RSS
Alfabetische index
Deze pagina is beschikbaar in 15 talen
Nieuwe beschikbare talen:  CS - HU - PL - RO

We are migrating the content of this website during the first semester of 2014 into the new EUR-Lex web-portal. We apologise if some content is out of date before the migration. We will publish all updates and corrections in the new version of the portal.

Do you have any questions? Contact us.


Uitbreiding van de gekwalificeerde meerderheid van stemmen en de gewone wetgevingsprocedure

INLEIDING

Het Verdrag van Lissabon wil het besluitvormingsproces van de Europese Unie (EU) moderniseren en verbeteren. In een tot 27 lidstaten uitgebreide Unie is eenparigheid moeilijker te verwezenlijken en ontstaat er meer kans op blokkering van de stemmen. Daarom breidt het Verdrag van Lissabon de gekwalificeerde meerderheid van stemmen uit naar een groot aantal nieuwe politieke domeinen. Door de besluitvorming binnen de instellingen op deze manier te vergemakkelijken, wordt de Europese eenmaking een handje toegestoken.

Het Verdrag van Lissabon breidt de gekwalificeerde meerderheid van stemmen uit naar eerdere bepalingen van het verdrag betreffende de EU (VEU) en het verdrag betreffende de werking van de EU (VWEU):

  • rechtstreeks, door in de Europese Raad of de Raad stemmen met gekwalificeerde meerderheid toe te passen;
  • onrechtstreeks, door in nieuwe domeinen de gewone wetgevingsprocedure uit te breiden.

Ook met het doel het besluitvormingsproces te verbeteren, wijzigt het Verdrag van Lissabon de definitie van gekwalificeerde meerderheid.

INSTITUTIONELE BEPALINGEN

Naar aanleiding van de institutionele hervorming van het Verdrag van Lissabon, hanteert de Europese raad voortaan de gekwalificeerde meerderheid voor:

  • de verkiezing van de voorzitter van de Europese Raad (artikel 15 van het VEU);
  • het besluit houdende de lijst van Raadsformaties (artikel 16 van het VEU);
  • de benoeming van de hoge vertegenwoordiger voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (artikel 18 van het VEU);
  • het besluit over het voorzitterschap van de Raad (artikel 236 van het VWEU);
  • de benoeming van de voorzitter, de vicevoorzitter en de directieleden van de Europese Centrale bank (artikel 283 van het VWEU).

De Raad zetelt voortaan ook volgens het principe van de gekwalificeerde meerderheid van stemmen betreffende:

  • de aanpassing van de statuten van het Hof van Justitie van de EU en de oprichting van gespecialiseerde rechtbanken (artikel 257 en 281 van het VWEU);
  • de goedkeuring van een tussen een lidstaat en de EU gesloten terugtrekkingsakkoord (artikel 50 van het VEU);
  • de omschrijving van de regels en principes met betrekking tot de uitvoeringsbevoegdheden van de Commissie (artikel 291 van het VWEU).

RUIMTE VOOR VRIJHEID, VEILIGHEID EN RECHT

Het Verdrag van Lissabon verstevigt de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht van de EU enorm. De genomen maatregelen in dit domein werden in het algemeen met eenparigheid van stemmen aangenomen door de Raad. De gewone wetgevingsprocedure is voortaan van toepassing op een groot aantal van hen. Het doel is het democratiseren en versterken van de legitimiteit van de EU-acties in dit domein door de tussenkomst van het Europees Parlement en de uitbreiding van de gekwalificeerde meerderheid van stemmen. Voortaan is de gewone wetgevingsprocedure van toepassing op de maatregelen die deel uitmaken van:

  • beleidslijnen met betrekking op de grenzen en immigratie (artikels 77, 78 en 79 van het VWEU);
  • justitiële samenwerking in burgerlijke zaken (artikel 81 van het VWEU);
  • politiële samenwerking (artikels 87 en 88 van het VWEU);
  • justitiële samenwerking in strafzaken (artikels 82, 83, 84 en 85 van het VWEU); de gekwalificeerde meerderheid van stemmen kan ingeroepen worden door artikels 82 en 83 dankzij twee zogenaamde “noodremclausules”: een lidstaat kan een beroep doen op de Europese Raad als die vindt dat de basisprincipes van zijn juridisch systeem bedreigd worden. De wetgevingsprocedure wordt dan uitgesteld tot de Europese Raad aan de Commissie een nieuw voorstel vraagt of beslist de procedure bij te werken rekening houdend met de opmerkingen.

GEMEENSCHAPPELIJK BUITENLANDS EN VEILIGHEIDSBELEID (GBVB)

Eenparigheid van stemmen blijft de regel voor de beslissingen op het vlak van het GBVB. Artikel 31 van het VEU voorziet echter uitzonderingen op deze regel: de Raad past de gekwalificeerde meerderheid van stemmen toe voor:

  • besluiten die een optreden of standpunt van de Unie beschrijven op basis van een besluit van de Europese Raad;
  • besluiten die een optreden of standpunt van de Unie beschrijven op voorstel van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid;
  • beslissingen die een besluit in werking stellen die een optreden of een standpunt van de Unie op het vlak van GBVB vaststelt;
  • de benoeming van een speciale vertegenwoordiger, op voorstel van de hoge vertegenwoordiger.

Bovendien wordt een bijzondere overbruggingsclausule ingevoerd om de Raad met gekwalificeerde meerderheid te laten stemmen over andere soorten besluiten. De Europese raad moet voorafgaandelijk met eenparigheid van stemmen een besluit aannemen dat deze uitbreiding van het toepassingsveld van de gekwalificeerde meerderheid goedkeurt.

Bovendien richt het Verdrag van Lissabon twee nieuwe instrumenten op waarvan de modaliteiten met gekwalificeerde meerderheid door de Raad worden vastgelegd:

  • het GBVB-startfonds (artikel 41 van het VEU);
  • het Europees Defensieagentschap (artikel 45 van het VEU).

Er kan ook een permanente gestructureerde samenwerking tussen de lidstaten met sterke militaire capaciteiten georganiseerd worden. De Raad besluit dan met gekwalificeerde meerderheid van stemmen over de modaliteiten van een dergelijke samenwerking (artikel 46 van het VEU).

ANDERE POLITIEKE DOMEINEN

De meeste Europese beleidslijnen komen tot stand door stemming met gekwalificeerde meerderheid. De gewone wetgevingsprocedure is dus voortaan van toepassing op de volgende domeinen:

  • het vrije verkeer van werknemers (artikel 48 van het VWEU); er werd een “noodremclausule” opgesteld om de gekwalificeerde meerderheid in dit domein in te voeren. Hetzelfde principe geldt voor de twee “noodremclausules” voor de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht: de wetgevingsprocedure kan geschorst worden als een lidstaat vindt dat zijn sociale zekerheidssysteem bedreigd wordt;
  • vervoer (artikel 91 van het VWEU);
  • onderlinge aanpassing van de wetgevingen (artikel 118 van het VWEU);
  • monetair beleid (artikels 129 en 133 van het VWEU);
  • onderwijs, beroepsopleiding en sport (artikel 165 van het VWEU);
  • cultuur (artikel 167 van het VWEU);
  • onderzoek (artikels 182 en 189 van het VWEU);
  • energie (artikel 194 van het VWEU);
  • toerisme (artikel 195 van het VWEU);
  • civiele bescherming (artikel 196 van het VWEU);
  • administratieve samenwerking (artikel 197 van het VWEU);
  • gemeenschappelijke handelspolitiek (artikel 207 van het VWEU);
  • financiële samenwerking met derde landen (artikel 213 van het VWEU);
  • humanitaire hulp (artikel 214 van het VWEU).

Deze samenvatting heeft een louter informatief karakter en is niet bedoeld als interpretatie of ter vervanging van het referentiedocument.

Laatste wijziging: 19.02.2010
Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven