RSS
Alfabetische index
Deze pagina is beschikbaar in 23 talen
Nieuwe beschikbare talen:  BG - CS - ET - GA - LV - LT - HU - MT - PL - RO - SK - SL

We are migrating the content of this website during the first semester of 2014 into the new EUR-Lex web-portal. We apologise if some content is out of date before the migration. We will publish all updates and corrections in the new version of the portal.

Do you have any questions? Contact us.


Het Europees Parlement

INLEIDING

De verdeling van de zetels tussen de lidstaten en de inspraak van het Parlement in het wetgevingsproces stonden bij vroegere verdragswijzigingen vaak centraal in de discussies.

Door de opeenvolgende uitbreidingen van de Europese Unie (EU) is het aantal leden van het Parlement voortdurend toegenomen, wat tot lange onderhandelingen tussen de lidstaten heeft geleid. De bevoegdheden van de parlementsleden zijn bovendien fors uitgebreid, met name door de veralgemening van de medebeslissingsprocedure.

Het Verdrag van Lissabon stelt voor de zetelverdeling in het Parlement een nieuwe procedure voor en breidt de wetgevende en budgettaire bevoegdheden van de instelling aanzienlijk uit door een wijziging van de besluitvormingsprocedures van de EU.

SAMENSTELLING

De verdeling van de zetels in het Europees Parlement tussen de lidstaten is een ingewikkeld vraagstuk. Het aantal aan een lidstaat toegewezen zetels dient in de eerste plaats voldoende evenredig te zijn met het inwonersaantal van de betrokken lidstaat. Bovendien mag het totale aantal parlementsleden begrensd om de efficiënte werking van het Parlement niet in het gedrang te brengen.

Het aantal zetels in het Parlement is in het verleden dan ook al het voorwerp van uitvoerige discussies geweest. In de verschillende wijzigingsverdragen werd steeds een precieze verdeling per lidstaat vastgesteld. Met de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon is deze zetelverdeling uit de verdragen verdwenen. De verdeling wordt voortaan door het Europees Parlement voorgesteld en met eenparigheid van stemmen door de Europese Raad goedgekeurd.

Volgens het Verdrag van Lissabon kan het Europees Parlement dus zelf zijn zetelverdeling bepalen. Daarbij dient evenwel een aantal basisregels in acht te worden genomen:

  • het maximumaantal parlementsleden is vastgesteld op 751, met inbegrip van de voorzitter van het Parlement;
  • het minimumaantal zetels per lidstaat is vastgesteld op zes, zodat alle belangrijke politieke stromingen vertegenwoordigd kunnen worden, ook wat de minst bevolkte lidstaten betreft;
  • het maximumaantal zetels per lidstaat is vastgesteld op 96;
  • de zetelverdeling moet worden bepaald volgens het beginsel van de “degressieve evenredigheid”: hoe groter de bevolking van een lidstaat, hoe meer parlementsleden en hoe meer inwoners elk parlementslid moet vertegenwoordigen.

OVERGANGSMAATREGELEN

Het in juni 2009 verkozen Europees Parlement telt 736 leden, zoals voorzien in het Verdrag van Nice. De Europese Raad heeft evenwel op de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon geanticipeerd met overgangsmaatregelen voor de samenstelling van het Parlement. In zijn conclusies van 11 en 12 december 2008 heeft hij namelijk verduidelijkt dat het aantal parlementsleden aan het einde van de legislatuur 2009-2014 naar 754 zal worden verhoogd. Deze wijziging moet door alle lidstaten worden geratificeerd. In afwachting van de definitieve goedkeuring van deze verhoging van het aantal leden hebben de 18 bijkomende Europese parlementsleden slechts een waarnemersstatus.

BEVOEGDHEDEN

Het Verdrag van Lissabon vergroot het democratische gehalte van de EU door de uitbreiding van de prerogatieven van het Europees Parlement. De medebeslissingsprocedure, waarin het Parlement op gelijke voet staat met de Raad, wordt omgedoopt tot “gewone wetgevingsprocedure”. Het toepassingsgebied van deze procedure wordt uitgebreid met nieuwe beleidsdomeinen, zoals landbouw, justitie en immigratie (zie de samenvatting “wetgevingsprocedures”). Het Parlement behoudt tevens een goedkeuringsrecht voor rechtsbesluiten die worden aangenomen in het kader van de raadplegings- en de instemmingsprocedure, de zogenoemde “bijzondere wetgevingsprocedures”.

Op internationaal niveau dient het Parlement een hele reeks akkoorden goed te keuren, waaronder associatieovereenkomsten en overeenkomsten op gebieden die onder de gewone of de bijzondere wetgevingsprocedure vallen, indien deze procedure de goedkeuring van het Parlement vereist. Het Parlement moet bovendien geïnformeerd en geraadpleegd worden over alle andere soorten internationale overeenkomsten.

Ook de budgettaire bevoegdheden van het Parlement zijn uitgebreid. Het Parlement staat voortaan op gelijke voet met de Raad in de goedkeuringsprocedure van de jaarlijkse begroting van de EU. Met name het onderscheid tussen “niet-verplichte uitgaven”, waarover het Parlement het laatste woord had, en “verplichte uitgaven”, waarvoor het slechts wijzigingsvoorstellen kon formuleren, werd afgeschaft. De procedure is tevens vereenvoudigd en houdt voortaan slechts één lezing in door het Parlement en de Raad, waarna indien nodig een bemiddelingscomité wordt bijeengeroepen (artikel 314 van het Verdrag betreffende de EU).

Het Parlement behoudt een stevige politieke controle over de Europese Commissie. Het kiest de voorzitter van de Commissie en dient ook de aantredende Commissie in haar geheel goed te keuren. Overeenkomstig artikel 234 van het Verdrag betreffende de EU kan het Parlement de Commissie bovendien middels een motie van wantrouwen van haar functies ontheffen.

Tot slot krijgt het Parlement meer inspraak in de herziening van de oprichtingsverdragen van de EU. Het heeft initiatiefrecht en kan de Raad dan ook een herziening van de verdragen voorstellen. Het is lid van de conventie die de in het kader van de gewone herzieningsprocedure ingediende wijzigingsvoorstellen onderzoekt. In geval van de vereenvoudigde herzieningsprocedure, waarvoor geen beroep hoeft te worden gedaan op een conventie, moet het Parlement nog steeds geraadpleegd worden over de wijziging van de verdragen.

SAMENVATTENDE TABEL

ArtikelenOnderwerp

Verdrag betreffende de EU

14

Rol en samenstelling van het Parlement

Verdrag betreffende de werking van de EU

223 tot 234

Werking en bevoegdheden van het Parlement
Laatste wijziging: 07.01.2010
Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven