RSS
Alfabetische index
Deze pagina is beschikbaar in 15 talen
Nieuwe beschikbare talen:  CS - HU - PL - RO

We are migrating the content of this website during the first semester of 2014 into the new EUR-Lex web-portal. We apologise if some content is out of date before the migration. We will publish all updates and corrections in the new version of the portal.

Do you have any questions? Contact us.


De hervorming van Verdragen

INLEIDING

De hervorming van de stichtingsverdragen is essentieel voor de Europese Unie (EU). De wetgeving en het Europees beleid kunnen daardoor aangepast worden aan de nieuwe uitdagingen voor de EU. Voor de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon bestond er geen enkele herzieningsprocedure voor verdragen. Deze procedure vereiste de verplichte bijeenroeping van een Intergouvernementele Conferentie (IGC).

Het Verdrag van Lissabon versoepelt de herzieningsprocedure en verbetert het democratische karakter. De gewone herzieningsprocedure wordt licht aangepast door de deelname van het Europees Parlement en de nationale parlementen te versterken. Het Verdrag van Lissabon creëert twee specifieke vereenvoudigde procedures om de herziening van sommige bepalingen van verdragen te vergemakkelijken.

De versoepeling van de herziening van de verdragen moet echter gerelativeerd worden door het behoud van de eenparigheidsregel bij stemmingen. Op die manier moeten de lidstaten de herziening van de betreffende verdragsbepalingen, bij welke procedure dan ook, aannemen met eenparigheid van stemmen.

De herzieningsprocedures staan in artikel 48 van het verdrag betreffende de EU.

GEWONE HERZIENINGSPROCEDURE

De gewone herzieningsprocedure betreft de belangrijkste aanpassingen aan de Verdragen, zoals de uitbreiding of beperking van de bevoegdheden van de EU. Ze houdt namelijk de convocatie in van een IGC die de herzieningsprojecten per consensus aanneemt. De aangebrachte wijzigingen aan de Verdragen treden pas in werking na goedkeuring door het geheel van lidstaten.

Het Verdrag van Lissabon bekrachtigt de huidige werkwijze om een Europese Conventie bijeen te roepen vóór de IGC. Deze Conventie heeft als doel het onderzoeken van herzieningsprojecten om daarna een aanbeveling voor de IGC uit te brengen die bestaat uit vertegenwoordigers van staatshoofden of regeringsleiders, van de Commissie, maar ook vertegenwoordigers van de nationale parlementen en het Europees Parlement. Het Verdrag van Lissabon wil op die manier het herzieningsproces van de Verdragen democratiseren. De verwerving van het recht van initiatief door het Europees Parlement betekent een andere belangrijke innovatie. Het kan voortaan op dezelfde wijze herzieningsprojecten voorstellen als de regeringen van de lidstaten en de Commissie.

De Europese Raad kan ook beslissen, na goedkeuring van het Europees Parlement om geen Conventie samen te roepen als de aanpassingen niet significant zijn. In dit geval stelt hij rechtstreeks een mandaat op voor de IGC.

VEREENVOUDIGDE HERZIENINGSPROCEDURE

Het Verdrag van Lissabon vereenvoudigt de procedure voor herziening van interne beleidslijnen en acties van de EU. Het doelt op het vergemakkelijken van de Europese eenmaking in deze domeinen. Deze procedure vermijdt namelijk, de convocatie van een Europese Conventie en een Intergouvernementele Conferentie. De bevoegdheden van de EU mogen echter niet uitgebreid worden door middel van een vereenvoudigde herzieningsprocedure.

Net zoals in de gewone procedure kunnen de regering van elke lidstaat, de Europese Commissie of het Europees Parlement een herzieningsproject voorleggen aan de Europese Raad. De Europese Raad neemt daarna een beslissing in verband met de aangebrachte wijzigingen aan de Verdragen. De Europese Raad doet een uitspraak met eenparigheid van stemmen, na raadpleging van de Europese Commissie, het Europees Parlement en de Europese Centrale Bank als de herziening een monetaire beslissing inhoudt. De nieuwe bepalingen van de Verdragen treden pas in werking na bekrachtiging door het geheel van de lidstaten conform hun respectievelijke grondwetten.

DE ALGEMENE “OVERBRUGGINGSCLAUSULE”

De door het Verdrag van Lissabon ingevoerde overbruggingsclausule is een tweede vereenvoudigde herzieningsprocedure. Deze clausule staat de vaststelling van een besluit toe volgens andere modaliteiten dan voorzien door de stichtingsverdragen, zonder ook maar een formele aanpassing van de Verdragen in te houden. De algemene overbruggingsclausule betreft twee mogelijke situaties:

  • Indien de Verdragen voorschrijven dat een besluit met eenparigheid van stemmen aangenomen wordt door de Raad, dan kan de Europese Raad bij besluit bepalen dat de Raad met een gekwalificeerde meerderheid besluit;
  • Indiende Verdragen voorschrijven dat de besluiten vastgesteld worden volgens een bijzondere wetgevingsprocedure, kan de Europese Raad bij besluit bepalen dat die wetgevingshandelingen volgens de gewone wetgevingsprocedure worden vastgesteld.

In beide gevallen besluit de Europese Raad met eenparigheid van stemmen en met de goedkeuring van het Europees Parlement. Elk nationaal parlement beschikt over meer dan één oppositierecht en moet de activering van de algemene overbruggingsclausule verhinderen.

De overbruggingsclausule zoals beschreven in artikel 48 van het verdrag betreffende de EU is van toepassing op het volledige Europese beleid, met uitzondering van Defensie en militaire beslissingen. Het verdrag betreffende de EU en het verdrag betreffende de werking van de EU voorzien echter overbruggingsclausules voor sommige specifieke domeinen (fiche “wetgevingsprocedures”). De toegevoegde waarde van deze clausules in vergelijking met de algemene clausule zit vervat in sommige procedurebijzonderheden, zoals bijvoorbeeld het gebrek aan oppositierecht voor de nationale parlementen.

Deze samenvatting heeft een louter informatief karakter en is niet bedoeld als interpretatie of ter vervanging van het referentiedocument.

Laatste wijziging: 29.01.2010
Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven