RSS
Alfabetische index
Deze pagina is beschikbaar in 23 talen
Nieuwe beschikbare talen:  BG - CS - ET - GA - LV - LT - HU - MT - PL - RO - SK - SL

We are migrating the content of this website during the first semester of 2014 into the new EUR-Lex web-portal. We apologise if some content is out of date before the migration. We will publish all updates and corrections in the new version of the portal.

Do you have any questions? Contact us.


De hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

INLEIDING

Het Verdrag van Lissabon voorziet in het ambt van hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid. Deze functionaris is verantwoordelijk voor de uitvoering van het buitenlands beleid van de Europese Unie (EU).

De bevoegdheden van de hoge vertegenwoordiger werden voor de inwerkingtreding van het verdrag door twee afzonderlijke personen in de EU uitgeoefend:

  • de hoge vertegenwoordiger voor het gemeenschappelijke buitenlands en veiligheidsbeleid (GBVB);
  • de commissaris voor Buitenlandse betrekkingen.

Het Verdrag van Lissabon verenigt de bevoegdheden in verband met het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid in één ambt. Het externe optreden van de EU moet op die manier meer samenhang krijgen en efficiënter en zichtbaarder worden.

De hoge vertegenwoordiger van de Unie is echter niet de enige persoon die de EU in het buitenland vertegenwoordigt. Overeenkomstig het Verdrag van Lissabon dient immers ook de voorzitter van de Europese Raad op zijn niveau de EU in het buitenland vertegenwoordigen, zonder dat daarbij afbreuk wordt gedaan aan de bevoegdheden van de hoge vertegenwoordiger. De tekst preciseert evenwel niet hoe het werk tussen beide ambten moet worden verdeeld. De praktijk moet dus uitwijzen wat beide functies precies behelzen.

BEVOEGDHEDEN

De hoge vertegenwoordiger neemt actief deel aan het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid van de Unie. Hij draagt in de eerste plaats bij tot de totstandkoming van dat beleid door voorstellen in te dienen bij de Raad en de Europese Raad. Vervolgens staat hij als mandataris van de Raad in voor de tenuitvoerlegging van de aangenomen besluiten.

De hoge vertegenwoordiger van de Unie heeft ook een vertegenwoordigingstaak. Hij voert de politieke dialoog met derde landen en verdedigt de standpunten van de EU in internationale organisaties.

Als vervanger van de hoge vertegenwoordiger voor het GBVB en van de commissaris voor Buitenlandse betrekkingen heeft de hoge vertegenwoordiger ook hun respectieve bevoegdheden geërfd:

  • in de Raad ziet hij toe op de samenhang en de continuïteit van de werkzaamheden in verband met het buitenlands beleid van de EU. Om zich van deze opdracht te kunnen kwijten, is hij voorzitter van de Raad Buitenlandse Zaken;
  • in de Commissie is hij bevoegd voor de taken van de Commissie op het gebied van buitenlandse betrekkingen. Bovendien moet hij erop toezien dat het buitenlands beleid wordt afgestemd op de overige beleidsdomeinen en dat ter zake overleg wordt gepleegd met de andere diensten van de Commissie.

BENOEMING

De hoge vertegenwoordiger wordt in overleg met de voorzitter van de Commissie en bij gekwalificeerde meerderheid van stemmen door de Europese Raad benoemd. De Europese Raad kan volgens dezelfde procedure het mandaat ook beëindigen.

De hoge vertegenwoordiger is een van de ondervoorzitters van de Commissie. Net zoals dat het geval is voor de voorzitter en de overige leden van de Commissie dient zijn benoeming door het Europees Parlement te worden goedgekeurd. In het Verdrag betreffende de EU wordt gespecificeerd dat de hoge vertegenwoordiger zijn functie in de Commissie moet neerleggen wanneer in het Parlement een motie van wantrouwen ten aanzien van het college is gestemd. In dat geval kan hij zijn opdracht in de Raad echter wel blijven vervullen totdat een nieuwe Commissie is samengesteld.

EUROPESE DIENST VOOR EXTERN OPTREDEN

De hoge vertegenwoordiger van de unie wordt in de uitoefening van zijn ambt bijgestaan door een Europese dienst voor extern optreden. De rechtsgrondslag van deze dienst wordt gevormd door artikel 27, lid 3, van het Verdrag betreffende de EU. De werking en de organisatie van de dienst worden vastgesteld in een besluit dat op voorstel van de hoge vertegenwoordiger door de Raad wordt aangenomen. De Raad heeft in oktober 2009 richtsnoeren voor de rol en de werking van de dienst goedgekeurd.

Overeenkomstig deze richtsnoeren staat de Europese dienst voor extern optreden onder het gezag van de hoge vertegenwoordiger. De hoge vertegenwoordiger verlaat zich op de dienst voor het redigeren van voorstellen met betrekking tot het buitenlands beleid van de Unie en voor de tenuitvoerlegging van de door de Raad aangenomen besluiten ter zake.

De Europese dienst voor extern optreden moet ook de voorzitter van de Europese Raad alsmede de voorzitter en de leden van de Commissie bijstaan in zaken die verband houden met het buitenlands beleid van de EU.

SAMENVATTENDE TABEL

ArtikelenOnderwerp

Verdrag betreffende de EU

18 en 27

Benoeming en prerogatieven van de hoge vertegenwoordiger van de Europese Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid
Laatste wijziging: 30.12.2009
Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven