Prospectus dat gepubliceerd moet worden wanneer effecten aan het publiek worden aangeboden of tot de handel worden toegelaten
Deze richtlijn beoogt verbetering te brengen in de kwaliteit van de informatie die aan beleggers wordt verschaft door ondernemingen die in de Europese Unie (EU) kapitaal wensen aan te trekken. Daartoe wordt werk gemaakt van een meer doorgedreven harmonisatie van de voorschriften inzake de opstelling en inhoud van prospectussen. Ook wordt een regeling van één goedkeuring van prospectussen ingevoerd die in alle landen van de EU geldt (het "ene paspoort" voor uitgevende instellingen).
BESLUIT
Richtlijn 2003/71/EG van het Europees Parlement en de Raad van 4 november 2003 betreffende het prospectus dat gepubliceerd moet worden wanneer effecten aan het publiek worden aangeboden of tot de handel worden toegelaten en tot wijziging van Richtlijn 2001/34/EG [Zie wijzigingsbesluit(en)].
SAMENVATTING
Het doel van de richtlijn is de harmonisatie van de eisen inzake opstelling, goedkeuring en verspreiding van het prospectus dat wordt gepubliceerd wanneer effecten worden aangeboden aan het publiek of toegelaten tot de handel op een in een lidstaat gelegen of functionerende gereglementeerde markt.
Deze tekst bevat regels die ondernemingen in staat stellen om gemakkelijker en goedkoper kapitaal aan te trekken in de gehele Europese Unie op basis van de goedkeuring van de bevoegde autoriteit van één enkele lidstaat ("bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst"). De richtlijn biedt beleggers een betere bescherming doordat zij bepaalt dat alle prospectussen, ongeacht waar zij worden uitgegeven in de Europese Unie, de duidelijke en volledige informatie moeten bevatten die beleggers nodig hebben om hun beslissingen te kunnen nemen.
Prospectusplicht
De lidstaten staan aanbieding van effecten aan het publiek zonder voorafgaande publicatie van een prospectus op hun grondgebied niet toe, tenzij de aanbieding van effecten:
- uitsluitend voor gekwalificeerde beleggers bestemd is; en/of
- tot minder dan 150 natuurlijke of rechtspersonen gericht is die geen gekwalificeerde beleggers zijn; en/of
- tot beleggers gericht is die bij elke afzonderlijke aanbieding effecten aankopen met een totale tegenwaarde van ten minste 100 000 EUR per belegger; en/of
- een nominale waarde per eenheid van ten minste 100 000 EUR heeft; en/of
- in de EU over een periode van twaalf maanden een totale tegenwaarde van minder dan 100 000 EUR heeft.
Deze richtlijn voorziet dus in vrijstellingen van de prospectusplicht. De aan de vrijstellingen verbonden voorwaarden worden door de Europese Autoriteit voor effecten en markten (EAEM) vastgesteld en door de Europese Commissie goedgekeurd.
Kenmerken van prospectussen
Een prospectus is een publiciteitsdocument dat financiële informatie bevat over de uitgevende instelling en de effecten die aan het publiek zullen worden aangeboden of tot de handel op een gereglementeerde markt zullen worden toegelaten. Het moet een samenvatting bevatten van de informatie over de betrokken effecten, als houvast voor de beleggers. Een dergelijke samenvatting is in beginsel evenwel niet verplicht indien het prospectus betrekking heeft op de toelating tot de handel op een gereglementeerde markt van effecten zonder aandelenkarakter met een nominale waarde van ten minste 100 000 EUR.
Verplicht op te nemen informatie
De verplicht op te nemen informatie heeft betrekking op:
- de effecten (met of zonder aandelenkarakter);
- de verschillende categorieën en de aard van de aanbiedingen en de toelatingen tot de handel op een gereglementeerde markt van effecten zonder aandelenkarakter;
- de verschillende activiteiten en de omvang van de uitgevende instelling;
- het publieke karakter van de uitgevende instelling.
In bepaalde gevallen kan bepaalde informatie achterwege worden gelaten, met name wanneer de openbaarmaking in strijd is met het algemeen belang of de uitgevende instelling ernstig zou schaden dan wel wanneer de informatie van minder belang is. De EAEM werkt mee aan de opstelling van de voorschriften betreffende het weglaten van dergelijke informatie.
Prospectussen zijn 12 maanden geldig, mits zij met de vereiste informatie worden bijgewerkt en aangevuld.
Goedkeuring van prospectussen
Een prospectus mag pas na goedkeuring door de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst worden gepubliceerd. Deze bevoegde autoriteit stelt de EAEM en de uitgevende instelling, de aanbieder of de aanvrager van de toelating tot de handel op een gereglementeerde markt op hetzelfde moment in kennis van haar besluit over de goedkeuring van het prospectus. Die kennisgeving dient binnen een termijn van tien werkdagen volgend op de indiening van het ontwerpprospectus te geschieden (20 werkdagen wanneer het gaat om een openbare aanbieding van effecten uitgegeven door een uitgevende instelling waarvan nog geen effecten tot de handel op een gereglementeerde markt zijn toegelaten en die nog geen effecten aan het publiek heeft aangeboden).
Publicatie van prospectussen
Zodra een prospectus is goedgekeurd, wordt dit bij de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst gedeponeerd en voor de EAEM beschikbaar gesteld. Het wordt voorts gepubliceerd in een van de volgende vormen:
- in een dagblad dat landelijk of in grote oplage wordt verspreid;
- in de vorm van drukwerk;
- op de website van de uitgevende instelling;
- op de website van de gereglementeerde markt;
- op de website van de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst.
De EAEM maakt de lijst van goedgekeurde prospectussen op haar website bekend.
REFERENTIES
| Besluit | Datum van inwerkingtreding | Uiterste datum voor omzetting in de lidstaten | Publicatieblad |
|---|---|---|---|
|
Richtlijn 2003/71/EG |
31.12.2003 |
1.7.2005 |
L 345, 31.12.2003 |
| Wijzigingsbesluit(en) | Datum van inwerkingtreding | Uiterste datum voor omzetting in de lidstaten | Publicatieblad |
|---|---|---|---|
|
Richtlijn 2010/73/EU |
31.12.2010 |
1.7.2012 |
L 327, 11.12.2010 |
|
Richtlijn 2010/78/EU |
4.1.2011 |
31.12.2011 |
L 331, 15.12.2010 |
GERELATEERDE BESLUITEN
Verordening (EG) nr. 1569/2007 van de Commissie van 21 december 2007 waarbij ter uitvoering van de Richtlijnen 2003/71/EG en 2004/109/EG van het Europees Parlement en de Raad een mechanisme wordt opgezet voor het nemen van een besluit over de gelijkwaardigheid van standaarden voor jaarrekeningen die door effectenuitgevende instellingen van derde landen worden toegepast [Publicatieblad L 340 van 22.12.2007].
In deze verordening worden de voorwaarden vastgesteld waaronder de standaarden voor jaarrekeningen van derde landen als gelijkwaardig worden beschouwd aan de “international financial reporting standards” of “IFRS”, welke de EU heeft aangenomen als internationale standaarden voor jaarrekeningen. De in een derde land toegelaten standaarden worden gelijkwaardig beschouwd aan de internationale standaarden indien beleggers zich op basis van de financiële verslagen een even goed beeld kunnen vormen van onder meer het vermogen, de financiële situatie en de resultaten van de uitgevende instelling als met verslagen die zijn opgesteld volgens de IFRS. Besluiten tot vaststelling van een dergelijke gelijkwaardigheid worden genomen op initiatief van de Commissie, op verzoek van de bevoegde autoriteit van een lidstaat of op verzoek van een voor standaarden voor jaarrekeningen of voor het markttoezicht verantwoordelijke autoriteit van een derde land. Het gelijkwaardigheidsbesluit wordt openbaar gemaakt.
Verordening (EG) nr. 809/2004 van de Commissie van 29 april 2004 tot uitvoering van Richtlijn 2003/71/EG van het Europees Parlement en de Raad wat de in het prospectus te verstrekken informatie, de vormgeving van het prospectus, de opneming van informatie door middel van verwijzing, de publicatie van het prospectus en de verspreiding van reclame betreft [Publicatieblad L 149 van 30.4.2004].
Deze verordening legt de uitvoeringsvoorschriften van Richtlijn 2003/71/EG vast. Deze hebben betrekking op de vormgeving van het prospectus en op de informatie die in de afzonderlijke documenten van het prospectus moet worden opgenomen. Met name wordt vastgelegd welke informatie het prospectus en het basisprospectus moeten bevatten. Deze informatie is opgenomen in het schema, dat wil zeggen in de basislijst met minimale informatievereisten, en in de bouwsteen voor aanvullende informatie.



