RSS
Alfabetische index
Deze pagina is beschikbaar in 9 talen

We are migrating the content of this website during the first semester of 2014 into the new EUR-Lex web-portal. We apologise if some content is out of date before the migration. We will publish all updates and corrections in the new version of the portal.

Do you have any questions? Contact us.


Slovenië

Archief

1) REFERENTIES

Advies van de Commissie [COM(97) 2010 def. - Niet verschenen in het Publicatieblad]
Verslag van de Commissie [COM(98) 709 def. - Niet verschenen in het Publicatieblad]
Verslag van de Commissie [COM(1999) 512 def. - Niet verschenen in het Publicatieblad]
Verslag van de Commissie [COM(2000) 712 def. - Niet verschenen in het Publicatieblad]
Verslag van de Commissie [COM(2001) 700 def. - SEC(2001) 1755 - Niet verschenen in het Publicatieblad]
Verslag van de Commissie [COM(2002) 700 def. - SEC(2002) 1411 - Niet verschenen in het Publicatieblad]
Verdrag betreffende de toetreding tot de Europese Unie [Publicatieblad L 236 van 23.9.2003]

2) SAMENVATTING

In haar advies van juli 1997 was de Europese Commissie van oordeel dat Slovenië op het gebied van immigratie en de uitreiking van werkvergunningen een restrictief beleid voerde, maar zij stelde eveneens vast dat er wetswijzigingen in de maak waren. Wat justitie en binnenlandse zaken betrof, was de Europese Commissie van oordeel dat Slovenië in het algemeen had aangetoond dat het in staat was vooruitgang te boeken, in het bijzonder op het gebied van immigratie en grenscontrole. Indien resultaat werd geboekt op de andere gebieden (met name justitie, het asielrecht en de bestrijding van de georganiseerde misdaad), kon Slovenië in de zeer nabije toekomst voldoen aan de eisen van de Europese Unie op het gebied van justitie en binnenlandse zaken.
In het verslag van november 1998 werd geconstateerd dat Slovenië, afgezien van de politie, aanzienlijk vooruitgang had geboekt. Om echter de doelstellingen op middellange termijn van het partnerschap voor toetreding te verwezenlijken, waren aanzienlijke inspanningen noodzakelijk op wetgevingsgebied (ratificatie van internationale verdragen en aanpassing van de binnenlandse wetgeving) en op personeelsgebied. Er moest meer personeel worden ingezet, met name voor de tenuitvoerlegging van de nieuwe wetgeving.
In haar verslag van 1999 stelde de Commissie vast dat Slovenië aanzienlijke vooruitgang had geboekt bij de goedkeuring en herziening van rechtsinstrumenten en bij de oprichting van nieuwe structuren op het gebied van immigratie en asielrecht. Begrotingsmiddelen waren vrijgemaakt. Slovenië moest de aanpassing voltooien, inzonderheid door de goedkeuring van wetten op het gebied van grenscontrole en drugs.
In haar verslag van november 2000 stelde de Commissie vast dat Slovenië op bijna alle gebieden aanzienlijke vooruitgang had geboekt. Zowel de harmonisatie van de wetgeving als de versterking van het bestuur waren prioriteiten geweest voor de Sloveense regering. Aanvullende inspanningen moesten evenwel nog worden geleverd om de controle van de buitengrenzen te verbeteren.
In haar verslag van november 2001 stelde de Commissie vast dat Slovenië sinds het laatste verslag vorderingen had gemaakt op het gebied van justitie en binnenlandse zaken, door de versterking van de bestuurlijke capaciteit.
De conclusie van het verslag van oktober 2002 luidt dat aanvullende vooruitgang is geboekt op het gebied van gegevensbescherming, immigratie, asielrecht, politiële samenwerking en de bestrijding van de georganiseerde misdaad. Daarentegen is er geen evolutie op het gebied van drugs.
Het toetredingsverdrag is ondertekend op 16 april 2003 en de toetreding vond plaats op 1 mei 2004.

ACQUIS COMMUNAUTAIRE

Het vrije verkeer van personen

Het beginsel van het vrije verkeer en verblijf van alle Europese burgers is neergelegd in artikel 14 (ex-artikel 7A) van het Verdrag, alsmede in de bepalingen betreffende het Europees burgerschap (artikel 18, oud artikel 8A). In het Verdrag van Maastricht werden het asielbeleid, het overschrijden van de buitengrenzen van de Unie en het immigratiebeleid tot de aangelegenheden van gemeenschappelijk belang voor de lidstaten gerekend. Het Verdrag van Amsterdam, dat op 1 mei 1999 in werking is getreden, heeft deze aangelegenheden opgenomen in het EG-Verdrag (artikelen 61 tot en met 69), waarbij een overgangsperiode van vijf jaar wordt vastgesteld alvorens de communautaire procedures volledig van toepassing zijn. Op de duur moet er een "ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid" komen zonder controles van de personen aan de binnengrenzen, ongeacht hun nationaliteit. Tegelijkertijd moeten er gemeenschappelijke normen worden ingevoerd voor controles aan de buitengrenzen van de Unie, visa, het asiel - en het immigratie beleid. Het actieplan van de Raad en de Commissie van 3 december 1998 bevat een tijdschema voor de maatregelen die moeten worden genomen om die doelstellingen in de komende vijf jaar te bereiken.

Sommige lidstaten passen reeds gemeenschappelijke regels op deze gebieden toe, dankzij de Schengen -akkoorden, waarvan het eerste in 1985 is ondertekend. Deze intergouvernementele akkoorden zijn opgenomen in het kader van de Europese Unie (EU) ingevolge de inwerkingtreding van het Verdrag van Amsterdam en maken thans deel uit van het acquis communautaire dat de kandidaat-landen moeten overnemen.

Slovenië heeft de wens en de bereidheid geuit om de bepalingen van het Schengen-akkoord ten uitvoer te leggen. Met de voorbereidingen hiertoe is een aanvang gemaakt en de lidstaten is om bijstand verzocht, met name voor de versterking van de controles aan de buitengrenzen. Het driejarige wetgevingsprogramma van de regering voorziet reeds in de nodige wijzigingen van de wet inzake grenscontrole en de vreemdelingenwet.

Het asielbeleid

Het Europese asielbeleid, dat sedert het Verdrag van Maastricht een aangelegenheid van gemeenschappelijk belang voor de lidstaten is, is hoofdzakelijk gebaseerd op instrumenten zonder rechtsgevolgen zoals bijvoorbeeld de resoluties van Londen van 1992 over de kennelijk ongegronde asielverzoeken en het beginsel van "derde landen van opvang", of op internationale overeenkomsten zoals het Verdrag van Genève van 1951 betreffende de status van vluchtelingen.

In het kader van de Schengen-akkoorden hebben de lidstaten op 15 juni 1990 de Overeenkomst van Dublin ondertekend, die op 1 september 1997 in werking is getreden, ter vaststelling van de lidstaat die verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek dat bij een van de lidstaten van de Unie wordt ingediend. Deze kwestie was niet geregeld in het Verdrag van Genève. Verschillende uitvoeringsmaatregelen zijn vervolgens door het bij deze overeenkomst in het leven geroepen comité goedgekeurd.

Behalve het actieplan van 3 december 1998 van de Commissie en de Raad is een algemene strategie noodzakelijk. Een "task force" inzake asiel en migratie is derhalve door de Raad opgericht om aan deze behoefte te voldoen.

Het immigratiebeleid

Het immigratiebeleid is sinds het Verdrag van Maastricht een aangelegenheid van gemeenschappelijk belang die onder de intergouvernementele samenwerking op het gebied van binnenlandse zaken valt, doch bestaat nog niet werkelijk als Europees beleid. Er is nog geen enkele regel vastgesteld met betrekking tot de binnenkomst op het grondgebied en het verblijf voor de burgers van derde landen.
Het actieplan van 3 december 1998 voorziet evenwel in de goedkeuring van specifieke maatregelen op dit gebied.

Justitiële samenwerking in burgerlijke zaken

Op dit gebied, waar de EU sinds het Verdrag van Maastricht handelingsbevoegdheid heeft, zijn weinig maatregelen goedgekeurd. De belangrijkste die tot dusver werd aangenomen is het Verdrag inzake de betekening en de kennisgeving in de lidstaten van de Europese Unie van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke en handelszaken. De voornaamste instrumenten ter vergemakkelijking van de justitiële samenwerking in burgerlijke zaken werden op internationaal niveau uitgewerkt (zoals bijvoorbeeld in de Verdragen van Brussel en Rome).

In het actieplan van 3 december 1998 van de Raad en van de Commissie is eveneens in de goedkeuring van nieuwe regels voorzien.

Politiële, douane- en justitiële samenwerking in strafzaken

Het acquis op deze gebieden vloeit hoofdzakelijk voort uit het samenwerkingskader zoals omschreven in titel VI van het Verdrag betreffende de Europese Unie, ofwel de " derde pijler ". Het Verdrag van Amsterdam heeft de desbetreffende juridische bepalingen gewijzigd. Voortaan heeft titel VI hoofdzakelijk betrekking op samenwerking tussen politiediensten, bestrijding van de georganiseerde misdaad, drugshandel, corruptie en fraude, justitiële samenwerking in strafzaken en douanesamenwerking. De in 1993 bij het Verdrag van Maastricht vastgestelde intergouvernementele procedures blijven in deze titel behouden.

Het acquis betreffende justitie en binnenlandse zaken impliceert zowel een hoge graad van praktische samenwerking tussen de regeringen als het opstellen van regelingen en de feitelijke tenuitvoerlegging daarvan. Te dien einde is een eerste programma "Octopus" tussen 1996 en 1998 door de Europese Commissie en de Raad van Europa gefinancierd. Doel van "Octopus II" (1999-2000) is de goedkeuring te vergemakkelijken van nieuwe wetgevende en constitutionele maatregelen door de landen van Midden- en Oost-Europa (LMOE) en door bepaalde nieuwe onafhankelijke staten, met als voorbeeld de in de EU van kracht zijnde regels, door alle personen die belast zijn met de bestrijding van corruptie en georganiseerde criminaliteit opleiding en bijstand te bieden. Voorts hebben de EU en de LMOE op 28 mei 1998 een pact ter bestrijding van de georganiseerde misdaad ondertekend.

Op communautair niveau zijn in het actieplan van de Raad en de Commissie van 3 december 1998 de verschillende maatregelen aangeduid die moeten worden goedgekeurd op korte termijn (twee jaar) en op middellange termijn (vijf jaar) om een daadwerkelijke ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid tot stand te brengen. Tot deze maatregelen behoort de oprichting van de Europese Politiedienst (Europol), de organisatie van betrekkingen tussen het kantoor en de gerechtelijke autoriteiten van de lidstaten, de integratie van het Schengen-acquis inzake de samenwerking op politieel en douanegebied en de organisatie van het verzamelen en het opslaan van noodzakelijke informatie op het vlak van de grensoverschrijdende criminaliteit.

De Europaovereenkomst en het Witboek over de landen van Midden- en Oost-Europa en de interne markt

De Europaovereenkomst met Slovenië bevat bepalingen betreffende samenwerking op het gebied van de bestrijding van drugsmisbruik en het witwassen van geld.

In het Witboek over de landen van Midden- en Oost-Europa en de interne markt wordt de derde pijler niet expliciet behandeld maar wordt verwezen naar materies zoals het witwassen van geld en het vrije verkeer van personen, welke nauw verband houden met problemen op het gebied van justitie en binnenlandse zaken.

EVALUATIE

De wet op de bescherming van persoonsgegevens is in juni 2001 gewijzigd. In oktober 2001 is de wet betreffende geheime informatie goedgekeurd, die de bescherming van deze informatie in de overheidsinstellingen regelt. Voorts is in maart 2002 het Bureau voor de bescherming van geheime informatie opgericht.
De Commissie merkt op dat de wetgeving op het gebied van gegevensbescherming grotendeels in overeenstemming is met het acquis.

In januari 2001 heeft Slovenië bepalingen goedgekeurd betreffende de uitreiking van visa aan de grensposten, de uitreiking van visa om humanitaire redenen en de intrekking van visa. In maart 2001 zijn bovendien nieuwe Sloveense paspoorten uitgereikt. In november 2001 hebben Slovenië en Bulgarije een overeenkomst gesloten tot afschaffing van de visumplicht en samenwerking op een aantal gebieden.
In het algemeen is het visumbeleid in overeenstemming met het acquis communautaire.
Er is enige vooruitgang geboekt op het gebied van de controle van de buitengrenzen. In juli 2001 hebben Slovenië en Kroatië een overeenkomst gesloten teneinde het probleem van de land- en zeegrenzen te regelen. De Commissie is van oordeel dat de versterking van de grenscontroles een prioriteit vormt aangezien Slovenië meer en meer een doorgangsland voor clandestiene immigranten wordt. In juni 2002 is in de schoot van de Directie van de algemene politie een gespecialiseerde eenheid opgericht die verantwoordelijk is voor de grenscontroles. In het verslag van 2002 wordt vastgesteld dat de modernisering van de uitrusting van de politie en grenswachters is voortgezet.

In het in mei 2001 door Slovenië goedgekeurde Schengen-actieplan zijn de recruterings- en opleidingsbehoeften voor de periode 2000-2005 vastgelegd om een adequate controle mogelijk te maken.

Op het gebied van het immigratiebeleid is vooruitgang geboekt, maar de bepalingen in verband met de verblijfsvergunning moeten nog worden goedgekeurd. In januari 2001 is de wet op de werkgelegenheid voor mensen die uit derde landen afkomstig zijn, in werking getreden. Voorts heeft Slovenië terugnameovereenkomsten gesloten met 23 landen (Oostenrijk, België, Bulgarije, Canada, Kroatië, Denemarken, Estland, Frankrijk, Griekenland, …). In november 2001 is een Protocol betreffende de tenuitvoerlegging van de terugnameovereenkomst tussen Slovenië en de Federale Republiek Joegoslavië door de regering goedgekeurd. In maart is met Bosnië-Herzegovina een terugnameovereenkomst ondertekend.

De wet op het asielrecht is een eerste keer gewijzigd in december 2000. In juli 2001 zijn er nieuwe wijzigingen goedgekeurd, die onder meer betrekking hebben op het verlenen van asiel op humanitaire gronden. In oktober 2000 heeft Slovenië bepalingen goedgekeurd betreffende de procedure voor onthaal en huisvesting van vreemdelingen in asielcentra. In juli heeft Slovenië wijzigingen van de wet op tijdelijke bescherming goedgekeurd. Deze wijzigingen moeten het statuut verbeteren van ontheemden uit Bosnië-Herzegovina, die gedurende maximum tien jaar een tijdelijke bescherming genoten.

Wat de politiële samenwerking betreft, zijn de politiediensten gereorganiseerd en zijn er gespecialiseerde eenheden opgericht, onder meer voor de bestrijding van de georganiseerde misdaad. Voorts heeft Slovenië in oktober 2001 een samenwerkingsakkoord gesloten met Europol, dat het Parlement in februari 2002 geratificeerd heeft. Met de tenuitvoerlegging van het akkoord is een aanvang gemaakt en er is een verbinding tot stand gebracht met het hoofdkwartier van Europol.
De samenwerking met de andere politiediensten van de lidstaten wordt voortgezet. Er zijn gemengde patrouilles opgericht om de meest gevoelige zones van de Italiaans-Sloveense grens te controleren. Op het gebied van de bestrijding van de georganiseerde misdaad heeft Slovenië een samenwerkingsakkoord met Roemenië geratificeerd. Het samenwerkingsakkoord met Bulgarije ter bestrijding van de georganiseerde misdaad, illegale drugs, handel in precursoren en terrorisme, dat in november 2001 was ondertekend, is in februari 2002 geratificeerd. In juni 2002 is met Estland een ander samenwerkingsakkoord op dit gebied gesloten.

Wat de bestrijding van het terrorisme betreft, heeft Slovenië in november 2001 het Internationaal Verdrag tot bestrijding van de financiering van het terrorisme ondertekend.

In september 2001 heeft Slovenië het Verdrag van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling inzake bestrijding van corruptie van buitenlandse ambtenaren bij internationale zakelijke transacties geratificeerd. Om de bestrijding van fraude doeltreffender te maken, zijn de politiediensten bovendien gereorganiseerd en beschikken zij nu over gespecialiseerde eenheden. Blijkens het verslag van 2002 valt er niets nieuws te melden in verband met de aanpassing aan de Overeenkomst aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen en de protocollen daarvan.

De nieuwe informatiecel in de schoot van het ministerie van Volksgezondheid is belast met de verzameling en uitwisseling van gegevens betreffende de strijd tegen drugs. Aangezien Slovenië een doorgangsland is op de drugsroute van de Balkan en er in het land zelf meer en meer drugs gebruikt worden, moeten er extra inspanningen worden geleverd. In haar verslag van 2002 stelt de Commissie vast dat er op het gebied van het drugsbeleid niets nieuws te melden valt sedert de publicatie van het laatste periodiek verslag.

In september 2001 is de nieuwe wet inzake het witwassen van geld goedgekeurd. In juni zijn wijzigingen van deze wet goedgekeurd, met het oog op de aanpassing van de wetgeving aan het acquis.

Wat de douanesamenwerking betreft, heeft Slovenië een akkoord over wederzijdse bijstand geratificeerd met de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië en met Noorwegen. Blijkens het verslag van 2002 wordt de modernisering van de informaticasystemen van de administratie voortgezet.

Op het gebied van de justitiële samenwerking heeft Slovenië het Europees Verdrag aangaande de wederzijdse rechtshulp in strafzaken en het Aanvullend Protocol daarbij geratificeerd. Voorts zijn er uitleveringsovereenkomsten gesloten met Oostenrijk, Kroatië, Frankrijk, de Voormalige Republiek Joegoslavië, Duitsland, Italië, Roemenië en Turkije. In het verslag van 2002 wordt vastgesteld dat er niets nieuws te melden valt over de justitiële samenwerking in burgerlijke en strafzaken.

Slovenië heeft alle rechtsinstrumenten in verband met de mensenrechten geratificeerd die deel uitmaken van het acquis op het gebied van justitie en binnenlandse zaken.

Deze samenvatting heeft een louter informatief karakter en is niet bedoeld als interpretatie of ter vervanging van het referentiedocument.

Laatste wijziging: 12.12.2002
Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven