RSS
Alfabetische index
Deze pagina is beschikbaar in 15 talen
Nieuwe beschikbare talen:  CS - HU - PL - RO

We are migrating the content of this website during the first semester of 2014 into the new EUR-Lex web-portal. We apologise if some content is out of date before the migration. We will publish all updates and corrections in the new version of the portal.

Do you have any questions? Contact us.


Reglement van het Europees Parlement

Het Europees Parlement (EP) is de medewetgever van de Europese Unie (EU) en wordt rechtstreeks door de burgers verkozen. Het heeft wetgevende en budgettaire bevoegdheden die het met de Raad deelt, alsook een rol op het vlak van democratische controle. Het reglement regelt de werking en de organisatie van het EP.

SAMENVATTING

Het reglement van het Europees Parlement (EP) regelt de interne organisatie en de werking van de instelling. Artikel 232 van Verdrag betreffende de werking van de EU kent het EP de bevoegdheid toe om zijn eigen reglement vast te stellen.

SAMENSTELLING VAN HET EP

De leden

De leden van het EP moeten hun mandaat vrij uitoefenen, met inachtneming van de onverenigbaarheden uit de Akte van 20 september 1976 (gewijzigd bij Besluit 2002/772/EG). Zij genieten de voorrechten en immuniteiten die zijn voorzien in protocol nr. 7 betreffende de voorrechten en immuniteiten van de EU.

De voorzitter, de 14 ondervoorzitters en de 5 quaestoren van het EP worden bij geheime stemming uit de leden verkozen. Hun kandidatuur moet de steun hebben van een fractie of van ten minste 40 leden. Hun ambtstermijn bedraagt twee en een half jaar.

De voorzitter van het EP:

  • leidt alle werkzaamheden en vertegenwoordigt het EP;
  • opent, schorst en sluit de vergaderingen;
  • leidt de parlementaire debatten;
  • beslist over de ontvankelijkheid van amendementen in plenaire vergadering, over vragen aan de Raad en de Commissie en over de conformiteit van de verslagen van het EP met de bepalingen van het reglement;
  • doet de commissies de mededelingen die hen aangaan.

De ondervoorzitters kunnen de voorzitter vervangen in de gevallen die door het reglement voorzien zijn, bijvoorbeeld wanneer de voorzitter aan de beraadslagingen wenst deel te nemen. De quaestoren hebben ook administratieve en financiële taken.

De bestuursorganen

Het EP telt meerdere bestuursorganen. De belangrijkste zijn:

  • het Bureau: dit orgaan is samengesteld uit de voorzitter, de 14 ondervoorzitters en de quaestoren (met raadgevende stem) en neemt besluiten van financiële, organisatorische en administratieve aard;
  • de Conferentie van voorzitters: deze bestaat uit de voorzitter, de fractievoorzitters en een niet-ingeschreven lid dat zonder stemrecht in de Conferentie zetelt. De Conferentie beslist over de organisatie van de werkzaamheden en over het wetgevingsprogramma, stelt de agenda voor de vergaderperioden op, stelt de samenstelling en de bevoegdheden van de commissies vast en verleent toestemming voor het opstellen van initiatiefverslagen. Zij verzorgt tevens de betrekkingen met de andere organen en instellingen van de EU en met bepaalde niet tot de EU behorende derde landen en niet-Europese instellingen en organen.

Daarnaast bestaan er ook nog twee andere conferenties die de Conferentie van voorzitters aanbevelingen kunnen doen; in de ene zetelen de commissievoorzitters, in de andere de delegatievoorzitters.

De fracties en de politieke partijen

De fracties van het EP zijn naar politieke gezindheid samengesteld en tellen minstens 25 leden die in ten minste een kwart van de lidstaten zijn verkozen. De fracties en de leden die niet zijn ingeschreven bij een fractie beschikken over een secretariaat, administratieve faciliteiten en kredieten die in de begroting van het EP zijn opgenomen.

Het statuut van de Europese politieke partijen is in 2004 vastgesteld en het reglement van het EP vermeldt slechts de bevoegdheden die de bestuursorganen van het EP ten opzichte van hen hebben. De voorzitter van het EP vertegenwoordigt het Parlement in zijn betrekkingen met deze partijen en het Bureau beslist over de aanvragen tot financiering.

ORGANISATIE VAN HET EP

De parlementaire commissies

De organisatie en de werking van het EP worden door de parlementaire commissies verzekerd. Het EP kent drie soorten commissies:

  • vaste commissies. Deze commissies staan centraal bij het wetgevende werk van het Parlement (bijlage VII bij het reglement). De 20 vaste commissies behandelen de vraagstukken die het EP naargelang hun bevoegdheidsterrein aan hen heeft doorverwezen. Indien een onderwerp onder de bevoegdheid van meer dan een commissie valt, kunnen tot drie commissies gelijktijdig hetzelfde vraagstuk in behandeling nemen;
  • bijzondere commissies. Hun bevoegdheden, samenstelling en ambtstermijn worden bij hun instelling vastgesteld. De ambtstermijn kan niet meer dan 12 maanden bedragen;
  • enquêtecommissies. Dit zijn ad-hoccommissies die worden ingesteld op verzoek van een kwart van de leden van het EP en die tot doel hebben inbreuken op het Europees recht of gevallen van wanbeheer bij de toepassing ervan te onderzoeken.

De vaste en bijzondere commissies worden ingesteld op voorstel van de Conferentie van voorzitters. De vaste leden en hun plaatsvervangers worden verkozen nadat de fracties en de niet-ingeschrevenen hun voordrachten hebben ingediend. Hun samenstelling is zoveel mogelijk een weerspiegeling van de samenstelling van het EP.

De interparlementaire delegaties

Er bestaan ook vaste interparlementaire delegaties, die worden ingesteld op voorstel van de Conferentie van voorzitters die ook besluit over de aard ervan en het aantal leden. Het Europees Parlement kan bovendien met de parlementen van de staten die met de Unie geassocieerd zijn of waarmee toetredingsonderhandelingen lopen, gemengde parlementaire commissies instellen.

Zittingen van het parlement

De zittingsperiode omvat vijf zittingen van elk een jaar, die weer onderverdeeld zijn in twaalf vergaderperioden, welke overeenstemmen met de maandelijkse plenaire vergaderingen van het Parlement. De maandelijkse vergaderperiode bestaat uit afzonderlijke vergaderingen.

De zetel van het EP bevindt zich te Straatsburg, waar de twaalf maandelijkse vergaderperioden plaatsvinden. De bijkomende vergaderperioden en de vergaderingen van de parlementaire commissies vinden plaats te Brussel.

De leden hebben het recht het woord te voeren in de officiële taal van hun keuze. Er bestaan strikte regels voor het nemen van het woord en voor de spreektijd.

De Conferentie van voorzitters stelt een ontwerpagenda op. De definitieve agenda wordt aan het begin van elke plenaire vergadering goedgekeurd. De op de agenda ingeschreven punten kunnen ook het voorwerp uitmaken van een debat, van amendementsvoorstellen of van een enkele stemming zonder debat.

WETGEVINGS-, BEGROTINGS- EN OVERIGE PROCEDURES

Het Parlement stelt samen met de Commissie en de Raad de planning van de wetgevende werkzaamheden van de Europese Unie vast (zie bijlage XIV). Zodra de Commissie een voorstel heeft ingediend, begint de wetgevingsprocedure bij het EP met een diepgaand onderzoek naar de eerbiediging van de grondrechten en de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid, en wordt nagegaan of er voldoende financiële middelen zijn voorzien.

Voor de wetgevingsverslagen stuurt de voorzitter van het EP de voorstellen van de Commissie, de raadplegingen en de verzoeken om advies en gemeenschappelijke standpunten van de Raad, aan de parlementaire commissie die voor het betreffende terrein bevoegd is. Die commissie onderzoekt eerst de rechtsgrondslag. Dan benoemt zij een rapporteur die een verslag opstelt met de eventuele ontwerpamendementen, een ontwerpwetgevingsresolutie en eventueel een toelichting. De voorzitter van de commissie kan ook voorstellen om het voorstel na een eerste beraadslaging zonder amendementen goed te keuren, tenzij ten minste een tiende van de commissieleden daartegen bezwaar maakt.

Ook voor verslagen van niet-wetgevende aard, zoals initiatiefverslagen of adviezen wordt een rapporteur benoemd. Hij moet een verslag met een ontwerpresolutie, een toelichting met inbegrip van een financieel memorandum en de tekst van eventuele ontwerpresoluties aan de plenaire vergadering voorleggen.

De initiatiefverslagen, die aan de Commissie moeten worden gestuurd opdat die een voorstel tot regelgeving kan indienen, moeten de voorafgaande goedkeuring krijgen van de Conferentie van voorzitters. De conferentie heeft twee maanden om een besluit te nemen en moet een eventuele weigering motiveren.

Wetgevingsprocedures

Elk wetgevingsvoorstel van de Commissie wordt overgemaakt aan de bevoegde parlementaire commissie, die een verslag opstelt. Op basis van dat verslag kan het Parlement de tekst goedkeuren, amendementen voorstellen of het voorstel verwerpen.

In de gewone wetgevingsprocedure is het Parlement medewetgever met de Raad van de EU. Dat betekent dat beide instellingen de wetgevingshandelingen goedkeuren, hetzij in eerste lezing, hetzij in tweede lezing. Indien de twee instellingen na de tweede lezing nog steeds geen overeenstemming hebben bereikt, wordt een bemiddelingscomité bijeengeroepen.

Er bestaan ook bijzondere wetgevingsprocedures, waarbij de Raad van de EU de enige wetgever is en het Parlement slechts bij de procedure betrokken wordt. De rol van het Parlement blijft in die procedures beperkt tot raadpleging of goedkeuring van het wetgevingsvoorstel.

Quorum en stemmingen

Het quorum om tot stemming te kunnen overgaan is bereikt wanneer een derde van de leden in de zaal aanwezig is. De stemming gebeurt in de regel bij handopsteken, maar hoofdelijke, elektronische of geheime stemming zijn in bepaalde omstandigheden eveneens mogelijk.

Andere procedures

Voor bijzonder gevoelige aangelegenheden zoals de begroting en de externe betrekkingen geldt een andere procedure.

Het EP speelt een hoofdrol bij de begroting: het is betrokken bij de goedkeuring van de begroting van de EU, het controleert de uitvoering ervan en verleent kwijting aan de Commissie voor de uitvoering.

Het EP speelt ook een belangrijke rol bij het sluiten van internationale overeenkomsten. Het kan namelijk aanbevelingen formuleren, adviezen afgeven en zijn goedkeuring verlenen voor de ondertekening van alle internationale overeenkomsten.

BETREKKINGEN MET DE ANDERE INSTELLINGEN EN MET DE BURGER

Betrekkingen met de andere Europese instellingen en organen

Het EP kiest de voorzitter van de Commissie en het college van commissarissen. De commissarissen worden na hun voordracht verzocht hun beleidsvisie toe te lichten en verklaringen af te leggen in de plenaire vergadering en voor de bevoegde commissies. Het EP kan tevens een motie van afkeuring indienen en aannemen, wat tot het ontslag van de Commissie leidt. Een kaderakkoord over de betrekkingen met deze instelling is opgenomen in bijlage XIII.

Het Parlement brengt ook advies uit over de benoeming van de leden van de Rekenkamer en de directie van de Europese Centrale Bank (ECB).

Het EP kan voorts het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) en het Comité van de Regio’s raadplegen over zaken van algemene aard of over specifieke onderwerpen. Het Parlement heeft eveneens het recht verzoeken aan Europese agentschappen te richten en beroepen in te stellen bij het Hof van Justitie van de Europese Unie.

Ter verbetering of verduidelijking van procedures kan het EP met de andere instellingen interinstitutionele akkoorden sluiten. Het EP kan nog op andere wijzen met de andere instellingen interageren: het kan de Raad of de Commissie vragen stellen, waar zij mondeling tijdens het debat of schriftelijk op antwoorden, als het EP dit eist. Het EP kan eveneens schriftelijke vragen stellen aan de ECB.

Betrekkingen met de nationale parlementen

Het EP houdt de nationale parlementen regelmatig op de hoogte omtrent zijn activiteiten. Een delegatie van het EP vergadert met nationale delegaties in het kader van de Conferentie van de organen van de parlementen die gespecialiseerd zijn in de aangelegenheden van de Unie.

Betrekkingen met de burger

Iedere burger of ingezetene van de Unie heeft binnen bepaalde grenzen een recht van toegang tot de documenten van het Parlement. De transparantie en de openbaarheid van de werkzaamheden van het EP worden verzekerd door de openbare aard van de beraadslagingen, zowel in de commissies als in plenaire vergadering, en de bekendmaking van de verslagen ervan in het Publicatieblad.

Iedere burger of ingezetene van de Europese Unie heeft bovendien het recht om een verzoekschrift tot het EP te richten betreffende een onderwerp dat tot de werkterreinen van de EU behoort en dat hem of haar rechtstreeks aangaat. De verzoekschriften worden onderzocht door de bevoegde commissie, die kan beslissen verslagen op te stellen of anderszins een standpunt in te nemen.

De Europese burgers kunnen omtrent de activiteiten van de Europese instellingen en organen ook klachten indienen bij de Europese Ombudsman.

Deze samenvatting heeft een louter informatief karakter en is niet bedoeld als interpretatie of ter vervanging van het referentiedocument.

Laatste wijziging: 10.12.2010
Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven