RSS
Alfabetische index
Deze pagina is beschikbaar in 11 talen

We are migrating the content of this website during the first semester of 2014 into the new EUR-Lex web-portal. We apologise if some content is out of date before the migration. We will publish all updates and corrections in the new version of the portal.

Do you have any questions? Contact us.


Bepalingen die betrekking hebben op specifieke onderwerpen

INLEIDING

Het Verdrag van Nice heeft hoofdzakelijk betrekking op de leftovers van het Verdrag van Amsterdam, maar het heeft ook een aantal wijzigingen van niet-institutionele aard opgeleverd. De belangrijkste zijn:

  • Invoering van een mechanisme dat tot doel heeft schending door een lidstaat van de beginselen waarop de Unie gegrondvest is te voorkomen;
  • Versterking van de defensiecapaciteiten van de Unie;
  • Vaststelling van de taken van Eurojust;
  • Invoering van een rechtsgrondslag op basis waarvan de wetgever het statuut van de Europese politieke partijen kan vaststellen;
  • Invoering van een nieuwe rechtsgrondslag voor het Comité voor sociale bescherming.

GRONDRECHTEN

Bij het Verdrag van Amsterdam was het belang van eerbiediging van de mensenrechten en de fundamentele vrijheden reeds benadrukt door de wijziging van artikel 6 van het Verdrag betreffende de Europese Unie (EU-Verdrag) en door de erkenning, in artikel 7 van dat Verdrag, dat deze beginselen door een lidstaat geschonden kunnen worden. Bij het Verdrag van Nice is de procedure ter zake aangevuld met een preventiemechanisme.
De Raad kan uit hoofde van artikel 7 van het EU-Verdrag een ernstige en voortdurende schending van de grondrechten door een lidstaat constateren. Wanneer een dergelijke constatering is gedaan, kan hij besluiten bepaalde rechten van de lidstaat in kwestie te schorsen (zoals het stemrecht in de Raad). Bij het Verdrag van Nice is aan deze regeling een instrument ter voorkoming van dergelijke schendingen toegevoegd. Op voorstel van eenderde van de lidstaten, het Europees Parlement of de Commissie kan de Raad, na instemming van het Europees Parlement, met een meerderheid van viervijfde van zijn leden constateren dat er duidelijk gevaar bestaat voor een ernstige schending van de grondrechten door een lidstaat en deze lidstaat passende aanbevelingen doen. In het kader van dit artikel is het Hof van Justitie enkel bevoegd voor geschillen inzake de procedurele voorschriften (artikel 46 van het EU-Verdrag); het Hof is niet bevoegd uitspraak te doen over de rechtmatigheid of geschiktheid van de besluiten die krachtens dit artikel genomen worden.

VEILIGHEID EN DEFENSIE

Na het Verdrag van Amsterdam, waarin de weg is vrijgemaakt voor twee nieuwe beleidsontwikkelingen op het gebied van veiligheid en defensie, namelijk de geleidelijke invoering van een gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid en de eventuele integratie van de West Europese Unie (WEU) in de Unie, zijn bij het Verdrag van Nice nog enkele andere wijzigingen doorgevoerd op dit gebied.

Ten eerste is artikel 17 van het EU-Verdrag gewijzigd: een aantal bepalingen inzake de betrekkingen tussen de Unie en de WEU is geschrapt (overdracht van de crisisbeheersingstaken van de WEU aan de Unie).
Ten tweede is de rol versterkt van het Politiek en Veiligheidscomité(PVC, de nieuwe benaming in het Verdrag van het Politiek Comité), een van de permanente politieke en militaire structuren waarmee het autonome en operationele defensiebeleid van de Unie vormgegeven wordt. Artikel 25 van het EU-Verdrag bepaalt voortaan dat dit comité door de Raad gemachtigd kan worden voor het doel en de duur van een crisisbeheersingsoperatie passende besluiten te nemen over de politieke controle en strategische leiding van deze operatie.

JUSTITIËLE SAMENWERKING IN STRAFZAKEN

Bij het Verdrag van Nice is artikel 31 van het EU-Verdrag aangevuld met de vermelding en omschrijving van de taken van Eurojust (Europese eenheid voor justitiële samenwerking). Eurojust heeft tot taak in het kader van de justitiële samenwerking in strafzaken bij te dragen tot een goede coördinatie tussen de met vervolging belaste nationale autoriteiten van de lidstaten.

EUROPESE POLITIEKE PARTIJEN

Bij het Verdrag van Nice is artikel 191 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap (EG-Verdrag) aangevuld, in welk artikel de rol van de Europese politieke partijenuitdrukkelijk wordt erkend. Er is een duidelijke rechtsgrondslag toegevoegd op basis waarvan de wetgever volgens de medebeslissingsprocedure het statuut van politieke partijen op Europees niveau kan vaststellen, in het bijzonder waar het gaat om de voorwaarden voor de erkenning en de regels inzake de financiering ervan.

COMITÉ VOOR SOCIALE BESCHERMING

Via een nieuw artikel 144 van het EG-Verdrag is bij het Verdrag van Nice een nieuwe rechtsgrondslag gecreëerd voor het Comité voor sociale bescherming dat door de Raad ingesteld is in het kader van de conclusies van de Europese Raad van Lissabon. Dit comité heeft een adviestaak bij de bevordering van de samenwerking op het gebied van de sociale bescherming tussen de lidstaten onderling en met de Commissie.

OVERZICHTSTABEL

ArtikelOnderwerp
EG-Verdrag144Comité voor sociale bescherming
191Europese politieke partijen
EU-Verdrag
6 en 7Grondrechten (gevaar van schending en sancties)
17Betrekkingen tussen EU en WEU
25Politiek en Veiligheidscomité (PVC)
31Eurojust
Laatste wijziging: 26.09.2007
Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven