RSS
Alfabetische index
Deze pagina is beschikbaar in 15 talen
Nieuwe beschikbare talen:  CS - HU - PL - RO

We are migrating the content of this website during the first semester of 2014 into the new EUR-Lex web-portal. We apologise if some content is out of date before the migration. We will publish all updates and corrections in the new version of the portal.

Do you have any questions? Contact us.


Economisch en monetair beleid

INLEIDING

Het Verdrag van Lissabon kent de Commissie een grotere rol toe in het economische beleid van de Europese Unie (EU). Ze gaat hier met name een belangrijkere toezichthoudende rol spelen en ervoor instaan dat de lidstaten de Europese verplichtingen nakomen.

Bovendien versterkt het Verdrag van Lissabon het economische bestuur van de EU, met name door de EU een krachtiger monetair beleid te verschaffen.

Ter herinnering, het economisch beleid van de EU zorgt ervoor dat de individuele economische beleidsmodellen van de verschillende lidstaten evolueren naar gemeenschappelijke doelstellingen. Er wordt tevens voorzien in een gezamenlijk monetair beleid voor alle lidstaten met als hoofddoel een stabiele prijzenpolitiek.

Bovendien voeren de lidstaten die deel uitmaken van de eurozone, dat wil zeggen de landen die de euro als eenheidsmunt aangenomen hebben, parallel een diepgaander monetair beleid specifiek op de euro gericht.

ECONOMISCH BELEID

Het economisch beleid van de EU stoelt op twee soorten verbintenissen van de lidstaten:

  • de globale richtsnoeren voor het economisch beleid (GREB): de GREB verschijnen in de vorm van aanbevelingen aangenomen door de Raad. Ze hebben tot doel het economisch beleid van de lidstaten rond gemeenschappelijke doelstellingen te harmoniseren;
  • het stabiliteits- en groeipact: dit pact heeft tot doel de begrotingstekorten van de lidstaten onder controle te houden. Dezen worden zo verplicht maximumdrempels in acht te nemen met betrekking tot overheidsschuld en overheidstekorten.

Het naleven van de GREB en de drempels voor overheidstekorten zijn onderworpen aan een toezicht door de Commissie en de Raad. Het Verdrag van Lissabon versterkt de rol van de Commissie in de uitvoering van dit toezicht nog. Deze laatste is voortaan bij machte om rechtstreeks waarschuwingen te richten tot de lidstaten wanneer ze van mening is dat de lidstaten hun verbintenissen niet nagekomen zijn. Voorheen kon de Commissie in dit geval enkel een vraag indienen bij de Raad.

Wanneer de Commissie een dergelijke waarschuwing uitvaardigt, kan de Raad een aanbeveling invoeren naar de lidstaat toe. Op dit vlak maakt het Verdrag van Lissabon gewag van twee preciseringen:

  • De betrokken lidstaat mag voortaan niet meer deelnemen aan de stemming betreffende een aanbeveling die aan hem gericht zou kunnen zijn;
  • Als de lidstaat tot de eurozone behoort, mogen alleen de lidstaten van deze eurozone stemmen over een eventuele aanbeveling.

MONETAIR BELEID

Het Verdrag van Lissabon behelst geen grote wijzigingen in het gemeenschappelijk monetair beleid voor alle lidstaten.

De voornaamste vernieuwing schuilt in de bekrachtiging van de Europese Centrale Bank (ECB) als instelling van de EU.

De bevoegdheden van het Europees Parlement werden bovendien ook uitgebreid voor wat de wijziging van de statuten van de ECB betreft. Deze wijziging valt voortaan onder de gewone wetgevingsprocedure.

MONETAIR BELEID VOOR DE LIDSTATEN DIE TOT DE EUROZONE BEHOREN

Op het vlak van het monetair beleid brengt het Verdrag van Lissabon voor de eurozone een aantal belangrijkere wijzigingen met zich mee.

Vooreerst bevestigt het Verdrag van Lissabon de exclusieve bevoegdheid van de EU inzake het monetair beleid van de lidstaten met de euro als munteenheid (artikel 3 van het verdrag betreffende de werking van de EU).

Het Verdrag van Lissabon bekrachtigt ook voor het eerst het bestaan van de Eurogroep. Het gaat om informele bijeenkomsten van ministers van financiën uit de eurozone. Doelstelling van de Eurogroep is de groei van de eurozone optimaliseren dankzij een nauwere samenwerking tussen de lidstaten.

Bovendien krijgen de lidstaten van de eurozone beslissingsautonomie voor bepaalde maatregelen die rechtstreeks op hen van toepassing zijn. Derhalve preciseert artikel 136 van het Verdrag betreffende de werking van de EU dat uitsluitend de lidstaten van de eurozone stemrecht hebben voor de maatregelen met als doel:

  • De coördinatie van en het toezicht op de budgettaire discipline van de lidstaten met de euro als munteenheid;
  • De uitzetting van koersen voor het economisch beleid specifiek voor de euro en compatibel met de GREB.

Tot slot stelt het Verdrag van Lissabon de lidstaten met de euro als munteenheid ook in de mogelijkheid om een gezamenlijke vertegenwoordiging van de eurozone op te zetten binnen de internationale financiële instellingen. De lidstaten van de eurozone zullen bovendien de enigen zijn met stemrecht voor de stellingen die de EU zal innemen op internationaal vlak met betrekking tot kwesties die verband houden met de Economische Monetaire Unie.

Deze samenvatting heeft een louter informatief karakter en is niet bedoeld als interpretatie of ter vervanging van het referentiedocument.

Laatste wijziging: 18.06.2010
Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven