RSS
Alfabetische index
Deze pagina is beschikbaar in 15 talen
Nieuwe beschikbare talen:  CS - HU - PL - RO

We are migrating the content of this website during the first semester of 2014 into the new EUR-Lex web-portal. We apologise if some content is out of date before the migration. We will publish all updates and corrections in the new version of the portal.

Do you have any questions? Contact us.


De Europese ruimte van vrijheid, veiligheid en recht

INLEIDING

Het Verdrag van Lissabon heeft ten doel een gemeenschappelijke Europese ruimte tot stand te brengen waarin personen zich vrij kunnen verplaatsen en een doeltreffende rechtsbescherming genieten. De totstandbrenging van een dergelijke ruimte heeft gevolgen voor gebieden waarop de Europese burgers hoge verwachtingen koesteren, zoals immigratie en de bestrijding van de georganiseerde misdaad en terrorisme. Deze problemen zijn in ruime mate grensoverschrijdend van aard en vergen dan ook een efficiënte samenwerking op Europees niveau.

Het Verdrag van Lissabon splitst de aangelegenheden in verband met de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht uit in vier domeinen:

  • grenscontrole, asiel en immigratie;
  • justitiële samenwerking in burgerlijke zaken;
  • justitiële samenwerking in strafzaken;
  • politiële samenwerking.

Alle aangelegenheden in verband met justitiële samenwerking in strafzaken en politiële samenwerking vielen vroeger onder de derde pijler van de Europese Unie (EU) en werden beheerd in het kader van een intergouvernementele samenwerking. De Europese instellingen waren niet bevoegd voor de derde pijler en konden dan ook geen verordeningen of richtlijnen aannemen. Het Verdrag van Lissabon maakt een einde aan dit onderscheid, waardoor de EU voortaan wel wetgeving kan opstellen over alle aangelegenheden die betrekking hebben op de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht.

GRENSCONTROLE, ASIEL EN IMMIGRATIE

Het Verdrag van Lissabon verleent de Europese instellingen nieuwe bevoegdheden. Zij kunnen voortaan maatregelen aannemen met als doel:

  • het tot stand brengen van een gemeenschappelijk beheer van de buitengrenzen van de EU, met name dankzij een versterking van het Europees Agentschap voor het beheer van de operationele samenwerking aan de buitengrenzen (Frontex) (EN);
  • het opzetten van een gemeenschappelijke Europese asielregeling. Een dergelijke regeling zal stoelen op een eenvormige Europese status en gemeenschappelijke procedures voor het verlenen en het intrekken van de asielstatus;
  • het vaststellen van de voorschriften, de voorwaarden en de rechten in verband met legale immigratie.

JUSTITIËLE SAMENWERKING IN BURGERLIJKE ZAKEN

Het Verdrag van Lissabon machtigt de Europese instellingen om nieuwe maatregelen aan te nemen met betrekking tot:

  • de toepassing van het beginsel van wederzijdse erkenning: elke gerechtelijke autoriteit moet de beslissingen van de gerechtelijke autoriteiten van de andere lidstaten erkennen als geldige beslissingen die moeten worden gehandhaafd;
  • de effectieve toegang tot het gerecht;
  • de ontwikkeling van alternatieve methoden voor het beslechten van geschillen;
  • de vorming van magistraten en gerechtelijk personeel.

JUSTITIËLE SAMENWERKING IN STRAFZAKEN

Door de afschaffing van de derde pijler van de EU kunnen de Europese instellingen voortaan wetgeving opstellen op het gebied van justitiële samenwerking in strafzaken.

Concreet betekent dit dat de Europese instellingen minimumvoorschriften kunnen vaststellen voor de definitie van en de sancties op de zwaarste strafdelicten. Bovendien kan de EU ook ingrijpen in de vaststelling van de gemeenschappelijke voorschriften voor het verloop van de strafrechtelijke procedure, bijvoorbeeld wat de toelaatbaarheid van bewijsmateriaal of het personenrecht betreft.

Het Verdrag van Lissabon versterkt ook de rol van Eurojust (EN) in de EU. Eurojust is een instantie die moet bijdragen tot de coördinatie van onderzoeksdaden en vervolgingsprocedures tussen de bevoegde autoriteiten van de lidstaten. Momenteel is Eurojust alleen maar bevoegd om voorstellen te formuleren: het agentschap kan de nationale autoriteiten vragen om een onderzoek of vervolgingsprocedure te starten. Voortaan kunnen de Europese instellingen op grond van het Verdrag van Lissabon de taken en bevoegdheden van Eurojust uitbreiden volgens de gewone wetgevingsprocedure.

Het Verdrag van Lissabon gaat zelfs nog verder. Het voorziet ook in de eventuele oprichting van een echt Europees parket dat vanuit Eurojust zou worden ontwikkeld. Een dergelijk parket zou ruime bevoegdheden hebben aangezien het daders van strafbare feiten zou kunnen opsporen, vervolgen en voor het gerecht brengen. Bovendien zou het Europese parket zelf het recht hebben om personen voor de bevoegde rechtbanken van de lidstaten te vervolgen.

Het Verdrag van Lissabon strekt evenwel niet tot oprichting van het Europese parket. Het machtigt de Raad alleen maar om met eenparigheid van stemmen in die zin een verordening aan te nemen. Indien de Raad geen eenparigheid van stemmen haalt, kunnen ten minste negen lidstaten onderling een Europees parket oprichten in het kader van een nauwere samenwerking.

POLITIËLE SAMENWERKING

Net zoals de justitiële samenwerking in strafzaken profiteert de politiële samenwerking van de afschaffing van de derde pijler van de EU. Voortaan kunnen de Europese instellingen verordeningen en richtlijnen op het gebied aannemen.

Het toepassingsgebied van de gewone wetgevingsprocedure wordt uitgebreid met alle niet-operationele aspecten van de politiële samenwerking. De operationele samenwerking valt daarentegen onder een bijzondere wetgevingsprocedure waarvoor unanimiteit in de Raad vereist is. Het Verdrag van Lissabon voorziet wel in de mogelijkheid om een nauwere samenwerking te ontwikkelen wanneer er geen unanimiteit in de Raad is.

Het Verdrag van Lissabon voorziet tevens in een geleidelijke versterking van de Europese Politiedienst (Europol) (EN). Net zoals voor Eurojust zijn de Raad en het Europees Parlement op grond van het Verdrag van Lissabon gemachtigd om de taken en bevoegdheden van Europol uit te breiden op basis van de gewone wetgevingsprocedure. Momenteel is de rol van Europol beperkt tot het bevorderen van de samenwerking tussen de autoriteiten van de lidstaten. Het Verdrag van Lissabon verduidelijkt dat de nieuwe taken ook betrekking kunnen hebben op de coördinatie, de organisatie en de uitvoering van operationele acties.

VRIJSTELLINGEN

Het Verenigd Koninkrijk, Ierland en Denemarken genieten van een afwijkende regeling met betrekking tot alle maatregelen die worden aangenomen in het kader van de ruimte voor vrijheid, veiligheid en recht. Deze drie landen hebben de mogelijkheid om niet deel te nemen aan wetgevingsprocedures ter zake. De aangenomen maatregelen zijn voor deze landen dan ook niet bindend.

Bovendien gelden voor het Verenigd Koninkrijk, Ierland en Denemarken twee soorten afwijkingsclausules:

  • een “opt-in”-clausule, die elk land geval per geval de mogelijkheid biedt om deel te nemen aan de goedkeuringsprocedure van een maatregel of aan de toepassing van een reeds aangenomen maatregel. In dat geval zijn de landen net zoals de andere lidstaten door deze maatregel gebonden;
  • een “opt-out”-clausule, die hen op elk moment de mogelijkheid biedt om een bepaalde maatregel niet toe te passen.
Laatste wijziging: 09.04.2010
Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven