RSS
Alfabetische index
Deze pagina is beschikbaar in 11 talen

We are migrating the content of this website during the first semester of 2014 into the new EUR-Lex web-portal. We apologise if some content is out of date before the migration. We will publish all updates and corrections in the new version of the portal.

Do you have any questions? Contact us.


Strategie inzake de bestrijding van terrorisme

Terrorisme vormt een regelrechte bedreiging voor de Europese Unie en haar burgers. Om daar een passend antwoord op te geven, heeft de Europese Unie (EU) een terrorismebestrijdingsstrategie opgesteld. Preventie, bescherming, vervolging en reactie zijn daarbij de uitgangspunten.

BESLUIT

Raad van de Europese Unie, 30 november 2005 De terrorismebestrijdingsstrategie van de Europese Unie .

SAMENVATTING

Gezien de huidige terroristische dreiging hebben de Europese Unie (EU) en de Verenigde Naties (VN) een algemene strategie opgesteld om de internationale veiligheid te vergroten. De op EU-niveau goedgekeurde strategie bevordert de democratie, de dialoog en een goed bestuur en wil radicalisering zo bij de wortel aanpakken.

Om terrorisme doeltreffend te kunnen bestrijden, wil de EU haar actie rond vier pijlers opbouwen: Preventie, bescherming, vervolging en reactie.

Preventie

De pijler ‘Preventie’ is toegespitst op de bestrijding van radicalisering en rekrutering van terroristen door na te gaan welke methoden, welke propaganda en welke middelen de terroristen gebruiken. Hoewel de lidstaten de hoofdverantwoordelijkheid dragen bij deze uitdagingen, levert de EU een bijdrage bij het coördineren van nationaal beleid, het inventariseren van goede praktijken en het uitwisselen van informatie.

De prioriteiten op het gebied van preventie zijn:

  • gemeenschappelijke acties opzetten om probleemgedrag op te merken en aan te pakken;
  • het aanzetten tot terroristische daden en rekruteren van potentiële terroristen tegengaan op plaatsen die zich daarvoor lenen (gevangenissen, gebedshuizen, enz.);
  • een interculturele dialoog tot stand brengen;
  • het Europees beleid beter toelichten;
  • een goed bestuur, democratie, onderwijs en economische welvaart bevorderen (door middel van bijstandsprogramma’s);
  • het onderzoek op dit gebied voortzetten en ervaringen en analyses uitwisselen.

Bescherming

De pijler ‘Bescherming’ heeft tot doel de kwetsbaarheid van doelwitten van aanslagen te verminderen en de gevolgen van aanslagen te beperken. Op het gebied van de grens- en transportbeveiliging en andere grensoverschrijdende infrastructuur wordt een collectief optreden voorgesteld.

Om de grenzen zo goed mogelijk te controleren, beschikken de lidstaten over een Schengeninformatiesysteem van de tweede generatie (SIS II) en een Visuminformatiesysteem (VIS). Ook kunnen zij gebruik maken van het agentschap Frontex. Naast deze instrumenten moeten zij hun passagiersgegevens uitwisselen en biometrische informatie in identiteits- en reisdocumenten opnemen.

Om de veiligheid van transporten te verhogen, moeten de lidstaten samen de kwetsbare punten van transporten in kaart brengen en de veiligheid van wegen, treinen, op vliegvelden en in zeehavens vergroten.

De EU wil zich een oordeel vormen over de dreiging en de mate waarin wij daar kwetsbaar voor zijn. Er moet een werkplan worden opgesteld met beschermingsmethoden tegen aanslagen en een Europees programma voor de bescherming van kritieke infrastructuur. De lidstaten moeten hun inspanningen inzake de samenwerking op het gebied van de non-proliferatie van chemisch, biologisch, radiologisch en nucleair materiaal (NRBC) voortzetten.

Vervolging

Het derde luik voorziet in de vervolging van terroristen over de grenzen heen met inachtneming van de mensenrechten en het internationaal recht. De EU wil terroristen in de eerste plaats de toegang ontnemen tot de middelen waarmee zij terroristische aanslagen kunnen plegen (wapens, explosieven, enz.). Zij wil terroristische netwerken ontmantelen, de activiteiten van ronselaars van terroristen ontwrichten en misbruik van de non-profitsector aanpakken.

Het tweede doel op het gebied van de vervolging van terroristen beoogt een einde te maken aan de financieringsbronnen van het terrorisme door onderzoeken uit te voeren, door tegoeden te bevriezen en geldoverschrijvingen te blokkeren (dit valt eveneens onder de pijler ‘preventie’). De EU heeft ook wetgeving opgesteld over het witwassen van geld en de financiering van terrorisme.

De derde doelstelling bestaat uit het aan banden leggen van de planning van terroristische acties. Dit wordt gedaan door de communicatie en de verspreiding van technische kennis van terroristen, met name via het internet, tegen te gaan.

De lidstaten stellen de nodige instrumenten ter beschikking om informatie te verkrijgen en te analyseren. Ze stellen gezamenlijke analyses op en wisselen hun informatie uit met behulp van Europol en Eurojust. Iedere lidstaat legt verantwoording af over de manier waarop de lidstaat zijn capaciteit en nationale systemen heeft versterkt.

De instrumenten die worden gebruikt om deze doelstellingen te verwezenlijken, zijn:

  • door het Situatiecentrum van de Europese Unie (EU-Sitcen) en Europol uitgevoerde analyses;
  • het Europees aanhoudingsbevel en het Europees bewijsverkrijgingsbevel;
  • gezamenlijke onderzoeksteams;
  • het beginsel van beschikbaarheid van rechtshandhavingsinformatie;
  • VIS en SIS II (voor een betere toegang tot informatie);
  • de Financiële Actiegroep (FAG) (EN) (FR) waarvan de Commissie een actief lid is. Deze groep verschaft aanbevelingen waarvan een groot aantal in Europese wetgeving is overgenomen.

Reactie

Het risico op aanslagen kan nooit helemaal tot nul worden teruggebracht. Het behoort tot de verantwoordelijkheid van de lidstaten om adequaat op aanslagen te reageren wanneer deze zich voordoen. De reactie op een terroristische aanslag zal vaak gelijkaardig zijn als wanneer zich een natuurramp, technologisch of menselijk ongeval voordoet. Bij de voorbereiding op terroristische aanslagen kan dan ook gebruik worden gemaakt van de bestaande structuren en van communautaire mechanismen voor civiele bescherming. Een Europese gegevensbank maakt de inventaris op van de hulpbronnen en middelen die de lidstaten kunnen mobiliseren wanneer er een terroristische aanslag plaatsvindt.

Als er een aanslag heeft plaatsgevonden, is het van groot belang dat:

  • er snel praktische informatie en besluiten wordt uitgewisseld en de coördinering van de media wordt gewaarborgd (als het om een grensoverschrijdend incident gaat);
  • op nationaal en Europees niveau de solidariteit, hulp en schadeloosstelling van slachtoffers van terrorisme en van hun families worden gewaarborgd;
  • er hulp wordt verleend aan burgers van de EU in derde landen;
  • de civiele en militaire middelen in de EU bij crisisbeheersingsoperaties worden beschermd en ondersteund.

De strategie wordt aangevuld met een gedetailleerd actieplan (EN ) waarin de in het kader van deze vier pijlers te nemen maatregelen staan opgesomd.

GERELATEERDE BESLUITEN

Verslag van de Raad van de Europese Unie (EN ) van 17 januari 2011 over het EU-actieplan ter bestrijding van terrorisme.

Raad van de Europese Unie, 17 juli 2008 Herziene strategie betreffende de financiering van terrorisme .

Besluit 2007/124/EGvan de Raad van 12 februari 2007 tot vaststelling van het specifieke programma Terrorisme en andere aan veiligheid gerelateerde risico’s: preventie, paraatheid en beheersing van gevolgen voor de periode 2007-2013, als onderdeel van het Algemene programma Veiligheid en bescherming van de vrijheden (Publicatieblad L 58 van 24.2.2007).

Laatste wijziging: 07.12.2011

Zie ook

  • Website van het Directoraat-generaal Binnenlandse Zaken van de Europese Commissie – Strijd tegen het terrorisme (EN)
Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven