RSS
Alfabetische index
Deze pagina is beschikbaar in 11 talen

We are migrating the content of this website during the first semester of 2014 into the new EUR-Lex web-portal. We apologise if some content is out of date before the migration. We will publish all updates and corrections in the new version of the portal.

Do you have any questions? Contact us.


Actieplan inzake drugsbestrijding (2000-2004)

Archief

Teneinde de samenwerking op nationaal en Europees niveau te intensifiëren werd een Europees actieplan voor de bestrijding van drugsverslaving en drugshandel opgesteld. In het kader van dit actieplan heeft de Commissie de grote lijnen van het beleid van de Unie inzake drugsbestrijding en drugsverslaving vastgelegd.

MAATREGEL

Mededeling van de Commissie van 26 mei 1999 aan de Raad, het Europees Parlement, het Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's betreffende een actieplan van de Europese Unie inzake drugsbestrijding (2000-2004) [COM(1999)239 def. - Niet verschenen in het Publicatieblad].

SAMENVATTING

Sinds het midden van de jaren '80 hebben de lidstaten hun samenwerking op het gebied van de bestrijding van drugshandel en drugsverslaving geïntensifieerd. Sinds 1990 zijn verschillende actieplannen en -programma's tijdens de Europese Raden goedgekeurd om een algemeen antwoord op dit verschijnsel te vinden. Naar aanleiding van de conclusies van de Europese Raden van Cardiff (juni 1998) en van Wenen (december 1998) zijn de Raad, de Commissie en het Parlement verzocht een nieuw algemeen strategisch plan inzake drugsbestrijding uit te werken ter vervanging van het bestaande plan voor de periode 1995-1999 (castellanodeutschenglishfrançais). De mededeling van de Commissie beantwoordt aan dit verzoek en licht de recente ontwikkelingen toe op het gebied van het drugsgebruik en de drugshandel in de Europese Unie en geeft de richtsnoeren aan voor de actie van de Unie inzake drugsbestrijding in de komende vijf jaar.

Dankzij de oprichting van het Europees Waarnemingscentrum voor drugs en drugsverslaving (EWDD) en de Europol-drugseenheid ( (DE) (EN) (ES) (FR) (DE) (EN) (ES) (FR) (DE) (EN) (ES) (FR) (DE) (EN) (ES) (FR)) (sinds 1 juli 1999 vervangen door de Europese politiedienst - Europol) hebben wij een beter beeld van het drugsverschijnsel en is de samenwerking tussen de lidstaten op het gebied van het verzamelen en het uitwisselen van informatie vergemakkelijkt.

Dankzij de door deze twee instanties in 1998 verstrekte informatie kan men de tendensen inzake het drugsgebruik en de drugshandel in grote lijnen als volgt omschrijven. Het gebruik van cannabis, die de meest gebruikte illegale drug in de EU is, is stabiel gebleven terwijl het gebruik van amfetamine en het misbruik van geneesmiddelen toenemen. Wat de drugshandel betreft, zijn de door de verschillende drugs gebruikte routes wel degelijk bekend, waarbij de landen van Midden- en Oost-Europa, alsmede de Balkanlanden vaak als doorvoerplaatsen dienen (heroïne, cocaïne, cannabis). De EU is trouwens een belangrijke producent van synthetische drugs.

In het door de Commissie voorgestelde actieplan wordt aangedrongen op een globale, multidisciplinaire en geïntegreerde aanpak van de drugsbestrijding, teneinde de doeltreffendheid daarvan te waarborgen. De drugsproblematiek heeft gezondheids- en maatschappelijke aspecten waarmede rekening moet worden gehouden als verband tussen drugsgebruik, misdadigheid en criminaliteit. Een evenwichtige aanpak bij de terugdringing van vraag en aanbod is dus noodzakelijk. Bovendien vereist de terugdringing van de productie van drugs een partnerschap tussen producerende en consumerende landen, teneinde de sociale en economische ontwikkeling van eerstgenoemde te steunen.

De Commissie wenst dat de evaluatie door onafhankelijke deskundigen van de door de EU op het gebied van de drugsbestrijding goedgekeurde acties, beleidsmaatregelen en strategieën systematischer is. Zij zal een tussentijdse evaluatie van het toekomstige actieplan verrichten. Dankzij de door het EWDD en Europol verstrekte gegevens over het drugsgebruik en de drugshandel kan de ontwikkeling van de situatie trouwens worden gevolgd en de actie van de Unie eventueel worden aangepast.

In het actieplan voor de periode 2000-2004 wordt een aantal prioriteiten vastgesteld:

  • bestrijding van het gebruik en de productie van cannabis, amfetamines en ecstasy;
  • het opzetten van geïntegreerde projecten ter bestrijding van de criminaliteit in de steden, met name onder jongeren;
  • de acties op het gebied van de gezondheidszorg (hepatitis), sociale uitsluiting en strafrechtspraak;
  • de voorbereiding van de uitbreiding dankzij een deelname van de kandidaat-landen aan de programma's van het EWDD en de EU op het gebied van de drugsverslaving en dankzij acties binnen het programma Phare.

Het Verdrag van Amsterdam levert een nieuw rechtskader om deze ambitieuze doelstellingen te verwezenlijken. Het nieuwe artikel 152 van het EG-Verdrag verplicht rekening te houden met de gezondheid in alle beleidsmaatregelen en acties van de Gemeenschap. Bovendien staan drugs prioritair in de communautaire actie op het vlak van de volksgezondheid. Deze zijn eveneens prioritair voor de samenwerking op justitieel gebied en binnenlandse zaken (titel VI van het Verdrag betreffende de Europese Unie) waar drie methodes worden overwogen:

  • een nauwe samenwerking tussen politiediensten, douaneautoriteiten en andere bevoegde autoriteiten van de lidstaten, zowel rechtstreeks als via Europol;
  • samenwerking tussen justitiële autoriteiten;
  • waar nodig, onderlinge aanpassing van de bepalingen betreffende strafrechtzaken in de lidstaten.

Op het vlak van de internationale samenwerking blijft de drugsbestrijding een belangrijk onderwerp, maar geen enkel nieuw instrument wordt overwogen. De lopende multilaterale en bilaterale acties zullen worden voortgezet.

Vijf algemene doelstellingen zijn voor dit actieplan vastgesteld:

  • drugsbestrijding moet een hoge mate van prioriteit behouden in het interne en externe optreden van de EU;
  • een geïntegreerde en evenwichtige drugsbestrijdingsaanpak, waarbij de terugdringing van de vraag en die van het aanbod worden gezien als elkaar versterkende factoren, moet worden voortgezet;
  • gegevens moeten met behulp van het EWDD en Europol worden verzameld en verspreid;
  • de internationale samenwerking, met name via de Verenigde Naties, moet worden bevorderd;
  • passende middelen moeten worden gebruikt.

Vijf specifieke doelstellingen zijn eveneens vastgesteld:

  • Informatie:
    Voor de vaststelling van een algemene strategie is betrouwbare informatie noodzakelijk om regelmatig de omvang en de aard van het drugsgebruik te beoordelen (het netwerk REITOX van het EWDD, samenwerking tussen het EWDD en Eurostat), alsmede aan de hand van onderzoek en evaluatie van voorgaande programma's verkregen kennis.
  • Actie gericht op terugdringing van de vraag:
    In vijf jaar tijd moet het gebruik van illegale drugs door jongeren tot 18 jaar worden teruggedrongen en moet het aantal drugsgerelateerde sterfgevallen worden verlaagd. Om deze doelstellingen te verwezenlijken, zijn acties noodzakelijk op het gebied van de volksgezondheid en de educatie en bewustmaking (voorlichtingscampagnes op school). Onderzoek moet eveneens worden gestimuleerd via het vijfde kaderprogramma om de factoren die een rol spelen bij drugsgebruik beter te begrijpen en meer inzicht te krijgen in de gezondheids- en sociale gevolgen daarvan, alsmede om doeltreffender behandelingsstrategieën uit te werken. Andere gebieden moeten prioritair worden bestudeerd: de gevolgen van drugsgebruik op de rijvaardigheid, alsmede dopinggebruik in de sport.
  • Actie gericht op terugdringing van de illegale handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen:
    Wat het oneigenlijk gebruik van uitgangsstoffen en psychotrope stoffen betreft, moet de controle naar gerichte producten worden gedaan, wil deze doeltreffend zijn. In het verdrag van de Verenigde Naties van 1988 zijn tweeëntwintig chemische stoffen op de lijst gezet. De stoffen die nog niet op deze lijst zijn opgenomen, moeten onder een "bijzonder toezicht" in samenwerking met de industrie vallen.
    Op het gebied van het witwassen van geld wenst de Commissie de werkingssfeer van de richtlijn van 1991 uit te breiden. Bovendien zijn verschillende internationale acties gevoerd in het kader van de programma's Phare en TACIS.
    Het gebruik van nieuwe technologieën, met name van internet, moet veiliger zijn (een actieplan is in januari 1999 goedgekeurd). Slechts de nationale autoriteiten zijn bevoegd voor de vervolging en bestraffing, maar kunnen daarbij zo nodig door Europol worden ondersteund.
    Speciale aandacht zal worden besteed aan de synthetische drugs via de wetgeving, de praktische samenwerking binnen de Unie en op internationaal niveau.
    Tenslotte zijn talrijke maatregelen op korte en middellange termijn in het actieplan voorzien om een ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid tot stand te brengen.
  • Actie op internationaal niveau:
    Zij wordt gevoerd op basis van nationale en/of regionale plannen en is gebaseerd op verschillende beginselen, zoals de gedeelde verantwoordelijkheid, het integreren van de drugsbestrijding in de belangrijkste vormen van het ontwikkelingsbeleid en naleving van de mensenrechten. De belangrijkste doelregio's zijn de kandidaat-landen, Latijns Amerika, het Caribisch gebied en Centraal-Azië (tot en met Trans-Kaukasië), de landen in het Middellandse-Zeegebied (met name Marokko), Afrika en Azië (waaronder China). De sterkere samenwerking met de geïndustrialiseerde landen en in de internationale fora (de G8 bijvoorbeeld) heeft tot doel de dialoog te stimuleren en geïntegreerde en/of regionale beleidsmaatregelen en programma's vast te stellen. De samenwerking met internationale organisaties, zoals het Internationale drugsbestrijdingsprogramma van de Verenigde Naties (UNDCP), moet worden versterkt.
  • Coördinatie:
    De drugsproblematiek betreft verschillende gebieden met verschillende juridische grondslagen. De Commissie is van mening dat coördinatie van primordiaal belang is, waarbij alle EU-instellingen en -lichamen moeten worden betrokken, met name betreffende de drugsproblematiek.

De bijlage bevat een evaluatie van het actieplan 1995-1999, een tabel van de actuele trends op het gebied van de vraagbeperking, de ontwikkeling op het vlak van de regelgeving en praktijken, alsmede een lijst van de ter beschikking gestelde fondsen, op basis waarvan acties voor de drugsbestrijding kunnen worden gevoerd.

GERELATEERDE BESLUITEN

EVALUATIE

Mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement van 22 oktober 2004 betreffende de resultaten van de eindevaluatie van de EU-drugsstrategie en het EU-actieplan inzake drugs (2000-2004) [Niet in het Publicatieblad verschenen].
In het EU-actieplan inzake drugs 2000-2004 is bepaald dat de Commissie tijdens en na afloop van het actieplan overgaat tot de evaluatie van de tenuitvoerlegging ervan. In deze mededeling worden de resultaten van de eindevaluatie voorgesteld. Voorts wordt op grond van de uit de toepassing van het huidige beleid geleerde lessen de basis gelegd voor het toekomstige EU-drugsbeleid.

In de mededeling wordt uitvoerig ingegaan op de belangrijkste verwezenlijkingen in het kader van het actieplan en wordt een overzicht gegeven van de gebieden waarop meer vooruitgang moet worden geboekt.

CONCLUSIES

Voorts wordt in de mededeling met name geconcludeerd dat:

  • ongeveer 95% van de in het actieplan vastgelegde activiteiten werden of worden ten uitvoer gelegd;
  • bijna alle lidstaten een drugsstrategie of een actieplan inzake drugs hebben goedgekeurd;
  • de evaluatiehulpmiddelen geen sterke aanwijzingen leveren die de bewering staven dat het oogmerk het drugsgebruik sterk terug te dringen is verwezenlijkt of dat minder jonge mensen drugs gebruiken. Er wordt evenwel een algemene afvlakking van de opwaartse trend inzake de prevalentie van drugsgebruik vastgesteld;
  • de beschikbare informatie evenmin wijst op een sterke afname van de beschikbaarheid van drugs. Niettemin konden de wetshandhavingsmaatregelen tegen de drugshandel en de toelevering van drugs dankzij een aantal EU-initiatieven worden versterkt;
  • een aantal belangrijke initiatieven werd genomen om het witwassen van geld terug te dringen. De lidstaten nemen met name deel aan een aantal initiatieven ter bestrijding van het verspreiden van precursoren, zoals de European Joint Unit on Precursors (EJUP).

VOORSTELLEN

In verband met de toekomstige drugsstrategie worden in de mededeling de volgende voorstellen geformuleerd:

  • de toekomstige EU-drugsstrategie moet duidelijke en nauwkeurige doelstellingen en prioriteiten bevatten, die kunnen worden vertaald naar operationele indicatoren en acties in het toekomstige actieplan, met duidelijk bepaalde verantwoordelijkheden en termijnen voor de tenuitvoerlegging ervan;
  • er is verdere vooruitgang nodig met betrekking tot de beschikbaarheid, de kwaliteit en de vergelijkbaarheid van informatie over het toezicht op de situatie op drugsgebied;
  • in het meerjarenplan ter consolidatie van de ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid moet rekening worden gehouden met de doelstellingen van de nieuwe drugsstrategie en de actieplannen;
  • de werkzaamheden van de horizontale groep "drugs" van de Raad moeten in de eerste plaats gericht zijn op de verdere tenuitvoerlegging van de acties die in het toekomstige actieplan inzake drugs zijn vastgelegd. De werkgroep moet tevens een leidende rol vervullen bij de coördinatie van het werk van de andere groepen van de Raad die zich met drugs bezighouden;
  • de resultaten van deze activiteiten moeten op ruimere schaal bekend worden gemaakt om elders soortgelijke activiteiten te bevorderen;
  • de eindevaluatie moet in aanmerking worden genomen bij het opstellen van de nieuwe EU-drugsstrategie 2005-2012. De Commissie zal begin 2005 een voorstel voor een actieplan inzake drugs 2005-2008 indienen. Bovendien zal de Commissie een overzicht opstellen van de jaarlijks geboekte vooruitgang bij de tenuitvoerlegging van dit actieplan en zal zij in 2008 een effectbeoordeling organiseren, met het oog op de indiening van een voorstel voor een tweede actieplan voor de periode 2009-20012. In 2012 zal de Commissie een algemene evaluatie organiseren van de EU-drugsstrategie en van de EU-actieplannen inzake drugs.

Mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement van 4 november 2002 betreffende de tussentijdse evaluatie van het EU-actieplan inzake drugs (2000-2004) [COM(2002) 599 def. - Niet in het Publicatieblad verschenen].

De evaluatie heeft betrekking op de vijf belangrijkste onderdelen van het actieplan: coördinatie, informatie en evaluatie, terugdringing van de vraag, drugspreventie en preventie van drugsgerelateerde criminaliteit, terugdringing van het aanbod en internationale samenwerking. Bij de evaluatie werd gebruik gemaakt van vier belangrijke informatiebronnen:

  • de antwoorden van de lidstaten op een vragenlijst over de vooruitgang op nationaal niveau;
  • de bijgewerkte uitvoeringstabel over de activiteiten van de Commissie, het EWDD en Europol;
  • de evaluatie van de wetshandhaving in de lidstaten en de rol daarvan bij de bestrijding van de drugshandel;
  • de initiatieven die op het niveau van de EU door de Commissie of de lidstaten zijn genomen en die zijn goedgekeurd of nog worden onderzocht.

RESULTATEN VAN DE TUSSENTIJDSE EVALUATIE

Na een gedetailleerde evaluatie van elk van de vijf belangrijkste onderdelen van het plan concludeert de Commissie dat ondanks aanzienlijke vooruitgang er nog heel wat moet worden gedaan, met name op de volgende gebieden:

  • het probleem van de synthetische drugs;
  • de voortzetting van de evaluatie van het drugsbeleid en van de drugsactiviteiten op nationaal en communautair niveau waarbij gebruik moet worden gemaakt van betrouwbare gegevens (belang van het onderzoek);
  • de nauwe samenwerking met kandidaat-lidstaten;
  • een doeltreffender coördinatie van de in derde landen getroffen maatregelen (met bijzondere aandacht voor de belangrijkste productie- en doorvoerlanden).

Teneinde het EU-actieplan inzake drugs verder uit te voeren stelt de Commissie het volgende voor:

  • onder de in het actieplan vermelde activiteiten zouden specifieke prioriteiten moeten worden aangegeven teneinde de aandacht toe te spitsen op de kernactiviteiten (bijvoorbeeld door voor het verwezenlijken van deze prioriteiten termijnen vast te stellen);
  • in 2003 zou door het voorzitterschap en de Commissie een stuurgroep moeten worden ingesteld die vertegenwoordigers van de Commissie, het voorzitterschap van de Raad, Europol en het EWDD omvat. Ook het Parlement zou een vertegenwoordiger moeten aanstellen. De stuurgroep zou kunnen toezien op en richtsnoeren geven bij de voorbereiding van de eindevaluatie;
  • de initiatieven die op drugsgebied in overweging worden genomen zouden in de eerste plaats moeten gericht zijn op de in het actieplan vermelde acties;
  • het EWDD zou de gegevens betreffende 2003 op drugsgebied moeten vergelijken met die welke betrekking hebben op 1999;
  • in 2004 zou een conferentie kunnen worden georganiseerd om de civiele maatschappij bij de toekomstige ontwikkeling van het EU-drugsbeleid te betrekken;

De Commissie zal tegen het einde van 2004 een mededeling over de eindevaluatie van het actieplan opstellen.

COORDINATIE VAN HET DRUGSBELEID

Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad van 12 november 2003 over de coördinatie van het drugsbeleid in de Europese Unie [COM(2003) 681 def. - Publicatieblad C 96 van 21.4.2004].
Met het oog op een verbetering van de coördinatie van de drugsbestrijding op het niveau van de Unie, schetst de Commissie de problemen en belangen van de coördinatie, geeft zij een overzicht van de voornaamste bestaande coördinatiemodellen en onderstreept zij de wezenlijke elementen voor een doeltreffende coördinatie. De Commissie dringt erop aan alle aspecten van het drugsbeleid bij de coördinatie te betrekken (sociale en gezondheidsaspecten, repressieve maatregelen en het jongerenbeleid), een nauwe samenwerking tussen de verschillende wetshandhavingsinstanties, alsmede coördinatie tussen deze instanties en de sociale en gezondheidsdiensten tot stand te brengen en een stelselmatige evaluatie te ontwikkelen van strategieën en activiteiten op het gebied van het drugsbeleid.

TENUITVOERLEGGING

Mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement van 8 juni 2001 betreffende de tenuitvoerlegging van het EU-actieplan inzake drugs (2000-2004) [COM(2001) 301 def.- Niet in het Publicatieblad verschenen].
Deze mededeling is er vooral op gericht maatregelen voor te stellen om de evaluatie van het actieplan inzake drugs te vergemakkelijken, de methode uit te werken die de Commissie bij de evaluatie zal toepassen en een aantal reeds in het kader van het plan ondernomen acties te presenteren. De mededeling werd opgesteld aan de hand van bijdragen van het EWDD en Europol.

Wat de beoordeling van de voortgang van de in het actieplan vermelde activiteiten betreft, stelt de Commissie voor een nieuw instrument, een uitvoeringstabel, te gebruiken om een goede evaluatie te waarborgen.

De evaluatie van de effecten op het drugsverschijnsel hangt gedeeltelijk af van de door het EWDD en Europol verstrekte informatie. Deze organen hebben reeds twee werkgroepen opgericht die zich buigen over de "criteria voor de effectbeoordeling". De Commissie wijst erop dat, bij gebrek aan betrouwbare en vergelijkbare gegevens over de epidemiologische en strafrechtelijke aspecten, de tussentijdse evaluatie (2002) van het actieplan zal worden beperkt tot de evaluatie van de mate waarin de acties van het actieplan zijn uitgevoerd.

Wat de uitbreiding betreft, blijft de intensivering van de drugsbestrijding in de kandidaat-lidstaten een prioriteit. De Gemeenschap heeft in de afgelopen jaren talrijke initiatieven opgezet, met inbegrip van onderhandelingen voor de deelname van de kandidaat-lidstaten aan het REITOX-netwerk van het EWDD. De Commissie stelt tevens voor een databank op te richten waarin alle informatie is opgenomen betreffende de projecten die door de lidstaten of de Commissie in deze landen werden uitgevoerd, zodat overlappingen kunnen worden vermeden.

Op het niveau van de externe maatregelen zet de EU haar belangrijkste activiteiten voort. Er zal vooral aandacht worden besteed aan de belangrijkste aanvoerroutes van drugs naar de Europese Unie (met name de cocaïne- en de heroïneroute).

De coördinatie van alle bij de drugsbestrijding betrokken partijen is absoluut noodzakelijk. Overeenkomstig het bepaalde in het actieplan heeft de Commissie een studie verricht over de coördinatiemechanismen op dit gebied. De studie zal binnenkort worden gepresenteerd. De coördinatie tussen de lidstaten en de Commissie moet worden versterkt. Hiertoe zal de Commissie op het niveau van de horizontale groep "drugs" (HGD) van de Raad de nodige voorstellen indienen om de goedkeuring van praktische modaliteiten mogelijk te maken.

Laatste wijziging: 14.04.2005
Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven