RSS
Alfabetische index
Deze pagina is beschikbaar in 15 talen
Nieuwe beschikbare talen:  CS - HU - PL - RO

We are migrating the content of this website during the first semester of 2014 into the new EUR-Lex web-portal. We apologise if some content is out of date before the migration. We will publish all updates and corrections in the new version of the portal.

Do you have any questions? Contact us.


Europese onderzoeksruimte en ruimtevaartbeleid

INLEIDING

Het Verdrag van Lissabon versterkt het optreden van de Europese Unie (EU) op het gebied van onderzoek. Met het Verdrag heeft de Unie zich ten doel gesteld een echte Europese onderzoeksruimte tot stand te brengen. Bovendien voorziet het Verdrag van Lissabon in een rechtsgrondslag op basis waarvan de EU een Europees ruimtevaartbeleid kan voeren.

Onderzoek neemt in de EU een belangrijke plaats in. Het stond reeds centraal in de Lissabonstrategie (2000). De nieuwe Europa 2020-strategie ligt in het verlengde daarvan en heeft ten doel de EU om te vormen tot een intelligente economie die gebaseerd is op kennisuitbreiding en innovatie. Onderzoek en technologische ontwikkeling zijn essentieel voor de verwezenlijking van die doelstelling.

EUROPESE ONDERZOEKSRUIMTE

Het Verdrag van Lissabon voorziet in een rechtsgrondslag voor de totstandbrenging van een Europese onderzoeksruimte. Een dergelijke ruimte dient met name het vrije verkeer van onderzoekers, wetenschappelijke kennis en technologie mogelijk te maken. Daarom moedigt de EU de opheffing aan van de wettelijke en fiscale hinderpalen die samenwerking op onderzoeksgebied belemmeren.

Het Verdrag van Lissabon machtigt bovendien de Raad en het Parlement om alle nodige maatregelen te treffen voor de totstandbrenging van de Europese onderzoeksruimte. De twee instellingen nemen deze maatregelen in het kader van de gewone wetgevingsprocedure aan.

Zo moeten de Raad en het Parlement een meerjarig kaderprogramma vaststellen, waaruit alle Europese onderzoeksprojecten worden gefinancierd. Dit kaderprogramma wordt aangenomen volgens de gewone wetgevingsprocedure. De totale begroting van het 7e kaderprogramma (2007-2013) bedraagt 50,5 miljard euro, een duidelijke illustratie van het belang dat de EU aan onderzoek hecht. Het is trouwens het belangrijkste internationale onderzoeksprogramma ter wereld.

Ten slotte zijn de bevoegdheden op het gebied van onderzoek op een bijzondere wijze verdeeld over de EU en de lidstaten. Volgens artikel 4 van het Verdrag betreffende de werking van de EU beschikken de EU en de lidstaten over gedeelde bevoegdheden met betrekking tot onderzoek en de onderzoeksruimte, maar in afwijking van de basisregel voor dergelijke gedeelde bevoegdheden houdt het optreden van de EU geen enkele beperking in voor de lidstaten, die dus zelf ook maatregelen kunnen treffen.

EUROPEES RUIMTEVAARTBELEID

Het Verdrag van Lissabon bevat een nieuw artikel op basis waarvan een Europees ruimtevaartbeleid kan worden uitgewerkt (artikel 189 van het Verdrag betreffende de werking van de EU). Het ruimtevaartbeleid heeft met name ten doel de wetenschappelijke en technische vooruitgang alsmede het industriële concurrentievermogen te bevorderen.

Het Europees ruimtevaartbeleid is dan ook gericht op onderzoek, technologische ontwikkeling en verkenning en gebruik van de kosmische ruimte. De Raad en het Europees Parlement kunnen een ruimtevaartprogramma uitwerken waarin alle maatregelen worden gebundeld die met betrekking tot die gebieden overeenkomstig de gewone wetgevingsprocedure zijn aangenomen.

Het Europees ruimtevaartbeleid hangt bovendien nauw samen met de activiteiten van de Europese Ruimtevaartorganisatie (ESA). Hierbij dient evenwel te worden opgemerkt dat ESA een internationale organisatie is die geheel onafhankelijk van de EU opereert. Zij heeft tot taak gemeenschappelijke programma’s uit te werken en uit te voeren teneinde de lidstaten meer te doen samenwerken op het gebied van ruimtevaart.

Het Verdrag van Lissabon bekrachtigt aldus de samenwerking tussen de EU en de Europese Ruimtevaartorganisatie. Deze samenwerking is gebaseerd op een kaderovereenkomst die van kracht is geworden in mei 2004. Deze kaderovereenkomst heeft met name geleid tot de oprichting van een Ruimteraad, die wordt bijgewoond door vertegenwoordigers van de Raad van de EU en van de raad van bestuur van de Europese Ruimtevaartorganisatie.

Laatste wijziging: 12.05.2010
Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven