RSS
Alfabetische index
Deze pagina is beschikbaar in 15 talen
Nieuwe beschikbare talen:  CS - HU - PL - RO

We are migrating the content of this website during the first semester of 2014 into the new EUR-Lex web-portal. We apologise if some content is out of date before the migration. We will publish all updates and corrections in the new version of the portal.

Do you have any questions? Contact us.


Uitwisseling van informatie, risicobeoordeling en controle van nieuwe psychoactieve stoffen

Dit besluit betreft de opzet van een systeem voor snelle uitwisseling van informatie over nieuwe psychoactieve stoffen, een risicobeoordeling door een wetenschappelijk comité en een procedure op het niveau van de Europese Unie om de gemelde stoffen onder controle te stellen. Het vervangt het gemeenschappelijk optreden inzake nieuwe synthetische drugs van 1997.

BESLUIT

Besluit 2005/387/JBZ van de Raad van 10 mei 2005 inzake de uitwisseling van informatie, de risicobeoordeling en de controle ten aanzien van nieuwe psychoactieve stoffen.

SAMENVATTING

Bij dit besluit wordt een systeem ingesteld voor de snelle uitwisseling van informatie over nieuwe psychoactieve stoffen. Het vervangt Gemeenschappelijk optreden 97/396/JBZ dat uitsluitend betrekking had op nieuwe synthetische drugs. De evaluatie van de Commissie van het gemeenschappelijk optreden van 1997, in het kader van het Actieplan van de Europese Unie inzake drugsbestrijding (2000-2004), heeft in aangetoond dat er behoefte is aan verbetering en heroriëntering van het gemeenschappelijk optreden.

In het systeem wordt informatie opgenomen betreffende vermoedelijke bijwerkingen die moeten worden gemeld in het kader van het geneesmiddelensysteem dat krachtens titel IX van Richtlijn 2001/83/EG is ingesteld. Het besluit voorziet ook in de beoordeling van de risico's die aan deze nieuwe psychoactieve stoffen zijn verbonden, zodat controlemaatregelen kunnen worden toegepast.

Het besluit is van toepassing op stoffen die momenteel niet voorkomen op de lijsten van het Enkelvoudig Verdrag van de Verenigde Naties van 1961 inzake verdovende middelen, en die een vergelijkbaar gevaar kunnen vormen voor de volksgezondheid als de stoffen die voorkomen op lijst I, II of IV bij dat verdrag of op de lijsten bij het Verdrag van de Verenigde Naties van 1971 inzake psychotrope stoffen, en die een vergelijkbaar gevaar kunnen vormen voor de volksgezondheid als de stoffen die voorkomen op lijst I, II, III of IV bij dat verdrag.

Elk land van de Europese Unie (EU) ziet erop toe dat zijn nationale Europol-eenheid en zijn vertegenwoordiger in het Reitox-netwerk (Europees Netwerk voor informatie over drugs en drugsverslaving) informatie verstrekken over de vervaardiging van, de handel in en het gebruik van nieuwe psychoactieve stoffen en van preparaten die nieuwe psychoactieve stoffen bevatten.

Europol en het Europees Waarnemingscentrum voor drugs en drugsverslaving (EWDD) verzamelen uit de EU-landen ontvangen informatie via een rapportageformulier en delen deze onmiddellijk mee aan elkaar, aan de nationale Europol-eenheden en de Reitox-vertegenwoordigers van de EU-landen, aan de Commissie en aan het Europees Geneesmiddelenbureau (EMEA).

Indien de door de EU-landen verstrekte inlichtingen hier aanleiding toe geven, kunnen Europol en het EWDD een gezamenlijk verslag indienen dat onder andere informatie bevat over de betrokkenheid van de georganiseerde criminaliteit bij de vervaardiging van of de handel in de nieuwe psychoactieve stof, een eerste aanwijzing betreffende de aan de stof verbonden risico's, zoals de gezondheids- en sociale risico's en de kenmerken van de gebruikers, de datum waarop de nieuwe psychoactieve stof bij het EWDD of Europol is gemeld, etc.

Het EMEA laat Europol en het EWDD weten of in de EU of in een EU-land:

  • een vergunning voor het in de handel brengen van de nieuwe psychoactieve stof is verleend;
  • een vergunning voor het in de handel brengen van deze stof is aangevraagd;
  • een verleende vergunning voor het in de handel brengen van de nieuwe psychoactieve stof is geschorst.

Rekening houdend met het advies van Europol en het EWDD, kan de Raad vragen om een beoordeling van de gezondheids- en sociale risico's die voortvloeien uit het gebruik of de vervaardiging van of de handel in een nieuwe psychoactieve stof, de betrokkenheid van de georganiseerde criminaliteit en de mogelijke gevolgen van controlemaatregelen.

Het risicobeoordelingsrapport bevat een chemische en uiterlijke beschrijving van de nieuwe psychoactieve stof, de aan de nieuwe psychoactieve stof verbonden gezondheids- en sociale risico's, de chemische precursoren die voor de vervaardiging van de stof zijn gebruikt, etc.

Er wordt geen risicobeoordeling verricht indien Europol en het EWDD geen gezamenlijk verslag hebben opgesteld of indien de beoordeling van de betrokken nieuwe psychoactieve stof door het bestel van de Verenigde Naties reeds ver gevorderd is, d.w.z. indien het deskundigencomité van de WGO inzake drugsafhankelijkheid haar kritische evaluatie, vergezeld van een schriftelijke aanbeveling, heeft bekendgemaakt. Er wordt ook geen risicobeoordeling verricht indien de nieuwe psychoactieve stof wordt gebruikt voor de vervaardiging van een geneesmiddel waarvoor een vergunning is verleend of aangevraagd, of waarvan de vergunning voor het in de handel brengen is geschorst.

Binnen zes weken na de datum van ontvangst van het risicobeoordelingsverslag dient de Commissie bij de Raad een initiatief in om de nieuwe psychoactieve stof aan controlemaatregelen te laten onderwerpen. Mocht de Commissie dit niet nodig achten, dan kan het initiatief door één of meer EU-landen bij de Raad worden ingediend.

Indien de Raad besluit om een nieuwe psychoactieve stof aan controlemaatregelen te onderwerpen, streven de EU-landen ernaar de voorzieningen te treffen waarmee de nieuwe psychotrope stof wordt onderworpen aan de controlemaatregelen en strafrechtelijke sancties waarin wordt voorzien door de wetgeving die zij hebben aangenomen om te voldoen aan hun verplichtingen op grond van het Verdrag van de Verenigde Naties van 1971 inzake psychotrope stoffen en het Enkelvoudig Verdrag van de Verenigde Naties van 1961 inzake verdovende middelen.

Het EWDD en Europol brengen jaarlijks verslag uit aan het Europees Parlement, de Raad en de Commissie over de doeltreffendheid en de resultaten van het bij dit besluit ingestelde systeem.

De EU-landen en het EMEA waarborgen de passende uitwisseling van informatie tussen het bij dit besluit ingestelde systeem en de systemen voor geneesmiddelenbewaking van titel VII van Richtlijn 2001/82/EG en titel IX van Richtlijn 2001/83/EG.

REFERENTIES

BesluitDatum van inwerkingtredingUiterste datum voor omzetting in de lidstatenPublicatieblad

Besluit 2005/387/JBZ

10.5.2005

-

L 127, 20.5.2005

Laatste wijziging: 30.05.2011
Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven