 2011/36/EU

15.4.2011

6.4.2013

L 101 van 15.4.2011

GERELATEERDE BESLUITEN

Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's – De EU-strategie voor de uitroeiing van mensenhandel 2012-2016 [COM(2012) 286 definitief – Niet bekendgemaakt in het Publicatieblad].
In deze mededeling stelt de Commissie een strategie voor die concrete maatregelen bevat om de omzetting en uitvoering van Richtlijn 2011/36/EU te ondersteunen en een meerwaarde te verlenen aan en een aanvulling te bieden op de werkzaamheden van overheden, internationale organisaties en maatschappelijke organisaties binnen en buiten de EU. De strategie omvat vijf pijlers waarop de EU zich dient te richten:

  • slachtoffers van mensenhandel herkennen, beschermen en bijstaan;
  • meer doen om mensenhandel te voorkomen;
  • mensenhandelaars actiever vervolgen;
  • de coördinatie en samenwerking tussen de belangrijkste betrokken partijen verbeteren en zorgen voor een coherent beleid;
  • meer inzicht verwerven in en effectiever reageren op nieuwe problemen op het gebied van mensenhandel in welke vorm dan ook.

Voor elk van de bovenstaande prioriteiten is een aantal acties beschreven die de Europese Commissie de komende vijf jaar wil uitvoeren in samenwerking met de lidstaten, de Europese Dienst voor buitenlands optreden, de EU-instellingen, EU-agentschappen, internationale organisaties, niet-EU-landen, het maatschappelijk middenveld en de particuliere sector.

Besluit 2007/675/EG van de Commissie van 17 oktober 2007 tot oprichting van de Deskundigengroep mensenhandel [Publicatieblad L 277 van 20.10.2007].

EU-plan inzake de beste praktijken, normen en procedures ter voorkoming en bestrijding van mensenhandel [Publicatieblad C 311 van 9.12.2005].

Laatste wijziging: 05.03.2013
Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven