RSS
Alfabetische index
Deze pagina is beschikbaar in 15 talen
Nieuwe beschikbare talen:  CS - HU - PL - RO

We are migrating the content of this website during the first semester of 2014 into the new EUR-Lex web-portal. We apologise if some content is out of date before the migration. We will publish all updates and corrections in the new version of the portal.

Do you have any questions? Contact us.


Voorwaarden voor toelating en verblijf van onderdanen van derde landen met het oog op studie, scholierenuitwisseling, onbezoldigde opleiding of vrijwilligerswerk

Deze richtlijn beoogt de harmonisatie van de nationale wetgevingen inzake de voorwaarden voor toelating en verblijf van onderdanen van derde landen met het oog op studie, scholierenuitwisseling, onbezoldigde opleiding of vrijwilligerswerk.

BESLUIT

Richtlijn 2004/114/EG van de Raad van 13 december 2004 betreffende de voorwaarden voor de toelating van onderdanen van derde landen met het oog op studie, scholierenuitwisseling, onbezoldigde opleiding of vrijwilligerswerk.

SAMENVATTING

Eén van de doelstellingen van de Gemeenschap op het gebied van onderwijs is van Europa een wereldcentrum voor studie (castellanodeutschenglishfrançais) en beroepsopleiding van topkwaliteit te maken. De bevordering van de mobiliteit van onderdanen van derde landen die voor studiedoeleinden naar de Gemeenschap willen komen (castellanodeutschenglishfrançais), is een essentieel onderdeel van deze strategie. De harmonisatie van de wetgevingen van de lidstaten inzake de voorwaarden voor toegang en verblijf maakt daar deel van uit.

In deze richtlijn zijn de regels vastgesteld voor de toelatingsprocedures die moeten worden gevolgd om onderdanen van derde landen voor een periode van meer dan drie maanden tot het grondgebied van de lidstaten toe te laten met het oog op studie, scholierenuitwisseling, onbezoldigde opleiding of vrijwilligerswerk.

In de richtlijn worden vier categorieën onderdanen van derde landen onderscheiden:

  • studenten;
  • scholieren;
  • onbezoldigde stagiairs;
  • vrijwilligers.

De toelating van studenten betreft voornamelijk het hoger onderwijs, omdat de internationale mobiliteit het grootste is op dit onderwijsniveau.

Behalve de specifieke toelatingsvoorwaarden voor elk van deze vier categorieën, worden in de richtlijn ook de voornaamste criteria voor de toelating van onderdanen van derde landen met het oog op studie, beroepsopleiding of vrijwilligerswerk vastgesteld, namelijk dat zij over voldoende financiële middelen moeten beschikken, respectievelijk zijn toegelaten tot een onderwijsinstelling, deelnemen aan een programma voor scholierenuitwisseling, een beroepsopleidingsovereenkomst hebben gesloten of deelnemen aan een programma voor vrijwilligerswerk.

Bepaalde categorieën personen zijn uitgesloten van de werkingssfeer van de voorgestelde richtlijn:

  • asielzoekers en personen die een tijdelijke of subsidiaire vorm van bescherming genieten;
  • onderdanen van derde landen die gezinsleden van burgers van de Unie zijn, omdat zij indirect het recht op vrij verkeer genieten;
  • onderdanen van derde landen die in een bepaalde lidstaat de status van langdurig ingezetenen hebben in de zin van Richtlijn 2003/109/EG, die hen het recht van verblijf in de andere lidstaten toekent om daar een studie of beroepsopleiding te volgen.

Voorwaarden voor toegang en verblijf

In de richtlijn worden de basisvoorwaarden vastgesteld voor de toelating van onderdanen van derde landen met het oog op studie:

  • toegelaten zijn tot een instelling voor hoger onderwijs;
  • beschikken over voldoende middelen om de kosten van levensonderhoud, de studiekosten en de kosten van de terugreis te dekken;
  • over voldoende kennis van de taal van het gevolgde studieprogramma beschikken (niet-dwingende voorwaarde, overgelaten aan het oordeel van de lidstaten);
  • betaling vooraf van het inschrijvingsgeld dat door de onderwijsinstelling wordt gevraagd (niet-dwingende voorwaarde, overgelaten aan het oordeel van de lidstaten).

De huidige richtlijn geeft onderdanen van derde landen die als student tot een lidstaat zijn toegelaten, recht van verblijf in een andere lidstaat waar zij hun studie willen voortzetten. Om te voorkomen dat onderdanen van derde landen misbruik maken van hun status als student door buitensporig lang in de Europese Unie (EU) te verblijven, moet het aanvullende studieprogramma voldoende aansluiten op het reeds afgeronde studieprogramma.

Wat de mobiliteit aangaat van onderdanen van derde landen die als scholier voortgezet onderwijs volgen, heeft het voorstel uitsluitend betrekking op door gespecialiseerde organisaties beheerde uitwisselingsprogramma´s. In dit verband gelden de volgende voorwaarden:

  • de leeftijdsgrenzen worden vastgesteld door de betrokken lidstaat;
  • de uitwisselingsorganisatie wordt door de betrokken lidstaat erkend;
  • de uitwisselingsorganisatie is verantwoordelijk voor de kosten van verblijf, de studiekosten, de ziektekosten en de kosten van de terugkeer;
  • een verblijfstitel wordt afgegeven op voorwaarde dat een gastgezin is geselecteerd. Dit laat de lidstaat de mogelijkheid om de uitwisselingen te beperken tot derde landen die ook scholieren uit deze lidstaat opnemen.

In de richtlijn worden de volgende voorwaarden vastgesteld voor de toelating van onderdanen van derde landen met het oog op onbezoldigde stages:

  • beschikken over voldoende middelen om de kosten van levensonderhoud, de opleidingskosten en de kosten van de terugreis te dekken;
  • indien de lidstaat dat eist, een basistaalcursus volgen om over voldoende talenkennis te beschikken voor het volgen van de stage.

Onderdanen van derde landen die tot de categorie van onbezoldigde stagiairs of vrijwilligers behoren en op grond van hun activiteit of de aard van de compensatie of beloning die zij ontvangen door de nationale wetgeving als werknemers worden beschouwd, vallen niet onder deze richtlijn.

Voor de toelating van onderdanen van derde landen met het oog op vrijwilligerswerk zijn in de richtlijn de volgende voorwaarden vastgesteld:

  • de leeftijdsgrenzen worden vastgesteld door de betrokken lidstaat;
  • een overeenkomst is noodzakelijk waarin met name de taken van de vrijwilliger worden aangegeven, alsmede de ondersteuning die bij hem bij het verrichten daarvan wordt verleend, zijn werkrooster en de middelen die beschikbaar zijn om de kosten van zijn reis, voeding en huisvesting te dekken;
  • de organisatie is gedurende de gehele verblijfsperiode van de vrijwilliger verantwoordelijk voor diens activiteiten, verblijfkosten, ziektekosten en kosten van terugkeer;
  • de vrijwilliger dient een basiscursus te volgen betreffende de taal, geschiedenis en cultuur van de lidstaat van ontvangst (indien die lidstaat dat uitdrukkelijk vraagt).

Geldigheidsduur en verlenging van de verblijfstitels

De geldigheidsduur van de verblijfstitels is afhankelijk van de categorie waarin een onderdaan valt:

  • studenten:: een verblijfstitel met een geldigheid van ten minste een jaar. Deze kan worden verlengd zolang de houder ervan voldoet aan de gestelde voorwaarden. Indien de studie korter duurt dan een jaar, wordt de verblijfstitel afgegeven voor de studieperiode;
  • scholieren: een verblijfstitel met een geldigheid van maximaal een jaar;
  • onbezoldigde stagiairs: de geldigheid van de verblijfstitel is gelijk aan de duur van de stage of bedraagt maximaal één jaar. In uitzonderlijke gevallen kan deze geldigheid eenmalig worden verlengd voor de periode die nodig is om een door de lidstaat erkende beroepskwalificatie te behalen;
  • vrijwilligers: de geldigheid bedraagt maximaal een jaar; in uitzonderlijke gevallen, indien het betrokken programma langer duurt dan een jaar, kan de geldigheid van de verblijfstitel gelijk zijn aan de duur van het programma.

Rechten van onderdanen van derde landen

De richtlijn kent studenten het recht toe arbeid in loondienst of als zelfstandige te verrichten. De lidstaten kunnen gedurende het eerste jaar van hun verblijf onderdanen uit derde landen met de status van student echter het recht om te werken weigeren.

Procedure en doorzichtigheid

De procedures voor de afgifte of intrekking van verblijfstitels zijn onderworpen aan transparantieregels, namelijk:

  • een beslissing over een verblijfstitel wordt genomen en aan de aanvrager medegedeeld binnen een periode die de voortzetting van zijn studie niet belemmert en tegelijkertijd de bevoegde autoriteiten voldoende tijd biedt om het verzoek te behandelen;
  • indien de gegevens tot staving van de aanvraag ontoereikend zijn, kan de behandeling van de aanvraag worden opgeschort en delen de bevoegde autoriteiten de aanvrager mede welke aanvullende informatie nog moet worden verstrekt;
  • een beslissing om een aanvraag voor een verblijfstitel te verwerpen wordt aan de betrokken onderdaan van het derde land medegedeeld. De kennisgeving gaat vergezeld van informatie over de beroepsmogelijkheden;
  • indien een aanvraag wordt verworpen of een overeenkomstig deze richtlijn afgegeven verblijfstitel wordt ingetrokken, heeft de betrokkene het recht tegen de autoriteiten van de betrokken lidstaat beroep in te stellen.

De richtlijn voorziet in de mogelijkheid om verkorte procedures voor de afgifte van de verblijfstitels "student" en "scholierenuitwisseling" in te voeren door middel van een overeenkomst tussen de instellingen voor hoger onderwijs of een organisatie die uitwisselingsprogramma´s ten uitvoer legt en de voor de afgifte van verblijfstitels bevoegde autoriteit.

REFERENTIES

BesluitDatum van inwerkingtredingUiterste datum voor omzetting in de lidstatenPublicatieblad
Richtlijn 2004/114/EG12.1.200511.1.2007L 375 van 23.12.2004
Laatste wijziging: 04.09.2007
Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven