RSS
Alfabetische index
Deze pagina is beschikbaar in 15 talen
Nieuwe beschikbare talen:  CS - HU - PL - RO

We are migrating the content of this website during the first semester of 2014 into the new EUR-Lex web-portal. We apologise if some content is out of date before the migration. We will publish all updates and corrections in the new version of the portal.

Do you have any questions? Contact us.


Mondiale technische harmonisatie van voertuigen

De mondiale technische harmonisatie van voertuigen vindt plaats in het kader van twee overeenkomsten waarbij de Europese Unie partij is. Het doel ervan is wereldwijde regels vast te stellen die een hoog niveau van veiligheid, milieubescherming, energie-efficiëntie en diefstalbeveiliging bieden.

BESLUITEN

Besluit 97/836/EG van de Raad van 27 november 1997 inzake de toetreding van de Europese Gemeenschap tot de overeenkomst van de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties betreffende het aannemen van eenvormige technische eisen voor wielvoertuigen, uitrustingsstukken en onderdelen die kunnen worden aangebracht en/of gebruikt op wielvoertuigen en de voorwaarden voor wederzijdse erkenning van goedkeuringen verleend op basis van deze eisen ("Herziene overeenkomst van 1958") [Publicatieblad L 346 van 17.12.1997].

Besluit 2000/125/EG van de Raad van 31 januari 2000 betreffende de sluiting van de overeenkomst betreffende de vaststelling van mondiale technische reglementen voor wielvoertuigen, uitrustingsstukken en onderdelen die kunnen worden aangebracht en/of gebruikt op wielvoertuigen („parallelle overeenkomst") [Publicatieblad L 35 van 10.2.2000].

SAMENVATTING

Om de wederzijdse erkenning van de technische voorschriften te bevorderen en zo de handelsbelemmeringen te beperken, heeft de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties (VN/ECE) (EN)(FR) gefungeerd als forum voor de opstelling van een overeenkomst voor de technische harmonisatie van voertuigen (EN )(FR ), de zogenaamde "overeenkomst van 1958". De Europese Gemeenschap is op 24 maart 1998 tot deze overeenkomst toegetreden.

De Europese Unie heeft ook actief deelgenomen aan de onderhandelingen over een tweede internationale overeenkomst, de zogenaamde parallelle overeenkomst van 1998 (EN )(FR ), die op 25 augustus 2000 in werking is getreden. Kenmerkend voor deze overeenkomst is dat er ook landen aan deelnemen die de beginselen van wederzijdse erkenning van de overeenkomst van 1958 niet kunnen aanvaarden.

Beide overeenkomsten hebben ten doel geharmoniseerde technische reglementen op het gebied van veiligheid, milieubescherming, energie-efficiëntie en diefstalbeveiliging vast te stellen. Zij maken daarbij gebruik van dezelfde werkgroepen en middelen. Zo moeten de door de werkgroepen opgestelde ontwerpen van technische reglementen in stemming worden gebracht in het besluitvormingsorgaan dat de twee overeenkomsten beheert.

De sluiting van deze overeenkomsten beantwoordt aan de doelstellingen van het gemeenschappelijk handelsbeleid; zij dragen er namelijk toe bij dat bestaande technische belemmeringen voor de handel in voertuigen en uitrustingsstukken en onderdelen daarvan worden opgeheven en helpen ook nieuwe handelsbelemmeringen voorkomen. Dankzij de deelname van de Gemeenschap worden de reeds geleverde harmonisatie-inspanningen gehandhaafd en wordt de toegang tot de markten van derde landen vergemakkelijkt. Met de toetreding van de Gemeenschap tot deze overeenkomsten kan een specifiek institutioneel kader in het leven worden geroepen door procedures in te stellen voor samenwerking tussen de overeenkomstsluitende partijen.

De overeenkomst van 1958

Volgens de overeenkomst van 1958 is een overeenkomstsluitende partij die een VN/ECE-reglement heeft aanvaard, gemachtigd om typegoedkeuring te verlenen voor de met dat reglement beoogde voertuigen en uitrustingsstukken en onderdelen daarvan. Zij is ook verplicht de typegoedkeuring te accepteren van elke andere overeenkomstsluitende partij die datzelfde reglement heeft aanvaard. In het kader van deze overeenkomst zijn tot dusver meer dan 120 reglementen opgesteld.

De overeenkomst van 1958 telt 47 overeenkomstsluitende partijen. Volgens de bepalingen van de overeenkomst worden nieuwe reglementen en wijzigingen van bestaande reglementen vastgesteld met twee derde van de aanwezige en stemmende overeenkomstsluitende partijen. Het nieuwe reglement treedt in werking voor alle overeenkomstsluitende partijen die niet binnen zes maanden na de kennisgeving hebben meegedeeld dat zij er niet mee instemmen, tenzij meer dan een derde van de partijen bezwaar heeft aangetekend en het reglement niet in werking treedt.

De wederzijdse erkenning van de typegoedkeuringen tussen de overeenkomstsluitende partijen die de reglementen toepassen, heeft de handel in voertuigen in heel Europa vergemakkelijkt.

De parallelle overeenkomst van 1998

In tegenstelling tot de overeenkomst van 1958 bevat de parallelle overeenkomst geen bepalingen betreffende de wederzijdse erkenning van goedkeuringen, zodat landen die niet bereid zijn de verplichtingen inzake wederzijdse erkenning na te komen, toch concreet kunnen deelnemen aan de ontwikkeling van mondiale technische reglementen.

Voor de vaststelling van nieuwe mondiale technische reglementen voorziet de overeenkomst in twee verschillende methoden. De eerste methode houdt in dat de bestaande reglementen of normen worden geharmoniseerd, de tweede dat een nieuw mondiaal technisch reglement wordt vastgesteld als er nog geen reglement of norm bestaat.

De overeenkomst bepaalt dat bestaande reglementen van de overeenkomstsluitende partijen die kunnen worden geharmoniseerd, worden opgenomen in het compendium van mogelijke mondiale technische reglementen om de omzetting ervan in mondiale reglementen te vergemakkelijken. Voor opname van een reglement in het compendium is ten minste een derde van de aanwezige en stemmende overeenkomstsluitende partijen vereist, waartoe de stem van de Europese Gemeenschap, Japan of de Verenigde Staten moet behoren.

Voor de vastlegging van een mondiaal technisch reglement in het wereldregister is eenparigheid van stemmen van de aanwezige en stemmende overeenkomstsluitende partijen vereist. Als een van de overeenkomstsluitende partijen tegen een aanbevolen mondiaal technisch reglement stemt, wordt het dus niet vastgelegd. De mondiale technische reglementen worden vastgelegd in een wereldregister dat dienst doet als depot van de technische reglementen die later wellicht door landen over de hele wereld zullen worden aangenomen.

Vastlegging van een mondiaal technisch reglement houdt voor de overeenkomstsluitende partijen geen verplichting in om het in hun eigen wet- of regelgeving op te nemen. De overeenkomstsluitende partijen moeten echter wel kennisgeving doen van hun besluit om een mondiaal technisch reglement al of niet aan te nemen en van de effectieve datum van toepassing ervan. Bovendien is elke overeenkomstsluitende partij die vóór de vaststelling van een technisch reglement stemt, verplicht dat reglement te onderwerpen aan de procedure die zij toepast om een dergelijk reglement in de eigen wet- of regelgeving op te nemen.

De Commissie verricht namens de Gemeenschap alle vereiste kennisgevingen, zoals:

  • aanname en kennisgeving van mondiale technische reglementen;
  • deelname aan de regeling van geschillen;
  • de bevoegdheid om de overeenkomst te wijzigen.
Laatste wijziging: 05.07.2007
Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven