RSS
Alfabetische index
Deze pagina is beschikbaar in 15 talen
Nieuwe beschikbare talen:  CS - HU - PL - RO

We are migrating the content of this website during the first semester of 2014 into the new EUR-Lex web-portal. We apologise if some content is out of date before the migration. We will publish all updates and corrections in the new version of the portal.

Do you have any questions? Contact us.


Een nieuwe aanpak op het gebied van de technische harmonisatie

Deze resolutie heeft ten doel de technische harmonisatie in de Europese Unie (EU) te hervormen op basis van een nieuwe aanpak, waarbij de harmonisatie beperkt wordt tot fundamentele productvoorschriften, naar andere normen verwezen wordt en het beginsel van wederzijdse erkenning toegepast wordt, teneinde de technische belemmeringen voor het vrije verkeer van goederen weg te nemen.

BESLUIT

Resolutie 85/C 136/01 van de Raad van 7 mei 1985 betreffende een nieuwe aanpak op het gebied van de technische harmonisatie en normalisatie.

SAMENVATTING

Deze resolutie heeft in de eerste plaats tot doel een benadering te ontwikkelen waarbij algemene voorschriften vastgelegd worden voor sectoren of categorieën producten en voor soorten risico’s.

In deze resolutie is een aantal fundamentele beginselen vastgelegd voor een Europees normalisatiebeleid:

  • de lidstaten verbinden zich ertoe permanent onderzoek in te stellen naar de technische voorschriften die van toepassing zijn, teneinde verouderde of overbodige voorschriften af te schaffen;
  • de lidstaten zien toe op de onderlinge erkenning van resultaten van proefnemingen en stellen geharmoniseerde voorschriften vast voor het functioneren van instanties die certificaten afgeven (beginsel van wederzijdse erkenning);
  • de lidstaten stemmen in met snel te voeren communautair overleg wanneer nationale reglementaire initiatieven of procedures ongunstige gevolgen zouden kunnen hebben voor de werking van de interne markt;
  • het is dienstig het systeem van "verwijzing naar de normen" uit te breiden tot in de eerste plaats Europese en zo nodig ook nationale normen, en de taak van de normalisatie-instellingen inzake het omschrijven van de technische eigenschappen van de producten vast te leggen (in het bijzonder in relatie tot de gezondheid en de veiligheid van de consumenten);
  • de normalisatiecapaciteit dient snel versterkt te worden, om te beginnen op Europees niveau;
  • voordat Europese normen worden aangenomen, dienen ze door Europese normalisatie-instellingen te worden goedgekeurd.

Algemene richtsnoeren betreffende de nieuwe aanpak

De Raad heeft vier grondbeginselen vastgesteld:

  • de harmonisatie van de wetgevingen is beperkt tot de belangrijkste veiligheidsvoorschriften (of andere voorschriften van algemeen belang) waaraan de op de markt gebrachte producten moeten voldoen om in de Europese Unie in het vrije verkeer te kunnen worden gebracht;
  • de op het gebied van de industriële normalisatie bevoegde organen hebben tot taak om, rekening houdend met de stand van de techniek, de technische specificaties inzake de vervaardiging van producten op te stellen;
  • deze technische specificaties zijn niet bindend en behouden hun karakter van facultatieve normen;
  • de overheden zijn verplicht om aan de conform de geharmoniseerde normen vervaardigde producten het vermoeden te verbinden dat deze producten voldoen aan de fundamentele voorschriften die in de betreffende richtlijn zijn vastgesteld. In die gevallen waarin de producent niet conform de normen produceert, dient hij zelf het bewijs te leveren dat zijn producten voldoen aan de fundamentele voorschriften.

Dit systeem kan alleen maar werken indien twee voorwaarden vervuld zijn:

  • de normen moeten kwaliteitsgaranties bieden ten aanzien van de producten die aan de voorschriften voldoen;
  • de overheden moeten toezien op de bescherming van de veiligheid (of op de naleving van de andere voorschriften) op hun grondgebied. Dit is een noodzakelijke voorwaarde voor wederzijds vertrouwen tussen de lidstaten.

De Commissie verstrekt normalisatieopdrachten aan de Europese normalisatie-instellingen. Middels overeenkomsten tussen de Commissie en deze instellingen wordt gegarandeerd dat de uitvoering in overeenstemming is met de algemene richtsnoeren. Ontbreken Europese normen, dan moet de kwaliteit van de nationale normen worden geverifieerd door middel van een procedure op Europees niveau onder leiding van de Commissie, bijgestaan door een permanent comité van beleidsfunctionarissen van de nationale overheidsinstanties. Voorts is voorzien in vrijwaringsprocedures, teneinde de bevoegde overheidsinstanties de mogelijkheid te bieden de overeenstemming van een product of de kwaliteit van een norm te betwisten.

Het toepassingsgebied van de richtlijnen wordt afgebakend op basis van grote categorieën producten en/of naar gelang van het type gevaar dat de richtlijnen bestrijken.

Schema van een richtlijn op basis van de “nieuwe aanpak”

De lidstaten dienen op hun grondgebied zorg te dragen voor de veiligheid van personen, huisdieren en goederen. De bepalingen die deze bescherming garanderen moeten worden geharmoniseerd om het vrije verkeer van goederen mogelijk te maken zonder dat de bestaande beschermingsniveaus in de lidstaten daardoor worden verlaagd.

Het Europees Comité voor Normalisatie (CEN) en het Europees Comité voor Elektrotechnische Normalisatie (Cenelec) zijn de bevoegde organen voor de vaststelling van geharmoniseerde Europese normen binnen het toepassingsgebied van een richtlijn. Voor specifieke sectoren van de industrie kan gedacht worden aan andere Europese organisaties die bevoegd zijn op het gebied van de opstelling van technische specificaties.

Het scala van onder een richtlijn vallende producten en de aard van de gevaren die moeten worden voorkomen, dienen zodanig te worden gedefinieerd dat een coherente aanpak wordt gewaarborgd. Stratificatie van verscheidene richtlijnen betreffende verschillende soorten gevaren voor eenzelfde categorie producten is niet uitgesloten.

De onder de richtlijnen vallende producten mogen alleen in de handel worden gebracht indien zij de veiligheid van personen, huisdieren of goederen niet in gevaar brengen. In de richtlijnen wordt als algemene regel in een volledige harmonisatie voorzien, hetgeen betekent dat enkel de producten die met de voorschriften in overeenstemming zijn, in de handel mogen worden gebracht.

In een richtlijn dienen de fundamentele veiligheidsvoorschriften te worden omschreven die moeten worden nagekomen voor alle onder die richtlijn vallende producten. De omschrijving dient voldoende nauwkeurig te zijn om bij de omzetting in het nationale recht verplichtingen vast te kunnen stellen waarvan de niet-nakoming wordt bestraft.

Het vrije verkeer van het betreffende product wordt gewaarborgd zonder dat gebruik wordt gemaakt van een voorafgaande controle op de naleving van de fundamentele voorschriften.

De lidstaten beschouwen als conform aan de voorschriften die producten die vergezeld gaan van een van de in de richtlijn genoemde certificaten waarin deze producten in overeenstemming worden verklaard met ofwel de geharmoniseerde normen ofwel, bij ontbreken daarvan, de nationale normen. Ingeval een lidstaat van mening is dat een geharmoniseerde norm niet voldoet aan de fundamentele voorschriften, legt de Commissie de zaak voor aan het Comité "Normen en technische voorschriften". Dit Comité brengt met spoed een advies uit, op basis waarvan de norm gehandhaafd, ingetrokken of gewijzigd wordt.

Wanneer een lidstaat constateert dat een product een gevaar kan vormen voor de veiligheid van personen, huisdieren of goederen, neemt hij alle passende maatregelen om het betrokken product uit de handel te nemen of het in de handel brengen ervan te verbieden. Het vrije verkeer van het product kan worden beperkt, zelfs wanneer het product vergezeld gaat van een verklaring van overeenstemming. In dat geval stelt de lidstaat de Commissie in kennis van deze maatregel, met opgave van de redenen voor haar besluit. De Commissie treedt vervolgens in overleg met de betrokken lidstaten en legt de kwestie voor aan het Permanent Comité. Indien de maatregel gerechtvaardigd wordt bevonden, doet de Commissie hiervan mededeling aan de andere lidstaten, die verplicht zijn het op de markt brengen van het betrokken product eveneens te verbieden.

De verklaringen van overeenstemming die door het bedrijfsleven kunnen worden gebruikt zijn:

  • certificaten of merktekens van overeenstemming, afgegeven door een derde;
  • resultaten van door een derde verrichte proeven;
  • door de fabrikant afgegeven verklaringen van overeenstemming, voor welke gevallen het bestaan van een systeem van toezicht kan worden geëist;
  • andere eventueel in de richtlijn vast te stellen verklaringen.

Iedere lidstaat stelt de Commissie en de andere lidstaten in kennis van de nationale instanties die een merkteken of certificaat van overeenstemming mogen afgeven. Deze instanties dienen hun taken uit te oefenen in overeenstemming met de door de Internationale Organisatie voor Normalisatie (ISO) (EN) (FR) erkende praktijken en beginselen. De lidstaten dienen toe te zien op het functioneren van deze instanties. De nationale autoriteiten hebben het recht van de producent te verlangen dat hij gegevens overlegt betreffende de uitgevoerde veiligheidstests wanneer er twijfel bestaat of een product aan de fundamentele veiligheidsvoorschriften voldoet. Producenten hebben de mogelijkheid om in het kader van een betwisting of gerechtelijke procedure met alle hun ter beschikking staande middelen het bewijs te leveren van de overeenstemming van het product met de voorschriften.

Het Permanent Comité van de sectorale richtlijnen is samengesteld uit door de lidstaten aangewezen vertegenwoordigers, die eventueel bijgestaan worden door deskundigen of adviseurs. De taken van het Comité hebben betrekking op de uitvoering van de richtlijn. Het Comité biedt een kader voor de bespreking van eventuele bezwaren, maar wordt niet geacht gedetailleerd onderzoek naar de totale inhoud van de normen te verrichten.

Criteria voor de keuze van de terreinen waarop de formule van "verwijzing naar de normen" toegepast dient te worden:

  • aangezien alleen de fundamentele voorschriften geharmoniseerd dienen te worden, komen enkel terreinen in aanmerking waar onderscheid gemaakt kan worden tussen fundamentele voorschriften en productiespecificaties;
  • het betrokken terrein dient het onderwerp te (kunnen) vormen van een normalisatieactiviteit (of de noodzaak van een regeling op het betrokken terrein wordt op communautair niveau algemeen gevoeld);
  • de meeste vastgestelde richtlijnen betreffen drie terreinen: motorvoertuigen, metrologie en elektrische apparaten; de nieuwe aanpak zal zich derhalve vooral moeten concentreren op andere terreinen;
  • de nieuwe aanpak moet het mogelijk maken met de vaststelling van een enkele richtlijn de regelgevingproblemen te regelen voor een zeer groot aantal producten zonder dat deze richtlijn veelvuldig moet worden aangepast of gewijzigd (criterium gebaseerd op overwegingen van praktische aard en van arbeidsbesparing). De gekozen terreinen moeten derhalve gekenmerkt worden door het bestaan van een breed scala van producten met een zodanige homogeniteit dat gemeenschappelijke fundamentele voorschriften gedefinieerd kunnen worden.

GERELATEERDE BESLUITEN

Richtlijn 98/34/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 juni 1998 betreffende een informatieprocedure op het gebied van normen en technische voorschriften [Publicatieblad L 204 van 21.7.1998].

Laatste wijziging: 13.07.2011

Zie ook

  • Directoraat-generaal Ondernemingen en industrie over de “nieuwe aanpak” (EN)
  • Europees Comité voor Normalisatie (CEN) (EN)
  • Europees Comité voor Elektrotechnische Normalisatie (CENELEC) (EN)
Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven