RSS
Alfabetische index
Deze pagina is beschikbaar in 15 talen
Nieuwe beschikbare talen:  CS - HU - PL - RO

We are migrating the content of this website during the first semester of 2014 into the new EUR-Lex web-portal. We apologise if some content is out of date before the migration. We will publish all updates and corrections in the new version of the portal.

Do you have any questions? Contact us.


Voorschriften betreffende de overdracht van defensiegerelateerde producten in de EU

De onderhavige richtlijn beoogt het verkeer van defensiegerelateerde producten in de Europese Unie. Hiertoe vereenvoudigt en harmoniseert de richtlijn de nationale procedures van vergunningverlening door een rationeler stelsel van globale vergunningen te bevorderen waarin het verlenen van vergunningen waarvoor de strengste voorwaarden gelden, namelijk individuele vergunningen, de uitzondering zal worden.

BESLUIT

Richtlijn 2009/43/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 mei 2009 betreffende de vereenvoudiging van de voorwaarden voor de overdracht van defensiegerelateerde producten binnen de Gemeenschap (Voor de EER relevante tekst) [Zie wijzigingsbesluit(en)].

SAMENVATTING

De richtlijn heeft tot doel de overdracht van defensiegerelateerde producten in de Europese Unie (EU) te vereenvoudigen en de concurrentiepositie van de defensiesector in Europa en de industriële samenwerking van de lidstaten te verbeteren.

Derhalve zet deze richtlijn een Europees autorisatiesysteem op, gebaseerd op de toekenning van overdrachtsvergunningen aan de leveranciers. Dit nieuwe stelsel verbetert de transparantie en zekerheid van de overdrachten in de EU aanzienlijk. Zo bevordert het de aankoop, het onderhoud en de herstelling van Europese defensiegerelateerde producten.

Deze richtlijn is van toepassing op de defensiegerelateerde producten die zijn opgesomd in een lijst die in de bijlage van de richtlijn is opgenomen. De Commissie werkt deze lijst geregeld bij om ervoor te zorgen dat ze strikt overeenkomt met de gemeenschappelijke EU-lijst van militaire goederen.

Overdrachtsvergunningen

Overeenkomstig de richtlijn zijn overdrachten van defensiegerelateerde producten slechts toegestaan na voorafgaande toestemming van de lidstaat vanaf wiens grondgebied de defensiegerelateerde producten zullen worden overgedragen.

In de richtlijn wordt bepaald dat geen andere toestemming van enige andere lidstaat vereist is voor de doorvoer door andere lidstaten of voor de toegang tot het grondgebied van de lidstaat waarin de afnemer van de defensiegerelateerde producten gevestigd is, behalve om redenen van openbare veiligheid of openbare orde, zoals onder meer veilig vervoer.

Er bestaan drie soorten overdrachtsvergunningen:

  • algemene vergunningen;
  • globale vergunningen;
  • individuele vergunningen.

De algemene overdrachtsvergunningen worden door de lidstaten openbaar gemaakt en zijn gericht aan alle leveranciers die op hun grondgebied zijn gevestigd en aan de met de overdrachtsvergunning verbonden voorwaarden voldoen. Dankzij deze vergunningen kunnen de leveranciers meerdere overdrachten van defensiegerelateerde producten afwikkelen aan een of meerdere categorieën afnemers gevestigd in een andere lidstaat.

In de richtlijn wordt vastgesteld in welke gevallen op zijn minst een algemene vergunning vereist is: overdrachten aan gecertificeerde ondernemingen, overdrachten aan de krijgsmacht van de andere lidstaten, overdrachten met het oog op demonstratie, evaluatie en expositie en overdrachten met het oog op onderhoud en herstelling.

Dit type vergunning kan eveneens worden afgegeven voor overdrachten met betrekking tot programma’s van intergouvernementele samenwerking.

De globale vergunningen worden verleend aan individuele leveranciers die daarom verzoeken. Op basis van de door de leverancier ingediende aanvraag, beslissen de lidstaten over de reikwijdte van de globale vergunning, over de geldigheidsduur van de vergunning (drie jaar en verlengbaar) alsook over de gemachtigde afnemers.

De individuele vergunningen worden eveneens op verzoek van de leverancier afgegeven. Zij zijn beperkt tot één enkele overdracht aan één enkele afnemer. Overeenkomstig de richtlijn kunnen zij in nog slechts vier gevallen worden afgegeven:

  • indien de vergunning betrekking heeft op slechts één overdracht;
  • indien dit noodzakelijk is voor de bescherming van de wezenlijke nationale veiligheidsbelangen of om redenen van openbare orde;
  • indien dit noodzakelijk is om te voldoen aan de internationale verplichtingen en verbintenissen van de lidstaten;
  • indien er gegronde redenen zijn om aan te nemen dat de leverancier niet zal kunnen voldoen aan alle voorwaarden die nodig zijn om hem een globale overdrachtsvergunning te kunnen verlenen.

Informatieplicht door leveranciers

De lidstaten zien erop toe dat de leveranciers van defensiegerelateerde producten:

  • de afnemers in kennis stellen van de aan de overdrachtsvergunning verbonden voorwaarden voor het eindgebruik;
  • de bevoegde autoriteiten van de lidstaat vanaf wiens grondgebied zij producten willen overdragen in kennis stellen van hun voornemen om voor het eerst gebruik te maken van een algemene vergunning;
  • een gedetailleerd overzicht van hun overdrachten bijhouden.

Certificering van de afnemers

De richtlijn voorziet in een stelsel voor certificering van de afnemers. Dit stelsel heeft tot doel het vaststellen van het vermogen van de afnemer om de veiligheidsregels voortvloeiend uit de bijzondere aard van producten uit de defensiesector na te leven.

De lidstaten benoemen autoriteiten die bevoegd zijn de op hun grondgebied gevestigde afnemers te certificeren. Bij de certificering worden de volgende criteria gehanteerd:

  • aantoonbare ervaring in defensieactiviteiten;
  • relevante industriële activiteit in defensiegerelateerde producten in de EU;
  • de benoeming door de onderneming van een persoon op hoog niveau die verantwoordelijk is voor overdrachten en uitvoer;
  • de schriftelijke verklaring van de onderneming dat deze aan de voorwaarden in verband met het eindgebruik en de uitvoer van ontvangen onderdelen en producten voldoet;
  • de schriftelijke verklaring van de onderneming dat deze de autoriteiten op hun verzoek informatie zal geven over de eindgebruikers of het eindgebruik van producten die deze onderneming uit hoofde van een overdrachtsvergunning van een andere lidstaat heeft uitgevoerd, overgedragen of ontvangen;
  • een medeondertekende beschrijving van het interne programma tot naleving van de uitvoercontroleprocedure of het uitvoerbeheerssysteem van de onderneming.

De geldigheidsperiode van het certificaat mag in geen geval meer dan vijf jaar bedragen. Het bevat de naam van de bevoegde autoriteit die het certificaat heeft afgegeven, de naam en het adres van de afnemer, de afgiftedatum en de geldigheidsperiode van het certificaat alsmede een verklaring dat de afnemer aan de criteria voldoet. De richtlijn verplicht de lidstaten de certificaten te erkennen die overeenkomstig de richtlijn door andere lidstaten worden afgegeven.

De lidstaten publiceren een lijst van gecertificeerde bedrijven, werken deze regelmatig bij en stellen de Commissie en de andere lidstaten daarvan in kennis. De Commissie maakt deze informatie vervolgens op haar website bekend.

Indien volgens een lidstaat een aanzienlijk risico bestaat dat een gecertificeerde afnemer in een andere lidstaat niet zou voldoen aan een van de aan een algemene overdrachtsvergunning verbonden voorwaarden, stelt hij de lidstaat die het certificaat heeft afgegeven hiervan in kennis en verzoekt hij deze om een beoordeling van de situatie. Indien de twijfel blijft bestaan, mag hij de werking van de overdrachtsvergunning tijdelijk opschorten, waarvan hij de andere lidstaten en de Commissie in kennis stelt.

Bovendien geeft de aanbeveling 2011/24/EU van de Commissie betreffende de certificering van defensieondernemingen de lidstaten praktische tips voor de tenuitvoerlegging van het certificeringssysteem.

Context

De overdracht van defensiegerelateerde producten in de EU was onderworpen aan 27 zeer uiteenlopende nationale vergunningenstelsels die onderling sterk verschilden wat procedures, reikwijdte en termijnen voor het verkrijgen van vergunningen betrof. Deze heterogeniteit vormde een belemmering voor de concurrentiepositie van de Europese defensieondernemingen alsook voor de totstandbrenging van een ware Europese markt voor defensieproducten. Bovendien stonden alle problemen om in de EU vergunningen te verkrijgen niet meer in verhouding tot de werkelijke behoefte aan controle, aangezien jaarlijks duizenden aanvragen voor vergunningen worden ingediend en er geen enkele geweigerd wordt.

REFERENTIES

BesluitDatum van inwerkingtredingUiterste datum voor omzetting in nationaal rechtPublicatieblad

Richtlijn 2009/43/EG

30.6.2009

30.6.2011

PB L 146, 10.6.2009

Wijzigingsbesluit(en)Datum van inwerkingtredingUiterste datum voor omzetting in nationaal rechtPublicatieblad

Richtlijn 2010/80/EU

14.12.2010

30.6.2011

PB L 308, 24.11.2010

Laatste wijziging: 18.02.2011
Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven