RSS
Alfabetische index
Deze pagina is beschikbaar in 15 talen
Nieuwe beschikbare talen:  CS - HU - PL - RO

We are migrating the content of this website during the first semester of 2014 into the new EUR-Lex web-portal. We apologise if some content is out of date before the migration. We will publish all updates and corrections in the new version of the portal.

Do you have any questions? Contact us.


Openbaar overnamebod

De Europese Unie wil de Europese ondernemingen een grotere rechtszekerheid bieden bij een openbaar overnamebod waarbij tegelijkertijd de belangen van de aandeelhouders (en met name van aandeelhouders met een minderheidsbelang), van de werknemers en van iedere andere belanghebbende partij worden beschermd. Door middel van een richtlijn stelt zij voor de gehele Europese Unie gemeenschappelijke transparante voorschriften vast op het gebied van grensoverschrijdende openbare overnamebiedingen, en dit ten behoeve van alle belanghebbende partijen. Zo versterkt zij bijvoorbeeld de voorschriften betreffende het verstrekken van informatie aan de aandeelhouders over de uitgebrachte biedingen (termijn voor de aanvaarding van het bod, tegenprestatie, financiering van het bod, ...). Zij bevordert ook de herstructurering van de ondernemingen, teneinde ertoe bij te dragen de Europese markt concurrerender te maken.

MAATREGEL

Richtlijn 2004/25/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende het openbaar overnamebod.

SAMENVATTING

Deze richtlijn heeft tot doel minimumrichtsnoeren voor de afwikkeling van openbare overnamebiedingen vast te stellen met betrekking tot effecten* van onder het recht van de lidstaten vallende vennootschappen, wanneer alle effecten of sommige ervan deel uitmaken van de gereglementeerde markt. Zij heeft ook tot doel de houders van effecten in de Gemeenschap een afdoend beschermingsniveau te waarborgen door een kader van gemeenschappelijke beginselen en algemene vereisten vast te stellen waaraan de lidstaten uitvoering moeten geven via meer gedetailleerde voorschriften die met hun nationale rechtsstelsel en hun culturele achtergrond in overeenstemming zijn. De lidstaten moeten deze richtlijn uiterlijk twee jaar na haar inwerkingtreding omzetten.

Toepassingsgebied

De richtlijn schrijft maatregelen voor tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen, gedragscodes of andere regelingen van de lidstaten, met inbegrip van regelingen die zijn vastgesteld door organisaties die officieel gemachtigd zijn om de markten te reguleren (hierna "voorschriften" te noemen), betreffende openbare overnamebiedingen op effecten van onder het recht van een lidstaat vallende vennootschappen, wanneer alle of een deel van deze effecten in een of meer lidstaten zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt in de zin van Richtlijn 93/22/EEG (hierna "gereglementeerde markt" te noemen).

De richtlijn is niet van toepassing op openbare overnamebiedingen op effecten die zijn uitgegeven door vennootschappen die tot doel hebben uit het publiek aangetrokken kapitaal collectief te beleggen volgens het beginsel van risicospreiding, en waarvan deelnemingsrechten op verzoek van de houders ten taste van de activa van deze vennootschappen direct of indirect worden ingekocht of terugbetaald. Met dergelijke inkopen of terugbetalingen wordt gelijkgesteld, ieder handelen van een dergelijke vennootschap om te voorkomen dat de waarde van haar deelnemingsrechten ter beurze aanzienlijk afwijkt van de intrinsieke waarde.

De richtlijn is evenmin van toepassing op openbare overnamebiedingen op effecten die zijn uitgegeven door de centrale banken van de lidstaten.

Algemene beginselen

De lidstaten dragen er zorg voor dat aan de volgende beginselen wordt voldaan:

  • gelijke behandeling van alle aandeelhouders van de doelvennootschap*; indien een persoon de zeggenschap over een vennootschap verkrijgt, moeten de overige houders van effecten worden beschermd;
  • de personen tot wie het bod is gericht, moeten over voldoende tijd en inlichtingen beschikken om met kennis van zaken over een bod te kunnen beslissen; het leidinggevend of het bestuursorgaan van de doelvennootschap moet in zijn advies aan de houders van effecten zijn visie geven op de gevolgen van de uitvoering van het bod voor de werkgelegenheid, de arbeidsvoorwaarden en de vestigingsplaatsen van de vennootschap;
  • het leidinggevend of bestuursorgaan van de doelvennootschap dient te handelen in het belang van de vennootschap als geheel en mag de houders van effecten niet de mogelijkheid ontzeggen om over de merites van het bod te beslissen;
  • er mogen geen oneigenlijke markten ontstaan in effecten van de doelvennootschap, de bieder of enige andere bij het bod betrokken vennootschap, waardoor de prijzen van de effecten kunstmatig zouden stijgen of dalen en de normale werking van de markten zou worden verstoord;
  • een bieder mag zijn bod pas aankondigen nadat hij ervoor heeft gezorgd dat hij een tegenprestatie in geld, indien deze wordt aangeboden, kan opbrengen en indien hij alle redelijke maatregelen heeft getroffen om elke andere vorm van vergoeding te kunnen verstrekken;
  • de doelvennootschap mag niet langer dan redelijk is in haar werkzaamheden worden gehinderd door een bod op haar effecten.

De lidstaten kunnen aanvullende voorwaarden en strengere voorschriften vaststellen dan die welke bij de richtlijn met betrekking tot biedingen zijn vereist.

Toezichthoudende autoriteit en toepasselijk recht

De lidstaten wijzen de autoriteit of autoriteiten aan die belast zijn met het toezicht op een bod. De aan te wijzen autoriteiten zijn ofwel overheidsinstanties, ofwel verenigingen of private lichamen die zijn erkend bij de nationale wetgeving dan wel door overheidsinstanties die bij het nationale recht uitdrukkelijk voor dat doel zijn gemachtigd. De lidstaten stellen de Commissie van deze aanwijzing in kennis. De lidstaten dragen er zorg voor dat deze autoriteiten hun taken onpartijdig en onafhankelijk van alle partijen bij het bod uitoefenen.

De toezichthoudende autoriteit die ten aanzien van een bod bevoegd is, is de autoriteit van de lidstaat waar de doelvennootschap haar statutaire zetel heeft, indien de effecten van die vennootschap tot de handel op een gereglementeerde markt in die lidstaat zijn toegelaten. In alle andere gevallen (de effecten zijn niet toegelaten, of zijn wel toegelaten, maar dan op meerdere gereglementeerde markten, of nog andere gevallen ...) geeft de richtlijn aan hoe de bevoegde toezichthoudende autoriteit moet worden bepaald.

De lidstaten dragen er zorg voor dat alle personen die bij hun toezichthoudende autoriteiten werkzaam zijn of zijn geweest, gebonden zijn door het beroepsgeheim.

De toezichthoudende autoriteiten en de autoriteiten die toezicht houden op kapitaalmarkten, werken samen en wisselen gegevens uit. Deze gegevens vallen onder de geheimhoudingsplicht.

Bescherming van minderheidsaandeelhouders, verplicht bod en billijke prijs*

De lidstaten dragen er zorg voor dat een natuurlijke of rechtspersoon die, ten gevolge van eigen verwerving of verwerving door in onderling overleg* met hem handelende personen, effecten van een vennootschap in zijn bezit krijgt welke een bepaald percentage van de stemrechten in de vennootschap vertegenwoordigen waarmee de zeggenschap over de vennootschap wordt verkregen, verplicht is een bod uit te brengen ter bescherming van de minderheidsaandeelhouders van de vennootschap. Dat bod wordt zo spoedig mogelijk gedaan aan alle houders van effecten, voor al hun effecten en tegen een billijke prijs.

De biedplicht is niet langer van toepassing wanneer de zeggenschap is verkregen als gevolg van een vrijwillig bod dat tot alle houders van effecten was gericht en op al hun effecten betrekking had.

Het percentage van de stemrechten waarmee de zeggenschap wordt verkregen en de methode voor de berekening ervan, worden vastgesteld overeenkomstig de voorschriften van de lidstaat waar de vennootschap haar statutaire zetel heeft.

De lidstaten mogen de toezichthoudende autoriteiten ertoe machtigen om onder welomlijnde omstandigheden en op grond van duidelijk omschreven criteria de billijke prijs te wijzigen. Dat besluit moet met redenen worden omkleed en openbaar worden gemaakt.

De bieder kan verschillende tegenprestaties bieden, namelijk effecten, geld of een combinatie van beide. Wanneer het niet gaat om liquide effecten die tot de handel op een gereglementeerde markt toegelaten zijn, moet als alternatief ook een tegenprestatie in geld worden geboden.

De lidstaten kunnen bepalen dat een tegenprestatie in geld, ten minste als een alternatief, in alle gevallen moet worden aangeboden.

Informatie over het bod

De lidstaten dragen er zorg voor dat het besluit om een bod uit te brengen onverwijld openbaar wordt gemaakt en dat de toezichthoudende autoriteit van het bod in kennis wordt gesteld. De lidstaten dragen er tevens zorg voor dat de bieder verplicht is tijdig een biedingsbericht op te stellen en openbaar te maken dat alle informatie bevat die nodig is om de houders van effecten van de doelvennootschap in staat te stellen met kennis van zaken over het bod te beslissen.

De richtlijn bepaalt de gegevens die het biedingsbericht ten minste moet bevatten. Het betreft met name de inhoud van het bod, de identiteit van de bieder, de geboden vergoeding, en het hoogste en laagste percentage of aantal effecten dat de bieder toezegt te zullen verwerven; maar ook de voorwaarden waaraan het bod is onderworpen, de voornemens van de bieder met betrekking tot het voortzetten van de activiteiten van de doelvennootschap, de termijn voor de aanvaarding, alsmede het nationale recht dat op de overeenkomst van toepassing zal zijn.

Rechten van werknemers

De richtlijn voorziet in de verplichting om de werknemers of de vertegenwoordigers van de doelvennootschap van het openbaar overnamebod in detail te informeren. Zij breidt deze verplichting uit tot informatie of raadpleging van de werknemers van de biedende vennootschap. Bovendien wordt in de richtlijn expliciet aangegeven dat de informatie en de raadpleging van de werknemers moeten voldoen aan de toepasselijke nationale bepalingen en aan de verschillende communautaire bepalingen op dit gebied, zoals Richtlijn 94/45/EG betreffende Europese ondernemingsraden, Richtlijn 98/59/EG inzake collectief ontslag en Richtlijn 2002/14/EG betreffende de informatie en de raadpleging van de werknemers (castellanodeutschenglishfrançais).

Termijn voor de aanvaarding

De lidstaten bepalen dat de termijn voor de aanvaarding van het bod niet minder dan twee weken en niet meer dan tien weken mag bedragen te rekenen vanaf de datum waarop het biedingsbericht openbaar wordt gemaakt. Onder zekere voorwaarden kunnen de lidstaten bepalen dat de termijn van tien weken kan worden verlengd.

Verplichting van het leidinggevend of het bestuursorgaan van de doelvennootschap

Hoewel de richtlijn voorschriften terzake bevat, laat ze de lidstaten de keuze om ze al of niet toe te passen. Zo is bijvoorbeeld het voorschrift waarbij aan de raad van bestuur van een doelvennootschap van een openbaar overnamebod de verplichting wordt opgelegd dat de instemming van de aandeelhouders moet worden verkregen voordat beschermingsmaatregelen worden genomen, facultatief voor de lidstaten. Deze laatste laten de vennootschappen de keuze om deze bepaling al of niet toe te passen.

Doorbraak

De bepaling betreffende de verplichting om de speciale rechten van vennoten op bepaalde handelingen (meervoudig stemrecht, benoemingsrecht, beperkingen van de overdracht van effecten) tijdens het openbaar overnamebod buiten werking te stellen, is eveneens facultatief voor de lidstaten. Deze laatste laten de vennootschappen de keuze om deze bepaling al of niet toe te passen.

Andere op het verloop van een bod toepasselijke voorschriften

De lidstaten moeten voorschriften vaststellen welke ten minste de volgende aspecten van het verloop van een bod regelen:

  • het vervallen van een bod;
  • de herziening van een bod;
  • concurrerende biedingen;
  • de openbaarmaking van het resultaat van een bod;
  • de onherroepelijkheid van een bod en de toegestane voorwaarden.

Uitstotingsrecht

De richtlijn bevat een bepaling inzake uitstoting die een aandeelhouder met een groot meerderheidsbelang in staat stelt aandeelhouders met een minderheidsbelang te verplichten hun effecten te verkopen. De lidstaten moeten er immers zorg voor dragen dat een bieder van alle houders van de resterende effecten kan verlangen hem deze effecten tegen een billijke prijs te verkopen.

De lidstaten voeren dit recht in een van de volgende situaties in:

  • wanneer de bieder een hoeveelheid effecten bezit die ten minste 90 % van de stemrechten van de doelvennootschap vertegenwoordigt. De lidstaten kunnen een hogere drempel vaststellen, die echter niet hoger mag zijn dan 95 % van het kapitaal waaraan stemrechten zijn verbonden en 95 % van de stemrechten;

of

  • wanneer hij na aanvaarding van het bod effecten die ten minste 90 % van het kapitaal van de doelvennootschap waaraan stemrechten zijn verbonden en 90 % van de stemrechten die deel uitmaken van het bod heeft verworven of contractueel heeft toegezegd deze te verwerven.

De bieder die het uitstotingsrecht wenst uit te oefenen, moet dit doen binnen een termijn van drie maanden na het einde van de periode voor aanvaarding van het bod. De lidstaten zorgen ervoor dat een billijke prijs gewaarborgd is.

Verkooprecht

Het uitstotingsrecht wordt gecombineerd met een verkooprecht, dat het aandeelhouders met een minderheidsbelang in het kader van een openbaar overnamebod mogelijk maakt een aandeelhouder met een groot meerderheidsbelang te dwingen hun effecten te kopen. De lidstaten moeten er immers zorg voor dragen dat een houder van resterende effecten van de bieder kan verlangen dat deze zijn effecten koopt voor een billijke prijs.

Omzetting en herzieningsclausule

De lidstaten hebben twee jaar tijd om de richtlijn om te zetten (uiterlijk op 20 mei 2006). Een herzieningsclausule bepaalt dat de Commissie vijf jaar na de uiterste datum voor de omzetting een aanpassing van de tekst kan voorstellen in het licht van de ervaring die met de toepassing ervan is opgedaan.

In deze context verstrekken de lidstaten de Commissie jaarlijks informatie over de openbare overnamebiedingen die zijn uitgebracht op vennootschappen waarvan de effecten zijn toegelaten tot de handel op hun gereglementeerde markten.

Context

Deze richtlijn is een essentieel onderdeel van het actieplan voor financiële diensten. Bovendien heeft de Europese Raad van Lissabon (maart 2000) de richtlijn aangemerkt als één van de belangrijkste prioriteiten om tegen 2005 geïntegreerde Europese financiële markten tot stand te brengen.

Het vorige voorstel voor een richtlijn betreffende het openbaar overnamebod was in juli 2001 na twaalf jaar van onderhandelingen door het Europees Parlement verworpen. Een bemiddelingsprocedure tussen het Europees Parlement en de Raad was uitgemond in een compromis. Het Europees Parlement was evenwel vervolgens verdeeld geraakt en heeft uiteindelijk de compromistekst met evenveel stemmen voor als tegen verworpen. Dit was voornamelijk aan drie factoren toe te schrijven:

  • de onrust die was veroorzaakt door de verplichting volgens welke bestuurders van een doelvennootschap na het uitbrengen van een bod machtiging van de aandeelhouders moesten verkrijgen voordat zij beschermingsmaatregelen tegen dit bod mochten nemen;
  • de combinatie van deze zogenaamde "neutraliteits"-verplichting van bestuurders en de volledige onbeschermdheid van de doelvennootschap en de angst als gevolg hiervan dat de deuren van de Europese vennootschappen voor Amerikaanse vennootschappen, of ook voor vennootschappen van andere lidstaten werden opengezet;
  • de ontevredenheid over het feit dat de richtlijn de werknemers van bij een openbaar overnamebod betrokken vennootschappen onvoldoende bescherming bood.

In reactie op de verwerping van het voorstel heeft de Commissie aan een deskundigengroep van hoog niveau op het gebied van het vennootschapsrecht, onder voorzitterschap van Jaap Winter, gevraagd voorstellen te doen voor het verhelpen van de door het Europees Parlement gesignaleerde problemen. In de huidige richtlijn wordt ruimschoots rekening gehouden met de aanbevelingen die zijn gedaan in het in januari 2002 door deze groep gepubliceerde verslag over de problematiek van het openbare overnamebod (DE ) (EN ) (FR ) (PDF).

Sleuteltermen van het besluit
  • Openbaar overnamebod: een openbaar aanbod (dat niet uitgaat van de doelvennootschap zelf) aan de houders van effecten van een vennootschap om al die effecten of een deel daarvan te verwerven, ongeacht of het aanbod verplicht dan wel vrijwillig is, mits het volgt op of strekt tot het verkrijgen van zeggenschap over de doelvennootschap overeenkomstig het nationaal recht.
  • Effecten: overdraagbare effecten waaraan stemrechten in een vennootschap verbonden zijn.
  • Doelvennootschap: de vennootschap op de effecten waarvan een bod wordt uitgebracht.
  • Bieder: iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon, beheerst door publiekrecht dan wel privaatrecht, die een bod uitbrengt.
  • Billijke prijs: de hoogste prijs die tijdens een door de lidstaten te bepalen periode van niet minder dan zes en niet meer dan twaalf maanden vóór het bod door de bieder of door in onderling overleg met hem handelende personen voor dezelfde effecten is betaald, geldt als de billijke prijs. Indien na openbaarmaking van het bod en vóór sluiting van het bod voor aanvaarding de bieder of in onderling overleg met hem handelende personen effecten aankopen boven de biedingsprijs, verhoogt de bieder zijn bod tot ten minste de hoogste prijs die is betaald voor de aldus verworven effecten.
  • In onderling overleg met ... handelende personen: natuurlijke of rechtspersonen die met de bieder of met de doelvennootschap samenwerken op grond van een uitdrukkelijke of stilzwijgende, mondelinge of schriftelijke overeenkomst die ertoe strekt de zeggenschap over de doelvennootschap te verkrijgen of het welslagen van het bod te dwarsbomen.

REFERENTIES

MaatregelDatum van inwerkingtredingUiterste datum voor omzetting in de lidstatenPublicatieblad
Richtlijn 2004/25/EG [goedkeuring: medebeslissing COD/2002/0240]20.5.200420.5.2006PB L 142 van 30.4.2004
 
Laatste wijziging: 11.06.2004
Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven