RSS
Alfabetische index
Deze pagina is beschikbaar in 11 talen

We are migrating the content of this website during the first semester of 2014 into the new EUR-Lex web-portal. We apologise if some content is out of date before the migration. We will publish all updates and corrections in the new version of the portal.

Do you have any questions? Contact us.


Strijd tegen het bioterrorisme (mededeling)

In deze mededeling worden de problemen en uitdagingen behandeld waarmee de gezondheidsaspecten van het EU-optreden worden geconfronteerd bij de bestrijding van het bioterrorisme. Er wordt een uiteenzetting gegeven van de huidige situatie, de resultaten van de op dit terrein geboekte vooruitgang en de perspectieven voor toekomstige activiteiten.

BESLUIT

Mededeling van 2 juni 2003 van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad betreffende de samenwerking in de Europese Unie op het gebied van paraatheid en reactiecapaciteit in geval van aanslagen met biologische en chemische stoffen (bescherming van de gezondheid) [COM(2003) 320 def. - Niet in het Publicatieblad verschenen].

SAMENVATTING

Deze mededeling ligt in de lijn van de ongekende terroristische aanslagen waardoor de Verenigde Staten in september 2001 werden getroffen. De regeringen en internationale organisaties reageerden hierop door na te gaan welke middelen beschikbaar waren om dreigingen te voorkomen en tegen te gaan, en om de gevolgen van dergelijke aanslagen te beperken. Ze zijn eveneens gaan zoeken naar nieuwe, aangepaste mogelijkheden om het hoofd te bieden aan een nieuwe soort dreiging, namelijk de moedwillige verspreiding van biologische en chemische stoffen.

Deze mededeling gaat in op de gezondheidsaspecten van het EU-optreden tegen het bioterrorisme. Beschreven wordt welke maatregelen zijn genomen om de gezondheid beter te beschermen tegen de moedwillige verspreiding van biologische en chemische agentia. Er wordt bovendien ingegaan op de uitdagingen waarmee de gezondheidszorg wordt geconfronteerd op het gebied van paraatheid en reactievermogen.

RECENTE BIOTERRORISTISCHE INCIDENTEN EN GEVOLGEN DAARVAN IN DE EU

Kort na de terroristische aanslagen van 11 september 2001 heeft zich in de VS een groot aantal bioterroristische aanslagen met anthraxsporen voorgedaan. Deze terroristische incidenten hadden ook in Europa aanzienlijke gevolgen. De diensten voor civiele bescherming en veiligheid werden in staat van paraatheid gebracht en de openbare gezondheidsdiensten moesten talloze poststukken onderzoeken waarin poeder zat, omdat vermoed werd dat deze met anthrax waren besmet. Hoewel zich in Europa geen enkele bioterroristische aanslag heeft voorgedaan, was de druk op de Europese landen bijzonder hoog en moesten zij de voor de volksgezondheid beschikbare middelen snel inzetten om het hoofd te bieden aan een nieuwe soort dreiging. Door de ontdekking in januari 2003 van ricine - een toxische stof die dodelijk kan zijn - in een woning in Londen werden de gezondheidsautoriteiten er nog eens nadrukkelijk op gewezen dat ze hun inspanningen in de strijd tegen het bioterrorisme moesten opvoeren.

De internationale gemeenschap en de EU reageerden op deze nieuwe dreiging met de volgende maatregelen:

  • conclusies van de Raad Volksgezondheid van 15 november 2001: het Belgische voorzitterschap heeft conclusies goedgekeurd waarin de Commissie werd verzocht een actieprogramma voor samenwerking op het gebied van paraatheid en reactiecapaciteit in geval van biologische en chemische dreigingen op te stellen;
  • initiatief van Ottawa: op 7 november 2002 kwamen de ministers van Volksgezondheid van de landen van de G7 bijeen, evenals de minister van Volksgezondheid van Mexico en de commissaris voor gezondheid en consumentenbescherming. De deelnemers aan deze vergadering kwamen tot een akkoord over een gecoördineerde actie op mondiaal niveau om het reactievermogen op het gebied van de volksgezondheid ten aanzien van internationaal biologisch, chemisch en radionucleair terrorisme te vergroten;
  • reactie van de Commissie: de Commissie heeft een reeks gecoördineerde acties op touw gezet betreffende de sectoren civiele bescherming, volksgezondheid, ondernemingenbeleid (farmaceutische stoffen), onderzoek, kerninstallaties, vervoer en energie. Hierover is verslag uitgebracht in de mededeling "Civiele bescherming - Preventieve waakzaamheid voor eventuele noodsituaties (castellanodeutschenglishfrançais)" van 28 november 2001

Op 20 december 2002 hebben de Raad en de Commissie bovendien een gezamenlijk programma goedgekeurd met het oog op een betere samenwerking tussen de lidstaten wat betreft de beoordeling van chemische, biologische en radionucleaire (CBRN) risico's, waarschuwing en interventie alsmede de opslag van interventiemiddelen en onderzoek.

PARAATHEID EN REACTIECAPACITEIT OP HET GEBIED VAN DE VOLKSGEZONDHEID

Paraatheid

Om de gevolgen van de moedwillige verspreiding van biologische en chemische agentia te beperken, moeten de desbetreffende agentia vroegtijdig worden opgespoord en de getroffen personen als zodanig worden erkend. De gezondheidsautoriteiten en -instanties hebben daarbij een essentiële taak. Daartoe moeten zij:

  • een doeltreffende surveillance opzetten;
  • artsen op de hoogte brengen van de syndromen waarop zij attent moeten zijn;
  • richtsnoeren voor behandeling uitsturen;
  • doeltreffende regelingen in het leven roepen voor snelle melding bij de autoriteiten die belast zijn met het verzamelen en evalueren van epidemiologische informatie, en
  • maatregelen op volksgezondheidsgebied coördineren.

Wat de laboratoria betreft, moet er voldoende expertise en capaciteit beschikbaar zijn om agentia met hoog risico en complexe technieken en methoden te hanteren en een plotselinge toename van de vraag in geval van meerdere dreigingen of aanslagen aan te kunnen.

Reactie

In geval van aanslagen moeten zo snel mogelijk maatregelen worden genomen met het oog op fysieke bescherming en hulpverlening. Bovendien moet er een eerste inschatting van de gevolgen en risico's worden gemaakt zodat de nodige acties meteen in gang kunnen worden gezet. De gezondheidsautoriteiten dienen de nodige preventieve, corrigerende of curatieve maatregelen te nemen (decontaminatie van blootgestelde personen, het nemen van monsters voor analyses, het geven van profylactische behandelingen, enz.). Daarnaast moet de opstelling van rampenplannen een hoge mate van vertrouwen wekken in het vermogen om een adequate multisectorale reactie te ontwikkelen. Tot slot dienen de reactiemogelijkheden en de inzetbaarheid van de medewerkers van de gezondheidszorg te worden vergroot om te zorgen voor een optimaal crisisbeheer bij aanvallen.

Coördinatie in de Europese Unie

De Europese Unie is een ruimte zonder grenzen en het is dan ook essentieel dat er passende regelingen worden getroffen voor snelle melding en uitwisseling van informatie in geval van dreigingen en aanslagen. In verband met het belang van gezamenlijke actie in de EU is in oktober 2001 het Comité voor de bescherming van de gezondheid opgericht, bestaande uit vertegenwoordigers van de ministers van Volksgezondheid, dat de samenwerking in de strijd tegen het bioterrorisme moet verbeteren. Het comité heeft overeenstemming bereikt over de ontwikkeling van een programma betreffende samenwerking op het gebied van paraatheid en reactiecapaciteit in geval van aanslagen met biologische en chemische stoffen, met als codenaam BICHAT. Dit programma is opgebouwd rond vier doelstellingen:

  • een mechanisme instellen voor alarmering en informatie-uitwisseling.
    Dit mechanisme bestaat uit het Comité voor de bescherming van de gezondheid en een snellewaarschuwingssysteem. Het Comité voor de bescherming van de gezondheid is belast met de uitwisseling van informatie over gezondheidsgerelateerde dreigingen op het vlak van paraatheid en reactieplannen, alsmede strategieën voor crisismanagement. Wat het snellewaarschuwingssysteem betreft, dit is sinds juni 2002 operationeel voor het melden van incidenten waarbij moedwillig en met kwade opzet biologische of chemische agentia zijn verspreid (codenaam "RAS-BICHAT").
  • de capaciteit creëren voor de detectie en identificatie van biologische en chemische agentia die bij aanslagen kunnen worden gebruikt.
    De detectie van de moedwillige verspreiding van biologische agentia berust allereerst op de surveillancesystemen van de lidstaten met betrekking tot infectieziekten. Het is van essentieel belang dat de lidstaten nieuwe diagnosemethoden voor snelle detectie ontwikkelen. De coördinatie van deze surveillancesystemen op EU-niveau vindt plaats in het kader van een beschikking van september 1998 inzake surveillance en beheersing van overdraagbare ziekten (castellanodeutschenglishfrançais). Voor biologische agentia die bij bioterrorisme een rol kunnen spelen, is al een rangschikking naar prioriteit opgesteld aan de hand van een aantal criteria. Bij verordening van de Raad zijn bovendien verschillende lijsten vastgesteld van biologische en chemische agentia die onderworpen zijn aan strikte voorschriften in samenhang met de uitvoercontrole. In veel lidstaten blijft de laboratoriumcapaciteit ontoereikend. Het is dan ook absoluut noodzakelijk dat de lidstaten hun middelen bundelen en dat lidstaten die geavanceerde faciliteiten hebben assistentie verlenen aan lidstaten die daar niet over beschikken;
  • een databank over geneesmiddelenvoorraden en gezondheidsdiensten opzetten (zie volgende paragraaf) en een parate instantie creëren die bij aanslagen geneesmiddelen en medische deskundigen beschikbaar kan stellen.
  • regels opstellen en richtsnoeren verspreiden over de gezondheidsmiddelen om het hoofd te bieden aan aanslagen en voor de coördinatie van de EU-respons en de contacten met derde landen en internationale organisaties. Uit overleg op EU- en internationaal niveau kwam naar voren dat de aanpassing van de nationale rampenplannen aan de nieuwe dreiging van een heimelijke verspreiding van chemische en biologische agentia nog niet in alle lidstaten is afgerond. Het is bovendien prioritair om de werkzaamheden ten behoeve van de opstelling van rampenplannen te intensiveren en de ontwikkeling van modellen te bevorderen, zodat de rampenplannen en strategieën voor dreigingen en aanslagen kunnen worden verfijnd en verbeterd.

Het mandaat van dit Comité voor de bescherming van de gezondheid is in februari 2007 door de Raad met drie jaar verlengd.

BESCHIKBAARHEID EN VOORRAADVORMING VAN GENEESMIDDELEN

Na de bioterroristische aanslagen in de VS werd het enorme belang duidelijk van de beschikbaarheid van geneesmiddelen in de EU en de mogelijkheden van de industrie om eventuele tekorten in de productie en levering aan te vullen. In december 2001 is een gezamenlijke taskforce (Commissie en farmaceutische industrie) opgericht die werd belast met een onderzoek naar de beschikbaarheid en de mogelijkheden voor productie, opslag en distributie van medicijnen voor de behandeling van ziekten in geval van bioterroristische aanslagen.

Nationale voorraden

Om het hoofd te bieden aan bioterroristische aanslagen hebben de meeste lidstaten op nationaal niveau voorraden antibiotica aangelegd - of zijn ze bezig een voorraad aan te leggen. Twee van de grotere lidstaten hebben aangeboden hun voorraden met andere lidstaten te delen. De meeste andere lidstaten wilden hier echter niet op ingaan en de gesprekken over dit deelsysteem zijn niet voortgezet.

Aangezien het pokkenvirus wordt beschouwd als een voortreffelijk middel om biologische wapens te ontwikkelen - vanwege zijn bijzonder besmettelijke en in aanleg dodelijke karakter - is een evaluatie van de nationale voorraden van pokkenvaccins uitgevoerd. Uit deze evaluatie is gebleken dat de meeste lidstaten een dergelijke voorraad hebben of bezig zijn er een aan te leggen.

Voorraden op EU-niveau

Op EU-niveau is nog geen enkele geneesmiddelenvoorraad aangelegd. Niettemin hebben de taskforce "diensten van de Commissie - farmaceutische industrie" en de lidstaten zich gebogen over de noodzaak om een communautaire voorraad van pokkenvaccins, antibiotica en antivirale middelen aan te leggen.

Wat antibiotica betreft, zou een communautaire voorraad moeten bestaan uit een toereikende, veelzijdige selectie van antibiotica voor zo veel mogelijk potentiële pathogenen. Behalve schaalvoordelen zou het voordeel van de aanleg van een communautaire voorraad antibiotica ook een groter veiligheidsgevoel bij de Europese burgers zijn. Bij de aanleg van een voorraad antibiotica kunnen er echter ook problemen ontstaan over de keuze van de antibiotica in de verschillende therapeutische klassen en de uiteindelijke productkeuze.

Wat de pokkenvaccins betreft, wordt erkend dat een dergelijke voorraad naast de nationale voorraden moet bestaan en deze niet mag vervangen. De voorraad moet bovendien voor iedereen even toegankelijk zijn en alle EU-burgers moeten wat dat betreft gelijke rechten hebben. Uit het overleg inzake de mogelijkheden voor een communautaire voorraad is naar voren gekomen dat de meeste lidstaten geen voorstander zijn van een communautaire voorraad pokkenvaccins.

Geplande acties

In het kader van het programma voor gezondheidsbescherming zijn acties gelanceerd in verband met de behoeften aan samenwerking op het vlak van geneesmiddelen. Bovendien zullen de ontwikkelingen ter zake van de productie en beschikbaarheid van pokkenvaccins op gezette tijden worden bezien.

ONDERZOEK

Op initiatief van de Commissie is in 2001 een O&O-deskundigengroep ingesteld inzake de bestrijding van de effecten van biologisch en chemisch terrorisme. De deskundigengroep heeft een verslag opgesteld met een repertorium van de onderzoeksactiviteiten in de lidstaten, op grond waarvan verschillende aanbevelingen zijn geformuleerd.

De strijd tegen het bioterrorisme is een problematiek die in aanmerking kan komen voor het Zesde kaderprogramma voor onderzoek in het kader van de prioriteiten "biowetenschappen, genomica en biotechnologie voor de gezondheid" en "voedselkwaliteit en -veiligheid". Specifieke onderzoeksbehoeften kunnen ook aan bod komen in het deel "wetenschappelijke beleidsondersteuning" van het programma, waaraan een specifieke actielijn "vraagstukken in verband met civiele bescherming en crisisbeheer" is toegevoegd.

ONTWIKKELING VAN EEN MULTISECTORALE REACTIE

Voor de preventie van terroristische handelingen en het reageren op de gevolgen ervan moeten actoren en middelen in tal van sectoren buiten de gezondheidszorg worden ingezet. Met name de volgende sectoren moeten bijzonder nauwlettend in het oog worden gehouden:

  • voedselveiligheid: de Gemeenschap beschikt over een uitvoerig corpus van wetgeving dat de primaire productie van landbouwproducten en de industriële productie van verwerkte levensmiddelen bestrijkt. Het is dan ook niet nodig om nieuwe systemen in te voeren; de huidige mechanismen moeten alleen worden bijgesteld om beter te functioneren in geval van een bioterroristische dreiging;
  • veiligheid van dieren: net als voor de voedselveiligheid beschikt de EU over een zeer compleet instrumentarium van wet- en regelgeving. Het is dan ook belangrijk de bestaande mechanismen te benutten en dusdanig bij te stellen dat ze beter functioneren in geval van een dreiging van biologisch of chemisch terrorisme;
  • veiligheid van planten: het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen op gewassen maakt deel uit van het beheer van de voedselketen. In dit opzicht heeft de Gemeenschap al structuren die speciaal bedoeld zijn om misbruik van gewasbeschermingsmiddelen te voorkomen teneinde onbedoelde verontreiniging tegen te gaan of te ontdekken;
  • veiligheid van drinkwater: het gezamenlijke programma van de Raad en de Commissie heeft de lidstaten en de Gemeenschap verzocht om na te gaan of de communautaire maatregelen betreffende de kwaliteit van drinkwater en oppervlaktewater toereikend zijn gelet op de vereisten inzake de veiligheid en de vroegtijdige opsporing van ziekteverwekkers en toxische stoffen.

INTERNATIONALE SAMENWERKING

Na de bijeenkomst in Ottawa in november 2001 is een Global Health Security Action Group opgericht voor de tenuitvoerlegging van het in Ottawa overeengekomen plan voor gecoördineerde algemene actie. Het plan beoogt met name de uitwisseling van informatie en ervaring met betrekking tot paraatheid en reactieplannen, samenwerking van laboratoria, opleiding van gezondheidswerkers en de ontwikkeling van methoden voor risicocommunicatie en -management.

De Commissie werkt samen met de Wereldgezondheidsorganisatie (EN) (ES) (FR) betreffende een aantal onderwerpen die samenhangen met het tegengaan van de gevolgen van moedwillige verspreiding van biologische en chemische agentia. Vergaderingen van de Raad, de Commissie en de NAVO hebben ertoe geleid dat documenten zijn uitgewisseld over activiteiten inzake chemische, biologische, radiologische en nucleaire incidenten. Deze uitwisselingen kunnen als uitgangspunt dienen voor de verdere samenwerking op dit gebied.

GERELATEERDE BESLUITEN

Groenboek van de Commissie van 11 juli 2007 over bioparaatheid [COM(2007) 399 def. - Niet in het Publicatieblad verschenen].
T
errorisme wordt als een van de voornaamste uitdagingen beschouwd waarmee de Europese Unie thans wordt geconfronteerd. De aanslagen in Madrid, Londen en New York hebben aangetoond dat terrorisme een bedreiging blijft voor alle landen. Terroristen zouden gebruik kunnen maken van niet-conventionele middelen, met name biologische stoffen die duizenden mensen kunnen besmetten, de landbouw kunnen vernietigen, dieren kunnen infecteren en levensmiddelen kunnen vergiftigen. Het risico dat "bioterroristische" aanslagen worden gepleegd, is klein, maar de gevolgen van dergelijke aanslagen kunnen verschrikkelijk zijn.
Natuurlijk voorkomende ziekten, ongevallen in laboratoria of andere gevallen waarin ziekteverwekkende agentia onopzettelijk worden verspreid, vormen eveneens bedreigingen die de Europese samenlevingen kunnen verzwakken.
Dit groenboek heeft ten doel een raadplegingsproces op Europees niveau op gang te brengen over de wijze waarop biologische risico's kunnen worden beperkt en de paraatheid en de reactie op deze risico's kunnen worden geconsolideerd. De term "paraatheid" bestrijkt alle aspecten, zoals preventie, bescherming, reactiecapaciteit, vervolging van misdadigers, bewaking, onderzoekscapaciteit, respons en herstel.
Deze raadpleging is met name gericht op de nationale autoriteiten die bevoegd zijn voor het voorkomen van en de respons op risico's, voor de gezondheidszorg of voor douaneaangelegenheden, wetshandhavingsinstanties, de bio-industrie en professionals op het gebied van epidemiologie en gezondheid. Zij zou in 2008 kunnen leiden tot concrete maatregelen op het gebied van de bioparaatheid.
De reacties van de belanghebbende partijen moesten vóór 1 oktober 2007 naar de Commissie zijn gestuurd.

Mededeling van de Commissie van 28 november 2005 over nauwere samenwerking bij het opstellen van draaiboeken voor volksgezondheidscrises op EU-niveau [COM(2005) 605 def. - Niet in het Publicatieblad verschenen].
Deze mededeling heeft tot doel de lidstaten te helpen bij de opstelling van draaiboeken voor alle soorten volksgezondheidscrises, rekening houdend met de Europese dimensie. De mededeling legt de grondslag voor de opstelling van eigen draaiboeken door de lidstaten en beschrijft de voornaamste elementen die in aanmerking moeten worden genomen bij de opstelling van draaiboeken voor volksgezondheidscrises.

Mededeling van de Commissie van 28 november 2001 Civiele bescherming - Preventieve waakzaamheid voor eventuele noodsituaties [COM(2001) 707 def. - Niet in het Publicatieblad verschenen].

Beschikking Nr. 2119/98/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 september 1998 tot oprichting van een netwerk voor epidemiologische surveillance en beheersing van overdraagbare ziekten in de Europese Gemeenschap [Publicatieblad L 268 van 3.10.1998].

Laatste wijziging: 09.01.2008

Zie ook

Nadere informatie over de maatregelen ter bestrijding van bioterrorisme is te vinden op de site "Volksgezondheid" (DE)(EN)(ES)(FR) van de Europese Commissie.

Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven