RSS
Alfabetische index
Deze pagina is beschikbaar in 15 talen
Nieuwe beschikbare talen:  CS - HU - PL - RO

We are migrating the content of this website during the first semester of 2014 into the new EUR-Lex web-portal. We apologise if some content is out of date before the migration. We will publish all updates and corrections in the new version of the portal.

Do you have any questions? Contact us.


Rechtsbescherming: biotechnologische uitvindingen

Een duidelijke en doeltreffende rechtsbescherming op biotechnologisch gebied is van essentieel belang voor het technowetenschappelijk onderzoek en de economische ontwikkeling in Europa. Daarover gaat deze richtlijn, die bovendien het klonen van mensen en elke tussenkomst in de germinale genetische identiteit uitdrukkelijk verbiedt. De ethische aspecten worden toevertrouwd aan een onafhankelijk comité, dat de Europese Commissie over deze thema's moet adviseren.

BESLUIT

Richtlijn 98/44/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 juli 1998 betreffende de rechtsbescherming van biotechnologische uitvindingen.

SAMENVATTING

Met de richtlijn wordt beoogd het verschil duidelijk te maken tussen wat wel en wat niet octrooieerbaar is. Het gaat er vooral om te bevestigen dat het menselijk lichaam in de verschillende stadia van zijn vorming en zijn ontwikkeling, de werkwijzen voor het klonen van mensen en de germinale geninterventie op de mens niet kunnen worden beschouwd als octrooieerbare uitvindingen.

Om biotechnologische uitvindingen te beschermen moeten de lidstaten erop toezien dat hun nationale octrooiwetten worden aangepast aan de bepalingen van deze richtlijn.

Octrooieerbaarheid

Octrooieerbaar zijn uitvindingen die nieuw zijn, op uitvinderswerkzaamheid berusten en industrieel toepasbaar zijn, ook wanneer zij betrekking hebben op een voortbrengsel dat uit biologisch materiaal * bestaat of dit bevat. Biologisch materiaal dat met behulp van een technische werkwijze uit zijn natuurlijke milieu wordt geïsoleerd of wordt verkregen, kan ook het voorwerp van een uitvinding zijn.

Niet octrooieerbaar zijn:

  • planten- en dierenrassen;
  • werkwijzen van wezenlijk biologische aard voor de voortbrenging van planten of dieren, zoals kruising of selectie. Uitvindingen van microbiologische werkwijzen * zijn echter wel octrooieerbaar;
  • het menselijk lichaam, alsmede de loutere ontdekking van een van de delen ervan, met inbegrip van een sequentie of partiële sequentie van een gen.

Daarentegen is een deel van het menselijk lichaam dat werd geïsoleerd of dat door een technische werkwijze werd verkregen, met inbegrip van een sequentie of een partiële sequentie van een gen, vatbaar voor octrooiering.

Uitvindingen waarvan de commerciële exploitatie strijdig zou zijn met de openbare orde of met de goede zeden, worden van octrooieerbaarheid uitgesloten. Dit betreft met name:

  • werkwijzen voor het klonen van mensen;
  • werkwijzen tot wijziging van de germinale genetische identiteit van de mens;
  • het gebruik van menselijke embryo's voor industriële of commerciële doeleinden;
  • werkwijzen tot wijziging van de genetische identiteit van dieren die lijden veroorzaken zonder aanzienlijk medisch nut op te leveren, alsmede de dieren die uit dergelijke werkwijzen zijn verkregen.

Ethische aspecten

Alle ethische aspecten van de biotechnologie worden beoordeeld door de Europese groep ethiek van de exacte wetenschappen en de nieuwe technologieën (EN)(FR) van de Europese Commissie.

Omvang van de bescherming

De bescherming die wordt geboden door een octrooi voor biologisch materiaal dat door de uitvinding bepaalde eigenschappen heeft verkregen, strekt zich uit tot ieder biologisch materiaal dat hieruit door middel van propagatie of vermeerdering wordt gewonnen en diezelfde eigenschappen heeft.

De bescherming die wordt geboden door een octrooi voor een voortbrengsel dat genetische informatie bevat, strekt zich uit tot ieder materiaal waarin dit voortbrengsel wordt verwerkt.

Deze bescherming geldt echter niet voor:

  • biologisch materiaal dat wordt gewonnen door propagatie of vermeerdering indien de propagatie of vermeerdering noodzakelijkerwijs voortvloeit uit het gebruik waarvoor het biologisch materiaal door de octrooihouder of met diens toestemming op de markt is gebracht, mits het afgeleide materiaal vervolgens niet voor andere propagaties of vermeerderingen wordt gebruikt;
  • plantaardig propagatiemateriaal of fokvee dat door de octrooihouder of met diens toestemming aan een landbouwer is verkocht, mits deze dit vee of plantaardig materiaal voor zijn eigen agrarische activiteiten gebruikt.

Dwanglicentie wegens afhankelijkheid

Wanneer een kweker een kwekersrecht niet kan verkrijgen noch exploiteren zonder op een octrooi van eerdere datum inbreuk te maken, mag hij een dwanglicentie voor niet-exclusieve exploitatie van de door dat octrooi beschermde uitvindingen aanvragen, mits hij een redelijke vergoeding betaalt.

Dit geldt ook wanneer de houder van een octrooi voor een biotechnologische uitvinding deze niet kan exploiteren zonder op een kwekersrecht van eerdere datum inbreuk te maken.

Depot van biotechnologische uitvindingen

De octrooiaanvraag moet aan een aantal voorwaarden voldoen (depot van het biologisch materiaal uiterlijk op de dag van de indiening van de octrooiaanvraag bij een erkende depositaris, overdracht van gegevens over de kenmerken van het gedeponeerde biologisch materiaal, enzovoort).

Sleutelbegrippen van het besluit
  • Biologisch materiaal: materiaal dat genetische informatie bevat en zichzelf kan repliceren of in een biologisch systeem kan worden gerepliceerd.
  • Microbiologische werkwijze: iedere werkwijze waarbij microbiologisch materiaal wordt gebruikt, die op microbiologisch materiaal ingrijpt of die microbiologisch materiaal als resultaat heeft.

REFERENTIES

Besluit Datum van inwerkingtreding Uiterste datum voor omzetting in de lidstaten Publicatieblad
Richtlijn 98/44/EG 30.7.1998 30.7.2000 L 213 van 30.7.1998
Laatste wijziging: 04.07.2011
Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven