RSS
Alfabetische index
Deze pagina is beschikbaar in 15 talen
Nieuwe beschikbare talen:  CS - HU - PL - RO

We are migrating the content of this website during the first semester of 2014 into the new EUR-Lex web-portal. We apologise if some content is out of date before the migration. We will publish all updates and corrections in the new version of the portal.

Do you have any questions? Contact us.


Toegang en verblijf voor onderdanen van derde landen (Europese blauwe kaart)

Deze richtlijn heeft betrekking op de toegang van hooggekwalificeerde onderdanen van derde landen. Zij strekt tot instelling van een “Europese blauwe kaart” en tot vaststelling van de verblijfsvoorwaarden en ‑rechten, zowel in de lidstaten die de kaart afgeven als in de andere lidstaten.

BESLUIT

Richtlijn 2009/50/EG van 25 mei 2009 betreffende de voorwaarden voor toegang en verblijf van onderdanen van derde landen met het oog op een hooggekwalificeerde baan.

SAMENVATTING

Deze richtlijn heeft ten doel de Europese Unie (EU) beter in staat te stellen hooggekwalificeerde werknemers uit derde landen aan te trekken. Het is niet alleen de bedoeling het concurrentievermogen te bevorderen in het kader van de Lissabonstrategie, maar ook hersenvlucht te beperken. Deze richtlijn strekt tot:

  • het versoepelen van de toegang voor de betrokken personen door de toegangs- en verblijfsvoorwaarden in de hele EU te harmoniseren;
  • het vereenvoudigen van de toelatingsprocedures;
  • het verbeteren van de rechtsstatus van degenen die zich al binnen de EU bevinden.

De richtlijn is van toepassing op hooggekwalificeerde onderdanen van derde landen die met het oog op tewerkstelling toegang wensen tot het grondgebied van een lidstaat voor een verblijf van meer dan drie maanden, alsook op hun gezinsleden.

Voorwaarden voor toegang

Om toegang te krijgen tot de EU, moeten aanvragers het volgende voorleggen:

  • een arbeidsovereenkomst of bindende werkaanbieding met een salaris van ten minste anderhalf maal het gemiddelde brutojaarloon van de betrokken lidstaat (de lidstaten kunnen de salarisdrempel voor bepaalde beroepen verlagen tot 1,2 maal indien er een specifieke behoefte aan werknemers uit derde landen bestaat);
  • een geldig reisdocument en een geldige verblijfsvergunning of een nationaal visum voor een verblijf van langere duur;
  • een bewijs dat zij over een ziektekostenverzekering beschikken;
  • documenten waarin staat dat zij voldoen aan de wettelijke voorwaarden in geval van gereglementeerde beroepen en documenten waaruit blijkt dat zij over de benodigde hogere beroepskwalificaties beschikken in geval van niet-gereglementeerde beroepen.

Bovendien mogen aanvragers niet door de lidstaat worden beschouwd als een bedreiging voor de openbare orde. De lidstaten mogen van de aanvragers ook verlangen dat zij hun adres op het grondgebied van de betrokken lidstaat opgeven.

De lidstaten bepalen het aantal onderdanen van derde landen dat zij toelaten.

Toelatingsprocedure, afgifte en intrekking van de Europese blauwe kaart

Het staat de lidstaten vrij te beslissen of een Europese blauwe kaart dient te worden aangevraagd door de onderdanen van derde landen en/of door hun werkgever. Indien een kandidaat voldoet aan de voornoemde voorwaarden en de nationale autoriteiten beslissen hem of haar toegang te verlenen tot het grondgebied, wordt aan hem of haar een Europese blauwe kaart afgegeven die geldig is voor een standaardperiode van één tot vier jaar. De aanvraag wordt uiterlijk 90 dagen na de indiening ervan goedgekeurd of geweigerd. Indien de aanvraag wordt goedgekeurd, worden aan de aanvrager alle faciliteiten geboden om de benodigde visa te verkrijgen.

Aanvragen voor een Europese blauwe kaart kunnen worden afgewezen indien deze steunen op vervalste of op frauduleuze wijze verkregen documenten of indien de betrokken lidstaat in het licht van de situatie op de arbeidsmarkt besluit voorrang te verlenen aan:

Aanvragen kunnen ook worden afgewezen op grond van maxima voor het aantal toe te laten personen die door de lidstaat zijn vastgesteld, ethische werving of indien tegen de werkgever een sanctie is uitgesproken voor zwartwerk of illegale tewerkstelling.

De Europese blauwe kaart kan worden ingetrokken indien de houder ervan over onvoldoende middelen beschikt om zonder sociale bijstand in zijn of haar eigen onderhoud en in dat van zijn of haar gezin te voorzien, indien hij of zij werkloos is gedurende meer dan drie opeenvolgende maanden of indien werkloosheid zich tijdens de geldigheidsduur van de kaart meer dan één keer voordoet.

Rechten en verblijf in andere lidstaten

Met de Europese blauwe kaart hebben onderdanen van derde landen en hun gezinsleden het recht:

  • het grondgebied van de lidstaat die de kaart heeft afgegeven binnen te gaan, opnieuw binnen te gaan en erop te verblijven alsook zich door de andere lidstaten te verplaatsen;
  • te werken in de betrokken sector;
  • op dezelfde manier te worden behandeld als de onderdanen van de lidstaat die de kaart heeft afgegeven, bijvoorbeeld op het vlak van arbeidsvoorwaarden, sociale zekerheid, pensioenen, erkenning van diploma’s, onderwijs en beroepsleiding.

Na twee jaar van legaal werk kunnen zij ook op gelijke voet met de onderdanen van de betrokken lidstaat worden behandeld wat de toegang tot hooggekwalificeerde banen betreft. Na 18 maanden van legaal verblijf kunnen zij zich naar een andere lidstaat verplaatsen om er hooggekwalificeerd werk te verrichten (onderhevig aan de beperkingen die de lidstaat heeft vastgesteld met betrekking tot het aantal toe te laten onderdanen van derde landen).

De procedure is dezelfde als die voor toelating tot de eerste lidstaat. Houders van een Europese blauwe kaart en hun gezin kunnen een tweede lidstaat vrij binnengaan en er verblijven, maar moeten de autoriteiten daarvan binnen de maand na hun aankomst op de hoogte brengen. De tweede lidstaat kan besluiten dat de betrokken onderdanen van derde landen niet mogen werken zolang hun aanvraag niet is goedgekeurd. De aanvraag mag wel al bij de autoriteiten van de tweede lidstaat worden ingediend terwijl de houder van de Europese blauwe kaart nog steeds in de eerste lidstaat verblijft en werkt.

Tenuitvoerlegging en verslagleggingsverplichtingen

Vanaf 2013 verzamelt de Commissie jaarlijks statistieken van de lidstaten over het aantal Europese blauwe kaarten dat in het vorige kalenderjaar is verstrekt, verlengd, ingetrokken en geweigerd alsook over de nationaliteit, het beroep en de gezinnen van de betrokken onderdanen van derde landen. Vanaf 2014 brengt zij om de drie jaar aan het Europees Parlement en de Raad verslag uit over de tenuitvoerlegging van de richtlijn en stelt zij eventuele noodzakelijke wijzigingen voor.

Achtergrond

In het kader van het actieprogramma inzake legale immigratie, dat werd voorgesteld op 21 december 2005, diende de Commissie vijf wetsvoorstellen betreffende verschillende categorieën onderdanen van derde landen in. Deze richtlijn is het eerste van die voorstellen.

REFERENTIES

BesluitDatum van inwerkingtredingUiterste datum voor omzetting in nationaal rechtPublicatieblad
Richtlijn 2009/50/EG

19.6.2009

19.6.2011

L 155 van 18.6.2009

Laatste wijziging: 18.08.2009
Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven