RSS
Alfabetische index
Deze pagina is beschikbaar in 15 talen
Nieuwe beschikbare talen:  CS - HU - PL - RO

We are migrating the content of this website during the first semester of 2014 into the new EUR-Lex web-portal. We apologise if some content is out of date before the migration. We will publish all updates and corrections in the new version of the portal.

Do you have any questions? Contact us.


Oprichting van een interne postmarkt

De interne markt in de postsector werd vanuit wetgevend oogpunt in 2008 voltooid met de goedkeuring van Richtlijn 2008/6/EG. De geleidelijke openstelling en liberalisering van de markt voor postdiensten in de EU ging een beslissende fase in. De lidstaten moeten een kwalitatief hoogstaande en betaalbare universele postdienst waarborgen in de hele EU. De hervorming van de Europese postsector stoelt hoofdzakelijk op de oprichting van onafhankelijke nationale regelgevende instanties. Zij voorziet tevens in het regelgevingskader dat onder meer nodig is voor de omschrijving van de verplichtingen betreffende het leveren van de universele dienst en de tariefbeginselen, door de vaststelling van gemeenschappelijke regels voor doorzichtigheid van de rekeningen van leveranciers van de universele dienst alsmede de vaststelling van normen die van toepassing zijn op de verrichting van de universele dienst en toezicht op de naleving ervan.

BESLUIT

Richtlijn 2008/6/EG van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 97/67/EG wat betreft de volledige voltooiing van de interne markt voor postdiensten in de Gemeenschap [Zie wijzigingsbesluiten].

SAMENVATTING

Context

Het communautaire rechtskader voor postdiensten in de EU is vastgesteld in Richtlijn 97/67/EG, zoals gewijzigd bij Richtlijn 2002/39/EG en Richtlijn 2008/6/EG, die de laatste stap vormen in de hervorming van de Europese postsector, die in 1992 werd ingezet met een groenboek. Richtlijn 97/67/EG gaf het startsein voor het liberaliseringsproces, dat verder werd uitgediept met Richtlijn 2002/39/EG, en een geleidelijke openstelling van de markt.

In deze richtlijn werd een tijdschema vastgesteld voor een geleidelijke liberalisering in twee fasen: 1 januari 2003 voor brieven met een gewicht van minder dan 100 gram (of brieven waarvan de frankeerkosten meer bedragen dan driemaal het tarief voor een gewone brief) en 1 januari 2006 voor brieven met een gewicht van minder dan 50 gram (of brieven waarvan de frankeerkosten meer bedragen dan tweeëneenhalve maal het tarief van een gewone brief).

In Richtlijn 2008/6/EG werd een uiterste datum vastgesteld voor de volledige openstelling van de markt, voor de meeste lidstaten 31 december 2010 (95 % van de postmarkt naar volume). De rest van de lidstaten moeten hun markt volledig openstellen tegen 31 december 2012.

Universeledienstverplichting

De lidstaten zorgen ervoor dat de gebruikers het recht genieten op een universele dienst welke inhoudt dat op alle punten van het grondgebied permanent postdiensten van een bepaalde kwaliteit worden aangeboden tegen prijzen die voor alle gebruikers betaalbaar zijn.
Met het oog hierop zien de lidstaten erop toe dat de dichtheid van de contact- en toegangspunten strookt met de behoeften van de gebruikers en dat de leveranciers van de universele dienst ten minste vijf werkdagen per week minstens één ophaling garanderen alsook een bestelling aan huis bij elke natuurlijke of rechtspersoon (artikel 3).

Elke lidstaat dient de levering van de universele dienst te waarborgen en stelt de Commissie in kennis van de door hem genomen maatregelen om aan deze verplichting te voldoen. De lidstaten kunnen een of meerdere ondernemingen aanwijzen als leveranciers van de universele dienst voor het hele nationale grondgebied, onder voorbehoud van een regelmatige evaluatie (artikel 4). Elke lidstaat bepaalt overeenkomstig het Gemeenschapsrecht de rechten en plichten van de leverancier(s) van de universele dienst en maakt deze bekend.

De lidstaten dienen ook de identiteit van de leverancier(s) van de universele dienst aan de Europese Commissie mee te delen.

Elke lidstaat ziet erop toe dat de levering van de universele dienst aan de volgende eisen beantwoordt (artikel 5):

  • de dienst waarborgt de naleving van de essentiële eisen;
  • de dienst biedt gebruikers die zich in vergelijkbare omstandigheden bevinden, een identieke dienstverlening;
  • de dienst wordt geleverd zonder enige discriminatie, met name op grond van politieke, religieuze of levensbeschouwelijke overtuiging;
  • de dienst wordt, behoudens wegens overmacht, niet onderbroken of beëindigd;
  • de dienst evolueert overeenkomstig de technische, economische en sociale ontwikkeling en de behoeften van de gebruikers.

De lidstaten zien erop toe dat de leverancier(s) van de universele dienst de gebruikers en aanbieders van postdiensten regelmatig voldoende nauwkeurige en actuele inlichtingen verschaft (verschaffen) over de kenmerken van de universele dienst (artikel 6).

Vrijwaring van de universele postdienst

Richtlijn 2008/6/EG vormt de laatste stap in het wetgevingsproces voor de geleidelijke openstelling van de markt. Zij verbiedt de lidstaten uitsluitende en bijzondere rechten toe te kennen of in stand te houden met betrekking tot het opzetten en leveren van postdiensten.

Indien de leverancier(s) stellen en bewijzen dat het verlenen van de universele postdienst een onredelijke financiële last met zich meebrengt, voorziet Richtlijn 2008/6/EG in compensatie door de lidstaten, zoals procedures voor de gunning van overheidsopdrachten, staatssteun, een gedeeld mechanisme tussen de leveranciers van de dienst en/of de gebruikers of eender welke andere oplossing die in overeenstemming is met het Verdrag.

Alle beweringen over een onredelijk zware financiële last moeten worden onderzocht en goedgekeurd door de onafhankelijke nationale regelgevende instantie (artikel 7).

De levering van postdiensten en vergunningsregelingen

Voor postdiensten die binnen het toepassingsgebied van de universele dienst vallen, kunnen de lidstaten machtigingsprocedures instellen, met inbegrip van individuele vergunningen, om de naleving van de essentiële eisen te waarborgen en de levering van de universele dienst te garanderen.

Voor postdiensten die buiten het toepassingsgebied van de universele dienst vallen, kunnen de lidstaten algemene machtigingen instellen om de naleving van de essentiële eisen te waarborgen.

Alle vergunningsprocedures, verplichtingen en vereisten met betrekking tot de leveranciers van postdiensten moeten transparant, toegankelijk, niet-discriminerend, evenredig, nauwkeurig en ondubbelzinnig zijn. Bovendien moeten zij vooraf openbaar gemaakt worden en gebaseerd zijn op objectieve criteria (artikel 9).

Tarieven en doorzichtigheid van de rekeningen

De lidstaten zien erop toe dat de tarieven voor elk van de diensten die deel uitmaken van de levering van de universele dienst met inachtneming van de volgende beginselen worden vastgesteld:

  • de prijzen moeten betaalbaar zijn en moeten het mogelijk maken diensten te leveren die voor alle gebruikers toegankelijk zijn, ongeacht de geografische locatie en de specifieke nationale situatie;
  • de prijzen moeten op de kosten gebaseerd zijn en aansporen tot een efficiënte levering van de universele dienst;
  • de toepassing van een uniform tarief onthoudt de leverancier(s) van de universele dienst niet het recht om met klanten individuele prijsafspraken te maken;
  • de tarieven moeten transparant en niet-discriminerend zijn;
  • wanneer leveranciers van de universele dienst speciale tarieven toepassen, moeten het transparantie- en het non-discriminatiebeginsel worden nageleefd, zowel voor de tarieven als voor de bijbehorende voorwaarden (artikel 12).

Om ervoor te zorgen dat de universele dienst ook over de grenzen geleverd kan worden, sporen de lidstaten hun leveranciers van de universele dienst aan ervoor te zorgen dat in hun overeenkomsten met betrekking tot de eindkosten voor het grensoverschrijdende postverkeer binnen de Gemeenschap de volgende beginselen worden geëerbiedigd:

  • de eindkosten moeten worden vastgesteld in verhouding tot de kosten voor behandeling en distributie van inkomende grensoverschrijdende post;
  • de vergoedingsniveaus moeten gerelateerd zijn aan de kwaliteit van de dienstverlening;
  • de eindkosten moeten transparant en niet-discriminerend zijn (artikel 13).

De leveranciers van de universele dienst houden in hun interne boekhouding afzonderlijke rekeningen bij om een duidelijk onderscheid te maken tussen de diensten die onder de universele dienst vallen en de diensten die er niet onder vallen. Dergelijke interne boekhoudingen moeten steunen op consequent toegepaste en objectief gerechtvaardigde normen voor bedrijfsadministratie.

De nationale regelgevende instanties zien erop toe dat het gebruikte systeem van bedrijfsadministratie door een bevoegde, onafhankelijke instantie wordt gecontroleerd (artikel 14).

Kwaliteit van de dienstverlening

De lidstaten zorgen ervoor dat kwaliteitsnormen voor de universele dienst worden vastgesteld en gepubliceerd teneinde een postdienst van goede kwaliteit te verzekeren.

De kwaliteitsnormen hebben met name betrekking op de verzendingsduur en de regelmaat en de betrouwbaarheid van de diensten (artikel 16).

De kwaliteitsnormen voor grensoverschrijdende diensten binnen de Gemeenschap (vastgesteld in bijlage II van de richtlijn) moeten als volgt luiden: D + 3 voor 85 % van de zendingen van de snelste standaardcategorie en D + 5 voor 97 % van deze zendingen. D staat voor de datum van verzending en n is het aantal werkdagen dat verloopt tussen deze datum en de datum van bezorging.

De lidstaten stellen kwaliteitsnormen voor de binnenlandse post vast en zien erop toe dat ze verenigbaar zijn met de voor de grensoverschrijdende diensten binnen de Gemeenschap vastgestelde normen.
De lidstaten maken hun kwaliteitsnormen voor de nationale diensten bekend aan de Commissie, die deze zal publiceren op dezelfde wijze als de normen voor de intracommunautaire grensoverschrijdende diensten (artikelen 17 en 18).

De lidstaten zien erop toe dat alle leveranciers van postdiensten beschikken over een transparante, eenvoudige en niet te dure klachtenprocedure.

De lidstaten waken erover dat geschillen op basis van deze procedures op een billijke wijze en snel worden beslecht. Zij stimuleren ook de ontwikkeling van buitengerechtelijke regelingen voor de beslechting van geschillen tussen leveranciers van postdiensten en gebruikers (artikel 19).

Bij de harmonisatie van de technische normen dient het belang van de gebruikers voorop te staan.
Het opstellen van technische normen voor de postsector wordt toevertrouwd aan het Europees Comité voor Normalisatie (CEN) op basis van mandaten overeenkomstig Richtlijn 83/189/EEG van de Raad betreffende een informatieprocedure op het gebied van normen en technische voorschriften (artikel 20).

Europese Commissie en nationale regelgevende instanties

De Commissie wordt bijgestaan door een comité (artikel 21).

Elke lidstaat wijst een of meer nationale regelgevende instanties voor de postsector aan, die juridisch onderscheiden en functioneel onafhankelijk zijn van de exploitanten van postdiensten. De lidstaten die eigenaar zijn van of de zeggenschap hebben over leveranciers van postdiensten zien erop toe dat hun regelgevende functies daadwerkelijk en structureel gescheiden zijn van alle activiteiten die verband houden met die eigendom of zeggenschap.

De lidstaten delen de Commissie mee welke nationale regelgevende instanties zij voor de vervulling van de uit deze richtlijn voortvloeiende taken hebben aangewezen (artikel 22).

Verstrekking van informatie

De lidstaten zorgen ervoor dat de leveranciers van postdiensten alle financiële informatie en alle informatie over de levering van de universele dienst verstrekken die vereist is voor het toezicht door de nationale regelgevende instanties op de naleving van de bepalingen van of de beslissingen die genomen zijn overeenkomstig deze richtlijn en voor duidelijk omschreven statistische doeleinden (artikel 22a).

Verslaglegging over de ontwikkeling van de interne postmarkt

Om de vier jaar en uiterlijk op 31 december 2013 legt de Commissie een verslag voor aan het Europees Parlement en de Raad over de tenuitvoerlegging van deze richtlijn.

Datum van omzetting

De lidstaten nemen uiterlijk tegen 31 december 2010 alle wet- en regelgeving alsook alle administratieve bepalingen aan die nodig zijn voor de naleving van deze richtlijn.

In afwijking van de voornoemde verplichting heeft een aantal lidstaten besloten zich te beroepen op het recht om de omzetting van Richtlijn 2008/6/EG uit te stellen tot uiterlijk 31 december 2012.

REFERENTIES

BesluitInwerkingtredingUiterste datum voor omzetting in nationaal rechtPublicatieblad
Richtlijn 97/67/EG [vaststelling medebeslissing COD/1995/0221]

10.2.1998

9.2.1999

L 15 van 21.1.1998

Wijzigingsbesluit(en)InwerkingtredingUiterste datum voor omzetting in nationaal rechtPublicatieblad

Richtlijn 2002/39/EG

5.7.2002

31.12.2002

L 15 van 5.7.2002

Richtlijn 2008/6/EG

27.2.2008

31.12.2010/31.12.2012

L 52 van 28.2.2008

Verordening (EG) nr. 1882/2003

20.11.2003

-

L 284 van 31.10.2003

GERELATEERDE BESLUITEN

Verslag van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad van 22 december 2008 over de toepassing van de Postrichtlijn (Richtlijn97/67/EG, gewijzigd bij Richtlijn 2002/39/EG) [COM(2008) 884 def. – Niet in het Publicatieblad verschenen].
Het vierde toepassingsverslag omvat een brede analyse van de omzetting van de Postrichtlijn in de lidstaten, met inbegrip van de toepassing van de kernelementen van de richtlijn, ontwikkelingen op regelgevingsgebied en concrete markttrends (onder meer de economische, technische, sociale, werkgelegenheids- en kwaliteitsaspecten van de diensten). Het verslag bevat een beschrijving van de voornaamste ontwikkelingen sinds het laatste toepassingsverslag, dat in oktober 2006 werd goedgekeurd, en bestrijkt de verslagperiode 2006-2008.

Tijdens de verslagperiode kunnen de volgende ontwikkelingen op regelgevingsgebied worden waargenomen:

  • Duitsland heeft zijn postmarkt per 1 januari 2008 volledig opengesteld;
  • Nederland, waar een volledige marktopening gepland was, heeft de liberalisering nu uitgesteld zonder een concrete datum voor de volledige opening van de markt vast te stellen;
  • wat de ontwikkeling van de mededinging in de postsector betreft, is er nu een trend naar (een verplichte of bedongen) toegang tot het bezorgnetwerk voor concurrenten;
  • er is wisselende vooruitgang geboekt bij het wegnemen van wettelijke belemmeringen die de toegang verhinderen en bij de totstandbrenging van gelijke mededingingsvoorwaarden. Het verstorende effect op de mededinging van btw-vrijstellingen voor postdiensten is grotendeels gebleven, hoewel de Commissie in 2003 een wijziging van de zesde btw-richtlijn heeft voorgesteld. In sommige lidstaten is er nog steeds het belangrijke probleem dat concurrerende postexploitanten geen toegang hebben tot brievenbussen. Procedures voor het verkrijgen van een vergunning of licentie en hieraan verbonden voorwaarden werken de mededinging niet altijd in de hand.

Verslag van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad van 18 oktober 2006 over de toepassing van de Postrichtlijn (Richtlijn97/67/EG als gewijzigd bij Richtlijn 2002/39/EG) [COM(2006) 595 def. – Niet in het Publicatieblad verschenen].
Tegelijk met het derde verslag werd het voorstel voor de derde Postrichtlijn ingediend. Het verslag is gebaseerd op de conclusie dat postdiensten een belangrijk onderdeel vormen van de interne markt voor diensten. Zij zijn bovendien ook als bron van economisch groei en werkgelegenheid opgenomen in de Lissabonstrategie.

In het derde verslag werd geconcludeerd dat alle tussentijdse beleidsdoelstellingen van de Postrichtlijn in de verslagperiode (2005-2006) zijn gerealiseerd. Ten eerste zijn namelijk de monopolies geleidelijk teruggedrongen, hetzij door een geleidelijke openstelling van de markt volgens het tijdschema van de Postrichtlijn (bijv. inperking van de voorbehouden sector tot 50 gram op 1 januari 2006), hetzij door daarnaast belangrijke segmenten open te stellen (zoals direct mail), hetzij door een volledige openstelling van de postmarkt (Verenigd Koninkrijk, Zweden en Finland). Ten tweede is de concurrentie toegenomen en is in de verst gevorderde lidstaten het marktaandeel van de gevestigde exploitanten teruggelopen tot ongeveer 90 %. Ook wordt de concurrentie in de periode 2000-2005 over het algemeen sterker gevoeld. Ten derde hebben de leveranciers van de universele dienst herstructureringen doorgevoerd en zijn ze erin geslaagd om zich aan te passen aan de regelgevings- en marktontwikkelingen. Dit blijkt ook uit de doorgaans positieve ontwikkeling van de totale inkomsten en de groei van de winstgevendheid. Ten vierde is de kwaliteit van de dienstverlening verbeterd, steekt de tevredenheid van de consument gunstig af en is de universele dienst gehandhaafd.

Verslag van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad van 23 maart 2005 over de toepassing van de postrichtlijn (Richtlijn 97/67/EG, gewijzigd bij Richtlijn 2002/39/EG) [COM(2005) 102 def. – Publicatieblad C 123 van 21.5.2005].
Dit tweede verslag bevestigt dat de hervorming van de postsector in de EU in het algemeen veel vooruitgang heeft geboekt. Hoewel de hervorming nog niet is voltooid, heeft zij al geleid tot een aantal significante verbeteringen, vooral wat de kwaliteit van de dienstverlening, de prestaties van de ondernemingen en de scheiding tussen de regelgeving autoriteiten en de marktdeelnemers betreft. Daarentegen moeten voor de uitvoering van sommige meer complexe voorschriften van de postrichtlijn (tariefcontrole, transparante boekhouding, vergunningen en licenties) nog inspanningen worden verricht. Wat overigens de toestand van de markt van postdiensten betreft, stelt de Commissie vast dat de mededinging zich nog moet ontwikkelen en dat het wat de regelgeving betreft noodzakelijk is de nu nog te grote verschillen tussen de lidstaten weg te nemen, vooral wat de fiscale verplichtingen betreft. Voor de toekomst is het van belang dat alle marktdeelnemers alle geboden kansen grijpen om de modernisering in de sector voort te zetten, dat het door de richtlijn vastgestelde tijdschema wordt nagekomen, dat regelgevende maatregelen worden getroffen, dat doeltreffend wordt samengewerkt tussen de lidstaten en de Commissie en dat een fundamentele discussie wordt georganiseerd met het oog op de ontwikkeling van een toekomstig postbeleid.

Verslag van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad over de toepassing van de postrichtlijn (Richtlijn97/67/EG) [COM(2002) 632 def. - Niet verschenen in het Publicatieblad].
In 2000 waren de postdiensten in de EU goed voor ongeveer 85 miljard euro, terwijl de sector directe werkgelegenheid biedt aan meer dan 1,6 miljoen werknemers. De postrichtlijn is voor de ontwikkeling van de markt voor postdiensten zeker van belang geweest. Met de vaststelling van minimumeisen voor de geharmoniseerde universele postdienst heeft de richtlijn ervoor gezorgd dat deze dienst van algemeen belang bij de toekomstige ontwikkeling van de markt gewaarborgd is. Bovendien heeft de richtlijn met maatregelen als de vaststelling van doelstellingen voor de dienstverlening (in 2001 werd 92,3 % van alle grensoverschrijdende priorityzendingen in de EU in D+3 besteld) en gemeenschappelijke Europese normen bijgedragen aan een verbetering van de dienstverleningskwaliteit en aan de vermindering van zogeheten grenseffecten. Ofschoon er conformiteitsproblemen zijn met betrekking tot de onafhankelijkheid van de nationale regelgevende instanties, heeft de postrichtlijn toch een fundamentele harmonisatie van de markt tot stand gebracht. De postrichtlijn heeft de verwachting gewekt dat er verdere maatregelen tot openstelling van de markt worden genomen. Op grond daarvan is het tempo van de hervorming en herstructurering van de nationale postsector, met als doel efficiëntie en winstgevendheid, verhoogd.

Resolutie van de Raad van 7 februari 1994 over de ontwikkeling van de postdiensten in de Gemeenschap [Publicatieblad C 48 van 16.2.1994].

Laatste wijziging: 03.02.2009
Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven