RSS
Alfabetische index
Deze pagina is beschikbaar in 23 talen
Nieuwe beschikbare talen:  BG - CS - ET - GA - LV - LT - HU - MT - PL - RO - SK - SL

We are migrating the content of this website during the first semester of 2014 into the new EUR-Lex web-portal. We apologise if some content is out of date before the migration. We will publish all updates and corrections in the new version of the portal.

Do you have any questions? Contact us.


Productveiligheid: algemene voorschriften

De Europese wetgeving zorgt voor een hoog en eenvormig beschermingsniveau van de veiligheid en gezondheid van de consument. Producten die op de interne markt worden gebracht, moeten voldoen aan algemene veiligheidseisen. De Europese Unie (EU) heeft tevens een systeem voor snelle uitwisseling van informatie (RAPEX) opgezet voor producten die een ernstig risico voor de consument vormen.

BESLUIT

Richtlijn 2001/95/EG van het Europees Parlement en de Raad van 3 december 2001 inzake algemene productveiligheid [Publicatieblad L 11 van 15.1.2002].

SAMENVATTING

Deze richtlijn is van toepassing wanneer specifieke Europese regelgeving voor de veiligheid van bepaalde categorieën producten ontbreekt of wanneer deze (sectorale) specifieke regelgeving lacunes vertoont. Bovendien laat zij de toepassing van Richtlijn 85/374/EEG inzake de aansprakelijkheid voor producten met gebreken onverlet.

Algemeen veiligheidsvereiste

De richtlijn beoogt ervoor te zorgen dat ieder product dat op de markt wordt gebracht en voor de consument bestemd is of door de consument zou kunnen worden gebruikt, veilig is, met inbegrip van producten die door de consument worden gebruikt in het kader van een dienstverlening. Tweedehandsproducten die als antiek worden geleverd of die hersteld moeten worden, vallen niet onder deze verplichting.

Een veilig product is een product dat geen enkel risico oplevert, dan wel slechts beperkte risico’s (die met het gebruik van het product verenigbaar) zijn en vanuit het oogpunt van een hoog beschermingsniveau voor de gezondheid en de veiligheid van personen aanvaardbaar worden geacht.

Een product wordt als veilig beschouwd wanneer het voldoet aan de bepalingen die zijn vastgesteld in de Europese wetgeving of, indien dergelijke regelgeving ontbreekt, wanneer het voldoet aan de specifieke nationale bepalingen van de lidstaat waar het wordt verhandeld. Een product wordt eveneens verondersteld veilig te zijn wanneer het voldoet aan een volgens de procedure van deze richtlijn vastgestelde Europese norm. Bij het ontbreken van dergelijke regelgeving of normen wordt de conformiteit van een product beoordeeld aan de hand van:

  • de niet-bindende nationale normen (tot omzetting van andere relevante Europese normen) of de aanbevelingen van de Commissie (met richtsnoeren voor de beoordeling van de productveiligheid);
  • de normen van de lidstaat waar het product is voortgebracht of in de handel gebracht;
  • de gedragscodes inzake veiligheid of gezondheid;
  • de huidige stand van vakkennis en techniek;
  • de veiligheid die de consument mag verwachten.

Verplichtingen van de producenten en distributeurs

De producenten moeten producten op de markt brengen die aan het algemeen veiligheidsvereiste beantwoorden. Voorts dienen zij:

  • de consument de relevante inlichtingen te verstrekken die hem in staat stelt zich een oordeel te vormen over de aan een product verbonden risico’s indien deze niet onmiddellijk herkenbaar zijn;
  • passende maatregelen te treffen om problemen te voorkomen (bv.: het uit de markt nemen van het betrokken product, het waarschuwen van de consumenten of het terugroepen van al aan consumenten geleverde producten, enz.).

De distributeurs zijn eveneens verplicht:

  • producten te leveren die aan het algemeen veiligheidsvereiste beantwoorden;
  • deel te nemen aan de bewaking van de veiligheid van de op de markt gebrachte producten;
  • de nodige documentatie te verstrekken om de oorsprong van producten op te sporen.

Wanneer producenten of distributeurs constateren dat een product gevaarlijk is, stellen zij de bevoegde autoriteiten daarvan in kennis en werken zij zo nodig met hen samen. Deze informatieplicht wordt nader uitgewerkt in bijlage I bij de richtlijn.

Verplichtingen van de lidstaten

De lidstaten zien erop toe dat de producenten en distributeurs aan hun verplichtingen voldoen. Zij wijzen of stellen de autoriteiten aan die bevoegd zijn om:

  • de producten aan het algemene veiligheidsvereiste te toetsen;
  • passende maatregelen te nemen in het geval van een gevaarlijk product (bv.: verbod op het in de handel brengen) en de Commissie hiervan op de hoogte te brengen.

De lidstaten stellen regels vast voor de sancties op inbreuken en zorgen ervoor dat klachten van de consument in behandeling worden genomen.

Rol van de Commissie

De Commissie houdt rekening met het algemeen veiligheidsvereiste voor de vaststelling van de opdrachten van de Europese normalisatie-instellingen en zorgt voor de bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie van de referenties van de Europese normen op basis waarvan kan worden vastgesteld of aan het algemeen veiligheidsvereiste is voldaan. Zij beheert het RAPEX-systeem voor snelle uitwisseling van informatie en kan in samenwerking met de lidstaten “urgente maatregelen” vaststellen.

RAPEX-systeem: snel ingrijpen bij producten die een ernstig risico vormen

De lidstaten identificeren de producten die een ernstig veiligheids- en gezondheidsrisico vormen en grijpen snel in om de consument te beschermen. Zij brengen de Commissie in een dergelijk geval onverwijld op de hoogte via RAPEX (EN), een systeem voor de snelle uitwisseling van informatie tussen de lidstaten en de Commissie. Op die manier kan de verspreiding van gevaarlijke producten worden beperkt of voorkomen. De werkingsprocedures van het RAPEX-systeem worden beschreven in bijlage II bij de richtlijn.

Levensmiddelen, farmaceutische producten en geneesmiddelen vallen onder andere interventiesystemen.

Bij gebruik van het RAPEX-systeem moeten de lidstaten de Commissie in ieder geval de volgende informatie verstrekken:

  • gegevens om het betrokken product te kunnen identificeren;
  • een beschrijving van het risico van het product en alle documenten aan de hand waarvan dit risico kan worden ingeschat;
  • de reeds getroffen maatregelen;
  • informatie over de distributie van het product.

De Commissie ook snel ingrijpen op Europees niveau wanneer zij kennis draagt van een ernstig risico dat een bepaald product inhoudt. Na raadpleging van de lidstaten kan zij beschikkingen geven met een geldigheidsduur van een jaar die telkens met een jaar kan worden verlengd. Deze beschikkingen kunnen met name:

  • specifieke veiligheidsvoorschriften opleggen;
  • het gebruik van bepaalde stoffen verbieden; of
  • producenten verplichten waarschuwingen op hun producten te plaatsen.

Comitéprocedure

De Commissie wordt bijgestaan door een regelgevend comité voor de veiligheid van consumentenproducten bij het nemen van “urgente maatregelen” en voor de beschikkingen inzake normalisatie.

De Commissie wordt tevens bijgestaan door een raadgevend comité voor de veiligheid van consumentenproducten voor de overige aspecten van de richtlijn.

Transparantie

De informatie betreffende de risico’s van producten waarover de autoriteiten beschikken, moet aan het publiek beschikbaar worden gesteld. Het beroepsgeheim blijft beperkt tot naar behoren gemotiveerde gevallen.

Context

Deze richtlijn geeft gevolg aan het verslag van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad van 29 maart 2000 over de ervaring met de toepassing van Richtlijn 92/59/EEG inzake algemene productveiligheid. Zij voorziet in de intrekking van Richtlijn 92/59/EEG (DE) (EN) (ES) (FR) inzake algemene productveiligheid vanaf 15 januari 2004.

REFERENTIES

Besluit Datum van inwerkingtreding Uiterste datum voor omzetting in nationaal recht Publicatieblad

Richtlijn 2001/95/EG [goedkeuring: medebeslissingsprocedure
COD/2000/0073]

15.1.2002

15.1.2004

L 11 van 15.1.2002

Wijzigingsbesluit(en) Datum van inwerkingtreding Uiterste datum voor omzetting in nationaal recht Publicatieblad

Verordening (EG) nr. 765/2008

1.1.2010

-

L 218 van 13.8.2008

Verordening (EG) nr. 596/2009

7.8.2009

-

L 188 van 18.7.2009

GERELATEERDE BESLUITEN

Mededeling van de Commissie in het kader van de uitvoering van Richtlijn 2001/95/EG van het Europees Parlement en de Raad inzake algemene productveiligheid (Voor de EER relevante tekst) [Publicatieblad C 38 van 17.2.2009].
De Commissie maakt titels en referentienummers van geharmoniseerde normen bekend in het kader van Richtlijn 2001/95/EG.

Verslag van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad over de uitvoering van richtlijn 2001/95/EG van het Europees Parlement en de Raad van 3 december 2001 inzake algemene productveiligheid [COM(2008) 905 - Niet in het Publicatieblad verschenen].
Het communautair kader voor productveiligheid is efficiënter geworden sinds de vankrachtwording van Richtlijn 2001/95/EG. Dankzij het Europees informatie- en waarschuwingssysteem kon een groot aantal gevaarlijke producten van de markt worden gehaald. Een aantal elementen dient evenwel nog te worden verbeterd, teneinde de consumenten een volledige bescherming te kunnen garanderen. In dit verslag worden prioriteiten vastgesteld op het gebied van:

  • de veiligheid van consumentenproducten, met name vanuit het standpunt van de traceerbaarheid, door een versterking van de identificatieplicht van de producten, de producent en de distributeur;
  • markttoezicht, enerzijds door een betere coördinatie van de lidstaten op basis van de uitwisseling van informatie en goede praktijken (inclusief samenwerking met de douaneautoriteiten) en anderzijds door de openstelling van het RAPEX-systeem voor internationale organisaties en regionale en lokale organisaties van derde landen;
  • normalisatie, door de vereenvoudiging van de procedures voor bepaalde productcategorieën en de invoering van het vermoeden van overeenstemming met de algemene veiligheidsvereisten;
  • noodmaatregelen die worden genomen in het kader van het systeem voor snelle waarschuwingen en die definitief gemaakt kunnen worden om de gevaarlijke producten van de markt te halen.

Het toepassingsgebied van Richtlijn 2001/95/EG strekt zich ook uit tot de veiligheid van aan consumenten verleende diensten. De richtlijn werd in alle lidstaten omgezet in nationaal recht.

RAPEX

Besluit 2010/15 van de Commissie van 16 december 2009 tot vaststelling van richtsnoeren voor het beheer van het communautaire systeem voor snelle uitwisseling van informatie (RAPEX) uit hoofde van artikel 12 en van de kennisgevingsprocedure uit hoofde van artikel 11 van Richtlijn 2001/95/EG (richtlijn inzake algemene productveiligheid) [Publicatieblad L 22 van 26.1.2010].
De Commissie neemt nieuwe richtsnoeren aan teneinde het beheer van het RAPEX-systeem en de kennisgevingsprocedure voor gevaarlijke producten te vergemakkelijken. Deze richtsnoeren zijn bestemd voor de nationale autoriteiten die bevoegd zijn voor het toezicht op de markt.

PERSOONLIJKE MUZIEKSPELERS

Besluit 2009/490/EG van de Commissie van 23 juni 2009 inzake de veiligheidseisen waaraan Europese normen voor persoonlijke muziekspelers krachtens Richtlijn 2001/95/EG van het Europees Parlement en de Raad moeten voldoen (Voor de EER relevante tekst) [Publicatieblad L 161 van 24.6.2009].
De Commissie heeft een veiligheidseis ingevoerd die tot doel heeft te voorkomen dat de geluidsniveaus van persoonlijke muziekspelers onder redelijkerwijze te verwachten gebruiksomstandigheden gehoorschade veroorzaken bij de consumenten die ze gebruiken. Deze eis dient in aanmerking te worden genomen bij het ontwerp en de productie van persoonlijke muziekspelers. Zij dient als basis voor de vaststelling van passende normen door de normalisatieorganisaties. Er dienen op de producten ook waarschuwingen te worden vermeld om de consumenten op de bijbehorende risico’s te wijzen.

AANSTEKERS

Beschikking 2009/298/EG van de Commissie van 26 maart 2009 tot verlenging van de geldigheidsduur van Beschikking 2006/502/EG waarbij de lidstaten worden verplicht maatregelen te treffen om ervoor te zorgen dat uitsluitend kinderveilige aanstekers op de markt worden gebracht en dat het op de markt brengen van novelty lighters wordt verboden (Voor de EER relevante tekst) [Kennisgeving geschied onder nummer C(2009) 2078].

Beschikking 2006/502/EG (gewijzigd bij Beschikking 2007/231/EG en Beschikking 2008/322/EG) van de Commissie van 11 mei 2006 waarbij de lidstaten worden verplicht maatregelen te treffen om ervoor te zorgen dat uitsluitend kinderveilige aanstekers op de markt worden gebracht en dat het op de markt brengen van novelty lighters wordt verboden (Voor de EER relevante tekst) [Publicatieblad L 198 van 20.7.2006].
Oneigenlijk gebruik van aanstekers – als speelgoed – door jonge kinderen geeft in de EU jaarlijks aanleiding tot 1 500 à 1 900 gewonden en 34 à 40 dodelijke slachtoffers. Om dergelijke ongevallen te voorkomen, bestaan er veiligheidsmechanismen voor kinderen, die sinds een tiental jaar verplicht zijn in de Verenigde Staten, Canada, Australië en Nieuw-Zeeland. Sinds de invoering van de voorschriften inzake kinderveiligheid in de Verenigde Staten is het aantal incidenten met 60 % gedaald.
Om nieuwe ongevallen te voorkomen heeft de Commissie op 11 mei 2006 Beschikking 2006/502/EG goedgekeurd waarbij de lidstaten worden verplicht maatregelen te treffen om ervoor te zorgen dat uitsluitend kinderveilige aanstekers op de markt worden gebracht en dat het op de markt brengen van novelty lighters wordt verboden.

Besluit 2008/357/EG van de Commissie van 23 april 2008 inzake specifieke kinderveiligheidseisen waaraan de in Richtlijn 2001/95/EG van het Europees Parlement en de Raad bedoelde Europese normen voor aanstekers moeten voldoen [Publicatieblad L 120 van 7.5.2008].
De kinderveiligheidseisen voor aanstekers moeten worden vastgesteld op grond van de bepalingen van artikel 4 van Richtlijn 2001/95/EG teneinde de normalisatie-instellingen te verzoeken norm EN 13869 te herzien en de bekendmaking van de referentie van de gewijzigde norm in het Publicatieblad mogelijk te maken.
Dit besluit stelt de veiligheidseisen vast op basis waarvan de Europese normalisatie-instelling CEN (Europees Comité voor Normalisatie) norm EN 13869 betreffende de veiligheid van aanstekers en de beproevingsmethoden dient te herzien.

SIGARETTEN

Besluit 2008/264/EG van de Commissie van 25 maart 2008 inzake de brandveiligheidseisen waaraan Europese normen voor sigaretten overeenkomstig Richtlijn 2001/95/EG van het Europees Parlement en de Raad moeten voldoen [Publicatieblad L 83 van 26.3.2008].
Brandende sigaretten die onbewaakt worden achtergelaten vormen een aanzienlijk risico voor de veiligheid van rokers. In de Europese Gemeenschap sterven daardoor jaarlijks naar schatting 1 000 mensen. Er bestaan echter technieken om de verbranding te vertragen of er zelfs voor te zorgen dat de sigaretten doven, met behulp van papierstrookjes in het sigarettenpapier. Door deze techniek gaat het vuur van een onbewaakte sigaret doorgaans uit bij gebrek aan zuurstof.
Dit besluit stelt de veiligheidseisen vast op basis waarvan de Europese normalisatie-instelling CEN (Europees Comité voor Normalisatie) een norm goedkeurt voor het ontstekend vermogen van sigaretten. Deze veiligheidsverplichting voor sigaretten stoelt op Richtlijn 2001/95/EG.
De doeltreffendheid van de norm zal worden geverifieerd met behulp van steekproeven met op de markt verkrijgbare sigaretten; als doelstelling voor de sigaretten die in de volledige lengte opbranden, werd een maximum van 25 % vastgesteld.

ZUIGELINGEN EN PEUTERS

Besluit 2010/9/EU van de Commissie van 6 januari 2010 inzake de veiligheidseisen waaraan Europese normen met betrekking tot badringen, badhulpmiddelen, badjes en badstandaarden overeenkomstig Richtlijn 2001/95/EG van het Europees Parlement en de Raad moeten voldoen (Kennisgeving geschied onder nummer C(2009) 10290) (Voor de EER relevante tekst).
Producten die bedoeld zijn voor het baden van baby’s en peuters moeten voldoen aan het algemeen veiligheidsvereiste voor producten. Daarom dienen de Europese normalisatie-instellingen veiligheidsnormen op te stellen met betrekking tot:

  • badzitjes: uitsluitend bestemd voor kinderen die wel rechtop kunnen zitten, maar zich nog niet tot stand kunnen optrekken;
  • badhulpmiddelen voor baby’s: bedoeld om een kind tijdens het baden in achteroverleunende of liggende positie te houden, vanaf de geboorte totdat het kind in staat is zelfstandig rechtop te zitten;
  • badjes die worden gebruikt vanaf de geboorte tot de leeftijd van 12 maanden: producten die in of aan de rand van een gewone badkuip worden gebruikt en daarbij op de grond dan wel op een standaard worden geplaatst.

Besluit 2010/11/EU van de Commissie van 7 januari 2010 inzake de veiligheidseisen waaraan Europese normen voor door de consument gemonteerde kinderveilige vergrendelingen voor ramen en balkondeuren krachtens Richtlijn 2001/95/EG van het Europees Parlement en de Raad moeten voldoen (Kennisgeving geschied onder nummer C(2009) 10298) (Voor de EER relevante tekst).
Bepaalde producten die voor ramen en openingen gebruikt worden om de doorgang van kinderen te verhinderen, worden afzonderlijk verkocht en dienen door de consument zelf te worden gemonteerd. Er dienen specifieke Europese normen te worden vastgesteld voor deze mechanismen die bestemd zijn voor kinderen van minder dan 51 maanden.

BIOCIDEN

Beschikking 2009/251/EG van de Commissie van 17 maart 2009 houdende de verplichting voor de lidstaten ervoor te zorgen dat producten die het biocide dimethylfumaraat bevatten niet in de handel worden gebracht of op de markt worden aangeboden [Publicatieblad L 74 van 20.3.2009] (Voor de EER relevante tekst).
Dimethylfumaraat (DMF) is een biocide die gebruikt wordt om te voorkomen dat bepaalde consumptiegoederen tijdens de opslag of het vervoer (leren meubelen, schoeisel, kleren, enz.) worden aangetast. DMF kan ernstige huidreacties veroorzaken (contactdermatitis) en zijn schadelijke effecten werden in klinische studies vastgesteld.
Met ingang van 1 mei 2009 zorgen de lidstaten ervoor dat het verboden wordt producten die DMF bevatten in de handel te brengen of aan te bieden. Producten die al op de markt worden aangeboden, moeten uit de handel worden gehaald en de consumenten dienen te worden ingelicht over de risico’s die aan deze producten verbonden zijn. Producten die DMF bevatten, bevatten meer dan 0,1 mg DMF per kg van het product of per kg van een deel van het product.
Deze beschikking is van toepassing tot en met 15 maart 2010 en kan desgevallend worden verlengd.

Laatste wijziging: 10.02.2010
Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven