RSS
Alfabetische index
Deze pagina is beschikbaar in 15 talen
Nieuwe beschikbare talen:  CS - HU - PL - RO

We are migrating the content of this website during the first semester of 2014 into the new EUR-Lex web-portal. We apologise if some content is out of date before the migration. We will publish all updates and corrections in the new version of the portal.

Do you have any questions? Contact us.


Statuut van de Europese coöperatieve vennootschap

De Europese Unie maakt het coöperaties gemakkelijker grensoverschrijdende activiteiten te ontwikkelen door hen passende juridische instrumenten te bieden, een en ander met inachtneming van hun specifieke kenmerken. Zij maakt het natuurlijke en rechtspersonen mogelijk op Europees niveau nieuwe coöperaties op te zetten. Zij garandeert het recht van de werknemers van Europese coöperatieve vennootschappen (SCE’s) op informatie, raadpleging en participatie.

BESLUIT

Verordening (EG) nr. 1435/2003 van de Raad van 22 juli 2003 betreffende het statuut voor een Europese Coöperatieve Vennootschap (SCE).

Richtlijn 2003/72/EG van de Raad van 22 juli 2003 tot aanvulling van het statuut van een Europese coöperatieve vennootschap met betrekking tot de rol van de werknemers.

SAMENVATTING

Deze verordening strekt tot instelling van een Europese rechtsvorm, de Europese coöperatieve vennootschap * (SCE). Deze garandeert dat coöperatieve en kapitaalvennootschappen op gelijke voet kunnen concurreren en moedigt coöperatieve vennootschappen aan transnationale activiteiten te ontplooien.

Oprichting van een SCE

Een SCE kan worden opgericht:

  • door ten minste vijf natuurlijke en/of rechtspersonen die in ten minste twee verschillende landen van de Europese Economische Ruimte (EER) verblijven, die zijn opgericht volgens het recht van een lidstaat van de Europese Unie (EU) en die onderworpen zijn aan het recht van ten minste twee lidstaten van de EU;
  • door een fusie van coöperaties die zijn opgericht volgens het recht van een van de EU-lidstaten en die hun zetel en hoofdkantoor in de betrokken lidstaat hebben, indien ten minste twee van de deelnemende coöperaties onderworpen zijn aan het recht van verschillende lidstaten;
  • door omzetting van een coöperatie die is opgericht volgens het recht van een van de EU-lidstaten en die haar zetel en hoofdkantoor in die lidstaat heeft, indien de betrokken coöperatie al ten minste twee jaar een vestiging of dochteronderneming heeft welke door het recht van een andere EU-lidstaat wordt geregeld.

Een lidstaat kan toestaan dat een rechtspersoon waarvan het hoofdkantoor niet binnen de EER is gelegen aan de totstandkoming van een SCE deelneemt indien de betrokken rechtspersoon:

  • is opgericht volgens het recht van een van de lidstaten;
  • haar hoofdzetel in diezelfde lidstaat heeft;
  • een daadwerkelijke en continue band onderhoudt met de economie van een lidstaat.

Kapitaal

Het kapitaal van een SCE wordt gevormd door de aandelen van de leden en bedraagt ten minste 30 000 euro. Indien de wetgeving van een lidstaat voor rechtspersonen die een bepaald soort activiteiten uitoefenen een hoger geplaatst kapitaal voorschrijft (bijvoorbeeld bank- en verzekeringsactiviteiten), geldt die wetgeving ook voor SCE’s waarvan de statutaire zetel binnen deze lidstaat gelegen is.

Eenmaal per jaar dient de algemene vergadering bij de afsluiting van het boekjaar de hoogte van het kapitaal en de afwijking daarvan ten opzichte van het kapitaal over het vorige boekjaar vast te stellen.

Indien toegestaan door het recht van de lidstaat waarin de statutaire zetel gevestigd is, kan de SCE ook kapitaalverschaffende leden tellen, die in dat geval beperkte stemrechten hebben.

Statuten

De leden die de SCE oprichten stellen de statuten van de coöperatie vast, overeenkomstig de bepalingen zoals die gelden voor het oprichten van nationale coöperaties. De statuten dienen schriftelijk te worden vastgelegd en moeten door de leden worden ondertekend.

Wijziging van de statutaire zetel

De statutaire zetel van een SCE kan worden overgebracht van één lidstaat naar een andere, zonder dat de vennootschap daarvoor eerst hoeft te worden ontbonden of een nieuwe rechtspersoon moet worden opgericht. De statutaire zetel, waarvan de locatie is vastgesteld in de statuten, dient zich op het grondgebied van de Gemeenschap te bevinden en overeen te komen met de plaats waar het hoofdbestuur is gevestigd.

Non-discriminatiebeginsel

Behoudens andersluidende bepalingen van de onderhavige verordening ontvangt een SCE in alle lidstaten dezelfde behandeling als een nationale coöperatie.

Inschrijving en openbaarheid

SCE’s moeten in de lidstaat waar ze hun statutaire zetel hebben ingeschreven worden bij het register dat in de wetgeving van die lidstaat is aangewezen. Inschrijving en doorhaling van een SCE dienen ter informatie in het Publicatieblad van de Europese Unie te worden bekendgemaakt.

Structuur van de SCE

De beheersstructuur van een SCE omvat enerzijds een algemene vergadering en anderzijds, naargelang de optie waarvoor in de statuten is gekozen:

  • ofwel een leidinggevend orgaan en een toezichthoudend orgaan (dualistisch stelsel);
  • ofwel een bestuursorgaan (monistisch stelsel).

De leden hebben tijdens een algemene vergadering in beginsel gelijke stemrechten. In bepaalde financiële coöperaties kan een uitzondering worden gemaakt voor leden die een groot deel van het kapitaal hebben verschaft.

Afhankelijk van het gekozen stelsel staat het leidinggevend of het bestuursorgaan in voor het beheer van de SCE en heeft het de bevoegdheid de coöperatieve vennootschap tegenover derden te verbinden en deze in rechte te vertegenwoordigen.

De statuten van de SCE geven aan voor welke categorieën handelingen het leidinggevend of het bestuursorgaan toestemming nodig heeft, welke door het toezichthoudend orgaan of de algemene vergadering kan worden verleend.

Controle en openbaarheid van de rekeningen

Voor het opstellen, de controle en de openbaarmaking van de jaarrekening en de geconsolideerde jaarrekening van SCE’s gelden de wettelijke bepalingen van de lidstaat waar zij hun zetel hebben.

Ontbinding, vereffening, insolvabiliteit en staken der betalingen

Een SCE wordt ontbonden:

  • ofwel bij besluit van de algemene vergadering (inzonderheid wanneer de bij de statuten vastgestelde termijn is verstreken of wanneer het kapitaal beneden het vastgestelde minimum is gezakt);
  • ofwel bij rechterlijke beslissing (bijvoorbeeld wanneer de zetel van de SCE is overgebracht naar een plaats buiten de EER).

Indien een SCE verwikkeld is in een faillissementsprocedure dan wel in een procedure op grond van insolventie of het staken der betalingen, gelden de nationale wettelijke bepalingen van de lidstaat waar zij haar zetel heeft.

Rol van de werknemers

Elke SCE bepaalt de wijze waarop de werknemers bij het beheer van de SCE betrokken worden.

Doorgaans wordt een speciale onderhandelingsgroep opgericht. Deze bestaat uit werknemersvertegenwoordigers van de rechtspersonen die deelnemen aan de oprichting van de SCE of van haar dochterondernemingen.

Deze groep onderhandelt over een akkoord met de bevoegde organen van de deelnemende rechtspersonen, teneinde vast te leggen op welke wijze de werknemers bij het beheer van de toekomstige SCE zullen worden betrokken. Indien geen akkoord wordt bereikt, gelden referentiebepalingen.

De wijze waarop de werknemers bij het beheer van de SCE worden betrokken, dient evenwel te worden vastgesteld volgens de nationale bepalingen van de lidstaat waarin zich de statutaire zetel bevindt indien het een SCE betreft:

  • die uitsluitend uit natuurlijke personen dan wel uit een combinatie van één rechtspersoon en een of meer natuurlijke personen is samengesteld; en
  • die in totaal minder dan 50 werknemers dan wel 50 of meer werknemers in één lidstaat telt.

Context

De instelling van het statuut van de SCE moet de ontwikkeling van de interne markt stimuleren door de activiteiten van dergelijke vennootschappen op Europees niveau te vergemakkelijken. Met datzelfde doel voor ogen heeft de Raad Verordening (EEG) nr. 2137/85 tot instelling van Europese economische samenwerkingsverbanden (EESV), Verordening (EG) nr. 2157/2001 betreffende het statuut van de Europese vennootschap en Richtlijn 2005/56/EG betreffende grensoverschrijdende fusies van kapitaalvennootschappen goedgekeurd.

Belangrijkste begrippen
  • Coöoperatieve vennootschap: een autonoom, vrijwillig samenwerkingsverband van personen die zich in een vennootschap hebben verenigd waarvan het bezit aan alle leden toebehoort en die democratisch wordt bestuurd, teneinde gemeenschappelijke sociaaleconomische en culturele doelstellingen te verwezenlijken en dito behoeften te vervullen.

REFERENTIES

Besluit Datum van inwerkingtreding Uiterste datum voor omzetting in nationaal recht Publicatieblad

Verordening (EG) nr. 1435/2003

21.8.2003

-

L 207 van 18.8.2003

Richtlijn 2003/72/EG

18.8.2003

18.8.2006

L 207 van 18.8.2003

GERELATEERDE BESLUITEN

Verslag van de Commissie aan de Raad, het Europees Parlement, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s betreffende het heronderzoek van Richtlijn 2003/72/EG van de Raad van 22 juli 2003 tot aanvulling van het statuut van de Europese coöperatieve vennootschap met betrekking tot de rol van de werknemers [COM(2010) 481 definitief - Niet in het Publicatieblad bekendgemaakt].
De Commissie stelt de resultaten voor van een onderzoek naar de tenuitvoerlegging van de richtlijn betreffende de rol van de werknemers in SCE’s. Zij stelt vast dat Richtlijn 2003/72/EG over het algemeen naar bevrediging in nationaal recht is omgezet, maar dat het wachten was tot 2009 vooraleer alle lidstaten van de EU de richtlijn hadden omgezet. Zij brengt bepaalde omzettingsproblemen naar voren die zich bij de verschillende richtlijnen inzake de rol van de werknemers voordoen, met name inzake het voorkomen van misbruik van de oprichtingsprocedure van de Europese vennootschapsvormen om werknemers hun rechten te ontnemen. De Commissie benadrukt het gebrek aan ervaring met de toepassing van de richtlijn gezien het zeer lage aantal opgerichte SCE’s en betrokken werknemers. Zij merkt tevens op dat de oprichtingsprocedure voor kleine coöperaties ingewikkeld kan zijn.
Alvorens Richtlijn 2003/72/EG te wijzigingen, dient de Commissie tot een evaluatie over te gaan van Verordening (EG) nr. 1435/2003 betreffende het statuut voor een Europese Coöperatieve Vennootschap (SCE) en van de andere richtlijnen betreffende de rol van de werknemers, zoals Richtlijn 2001/86/EG betreffende Europese vennootschappen.

Mededeling van de Commissie aan de Raad, het Europees Parlement, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's van 23 februari 2004 over de bevordering van coöperatieve vennootschappen in Europa [COM(2004) 18 definitief - Niet in het Publicatieblad bekendgemaakt].
De Commissie is van mening dat het potentieel van de coöperaties niet naar vermogen wordt benut en dat hun imago op nationaal en Europees vlak moet worden verbeterd. Daarom geeft zij een uiteenzetting van de maatregelen die ertoe kunnen bijdragen dat er in Europa een ruimer gebruik van coöperaties wordt gemaakt. Hierbij wordt de nadruk gelegd op een grotere zichtbaarheid van de sector, een betere kwaliteit van de nationale wetgeving en een grotere bijdrage van de coöperaties aan het Gemeenschapsbeleid. De belangrijkste richtsnoeren van de mededeling zijn:

  • bevordering van een veelvuldiger gebruik van coöperaties in heel Europa, door verbetering van de zichtbaarheid, de kenmerken en de bekendheid van de sector;
  • verdere verbetering van de wetgeving inzake coöperaties in Europa;
  • consolidatie en verbetering van de bijdrage - actief en passief - van coöperaties aan de doelstellingen van de Gemeenschap.
Laatste wijziging: 20.01.2011

Zie ook

  • Europese Commissie, directoraat-generaal Werkgelegenheid, sociale zaken en inclusie (DE) (EN) (FR)
  • Europese Commissie, directoraat-generaal Ondernemingen en industrie (EN)
Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven