RSS
Alfabetische index
Deze pagina is beschikbaar in 11 talen

We are migrating the content of this website during the first semester of 2014 into the new EUR-Lex web-portal. We apologise if some content is out of date before the migration. We will publish all updates and corrections in the new version of the portal.

Do you have any questions? Contact us.


Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal, EGKS-Verdrag

Het EGKS-Verdrag werd in 1951 ondertekend in Parijs en verenigt Frankrijk, Duitsland, Italië en de Benelux-landen in een Gemeenschap die streeft naar vrij verkeer van kolen en staal en vrije toegang tot productiebronnen. Verder houdt een Hoge Autoriteit toezicht op de markt, de eerbiediging van de mededingingsregels en de doorzichtigheid van de prijzen. Het EGKS-Verdrag ligt ten grondslag aan de instellingen zoals wij die vandaag kennen.

ONTSTAAN

De EGKS is de eerste communautaire organisatie die ontstond in de periode na de tweede wereldoorlog, naar aanleiding van de noodzaak om de economie op het Europese continent nieuw leven in te blazen en een duurzame vrede te bewerkstelligen.

Tegen deze achtergrond ontstond het idee om de Franse en Duitse kolen- en staalproductie te bundelen en zag de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS) het licht. Deze beslissing werd niet alleen ingegeven door economische maar ook door politieke redenen, want het waren deze twee grondstoffen die de basis vormden voor de industrie en de macht in beide landen. De onderliggende politieke doelstelling was het versterken van de Frans-Duitse solidariteit, het afwenden van de oorlogsdreiging en het vrijmaken van de weg voor Europese integratie.

In zijn verklaring van 9 mei 1950 stelde Robert Schuman, minister van Buitenlandse Zaken van de Franse Republiek, voor om de Frans-Duitse kolen- en staalproductie onder het toezicht van een gemeenschappelijke Hoge Autoriteit te plaatsen, in een organisatie die open zou moeten staan voor deelname van andere Europese landen.

Frankrijk, Duitsland, Italië, België, Luxemburg en Nederland gingen hierop in en begonnen te onderhandelen over een verdrag. Dit is niet naar de wens van topambtenaar en bedenker van het idee Jean Monnet, die een eenvoudiger en meer technocratisch mechanisme had voorgesteld. De zes oprichtende landen voelen echter niet voor zijn eenvoudige opzet en bereiken overeenstemming over een honderdtal artikelen die tezamen een complex geheel vormen.

Uiteindelijk wordt op 18 april 1951 te Parijs het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal ondertekend. Het wordt van kracht op 23 juli 1952 voor een duur van 50 jaar. Het verdrag liep af op 23 juli 2002.

De gemeenschappelijke markt die met het verdrag wordt nagestreefd, wordt op 10 februari 1953 opengesteld voor steenkool, ijzererts en schroot en op 1 mei 195 voor staal.

DOELSTELLINGEN

Het doel van het Verdrag is om door middel van de gemeenschappelijke markt voor kolen en staal bij te dragen tot de economische groei, de uitbreiding van de werkgelegenheid en de verbetering van het levenspeil, zoals te lezen staat in artikel 2. Daartoe moeten de instellingen waken voor een regelmatige voorziening van de gemeenschappelijke markt door de toegang tot de productiebronnen tegen gelijke voorwaarden te waarborgen, een zo laag mogelijke prijsstelling te bewerkstelligen en zorg te dragen voor een verbetering van de arbeidsomstandigheden van de werknemers. Dit moet vergezeld gaan van de ontwikkeling van het internationale handelsverkeer en van de modernisering van de productie.

Met het oog op de totstandbrenging van een gemeenschappelijke markt wordt bij het Verdrag vrij verkeer van goederen ingevoerd, zonder douanerechten of belastingen. Verder worden discriminerende maatregelen of praktijken verboden, evenals subsidies of hulp van de overheid of door deze opgelegde bijzondere lasten, alsook beperkende handelspraktijken.

STRUCTUUR

Het verdrag is opgedeeld in vier titels. De eerste titel heeft betrekking op de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal, de tweede op de Instellingen van de Gemeenschap, de derde op de Economische en sociale bepalingen en de vierde omvat Algemene bepalingen. Verder omvat het verdrag twee protocollen, een met betrekking tot het Hof van Justitie en een over de betrekkingen van de EGKS met de Raad van Europa. Ook omvat het verdrag een overeenkomst met overgangsbepalingen inzake de inwerkingtreding van het Verdrag, de betrekkingen met derde landen en algemene beschermingsmaatregelen.

INSTELLINGEN

Het EGKS-Verdrag ligt ten grondslag aan de instellingen zoals wij die vandaag kennen. In het EGKS-Verdrag wordt een Hoge Autoriteit ingesteld, evenals een GemeenschappelijkeVergadering, een Raad van ministers en een Hof van Justitie. De Gemeenschap heeft rechtspersoonlijkheid.

De Hoge Autoriteit is het onafhankelijke uitvoerend orgaan dat moet toezien op de verwezenlijking van de doelstellingen van het Verdrag en moet handelen in het algemeen belang van de Gemeenschap. De Hoge Autoriteit heeft negen leden (maximaal twee per nationaliteit) die voor zes jaar worden benoemd. Het is een echt supranationaal orgaan dat bevoegd is tot het nemen van besluiten. De Autoriteit moet toezien op de modernisering van de productie en de verbetering van de kwaliteit ervan, de levering van producten tegen gelijke voorwaarden, de ontwikkeling van de gemeenschappelijke uitvoer en de verbetering van de arbeidsomstandigheden in de kolen- en staalindustrie. De Hoge Autoriteit neemt besluiten, formuleert aanbevelingen en geeft adviezen. De Autoriteit wordt bijgestaan door een raadgevend comité bestaande uit vertegenwoordigers van producenten, werknemers, afnemers en handelaren.

De Gemeenschappelijke Vergadering bestaat uit 87 vertegenwoordigers die worden afgevaardigd door de nationale parlementen. Duitsland, Frankrijk en Italië hebben 18 afgevaardigden, België en Nederland 10 en Luxemburg 4. Het Verdrag verleent de Gemeenschappelijke Vergadering de bevoegdheid tot het uitoefenen van toezicht.

De Raad bestaat uit zes vertegenwoordigers die worden afgevaardigd door de nationale regeringen. Het voorzitterschap wordt in de Raad bij toerbeurt uitgeoefend door elke lidstaat voor een periode van drie maanden. De Raad moet zorgdragen voor een harmonisatie van het optreden van de Hoge Autoriteit en het algemene economische beleid van de regeringen. Voor belangrijke besluiten van de Hoge Autoriteit is een unaniem advies van de Raad benodigd.

Het Hof van Justitie bestaat uit zeven rechters die met wederzijds goedvinden voor een periode van zes jaar worden benoemd door de lidstaten. Het Hof moet toezien op de eerbiediging van het recht bij de uitleg en de toepassing van het Verdrag.

TAKEN

In het Verdrag is bepaald dat de Hoge Autoriteit handelt op basis van inlichtingen die de ondernemingen haar moeten verstrekken alsmede de vooruitzichten met betrekking tot de productie van kolen en staal. Bij het nastreven van haar doel beschikt de EGKS over bevoegdheden voor het verzamelen van inlichtingen en het raadplegen van betrokkenen, evenals de bevoegdheid tot verificatie. Indien ondernemingen zich niet aan de regels houden, kan de Hoge Autoriteit strafmaatregelen treffen, gaande van boetes (maximaal 1 % van de jaaromzet) tot dwangsommen ((5 % van de gemiddelde dagomzet per dag vertraging).

Op basis van de verkregen inlichtingen worden de vooruitzichten opgesteld die als uitgangspunt dienen voor de besluiten van de betrokkenen en het optreden van de EGKS. Ter aanvulling van de inlichtingen die worden ontvangen van ondernemingen en brancheorganisaties, doet de EGKS zelf ook onderzoek naar de ontwikkeling van de prijzen en de markten.

De EGKS wordt gefinancierd uit heffingen op de productie van kolen en staal en door het opnemen van leningen. De heffingen zijn bedoeld ter dekking van de administratieve uitgaven, niet-terugvorderbare hulp voor wederaanpassing en de aanmoediging van technisch en economisch onderzoek. De opgenomen leningen mogen alleen worden gebruikt voor het verstrekken van leningen.

Met betrekking tot investeringen kan de EGKS naast leningen ook garanties verstrekken voor leningen die ondernemingen afsluiten met derden. De EGKS mag ook richtsnoeren uitvaardigen voor investeringen die niet door haar worden gefinancierd.

Met betrekking tot de productie speelt de EGKS voornamelijk een indirecte, ondersteunende rol via haar samenwerking met de regeringen en via haar invloed op de prijsontwikkeling en de handelspolitiek. In geval van een dalende vraag of bij schaarste kan zij echter wel rechtstreeks ingrijpen door quota in te stellen om de productie op een geordende wijze te verminderen of, ingeval van schaarste, prioriteiten vast te stellen voor het gebruik, de verdeling van de hulpbronnen en de uitvoer in productieprogramma's.

Met betrekking tot de prijsstelling verbiedt het Verdrag discriminatie via prijzen, oneerlijke concurrentie en discriminerende praktijken bestaande in de toepassing van ongelijke voorwaarden bij vergelijkbare transacties. Deze regels gelden eveneens op het gebied van het vervoer.

Voorts kan de Hoge Autoriteit in bepaalde omstandigheden, zoals een uitgesproken crisissituatie, maximum- of minimumprijzen bepalen binnen de Gemeenschap of jegens partijen buiten de Gemeenschap.

Omwille van de eerbieding van de vrije concurrentie moet de Hoge Autoriteit worden geïnformeerd over alle maatregelen van de lidstaten die daarvoor nadelig kunnen zijn. Voorts worden in het Verdrag drie specifieke gevallen genoemd die tot concurrentievervalsing kunnen leiden: onderling afgestemde feitelijke gedragingen, concentraties en misbruik van een machtspositie. Onderling afgestemde gedragingen of verenigingen van ondernemingen kunnen door de Hoge Autoriteit worden beëindigd indien zij het vrije spel van vraag en aanbod onmogelijk maken, beperken of rechtstreeks of onrechtstreeks verstoren.

Een ander hoofdstuk van het Verdrag is gewijd aan lonen en migratie van werknemers. Ofschoon de salarissen onder de bevoegdheid van de nationale regeringen blijven vallen, kan de Hoge Autoriteit optreden ingeval van abnormaal lage lonen of loonsverlagingen, onder bepaalde in het Verdrag omschreven omstandigheden.

De Hoge Autoriteit kan financiële hulp verstrekken voor programma's die ten doel hebben de negatieve gevolgen van technische vooruitgang voor de werknemers te compenseren (schadeloosstellingen, uitkeringen en omscholing).

Met betrekking tot de mobiliteit van geschoolde werknemers is in het Verdrag bepaald dat de lidstaten de beperkingen voor de aanstelling van werknemers op grond van nationaliteit moeten afschaffen. Voor andere categorieën werknemers worden de lidstaten opgeroepen om, ingeval van een tekort aan dergelijke arbeidskrachten, de immigratieregels te wijzigen om het aanstellen van werknemers met een andere nationaliteit te vergemakkelijken.

Het Verdrag omvat ook bepalingen ten aanzien van de handelspolitiek van de EGKS ten opzichte van derde landen. Hoewel dit een zaak van de lidstaten blijft, beschikt de Gemeenschap over bepaalde rechten op dit gebied, zoals het vaststellen van maxima of minima voor douanerechten, de controle op de toekenning van uitvoer- en invoervergunningen of het recht om te worden geïnformeerd over de handelsovereenkomsten die betrekking hebben op kolen en staal.

Tot slot heeft de Hoge Autoriteit een belangrijke bevoegdheid op het gebied van dumping, met het Verdrag strijdige mededingingspraktijken van ondernemingen die niet onder de Gemeenschap vallen of invoerstijgingen die schadelijk kunnen zijn voor de communautaire productie.

RESULTATEN

Het resultaat van de EGKS is positief. De Gemeenschap heeft het hoofd weten te bieden aan crises, is erin geslaagd een evenwichtige ontwikkeling van de productie en de distributie van productiebronnen te bewerkstelligen, alsmede de benodigde herstructureringen en industriële saneringen te vergemakkelijken. De staalproductie is sinds de jaren vijftig verviervoudigd en het staal is beter, goedkoper en schoner. De productie van steenkool is afgenomen, evenals het aantal werknemers, maar de sector is erin geslaagd een hoog niveau van technologische ontwikkeling, veiligheid en milieuvriendelijkheid te ontwikkelen. De sociale regelingen van de EGKS (vervroegde pensionering, steun voor mobiliteit, opleiding, enzovoorts) zijn van grote waarde gebleken in tijden van crises.

VERSTRIJKEN VAN HET EGKS-VERDRAG

Vijftig jaar na de inwerkingtreding is het EGKS-Verdrag zoals gepland op 23 juli 2002 verstreken. Daarvoor werd het verscheidene malen gewijzigd bij de volgende verdragen: Fusieverdrag (Brussel 1965), Verdragen houdende bepaalde financiële bepalingen (1970 en 1975), Verdrag inzake Groenland (1984), Verdrag betreffende de Europese Unie (Maastricht, 1992), Europese Akte (1986), Verdrag van Amsterdam (1997), Verdrag van Nice (2001) en de Toetredingsverdragen (1972, 1979, 1985 en 1994).

Aan het begin van de jaren negentig en na een uitvoerige discussie werd verstrijking van het verdrag beschouwd als de beste oplossing. Andere mogelijkheden waren de hernieuwing of een compromisoplossing. De Commissie stelde een geleidelijke overgang van de twee sectoren naar het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor; sinds het verstrijken van het EGKS-Verdrag zijn de regels van dit Verdrag van toepassing op de handel in kolen en staal.

Het Verdrag van Nice ging vergezeld van een Protocol betreffende de financiële gevolgen van de beëindiging van het EGKS-Verdrag en betreffende het Fonds voor onderzoek inzake kolen en staal. Dit protocol regelt de overdracht van alle activa en passiva van de EGKS naar de Europese Gemeenschap. De nettowaarde van die activa is bestemd voor onderzoek in sectoren die in verband staan met de kolen- en staalindustrie.
De besluiten van februari 2003 bevatten de benodigde maatregelen voor de tenuitvoerlegging van het protocol, de financiële richtsnoeren en de bepalingen met betrekking tot het Fonds voor onderzoek op het gebied van kolen en staal.

WIJZIGINGEN VAN HET VERDRAG

Het verdrag is gewijzigd bij de volgende verdragen:

  • Verdrag van Brussel, ook wel "Fusieverdrag" genoemd (1965)
    Dit verdrag vervangt de drie Raden van ministers (EEG, EGKS en Euratom) enerzijds en de twee Commissies (EEG, Euratom) en de Hoge Autoriteit (EGKS) anderzijds door één Raad en één Commissie. Deze administratieve fusie ging vergezeld van de invoering van één huishoudelijke begroting.
  • Verdrag houdende wijziging van een aantal budgettaire bepalingen (1970)
    Dit verdrag vervangt het systeem van financiering van de Gemeenschappen door bijdragen van de lidstaten door het systeem van eigen middelen. Ook wordt bij dit verdrag één enkele begroting voor alle Gemeenschappen ingesteld.
  • Verdrag houdende wijziging van een aantal financiële bepalingen (1975)
    Dit verdrag geeft het Europees Parlement het recht de begroting af te keuren en de Commissie voor de uitvoering van de begroting décharge te verlenen. Bij dit verdrag wordt één enkele Rekenkamer ingesteld voor de drie Gemeenschappen. De Rekenkamer is belast met de boekhoudkundige controle en het financieel beheer.
  • Verdrag betreffende Groenland (1984)
    Dit verdrag maakt een einde aan de toepassing van de verdragen op het grondgebied van Groenland en stelt een bijzondere relatie in tussen de Europese Gemeenschap en Groenland, vergelijkbaar met de regeling voor de overzeese gebiedsdelen.
  • Europese Akte (1986)
    Bij de Europese Akte werd de eerste grote hervorming van de verdragen doorgevoerd. Deze Akte maakt uitbreiding mogelijk van de gevallen waarin met gekwalificeerde meerderheid van stemmen kan worden besloten, alsmede vergroting van de rol van het Europees Parlement (samenwerkingsprocedure) en verruiming van de communautaire bevoegdheden. Verder introduceert de Akte de doelstelling van de interne markt met als horizon het jaar 1992.
  • Verdrag betreffende de Europese Unie, het zogenaamde "Verdrag van Maastricht" (1992)
    Het Verdrag van Maastricht brengt de Europese Unie, de drie Gemeenschappen (Euratom, EGKS, EEG) en de geïnstitutionaliseerde samenwerking op het gebied van het buitenlands beleid, defensie, politie en justitie bij elkaar. Verder wordt in het verdrag de EEG omgedoopt tot EG. Verder wordt bij dit verdrag de economische en monetaire unie opgericht, nieuw communautair beleid ingevoerd (onderwijs, cultuur) en worden de bevoegdheden van het Europees Parlement uitgebreid.
  • Verdrag van Amsterdam (1997)
    Het Verdrag van Amsterdam schept de mogelijkheid voor een uitbreiding van de bevoegdheden van de Unie met de invoering van een communautair werkgelegenheidsbeleid, het onder communautaire bevoegdheid brengen van een deel van de aangelegenheden die daarvoor vielen onder de samenwerking op het gebied van justitie en binnenlandse zaken, de maatregelen die ten doel hebben de Unie dichter bij de burger te brengen, de mogelijkheid van intensivering van de samenwerking tussen bepaalde lidstaten (versterkte samenwerking). Voorts wordt de medebeslissingsprocedure uitgebreid, alsmede het aantal gevallen waarin met gekwalificeerde meerderheid van stemmen een besluit wordt genomen en wordt de nummering van de artikelen van de verdragen vereenvoudigd.
  • Verdrag van Nice (2001)
    Het Verdrag van Nice heeft hoofdzakelijk betrekking op de "resterende problemen" van Amsterdam, dat wil zeggen op de institutionele problemen die samenhangen met de uitbreiding en die in 1997 niet werden geregeld. Daarbij gaat het om de samenstelling van de Commissie, het relatieve gewicht van de stemmen in de Raad en de uitbreiding van de gevallen van gekwalificeerde meerderheid. Verder wordt in dit verdrag de toepassing van de procedure van nauwere samenwerking vereenvoudigd en de rechtspraak doeltreffender gemaakt.
  • Verdrag van Lissabon (2007)
    Het Verdrag van Lissabon voorziet in vergaande hervormingen. Met het verdrag werd een einde gemaakt aan de Europese Gemeenschap, werd de oude architectuur van de EU afgeschaft en werden de bevoegdheden van de EU en de lidstaten herverdeeld. De werking van de Europese instellingen en het besluitvormingsproces werden eveneens gewijzigd met het oog op een betere besluitvorming in een uitgebreide Unie met 27 lidstaten. Het Verdrag van Lissabon houdt ook een hervorming in van verschillende interne en externe beleidsterreinen van de EU. Het geeft de instellingen met name de bevoegdheid om op nieuwe beleidsterreinen wetgeving vast te stellen en maatregelen te nemen.

Het EGKS-Verdrag is in de loop der jaren door de volgende toetredingsverdragen gewijzigd:

  • Verdrag betreffende de toetreding van het Verenigd Koninkrijk, Denemarken en Ierland (1972), waarbij het aantal lidstaten van de Europese Gemeenschap groeit van zes naar negen.
  • Verdrag betreffende de toetreding van Griekenland (1979).
  • Verdrag betreffende de toetreding van Spanje en Portugal (1985), waarbij het aantal lidstaten van de Europese Gemeenschap van tien op twaalf komt.
  • Verdrag betreffende de toetreding van Oostenrijk, Finland en Zweden (1994), waarbij het aantal lidstaten van de Europese Gemeenschap op vijftien wordt uitgebreid tot vijftien.
  • Verdrag betreffende de toetreding van Cyprus, Estland, Hongarije, Letland, Litouwen, Malta, Polen, Slowakije, Slovenië en de Tsjechische Republiek (2003), waarbij het aantal lidstaten van de Europese Gemeenschap groeit van vijftien naar vijfentwintig;
  • Verdrag betreffende de toetreding van Bulgarije en Roemenië (2005), waarbij het aantal lidstaten van de Europese Gemeenschap van vijfentwintig op zevenentwintig komt.

REFERENTIES

VerdragenDatum van ondertekeningDatum van inwerkingtredingPublicatieblad
Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor kolen en staal18.4.195123.07.1952 verstreken op 23.7.2002Niet gepubliceerd
Fusieverdrag8.4.19651.7.1967152 van 13.7.1967
Verdrag tot wijziging van een aantal budgettaire bepalingen22.4.19701.1.1971L 2 van 2.1.1971
Verdrag tot wijziging van een aantal financiële bepalingen22.7.19751.6.1977L 359 van 31.12.1977
Verdrag betreffende Groenland13.3.19841.1.1985L 29 van 1.2.1985
Europese Akte28.2.19861.7.1987L 169 van 29.6.1987
Verdrag betreffende de Europese Unie (Verdrag van Maastricht)7.2.19921.11.1993C 191 van 29.7.1992
Verdrag van Amsterdam2.10.19971.5.1999C 340 van 10.11.1997
Verdrag van Nice26.2.20011.2.2003C 80 van 10.3.2001
Verdrag van Lissabon13.12.20071.12.2009C 306 van 17.12.2007 
ToetredingsverdragenDatum van ondertekeningDatum van inwerkingtredingPublicatieblad
Verdrag betreffende de toetreding van het Verenigd-Koninkrijk, Ierland en Denemarken22.1.19721.1.1973L 73 van 27.3.1972
Verdrag betreffende de toetreding van Griekenland28.5.19791.1.1981L 291 van 19.11.1979
Verdrag betreffende de toetreding van Spanje en Portugal12.6.19851.1.1986L 302 van 15.11.1985
Verdrag betreffende de toetreding van Oostenrijk, Finland en Zweden24.6.19941.1.1995C 241 van 29.8.1994
Verdrag betreffende de toetreding van de tien nieuwe lidstaten16.4.20031.5.2004L 236 van 23.9.2003 
Verdrag betreffende de toetreding van Bulgarije en Roemenië25.4.20051.1.2007L 157 van 21.6.2005 

Deze informatiebladen zijn voor de Europese Commissie juridisch niet bindend, beogen geen volledigheid en hebben geen interpretatieve waarde wat de tekst van het Verdrag betreft.

Laatste wijziging: 15.10.2010
Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven