RSS
Alfabetische index
Deze pagina is beschikbaar in 15 talen
Nieuwe beschikbare talen:  CS - HU - PL - RO

We are migrating the content of this website during the first semester of 2014 into the new EUR-Lex web-portal. We apologise if some content is out of date before the migration. We will publish all updates and corrections in the new version of the portal.

Do you have any questions? Contact us.


Overeenkomsten inzake luchtdiensten tussen lidstaten en derde landen

De Commissie heeft een pakket maatregelen aangenomen met het oog op de totstandbrenging van een wettelijk kader voor alle bilaterale betrekkingen tussen de Europese Unie (EU) en derde landen in de sector van het luchtvervoer. Dit geheel van maatregelen heeft ten doel de onzekerheid weg te werken die in de luchtvervoersector heerst na het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen (HJEG) waarbij de bilaterale overeenkomsten ("Open sky"-overeenkomsten) tussen de Verenigde Staten en acht lidstaten als niet in overeenstemming met het gemeenschapsrecht werden verklaard.

BESLUIT

Verordening (EG) nr. 847/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 inzake onderhandelingen over en de uitvoering van overeenkomsten inzake luchtdiensten tussen lidstaten en derde landen.

SAMENVATTING

Context

De "Open sky"-overeenkomsten werden na de tweede wereldoorlog gesloten tussen Zweden, Finland, België, Luxemburg, Oostenrijk, Nederland, Denemarken en Groot-Brittannië enerzijds en de Verenigde Staten anderzijds. Krachtens deze overeenkomsten mogen de Verenigde Staten de verkeersrechten van door de ondertekenende landen aangewezen luchtvervoerders intrekken, schorsen of beperken.

Volgens het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen (HJEG) vormen deze overeenkomsten op twee gebieden een inbreuk op het gemeenschapsrecht. In de eerste plaats vormen zij, door de aanwezigheid van de nationaliteitsclausule, een inbreuk op het beginsel van niet-discriminerende toegang tot de markt van de Europese luchtvaartmaatschappijen voor verbindingen tussen de lidstaten en derde landen. In de tweede plaats is alleen de Gemeenschap bevoegd om dit type overeenkomsten te sluiten wanneer zij betrekking hebben op kwesties die onder de bevoegdheid van de Gemeenschap vallen, d.w.z. kwesties waarvoor communautaire wetgeving is uitgewerkt.

Het Hof onderstreept dat, aangezien de Verenigde Staten het recht krijgen een vervoerder te weigeren, dergelijke overeenkomsten een belemmering zijn van de vrijheid van vestiging en van de toegang tot en uitoefening van werkzaamheden, omdat de opening van het Europese luchtruim voor Amerikaanse ondernemingen geen wederkerig karakter heeft voor het geheel van de communautaire luchtvaartmaatschappijen.

De nieuwe verordening

In deze verordening, die deel uitmaakt van het geheel van de hierboven genoemde maatregelen, wordt een reeks beginselen vastgelegd die een passende uitwisseling van informatie binnen de Gemeenschap moeten waarborgen teneinde te voorkomen dat de lidstaten bij hun bilaterale betrekkingen met derde landen op luchtvervoergebied inbreuken maken op het gemeenschapsrecht.

Volgens het Hof van Justitie is de Gemeenschap als enige bevoegd om over dergelijke overeenkomsten te onderhandelen en deze te ondertekenen en te sluiten wanneer zij betrekking hebben op kwesties die tot haar bevoegdheid behoren. Het Hof heeft ook het recht bevestigd van communautaire luchtvaartmaatschappijen op vestiging binnen de Gemeenschap, inclusief het recht op niet-discriminerende markttoegang op routes tussen alle lidstaten en derde landen (nationaliteitsclausule).

De Gemeenschap moet toezeggen alle elementen van bestaande bilaterale overeenkomsten te herzien die een inbreuk zijn op het Gemeenschapsrecht. Dit gezegd zijnde, mogen de lidstaten, gezien het grote aantal bilaterale overeenkomsten en op voorwaarde dat nog geen onderhandelingen op communautair niveau zijn gestart, onderhandelingen openen met derde landen over een nieuwe overeenkomst of over de wijziging van een bestaande overeenkomst. Zij moeten in dergelijke gevallen echter waken over de naleving van de uit deze verordening voortvloeiende verplichtingen teneinde de verenigbaarheid van de overeenkomst met het gemeenschapsrecht te waarborgen.

Krachtens de nieuwe verordening wordt een systeem van kennisgeving en toestemming opgezet voor door de lidstaten gevoerde bilaterale onderhandelingen. Het doel is de overeenstemming van de bestaande overeenkomsten met het gemeenschapsrecht te waarborgen, meer bepaald door de invoering van standaardbepalingen. Voor de lidstaten gelden voortaan ook bepaalde verplichtingen die ervoor moeten zorgen dat de raadpleging van de industriesector op een niet-discriminerende wijze verloopt en dat in de loop van de onderhandelingen gewaarborgde verkeersrechten worden toegekend.

Een lidstaat kan met een derde land onderhandelingen openen over een nieuwe overeenkomst of over de wijziging van een bestaande overeenkomst inzake luchtdiensten, de bijlagen daarvan of enige andere daarmee samenhangende bilaterale of multilaterale regeling, wanneer die onderwerpen betreffen die gedeeltelijk onder de bevoegdheid van de Gemeenschap vallen. De voorwaarde is dat toepasselijke standaardbepalingen, die door de lidstaten en de Commissie gezamenlijk zijn opgesteld en vastgelegd, in deze onderhandelingen worden opgenomen en dat de relevante kennisgevingsprocedure wordt gevolgd.

De lidstaat die dergelijke onderhandelingen wenst te openen, moet de Commissie daarvan schriftelijk in kennis stellen. Indien de Commissie binnen 15 werkdagen na ontvangst van de kennisgeving tot de slotsom komt dat de onderhandelingen de doelstellingen van lopende communautaire onderhandelingen met dit derde land kunnen ondermijnen en/of kunnen leiden tot een overeenkomst die onverenigbaar is met het Gemeenschapsrecht, brengt zij de lidstaat daarvan op de hoogte.

Een lidstaat gaat geen nieuwe overeenkomst met een derde land aan die een vermindering inhoudt van het aantal communautaire luchtvaartmaatschappijen dat volgens bestaande overeenkomsten kan worden aangewezen om diensten te verstrekken op routes tussen zijn grondgebied en het derde land.

REFERENTIES

BesluitInwerkingtredingUiterste datum voor omzetting in de lidstatenPublicatieblad
Verordening (EG) nr. 847/200430.5.2004-L 157 van 30.4.2004

GERELATEERDE BESLUITEN

Verordening (EEG) nr. 2408/92 van de Raad van 23 juli 1992 betreffende de toegang van communautaire luchtvaartmaatschappijen tot intracommunautaire luchtroutes [Publicatieblad L 240 van 24.8.1992].

 
Laatste wijziging: 19.09.2007
Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven