RSS
Alfabetische index
Deze pagina is beschikbaar in 15 talen
Nieuwe beschikbare talen:  CS - HU - PL - RO

We are migrating the content of this website during the first semester of 2014 into the new EUR-Lex web-portal. We apologise if some content is out of date before the migration. We will publish all updates and corrections in the new version of the portal.

Do you have any questions? Contact us.


Rechtshandelingen van de Europese Unie

INLEIDING

In het verdrag van Lissabon staan verscheidene wijzigingen in de indeling van de rechtshandelingen van de Europese Unie. Ten behoeve van de duidelijkheid en vereenvoudiging wordt allereerst het aantal juridische instrumenten dat de instellingen van de EU ter beschikking staat verminderd.

Bovendien krijgt de Commissie de mogelijkheid om een nieuwe categorie handelingen aan te nemen: gedelegeerde handelingen. Ook worden de bevoegdheden van de Commissie vergroot met betrekking tot het aannemen van uitvoeringshandelingen. Deze twee veranderingen hebben als doel te zorgen voor een betere efficiëntie van de Europese besluitvorming en van de tenuitvoerlegging van deze besluiten.

Voor de volledigheid: de rechtshandelingen van de EU zijn wetgevingshandelingen of niet-wetgevingshandelingen die door de instellingen van de EU worden aangenomen. Deze handelingen kunnen naar gelang hun aard juridisch bindend zijn.

VERMINDERING VAN HET AANTAL RECHTSHANDELINGEN

Voordat het verdrag van Lissabon in werking trad, waren er veertien soorten rechtshandelingen die door de instellingen van de EU aangenomen konden worden. Deze veelheid aan handelingen laat zich verklaren vanuit de oude pijlerstructuur van de EU, waarbij iedere pijler zijn eigen juridische instrumenten had.

Het verdrag van Lissabon heeft een einde gemaakt aan deze pijlerstructuur. Bovendien werd er overgegaan tot een nieuwe indeling van de rechtshandelingen. Vanaf die tijd konden de instellingen van de EU nog maar vijf soorten handelingen aannemen:

Artikel 288 van het verdrag betreffende de werking van de EU stelt dat de verordening, de richtlijn en het besluit handelingen zijn met een bindend karakter. De aanbeveling en het advies daarentegen zijn niet bindend voor de adressaten.

Ook hoeft het besluit niet per se een adressaat aan te wijzen. Het besluit verkrijgt hiermee een grotere reikwijdte en vervangt in het bijzonder alle oude instrumenten die werden gebruikt op het gebied van het GBVB.

GEDELEGEERDE HANDELINGEN

Het verdrag van Lissabon creëert een nieuwe categorie rechtshandelingen: de gedelegeerde handelingen. De wetgever geeft hiermee de Commissie de bevoegdheid om wijzigingen vast te stellen voor niet-essentiële onderdelen van een wetgevingshandeling.

De gedelegeerde handelingen kunnen bijvoorbeeld bepaalde technische details specificeren of ze kunnen bestaan uit een latere wijziging van bepaalde onderdelen van een wetgevingshandeling. De wetgever kan zich zo concentreren op het beleid en de doelstellingen zonder zich veel te hoeven bezighouden met technische discussies.

Deze delegatie valt echter binnen strikte grenzen. Sterker nog, alleen de Commissie mag geautoriseerd worden om gedelegeerde handelingen vast te stellen. De wetgever stelt echter de voorwaarden vast waaronder deze delegatie uitgeoefend dient te worden. Artikel 290 van het verdrag betreffende de werking van de EU specificeert dat de Raad en het Parlement een delegatie kunnen herroepen of er een beperkte tijdsduur aan kunnen toekennen.

UITVOERINGSHANDELINGEN

Overigens vergroot het verdrag van Lissabon de uitvoeringsbevoegdheden van de Commissie. De tenuitvoerlegging van het Europees recht op het grondgebied van de lidstaten behoort in beginsel immers toe aan de lidstaten. Bepaalde maatregelen van de EU vereisen echter een eenvormige tenuitvoerlegging binnen de EU. In deze gevallen is de Commissie bevoegd om uitvoeringshandelingen vast te stellen met betrekking tot de toepassing van die maatregelen.

Voordat het verdrag van Lissabon in werking trad lag de uitvoeringsbevoegdheid bij de Raad, die vervolgens het aannemen van uitvoeringshandelingen delegeerde naar de Commissie. Inmiddels erkent artikel 291 van het verdrag betreffende de werking van de EU de beginselbevoegdheid van de Commissie. De EU-maatregelen die een eenvormige tenuitvoerlegging vereisen in de lidstaten geven de Commissie dus rechtstreeks bevoegdheid om uitvoeringshandelingen vast te stellen.

Tegelijkertijd geeft het verdrag van Lissabon het Parlement ook meer bevoegdheden omtrent het toezicht op de uitvoeringsbevoegdheden van de Commissie. In feite werden de voorwaarden voor het toezicht vooraf vastgesteld door de Raad. Voortaan worden deze voorwaarden aangenomen middels de gewone wetgevingsprocedure, waarin het Parlement op gelijke voet staat met de Raad.

Laatste wijziging: 29.06.2010
Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven