RSS
Alfabetische index
Deze pagina is beschikbaar in 15 talen
Nieuwe beschikbare talen:  CS - HU - PL - RO

We are migrating the content of this website during the first semester of 2014 into the new EUR-Lex web-portal. We apologise if some content is out of date before the migration. We will publish all updates and corrections in the new version of the portal.

Do you have any questions? Contact us.


Verkeersveiligheid: rijbewijzen

Deze richtlijn is een herschikking van de bestaande teksten met het oog op de harmonisatie van de voorwaarden voor de aflevering van nationale rijbewijzen. Doel is de wederzijdse erkenning van rijbewijzen te bevorderen om ervoor te zorgen dat personen zich gemakkelijker binnen de Europese Unie (EU) kunnen verplaatsen of zich gemakkelijker in een andere lidstaat kunnen vestigen dan die waar zij een rijexamen hebben afgelegd.

BESLUIT

Richtlijn 2006/126/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 2006 betreffende het rijbewijs.

SAMENVATTING

Bij deze richtlijn wordt Richtlijn 91/439/EEG herschikt en ingetrokken en worden de in het verleden bij de richtlijnen 94/72/EG, 96/47/EG, 97/26/EG, 2000/56/EG en 2003/59/EG ingevoerde wijzigingen in de tekst verwerkt.

Inhoudelijk wordt de tekst op een aantal punten aangepast met het oog op de volgende doelstellingen:

  • verminderen van de mogelijkheden tot fraude: het papieren modelrijbewijs wordt vervangen door een plastic kaart. De huidige papieren rijbewijzen hoeven niet te worden ingewisseld, maar worden vanaf de datum van toepassing van de nieuwe wetgeving niet langer uitgereikt. De landen van de Europese Unie (EU) die dat wensen, krijgen de mogelijkheid in het nieuwe rijbewijs een microchip in te bouwen waarop de op de kaart afgedrukte informatie wordt herhaald;
  • waarborgen van het vrij verkeer van personen: de houders van een rijbewijs behouden hun rechten, maar de geregelde vernieuwing van het document beperkt de kans op fraude doordat de beschermingselementen van alle rijbewijzen en de foto van de houder, op gezette tijden worden geactualiseerd. Alle rijbewijzen hebben een bepaalde geldigheidsduur en zijn onvoorwaardelijk geldig in alle EU-lidstaten.
    Nieuwe rijbewijzen van categorie A (motoren) en B (wagens) die na de inwerkingtreding van de richtlijn worden afgegeven, zijn in beginsel geldig voor een periode van 10 jaar (EU-lidstaten kunnen kiezen voor een administratieve geldigheidsduur van 15 jaar). Nieuwe rijbewijzen van categorie C (vrachtwagens) en D (autobussen/autocars) blijven 5 jaar geldig;
  • bijdragen tot een betere verkeersveiligheid: er wordt een nieuwe categorie rijbewijzen ingevoerd, het rijbewijs voor bromfietsen, en de periodiciteit van de medische controles voor beroepschauffeurs wordt geharmoniseerd. Voorts worden in de richtlijn minimumeisen voor de basiskwalificatie en nascholing van examinatoren vastgesteld.

De inhoud van de bestaande teksten wordt overgenomen in deze richtlijn: door de EU-lidstaten afgegeven nationale rijbewijzen moeten afgestemd zijn op het Europese model. De door de lidstaten afgegeven rijbewijzen moeten onderling erkend worden. Op bladzijde 1 van het rijbewijs dienen de kenletters te staan van de lidstaat die het rijbewijs afgeeft.

Een rijbewijs kan de houder ervan machtigen om voertuigen van de volgende categorieën te besturen:

  • categorie A - motorfietsen met een gewicht van minder dan 750 kg;
  • categorie B - voertuigen met een gewicht van minder dan 3 500 kg of caravans met een gewicht van minder dan 4 250 kg;
  • categorie B+E - voertuigen van categorie B met aanhangwagen;
  • categorie C - voertuigen met een gewicht van meer dan 3 500 kg;
  • categorie C+E - voertuigen van categorie C met aanhangwagen;
  • categorie D - motorvoertuigen met meer dan acht zitplaatsen; en
  • categorie D+E - voertuigen van categorie D met aanhangwagen.

Voor bepaalde categorieën kan een specifiek rijbewijs worden afgegeven naar gelang van de maximale cilinderinhoud en het maximaal vermogen, uitgedrukt in kW (kilowatt).

Op het rijbewijs wordt vermeld onder welke voorwaarden de houder een voertuig mag besturen. Als iemand wegens lichamelijke gebreken slechts bepaalde typen voertuigen of aangepaste voertuigen mag besturen, dient dit op het rijbewijs te worden aangegeven met een specifieke code.

De afgifte van rijbewijzen hangt ook van de volgende voorwaarden af: een rijbewijs voor de categorieën C en D kan slechts worden afgegeven aan bestuurders die reeds bevoegd zijn voor categorie B en een rijbewijs voor de categorieën B+E, C+E of D+E kan slechts worden afgegeven aan bestuurders die reeds over een rijbewijs beschikken voor respectievelijk categorie B, C of D.

De afgifte van rijbewijzen is aan de volgende voorwaarde inzake leeftijd onderworpen: 16 jaar voor de categorieën A1 (lichte motorfietsen) en B1 (gemotoriseerde drie- en vierwielers), 18 jaar voor de categorieën A, B, B+E, C en C+E en 21 jaar voor de categorieën D en D+E. De EU-lidstaten mogen binnen de vastgestelde limieten de minimumleeftijd voor bepaalde categorieën evenwel verhogen of verlagen.

De EU-lidstaten nemen de nodige maatregelen om zich ervan te vergewissen dat toekomstige bestuurders voldoen aan de eisen inzake kennis, rijvaardigheid en rijgedrag om een motorvoertuig te besturen. Over het algemeen behelst het daartoe ingestelde examen:

  • een theoretisch examen;
  • een examen inzake rijvaardigheid en rijgedrag.

REFERENTIES

BesluitDatum van inwerkintredingUiterste datum voor omzetting in nationaal rechtPublicatieblad

Richtlijn 2006/126/EG

19.1.2007

19.1.2011

L 403 van 30.12.2006

De opeenvolgende wijzigingen en rectificaties van Richtlijn 2006/126/EG zijn in de basistekst opgenomen. Deze geconsolideerde versie heeft slechts informatieve waarde.

GERELATEERDE BESLUITEN

Verordening (EU) nr. 383/2012 van de Commissie van 4 mei 2012 tot vaststelling van de technische voorschriften betreffende rijbewijzen met een ingebouwd opslagmedium (microchip).
In deze verordening zijn de technische voorschriften vastgesteld voor rijbewijzen met een microchip. Alle op de microchip opgeslagen gegevens moeten in overeenstemming zijn met de bepalingen van bijlage I bij deze verordening. In de verordening wordt voorts de procedure beschreven voor EU-typegoedkeuringscertificaten, die aan fabrikanten of hun vertegenwoordigers worden afgegeven wanneer aan alle toepasselijke eisen van deze verordening is voldaan.

Laatste wijziging: 25.01.2013
Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven