RSS
Alfabetische index
Deze pagina is beschikbaar in 15 talen
Nieuwe beschikbare talen:  CS - HU - PL - RO

We are migrating the content of this website during the first semester of 2014 into the new EUR-Lex web-portal. We apologise if some content is out of date before the migration. We will publish all updates and corrections in the new version of the portal.

Do you have any questions? Contact us.


Terroristische misdrijven

Sinds de aanslagen van 11 september 2001 wil de Europese Unie (EU) de bestrijding van terrorisme intensiveren. Hiertoe heeft zij een kaderbesluit vastgesteld waarin de lidstaten worden aangespoord hun wetgevingen onderling aan te passen en waarin minimumvoorschriften worden vastgesteld voor terroristische misdrijven. Na deze terroristische misdrijven te hebben gedefinieerd, geeft het kaderbesluit aan welke sancties de lidstaten in hun nationale wetgeving hiervoor moeten vaststellen.

BESLUIT

Kaderbesluit 2002/475/JBZ van de Raad van 13 juni 2002 inzake terrorismebestrijding [Zie wijzigingsbesluiten].

SAMENVATTING

Dit kaderbesluit strekt ertoe de omschrijving van terroristische misdrijven in alle lidstaten op elkaar af te stemmen door de vaststelling van een specifieke en gemeenschappelijke definitie. Terrorisme wordt opgevat als een combinatie van twee elementen:

  • een objectief element, aangezien het fenomeen betrekking heeft op een reeks ernstige criminele gedragingen (moord, lichamelijke verwondingen, gijzeling, afpersing, vervaardiging van wapens, aanslagen, het bedreigen met een van de voornoemde gedragingen, enz.);
  • een subjectief element, aangezien deze handelingen als terroristische misdrijven worden beschouwd wanneer zij worden begaan om een bevolking ernstig vrees aan te jagen, de overheid of een internationale organisatie op onrechtmatige wijze te dwingen tot het verrichten of het zich onthouden van een handeling of de politieke, constitutionele, economische of sociale basisstructuren van een land of een internationale organisatie ernstig te ontwrichten of te vernietigen.

In dit kaderbesluit wordt een terroristische groep omschreven als een sinds enige tijd bestaande gestructureerde vereniging van minstens twee personen, die in overleg optreden, en worden het leiden van een terroristische groep en de deelname aan activiteiten van een dergelijke groep beschouwd als strafbare feiten in verband met terroristische activiteiten.

De lidstaten moeten bovendien bepaalde opzettelijke gedragingen strafbaar stellen als strafbare feiten in verband met terroristische activiteiten, zelfs indien geen terroristisch misdrijf is gepleegd. Het betreft:

  • publiekelijke uitlokking van terroristische misdrijven;
  • werving en opleiding voor terrorisme;
  • gekwalificeerde diefstal, afpersing en het valselijk opmaken van administratieve documenten met het oogmerk om een terroristisch misdrijf te begaan.

Om bovengenoemde terroristische handelingen te bestraffen, moeten de lidstaten in hun nationale wetgeving voorzien in doeltreffende, evenredige en afschrikkende sancties die aanleiding kunnen geven tot uitlevering. Bovendien moeten de lidstaten erop toezien dat sancties worden opgelegd aan rechtspersonen indien is aangetoond dat de natuurlijke persoon bevoegd is om de rechtspersoon die een terroristisch misdrijf heeft begaan te vertegenwoordigen dan wel om binnen het kader van die rechtspersoon toezicht uit te oefenen.

De lidstaten moeten de nodige maatregelen treffen om:

  • hun rechtsmacht te vestigen met betrekking tot terroristische handelingen;
  • hun rechtsmacht te vestigen in de gevallen waarin zij weigeren een persoon die van dergelijke misdrijven wordt verdacht of voor een dergelijk misdrijf is veroordeeld aan een andere lidstaat of een derde land over te dragen of uit te leveren;
  • hun optreden te coördineren en hun bevoegdheid te bepalen teneinde de vervolging zo mogelijk in één lidstaat te concentreren, indien meer dan één lidstaat rechtsmacht heeft.

Bovendien moeten zij zorgen voor een passende bijstand aan de slachtoffers en hun familie (naast de reeds bij kaderbesluit 2001/220/JBZ opgelegde maatregelen).

Achtergrond

De terroristische aanslagen van september 2001 zijn voor de Europese Unie (EU) aanleiding geweest haar optreden op dit gebied te versterken. Zo heeft dit kaderbesluit ten doel de bestrijding van terrorisme op EU-niveau doeltreffender te maken. De problematiek werd ook besproken op de Europese Raad van Tampere in oktober 1999 en op die van Santa Maria da Feira in juni 2000.

REFERENTIES

BesluitInwerkingtredingUiterste datum voor omzetting in nationaal rechtPublicatieblad
Kaderbesluit 2002/475/JBZ

22.6.2002

31.12.2002

L 164 van 22.6.2002

Wijzigingsbesluit(en)InwerkingtredingUiterste datum voor omzetting in nationaal rechtPublicatieblad
Kaderbesluit 2008/919/JBZ

9.12.2008

9.12.2010

L 330 van 9.12.2008

GERELATEERDE BESLUITEN

Verslag van de Commissie van 6 november 2007 op basis van artikel 11 van het Kaderbesluit van de Raad van 13 juni 2002 inzake terrorismebestrijding [COM(2007) 681 def. – Publicatieblad C 9 van 15.1.2008].
Dit tweede verslag preciseert dat de lidstaten die voor het eerst werden beoordeeld de voornaamste elementen van het kaderbesluit op een bevredigende wijze hebben omgezet in nationaal recht, ook al zijn er nog enkele grote problemen. Wat betreft de lidstaten die voor de tweede keer werden beoordeeld, heeft de Commissie op basis van de verstrekte aanvullende informatie kunnen besluiten dat het kaderbesluit beter wordt nageleefd dan uit de oorspronkelijke informatie kon worden opgemaakt. Er zijn evenwel geen vorderingen gemaakt met een groot deel van de aanzienlijke tekortkomingen die werden vastgesteld in het eerste beoordelingsverslag.
De voornaamste bezorgdheid van de Commissie gaat uit naar de gebrekkige uitvoering door bepaalde lidstaten van de bepalingen met betrekking tot de vaststelling van een gemeenschappelijke definitie van terrorisme en de harmonisatie van de sancties voor strafbare feiten die door een terroristische groep worden gepleegd en van de strafrechtelijke aansprakelijkheid van rechtspersonen voor terroristische misdrijven.

Verslag van de Commissie van 8 juni 2004 op basis van artikel 11 van het Kaderbesluit van de Raad van 13 juni 2002 inzake terrorismebestrijding [COM(2004) 409 def. – Publicatieblad C 321 van 28.12.2004].
Dit verslag inventariseert de maatregelen die de lidstaten hebben getroffen om aan het kaderbesluit inzake terrorismebestrijding te voldoen. Volgens het verslag hebben de meeste lidstaten de nodige maatregelen genomen om te voldoen aan de belangrijkste bepalingen van het wetsbesluit. Er wordt evenwel op een aantal tekortkomingen gewezen.

Laatste wijziging: 18.08.2010
Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven