RSS
Alfabetische index
Deze pagina is beschikbaar in 15 talen
Nieuwe beschikbare talen:  CS - HU - PL - RO

We are migrating the content of this website during the first semester of 2014 into the new EUR-Lex web-portal. We apologise if some content is out of date before the migration. We will publish all updates and corrections in the new version of the portal.

Do you have any questions? Contact us.


Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (Euratom)

Het Euratom-Verdrag is oorspronkelijk gesloten om de onderzoeksprogramma's van de lidstaten voor vreedzaam gebruik van kernenergie te coördineren. Tegenwoordig draagt het bij tot het bijeenbrengen van de nodige kennis, infrastructuur en financiering van die energie. Het waarborgt de veiligheid van de kernenergievoorziening door middel van gecentraliseerde controle.

ONTSTAAN

De oprichting van de Europese Gemeenschap voor kolen en staal (EGKS) in juli 1952 was de eerste stap naar een supranationaal Europa. Het was de eerste keer dat de zes lidstaten van deze organisatie, weliswaar op een beperkt gebied, een deel van hun soevereiniteit afstonden aan de Gemeenschap.

Met de mislukking van de Europese defensiegemeenschap (EDG) in 1954 bereikte deze eerste integratie-inspanning al snel haar grenzen.
Hoewel de vrees bestond dat de inspanningen van de EGKS zonder gevolg zouden blijven, werd op de Conferentie van Messina in juli 1955 getracht het proces weer op gang te brengen. Na de Conferentie volgden nog andere bijeenkomsten van ministers of experts. Begin 1956 werd een comité opgericht dat een rapport over de eenmaking van de Europese markt moest opstellen. Het comité vergaderde in Brussel onder het voorzitterschap van P. H. Spaak, de toenmalige Belgische minister van Buitenlandse Zaken. In april 1956 stelde het comité twee projecten voor die aansloten bij de door de staten gekozen beleidsopties:

  • invoering van een algemene gemeenschappelijke markt;
  • oprichting van een Gemeenschap voor atoomenergie.

In maart 1957 werden in Rome de bekende "Verdragen van Rome" ondertekend.
Het eerste verdrag behelst de oprichting van een Europese Economische Gemeenschap (EEG), het tweede een Gemeenschap voor atoomenergie, algemeen bekend onder de naam Euratom. Beide verdragen werden zonder problemen door alle lidstaten geratificeerd en traden op 1 januari 1958 in werking.

Deze samenvatting gaat enkel over het Euratom-Verdrag.

DOELSTELLINGEN

Het tekort aan traditionele energiebronnen in de jaren '50 heeft de zes landen die Euratom hebben opgericht (Duitsland, België, Frankrijk, Italië, Luxemburg en Nederland) ertoe aangezet kernenergie te ontwikkelen als middel om op energiegebied onafhankelijk te worden. Aangezien de investeringskosten voor kernenergie te hoog lagen voor elk land afzonderlijk, hebben deze zes landen zich verenigd om Euratom op te richten.

De algemene doelstelling van het verdrag is bijdragen tot de totstandbrenging en ontwikkeling van de Europese kernenergie-industrie, ervoor zorgen dat alle lidstaten kunnen profiteren van de ontwikkeling van deze energie en waken over de continuïteit van de voorziening. Tegelijk waarborgt het verdrag een hoog niveau van veiligheid voor de bevolking en is het erop gericht te voorkomen dat nucleair materiaal dat voor civiele doeleinden is bestemd, wordt afgeleid naar voornamelijk militaire doeleinden. Hierbij moet worden opgemerkt dat Euratom alleen bevoegd is voor civiel en vreedzaam gebruik van kernenergie.

In de preambule verklaren de ondertekenende partijen:

" - te beseffen dat de kernenergie de voornaamste hulpbron vormt welke de ontwikkeling en de vernieuwing van de productie zal verzekeren en de vooruitgang van de werken des vredes mogelijk zal maken, (…)
- vastbesloten te zijn de voorwaarden te scheppen tot ontwikkeling van een krachtige industrie op het gebied van kernenergie als bron van ruime energievoorraden en van een modernisering der techniek, alsook van talrijke andere toepassingen welke zullen bijdragen tot het welzijn van hun volkeren,
- te verlangen veiligheidsvoorwaarden te scheppen, waardoor de gevaren voor het leven en de gezondheid van de bevolking worden afgewend,
- te worden geleid door de wens, andere landen te betrekken in hun arbeid en samen te werken met de internationale organisaties die zich toeleggen op de vreedzame ontwikkeling van de atoomenergie."

Toepassingsgebied

Het Euratom-verdrag heeft tot doel de nucleaire industrie van de lidstaten bijeen te brengen. Het verdrag is slechts van toepassing op bepaalde doelgroepen (de lidstaten, natuurlijke personen en privaat- en publiekrechtelijke ondernemingen of instellingen) die hun activiteiten geheel of gedeeltelijk uitoefenen op gebieden die onder het verdrag vallen: bijzondere splijtstoffen, grondstoffen en ertsen waaruit de grondstoffen worden gewonnen.

STRUCTUUR

Het Euratom-verdrag omvat 234 artikelen, ingedeeld in zes titels en voorafgegaan door een preambule. Het aantal artikelen is teruggebracht tot 177 sinds de ondertekening, in december 2007, van het Verdrag houdende wijziging van het Verdrag betreffende de Europese Unie (Verdrag betreffende de EU) en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap (EG-Verdrag).

  • In titel I worden de taken van de Gemeenschap omschreven.
  • Titel II omvat bepalingen ter bevordering van de vooruitgang op het gebied van kernenergie (ontwikkeling van het onderzoek, verspreiding van kennis, bescherming van de gezondheid, investeringen, gemeenschappelijke ondernemingen, voorziening, veiligheidscontrole, regeling van het eigendomsrecht, de gemeenschappelijke markt op het gebied van kernenergie en betrekkingen met derden).
  • Titel III is gewijd aan de instellingen van de Gemeenschap en de algemene financiële bepalingen. Deze bepalingen zijn aangepast overeenkomstig het Verdrag houdende wijziging van het EU-Verdrag en het EG-Verdrag, als ondertekend in december 2007.
  • Titel IV bevat specifieke financiële bepalingen.
  • Titel V en VI omvatten respectievelijk de algemene bepalingen en de bepalingen met betrekking tot de beginperiode (oprichting van de instellingen, bepalingen voor de eerste toepassing van het verdrag en overgangsbepalingen).

Voorts bevat het verdrag vijf bijlagen. Deze hebben betrekking op onderzoek op het gebied van kernenergie, bedoeld in artikel 4 van het Verdrag; de takken van de industrie bedoeld in artikel 41; voordelen die kunnen worden toegekend aan gemeenschappelijke ondernemingen, op grond van artikel 48; lijsten van goederen en producten die vallen onder de bepalingen van hoofdstuk 9 inzake de gemeenschappelijke markt op het gebied van kernenergie; en het eerste programma voor onderzoek en onderwijs bedoeld in artikel 215.

Ten slotte werden aan het verdrag ook twee protocollen toegevoegd, namelijk het protocol betreffende de toepassing van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor atoomenergie op de niet-Europese delen van het Koninkrijk der Nederlanden en het Protocol betreffende het statuut van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie.

TAKEN

Overeenkomstig het verdrag zijn de specifieke taken van Euratom:

  • het onderzoek ontwikkelen en zorgen voor de verspreiding van technische kennis
    De Commissie verzoekt de lidstaten, personen of ondernemingen haar hun onderzoeksprogramma’s inzake kernenergie mede te delen. De Commissie publiceert op gezette tijden een lijst van de sectoren van onderzoek op het gebied van kernenergie die zij voldoende bestudeerd acht. Bovendien richt zij een gemeenschappelijk centrum voor nucleair onderzoek op. Het Gemeenschappelijk Centrum voor Onderzoek (GCO) is een fundamentele speler geworden op het gebied van het communautair nucleair onderzoek en van het onderzoek op terreinen als het milieu of de levensmiddelenkwaliteit.
    De lidstaten, personen en ondernemingen hebben op hun tot de Commissie gericht verzoek het recht niet-uitsluitende licenties op octrooien, voorlopige beschermende rechten, gebruiksmodellen of octrooiaanvragen, die eigendom van de Gemeenschap zijn, te verkrijgen.
  • vaststelling en toepassing van uniforme veiligheidsnormen voor de bescherming van de gezondheid van de bevolking en de werknemers
    Elke lidstaat vaardigt passende wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen uit om de basisnormen uit het verdrag te doen naleven en neemt de nodige maatregelen met betrekking tot onderwijs, opvoeding en beroepsopleiding. De vastgestelde wetgeving heeft ook betrekking op medische toepassingen, onderzoek, maximaal toelaatbare niveaus voor de radioactieve besmetting van levensmiddelen en noodmaatregelen die bij stralingsongevallen moeten worden getroffen.
    Iedere lidstaat is verplicht de Commissie de algemene gegevens te verstrekken van elk plan voor de lozing van radioactieve afvalstoffen. Bovendien is de instemming van de Commissie vereist wanneer de uitvoering van dergelijke plannen effecten kan hebben op het grondgebied van een andere lidstaat.
  • investeringen vergemakkelijken en zorgen voor de verwezenlijking van de fundamentele installaties die noodzakelijk zijn voor de ontwikkeling van kernenergie in de EU
    De Commissie publiceert op gezette tijden indicatieve programma's (PINC) met doelstellingen inzake de productie voor kernenergie en daartoe vereiste investeringen. Personen en ondernemingen die tot de in bijlage II van het verdrag genoemde industrietakken behoren, moeten hun investeringsprojecten aan de Commissie melden.
  • toezien op een regelmatige en billijke erts- en splijtstofvoorziening aan alle gebruikers in de EU
    De voorziening met ertsen, grondstoffen en bijzondere splijtstoffen geschiedt op basis van het beginsel van gelijke toegang tot de hulpbronnen en een gemeenschappelijk voorzieningsbeleid. Volgens de bepalingen van het verdrag:
    1. is elke handelwijze verboden welke beoogt aan bepaalde gebruikers een bevoorrechte positie te verschaffen;
    2. wordt een Agentschap opgericht dat een optierecht heeft op ertsen, grondstoffen en bijzondere splijtstoffen, voortgebracht op het grondgebied van de lidstaten, en dat het uitsluitende recht heeft om contracten te sluiten voor de levering van ertsen, grondstoffen of bijzondere splijtstoffen, herkomstig uit landen binnen of buiten de Gemeenschap.
    Het Voorzieningsagentschap van Euratom bezit rechtspersoonlijkheid, is financieel zelfstandig en staat onder toezicht van de Commissie. Die geeft het agentschap richtlijnen en heeft een vetorecht over de beslissingen ervan.
    De lidstaten dienen bij de Commissie jaarlijks een rapport in over de ontwikkeling van de opsporing en winning van delfstoffen, de vermoedelijke reserves en de investeringen in de mijnbouw die op hun grondgebied uitgevoerd werden of gepland zijn.
  • waarborgen dat de kernmaterialen niet voor andere doeleinden (met name militaire) worden aangewend dan waarvoor zij bestemd zijn
    Met het Euratom-verdrag is een zeer volledig en zeer strikt controlesysteem opgezet dat moet waarborgen dat kernmaterialen voor civiel gebruik niet worden ingezet voor andere dan de door de lidstaten verklaarde civiele doeleinden. De uitsluitende bevoegdheid van de EU op dat gebied wordt uitgeoefend door een korps van 300 inspecteurs die belast zijn met de veiligheidscontrole van Euratom in de EU.
    De Commissie moet zich ervan vergewissen dat op het grondgebied van de lidstaten:
    1. ertsen, grondstoffen en bijzondere splijtstoffen niet voor andere doeleinden worden aangewend dan waarvoor de gebruikers verklaard hebben ze te bestemmen;
    2. de bepalingen met betrekking tot de voorziening en alle bijzondere verbintenissen inzake toegang tot de beste technologieën door een gemeenschappelijke markt voor grondstoffen, uitrusting, enz. worden nageleefd.
    De Commissie kan inspecteurs zenden naar de lidstaten. De inspecteurs hebben te allen tijde toegang tot alle plaatsen, alle gegevens en alle personen die zich uit hoofde van hun beroep bezighouden met aan controle onderworpen materialen, uitrustingen of installaties.
    De veiligheidscontrole van Euratom hangt samen met de veiligheidsgaranties van de Internationale Organisatie voor Atoomenergie (IAEA (EN)) in het kader van driepartijenovereenkomsten tussen de lidstaten, de Gemeenschap en de IAEA.
    Wanneer inbreuk gemaakt wordt op de verplichtingen krachtens het verdrag kan de Commissie sancties opleggen aan de verantwoordelijke personen of ondernemingen. Het kan gaan om een waarschuwing, volledige of gedeeltelijke inbeslagneming van grondstoffen of bijzondere splijtstoffen, het intrekken van bijzondere voordelen (zoals financiële bijstand of technische hulp) of plaatsing van de onderneming onder de voogdij van een persoon of college.
  • uitoefenen van het eigendomsrecht voor bijzondere splijtstoffen
  • met andere landen en internationale organisaties de vooruitgang in het vreedzame gebruik van kernenergie bevorderen
    De IAEA is een onafhankelijke organisatie die in Wenen (Oostenrijk) is gevestigd en samenwerkt met de Verenigde Naties (VN). De organisatie streeft ernaar het gebruik van kernenergie voor vreedzame doeleinden te bevorderen en ziet er tevens op toe dat de door haar geleverde hulp niet voor militaire doeleinden wordt gebruikt.
    De Commissie onderhandelt en sluit overeenkomsten met derde landen over nucleaire samenwerking met die landen. De sluiting van die overeenkomsten is echter onderworpen aan de goedkeuring van de Raad. De lidstaten dienen de Commissie op de hoogte te brengen van hun ontwerpovereenkomsten of ‑verdragen met derde landen, internationale organisaties of onderdanen van derde landen. Euratom heeft overeenkomsten voor nucleaire samenwerking gesloten met talrijke landen, zoals de Verenigde Staten, Australië en Canada.
  • gemeenschappelijke ondernemingen oprichten
    Deze ondernemingen worden opgericht om een specifiek project uit te voeren dat van fundamenteel belang is voor de ontwikkeling van de Europese kernenergie-industrie. Een voorbeeld van een dergelijk initiatief is de Joint European Torus (JET), een installatie voor de ontwikkeling van kernfusie (bedoelde onderneming is in 2000 ontbonden, maar de activiteiten worden voorgezet in het kader van de "European fusion development agreement – EFDA (EN)") of het toekomstige ITER - project dat verder reikt dan het louter Europese kader.

INSTELLINGEN EN LIDSTATEN

Het institutionele schema van het Euratom-verdrag stemt in grote lijnen overeen met dat van het EEG-verdrag en berust op de "institutionele driehoek" gevormd door de Commissie, de Raad en het Europees Parlement. Bij de uitvoering van de taken van de Gemeenschap zijn niet alleen het Europees Parlement, de Commissie en de Raad betrokken, maar ook het Hof van Justitie en het Rekenhof. Iedere instelling handelt binnen de grenzen van de haar door het Verdrag verleende bevoegdheden. De Raad en de Commissie worden bijgestaan door een Economisch en sociaal comité met raadgevende taak.

De instellingen van de Gemeenschap zijn belast met de tenuitvoerlegging van het verdrag en zijn bevoegd voor twee specifieke Euratom-organisaties: het Voorzieningsagentschap en het Bureau Veiligheidscontrole van Euratom (dat zorgt voor controle van de splijtstofboekhouding en fysieke controle van alle nucleaire installaties in de Gemeenschap).

Ondanks het feit dat Euratom geen strikte en uitsluitende bevoegdheden op bepaalde gebieden verleent aan de Gemeenschap, heeft het toch een echte toegevoegde waarde voor de lidstaten ervan. Op basis van dit verdrag heeft de Commissie immers aanbevelingen en besluiten aangenomen die, hoewel ze niet bindend zijn, normen op Europees niveau tot stand brengen. Voorts is het belangrijk te onderstrepen dat ook andere communautaire beleidslijnen, onder meer inzake milieu en onderzoek, een belangrijke impact hebben op de nucleaire sector.

De toegevoegde waarde van Euratom en de EU is bijzonder opvallend in de context van de uitbreiding. Dankzij Euratom beschikt de EU over een geharmoniseerde communautaire aanpak inzake kernenergie die kan worden opgelegd aan de kandidaat-lidstaten. Bij de uitbreiding van de EU naar het oosten is veel nadruk gelegd op de nucleaire sector, en met name op de problemen die betrekking hebben op de nucleaire veiligheid. Kernenergie is een belangrijke energiebron voor talrijke landen uit Oost-Europa (kandidaat-lidstaten of nieuwe EU-lidstaten), maar het veiligheidsniveau van hun kerncentrales en de bescherming van hun bevolking en werknemers zijn vaak ontoereikend. De Commissie tracht verbetering te brengen in deze situatie via het PHARE-programma. Na de ineenstorting van de voormalige Sovjet-Unie zijn vele nieuwe onafhankelijke staten geconfronteerd met dezelfde problemen en ook in dergelijke gevallen wordt door de Commissie steun verleend.

Voorts zijn in de loop der jaren ook andere thema's met betrekking tot kernenergie van belang geworden, meer bepaald de exploitatieveiligheid van kerncentrales, de opslag van radioactieve afvalstoffen en de nucleaire non-proliferatie (de nucleaire veiligheidsgaranties). Hoewel de lidstaten in wezen bevoegd zijn op die gebieden bestaat er een bepaalde uniformiteit op het internationale niveau, dit dankzij een reeks verdragen, overeenkomsten en initiatieven die gaandeweg een internationaal stelsel tot stand hebben gebracht dat enkele centrale activiteiten van de nucleaire sector reguleert (het Verdrag inzake nucleaire veiligheid).

DE TOEKOMST VAN HET EURATOM-VERDRAG

In tegenstelling tot het EG-Verdrag heeft het Euratom-Verdrag nooit grote wijzigingen ondergaan. De Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en de Unie delen weliswaar dezelfde instellingen, maar zijn tot dusver niet samengesmolten en Euratom behoudt zijn eigen rechtspersoonlijkheid. Bij het in december 2007 ondertekende Verdrag houdende wijziging van het EU-Verdrag en het EG-Verdrag worden bepaalde bepalingen van het Euratom-Verdrag gewijzigd via het "Protocol (nr. 12) houdende wijziging van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie". Deze wijzigingen zijn beperkt tot een aanpassing aan de nieuwe regels van de Unie, met name op institutioneel en financieel gebied.

In maart 2007 heeft de Commissie een balans opgemaakt en heeft zij een evaluatie gemaakt van de vooruitzichten van het Euratom-Verdrag. Die balans is voor het overgrote deel positief, met name op de gebieden van onderzoek, bescherming van de volksgezondheid, toezicht op het vreedzame gebruik van nucleair materiaal en betrekkingen met derde landen. Gezien de noodzaak de veiligheid van de energievoorziening te waarborgen en gezien de bezorgdheid met betrekking tot de klimaat­verandering is de belangstelling voor kernenergie nog toegenomen. In de toekomst moet bij de toepassing van het Euratom-Verdrag de klemtoon blijven liggen op de veiligheid en beveiliging van nucleair materiaal. De Euratom-gemeenschap moet een bijdrage blijven leveren tot de omkadering van de ontwikkeling van de nucleaire industrie en moet de naleving van strenge normen op het gebied van stralingsbescherming, veiligheid en beveiliging blijven waarborgen.

REFERENTIES

VerdragInwerkingtredingUiterste datum voor omzetting in de lidstatenPublicatieblad

Euratom-verdrag

25.3.1957

1.1.1958

-

De samenvattingen zijn niet juridisch bindend voor de Europese Commissie, maken geen aanspraak op volledigheid en hebben niet tot doel verdragsteksten te interpreteren.

Laatste wijziging: 19.10.2007

Zie ook

  • Meer informatie op de site van DG Energie (EN)
Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven