RSS
Alfabetische index
Deze pagina is beschikbaar in 15 talen
Nieuwe beschikbare talen:  CS - HU - PL - RO

We are migrating the content of this website during the first semester of 2014 into the new EUR-Lex web-portal. We apologise if some content is out of date before the migration. We will publish all updates and corrections in the new version of the portal.

Do you have any questions? Contact us.


De Europese Akte

Om de Europese integratie opnieuw op gang te brengen en de interne markt tot stand te brengen worden de Verdragen van Rome gewijzigd door de Europese Akte (EA). Door het verdrag wordt de werking van de Europese instellingen gewijzigd en krijgt de Gemeenschap meer bevoegdheden, met name op het vlak van onderzoek en ontwikkeling, milieu en het gemeenschappelijk buitenlands beleid.

ONTSTAAN

Op 17 februari 1986 werd de EA door negen lidstaten ondertekend, gevolgd door Denemarken, Italië en Griekenland op 28 februari 1986. De Akte is de eerste belangrijke wijziging van het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap (EEG). Ze is in werking getreden op 1 juli 1987.

Aan de ondertekening van de EA gingen de volgende stappen vooraf:

  • De plechtige verklaring van Stuttgart van 19 juni 1983
    Deze tekst werd opgesteld aan de hand van een ontwerp van Hans Dietrich Genscher, de Duitse minister van buitenlandse zaken, en zijn Italiaanse collega Emilio Colombo en gaat vergezeld van verklaringen van de lidstaten betreffende de doelstellingen op het vlak van interinstitutionele samenwerking, bevoegdheden van de gemeenschap en politieke samenwerking. De staats- en regeringsleiders verbinden zich ertoe de vooruitgang op dit vlak opnieuw te onderzoeken en zonodig op te nemen in een Verdrag over de Europese Unie.
  • Het ontwerpverdrag tot oprichting van de Europese Unie
    Op initiatief van het Italiaanse parlementslid Altiero Spinelli is een parlementaire commissie voor institutionele aangelegenheden opgericht om een verdrag op te stellen waarbij de bestaande Gemeenschappen worden vervangen door een Europese Unie. Dit ontwerpverdrag is door het Europees Parlement goedgekeurd op 14 februari 1984.
  • De Europese Raad van Fontainebleau van 25 en 26 juni 1984
    Op basis van het ontwerpverdrag van het Parlement heeft een ad hoc comité van persoonlijke vertegenwoordigers van de staats- en regeringsleiders en voorgezeten door de Ierse senator Dooge zich over een aantal institutionele vraagstukken gebogen. In zijn verslag riep senator Dooge de Raad van Europa op om een intergouvernementele conferentie bijeen te roepen om te onderhandelen over een verdrag tot oprichting van de Europese Unie.
  • Het Witboek over de interne markt van 1985
    Op initiatief van haar voorzitter Jacques Delors heeft de Commissie een witboek gepubliceerd met 279 wetgevende maatregelen die nodig zijn voor de voltooiing van de interne markt. In het witboek is ook een tijdspad en de einddatum van 31 december 1992 voorgesteld.

Op de Europese Raad van Milaan van 28 en 29 juni 1985 werd voorgesteld een intergouvernementele conferentie (IGC) bijeen te roepen, die op 9 september 1985 werd geopend onder Luxemburgs voorzitterschap en op 28 februari 1986 werd afgesloten in Den Haag.

DOELSTELLINGEN

De belangrijkste doelstelling van de EA is het Europees integratieproces opnieuw op gang te brengen teneinde de interne markt te voltooien. Dit leek evenwel moeilijk haalbaar binnen het kader van de bestaande verdragen, vanwege de beslissingsprocedure bij de Raad waarbij harmonisering van de wetgeving enkel kan gebeuren bij eenparigheid van stemmen.

De intergouvernementele conferentie die tot de EA geleid heeft beschikte over een dubbel mandaat: enerzijds een verdrag sluiten over een gemeenschappelijk buitenlands en defensiebeleid en anderzijds een akte om het EEG-verdrag te wijzigen op de volgende gebieden:

  • De beslissingsprocedure in de Raad;
  • De bevoegdheden van de Commissie;
  • De bevoegdheden van het Europees Parlement;
  • Uitbreiding van de bevoegdheden van de Gemeenschappen.

STRUCTUUR

De Akte bestaat uit een preambule, vier titels en een aantal verklaringen die door de conferentie zijn aangenomen.

In de preambule worden de belangrijkste doelstellingen van het verdrag uiteengezet, zoals de intensivering van de betrekkingen tussen de lidstaten met het oog op de oprichting van een Europese Unie. Daarnaast wordt in de preambule benadrukt dat de bepalingen van de Akte van toepassing zijn op zowel de samenwerking op het gebied van buitenlands beleid als de Europese Gemeenschappen. Ten slotte wordt vermeld welke doelstellingen bij de herziening van de verdragen worden nagestreefd: "de sociaal-economische toestand verbeteren door intensivering van het gemeenschappelijk beleid en het nastreven van nieuwe doelstellingen" en "zorgen voor een betere werking van de Gemeenschappen".

Titel I bevat gemeenschappelijke bepalingen voor de politieke samenwerking en de Europese Gemeenschappen. Titel II bevat de bepalingen betreffende de wijziging van de verdragen tot oprichting van de Europese Gemeenschappen, terwijl titel III over de Europese samenwerking op het gebied van buitenlands beleid gaat. De algemene en slotbepalingen zijn opgenomen in Titel IV.

INVLOED OP DE WERKING VAN DE INSTELLINGEN

Om de interne markt vlotter te kunnen invoeren, voorziet de Akte in een uitbreiding van het aantal gevallen waarin niet langer eenparigheid van stemmen is vereist, maar een gekwalificeerde meerderheid volstaat om in de Raad tot een beslissing te komen. Op die manier kunnen makkelijker beslissingen worden genomen en worden impasses vermeden bij het zoeken naar unanimiteit tussen 12 lidstaten. Voor maatregelen met het oog op de verwezenlijking van de interne markt is niet langer unanimiteit vereist, tenzij het gaat om maatregelen inzake fiscaliteit, het vrij verkeer van personen of de rechten en belangen van werknemers.

Op grond van de EA is ook de Europese Raad opgericht en kregen de conferenties of topontmoetingen van staats- en regeringsleiders een officieel karakter. De bevoegdheden van deze instelling worden evenwel niet omschreven. De Europese Raad heeft geen beslissingsbevoegdheid, noch politieke bevoegdheid.

De bevoegdheden van het Parlement werden uitgebreid. Associatieovereenkomsten moeten voortaan ook door het Parlement worden goedgekeurd. Bovendien is bij de Akte een samenwerkingsprocedure ingesteld waarin het Parlement een grotere rol krijgt in het interinstitutioneel overleg en voorgestelde wetgeving aan 'een dubbele lezing' kan onderwerpen . Met uitzondering van milieuzaken, blijft deze procedure evenwel beperkt tot de gevallen waarin de Raad met gekwalificeerde meerderheid beslist.

De bestaande bepalingen inzake uitvoeringsbevoegdheid worden door de Akte verduidelijkt. Op grond van artikel 10 wordt artikel 145 van het EEG-verdrag gewijzigd en verleent de Raad aan de Commissie een algemene uitvoerende bevoegdheid. In bijzondere gevallen kan de Raad kan de uitvoeringsbevoegdheden rechtstreeks uitoefenen. De EA legt de basis voor de oprichting van het Gerecht van eerste aanleg (GVEA). Met uitzondering van prejudiciële vragen of door de lidstaten of instellingen aanhangig gemaakte prejudiciële zaken, kunnen alle zaken aan dit gerecht worden voorgelegd.

INVLOED OP DE BEVOEGDHEDEN VAN DE GEMEENSCHAP

In artikel 8A worden de doelstellingen van de Akte duidelijk omschreven, namelijk de geleidelijke totstandbrenging van de interne markt tegen 31 december 1992. De interne markt wordt omschreven als "een ruimte zonder binnengrenzen waarin het vrije verkeer van goederen, personen, diensten en kapitaal is gewaarborgd volgens de bepalingen van dit Verdrag".

In de Akte worden geen nieuwe stappen gezet op het gebied van de monetaire capaciteit, maar enkel een aantal bepalingen toegevoegd aan het EEG-verdrag. De bestaande bevoegdheden bieden voldoende mogelijkheden voor een samenhangend economisch en politiek beleid.

Hoewel het sociale beleid al aan bod komt in het EEG-verdrag, worden twee nieuwe artikelen hierover ingevoegd door de Akte. Op basis van artikel 118A van het EEG-verdrag kan de Raad in het kader van de samenwerkingsprocedure met gekwalificeerde meerderheid van stemmen minimumvoorschriften vaststellen om "de verbetering van het arbeidsmilieu te bevorderen, teneinde de veiligheid en de gezondheid van de werknemers te beschermen". Volgens artikel 118B van het EEG-verdrag moet de Commissie de dialoog tussen de sociale partners op Europees niveau verder ontwikkelen.

Als tegengewicht voor de gevolgen van de invoering van de interne markt op de minst begunstigde lidstaten en om het verschil tussen de onderscheiden regio's te verkleinen, voorziet de Akte ook in een beleid ter versterking van de economische en sociale samenhang. De beleidsinstrumenten waarover de Gemeenschap op dat vlak beschikt zijn het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de landbouw (EOGFL) en het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO).

Inzake onderzoek en technologische ontwikkeling wordt in artikel 130F van het EEG-verdrag de doelstelling opgenomen "de wetenschappelijke en technologische bases van de Europese industrie te versterken en te ontwikkeling van haar internationale concurrentiepositie te bevorderen". Om deze doelstelling te verwezenlijken voorziet de Akte in de opstelling van meerjarenkaderprogramma's die door de Raad met eenparigheid van stemmen moeten worden goedgekeurd.

De bekommernis van de gemeenschappen inzake milieubescherming was reeds aanwezig in de tekst van het Verdrag van Rome. In de Akte worden daar drie nieuwe artikelen aan toegevoegd (artikel 130R, 130S en 130T van het EEG-verdrag) op grond waarvan de Gemeenschap streeft naar "het behoud, de bescherming en verbetering van de kwaliteit van het milieu, de bescherming van de gezondheid van de mens en een behoedzaam en rationeel gebruik van natuurlijke hulpbronnen". Daarnaast wordt vermeld dat de Gemeenschap op milieugebied enkel optreedt wanneer de doelstellingen terzake beter op het niveau van de Gemeenschap dan op dat van de lidstaten afzonderlijk kunnen worden verwezenlijkt (subsidiariteit).

In artikel 30 wordt vermeld dat de lidstaten ernaar streven een gemeenschappelijk Europees buitenlands beleid te voeren. Ze verbinden zich ertoe met elkaar overleg te plegen over ieder vraagstuk van buitenlands beleid dat een invloed heeft op de veiligheid van de lidstaten. Wat de activiteiten in het kader van de Europese Politieke Samenwerking betreft, draagt het voorzitterschap van de Raad de verantwoordelijkheid inzake initiatief, coördinatie en vertegenwoordiging van de lidstaten tegenover derde landen

EA: BALANS EN PERSPECTIEVEN

Dankzij de EA werd de gemeenschappelijke markt op 1 januari 1993 omgevormd tot de interne markt. Door de toekenning van nieuwe bevoegdheden aan de Gemeenschap en de hervorming van de instellingen, heeft de Akte de weg vrijgemaakt naar de politieke integratie en de Economische en Monetaire Unie, die later ingevoerd werden door het Verdrag van Maastricht betreffende de Europese Unie.

LATERE WIJZIGINGEN VAN HET VERDRAG

  • Verdrag betreffende de Europese Unie, het zogenaamde Verdrag van Maastricht (1992)
    Het Verdrag van Maastricht integreert de drie Gemeenschappen (Euratom, EGKS, EEG), de geïnstitutionaliseerde politieke samenwerking op het vlak van buitenlands beleid, defensie en justitie tot één Europese Unie. De naam EEG wordt veranderd in EG. Voorts wordt een economische en monetaire unie opgericht, worden nieuwe gemeenschappelijke beleidsdomeinen ingevoerd (onderwijs, cultuur, ontwikkelingssamenwerking, cohesie) en krijgt het Parlement meer bevoegdheden (medebeslissingsprocedure).
  • Het Verdrag van Amsterdam (1997)
    In het kader van het Verdrag van Amsterdam kreeg de Unie nieuwe bevoegdheden. Het ging om de invoering van een gemeenschappelijk beleid inzake werkgelegenheid, overheveling naar EU-niveau van een aantal domeinen die voorheen onder de samenwerking inzake justitie en binnenlandse zaken vielen, maatregelen om de Unie dichter bij haar burgers te brengen en de mogelijkheid om nauwer te gaan samenwerken met een aantal lidstaten. Voorts wordt de medebeslissingsprocedure en de stemming bij gekwalificeerde meerderheid uitgebreid en worden de artikelen van de verschillende verdragen omgenummerd en vereenvoudigd.
  • Verdrag van Nice (2001)
    Het Verdrag van Nice is hoofdzakelijk gewijd aan de "restanten" van Amsterdam, dat wil zeggen aan de institutionele problemen naar aanleiding van de uitbreiding, waarvoor in 1997 slechts ten dele een oplossing werd gevonden. Het gaat om de samenstelling van de Commissie, de weging van de stemmen in de Raad en de uitbreiding de stemming bij gekwalificeerde meerderheid. Ook wordt het makkelijker om gebruik te maken van de procedure voor een nauwere samenwerking en wordt het rechtssysteem efficiënter.
  • Verdrag van Lissabon (2007)
    Het Verdrag van Lissabon voorziet in vergaande hervormingen. Met het verdrag werd een einde gemaakt aan de Europese Gemeenschap, werd de oude architectuur van de EU afgeschaft en werden de bevoegdheden van de EU en de lidstaten herverdeeld. De werking van de Europese instellingen en het besluitvormingsproces werden eveneens gewijzigd met het oog op een betere besluitvorming in een uitgebreide Unie met 27 lidstaten. Het Verdrag van Lissabon houdt ook een hervorming in van verschillende interne en externe beleidsterreinen van de EU. Het geeft de instellingen met name de bevoegdheid om op nieuwe beleidsterreinen wetgeving vast te stellen en maatregelen te nemen.

De Akte is tevens gewijzigd door de volgende toetredingsverdragen:

  • Verdrag betreffende de toetreding van Oostenrijk, Finland en Zweden (1994) waardoor het aantal lidstaten van de Europese Gemeenschap steeg van twaalf tot vijftien.
  • Verdrag betreffende de toetreding van Cyprus, Estland, Hongarije, Letland, Litouwen, Malta, Polen, Tsjechië, Slowakije, en Slovenië (2003) waardoor het aantal lidstaten van de Europese Gemeenschap steeg van vijftien naar vijfentwintig.
  • Verdrag betreffende de toetreding van Bulgarije en Roemenië (2005) waardoor het aantal lidstaten van de Europese Gemeenschap steeg van vijfentwintig naar zevenentwintig.

REFERENTIES

VerdragenDatum van ondertekeningInwerkingtredingPublicatieblad
Europese Akte

28.2.1986

1.7.1987

L 169 van 29.6.1987

Verdrag betreffende de Europese Unie (Verdrag van Maastricht)

7.2.1992

1.11.1993

C 191 van 29.7.1992

Verdrag van Amsterdam

2.10.1997

1.5.1999

C 340 van 10.11.1997

Verdrag van Nice

26.2.2001

1.2.2003

C 80 van 10.3.2001

Verdrag van Lissabon

13.12.2007

1.12.2009

C 306 van 17.12.2007

ToetredingsverdragenDatum van ondertekeningInwerkingtredingPublicatieblad
Verdrag betreffende de toetreding van Oostenrijk, Finland en Zweden

24.6.1994

1.1.1996

C 241 van 29.8.1994

Verdrag betreffende de toetreding van tien nieuwe lidstaten

16.4.2003

1.5.2004

L 236 van 23.9.2003

Verdrag betreffende de toetreding van Bulgarije en Roemenië

25.4.2005

1.1.2007

L 157 van 21.6.2005

Deze fiches zijn niet juridisch bindend voor de Europese Commissie, beogen geen volledigheid en hebben geen interpretatieve waarde wat de tekst van het verdrag betreft.

Laatste wijziging: 26.10.2010
Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven