RSS
Alfabetische index
Deze pagina is beschikbaar in 15 talen
Nieuwe beschikbare talen:  CS - HU - PL - RO

We are migrating the content of this website during the first semester of 2014 into the new EUR-Lex web-portal. We apologise if some content is out of date before the migration. We will publish all updates and corrections in the new version of the portal.

Do you have any questions? Contact us.


Reglement van orde van het Comité van de regio's

Het Comité van de Regio’s is een raadgevend orgaan van de Europese Unie (EU) dat krachtens het Verdrag van Maastricht is opgericht. De 350 leden en evenveel plaatsvervangers worden voor vijf jaar verkozen. Het comité moet in de loop van het Europese besluitvormingsproces voor de volgende terreinen geraadpleegd worden: economische en sociale samenhang, trans-Europese infrastructuurnetwerken, volksgezondheid, onderwijs, opleiding en cultuur, werkgelegenheid, sociaal beleid, milieu, energie, beroepsopleiding en vervoer.

SAMENVATTING

Dit reglement regelt de werking en de organisatie van het Comité van de Regio’s. Artikel 306 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (EU) kent het Comité de bevoegdheid toe om zijn eigen reglement vast te stellen. De huidige versie van het reglement van orde is op 10 januari 2010 in werking getreden.

Samenstelling

Het Comité bestaat uit vertegenwoordigers van regionale en lokale lichamen. Zowel de leden als de plaatsvervangers moeten overeenkomstig artikel 300 van het Verdrag betreffende de werking van de EU in een regionaal of lokaal lichaam zijn gekozen of politiek verantwoording schuldig zijn aan een gekozen vergadering.

De leden worden door hun lidstaat voorgedragen, maar het is de Raad die de lijst van leden en plaatsvervangers met gekwalificeerde meerderheid goedkeurt. Zij mogen niet gebonden zijn door enig imperatief mandaat en oefenen hun ambt volkomen onafhankelijk uit, in het algemeen belang van de EU. Hun ambtstermijn duurt vijf jaar.

De plaatsvervangers hebben als taak de leden te vertegenwoordigen als zij verhinderd zijn.

De leden en plaatsvervangers van eenzelfde lidstaat vormen samen een nationale delegatie. Iedere delegatie wordt geleid door een voorzitter die zij onder haar leden kiest.

De leden en de plaatsvervangers van het Comité van de Regio’s kunnen fracties vormen die overeenkomen met hun politieke gezindheid. Iedere fractie moet minstens 18 leden tellen die ten minste één vijfde van de lidstaten vertegenwoordigen. Een fractie moet bovendien minstens voor de helft uit leden (die m.a.w. lid zijn van het Comité en geen plaatsvervanger) bestaan.

Iedere fractie beschikt over een secretariaat dat is samengesteld uit medewerkers van het secretariaat-generaal. De gewone fractievergaderingen vinden plaats ter gelegenheid van de voltallige vergaderingen. Daarnaast kunnen de fracties tweemaal per jaar een buitengewone vergadering houden.

Er kunnen tevens interregionale groepen worden gevormd, zoals de groep voor het Alpengebied.

De voltallige vergadering

Het Comité komt in voltallige vergadering bijeen. De voltallige vergadering heeft de volgende taken:

  • uitbrengen van adviezen, rapporten en resoluties;
  • opstellen van de ontwerpraming van de ontvangsten en uitgaven van het Comité;
  • opstellen van het beleidsprogramma van het Comité, aan het begin van iedere ambtstermijn;
  • verkiezen van de voorzitter, de eerste vice-voorzitter en de overige leden van het bureau;
  • instellen van commissies;
  • vaststellen en wijzigen van het reglement van orde;
  • nemen van besluiten over het inleiden van beroepsprocedures voor het Hof van Justitie van de EU.

De voorzitter roept de voltallige vergadering ten minste eenmaal per kwartaal bijeen. Op schriftelijk verzoek van ten minste een kwart van de leden dient de voorzitter de voltallige vergadering in buitengewone zitting bijeen te roepen. Het verzoek moet het te behandelen onderwerp vermelden en er mag geen ander onderwerp aan de orde komen.

Nadat het bureau een voorontwerp van agenda heeft opgesteld, zendt de voorzitter uiterlijk vier weken vóór de zitting de ontwerpagenda aan de leden en de plaatsvervangers. Tijdens de aan de zitting voorafgaande vergadering stelt het bureau de definitieve ontwerpagenda vast.

De zittingen van de voltallige vergadering zijn openbaar, tenzij anders wordt beslist. Vertegenwoordigers van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie mogen de zittingen bijwonen, en personen van buiten het Comité kunnen op de zittingen worden uitgenodigd. Het bureau kan de voltallige vergadering voorstellen een “actueel uurtje” te houden om een algemene discussie te voeren over actuele politieke vraagstukken met een lokale en regionale dimensie.

Het quorum van de voltallige vergadering is bereikt indien meer dan de helft van haar leden aanwezig is.

De voltallige vergadering spreekt zich uit bij meerderheid van stemmen, tenzij in het reglement van orde anders wordt bepaald.

Het bureau

Het bureau is een afspiegeling van de globale samenstelling van het Comité. Het bureau bestaat uit de voorzitter, de eerste vice-voorzitter, één vice-voorzitter per lidstaat, 27 overige leden en de fractievoorzitters. Het wordt door de voltallige vergadering gekozen voor tweeënhalf jaar. Indien de voorzitter, de eerste vice-voorzitter en de fractievoorzitters buiten beschouwing worden gelaten, zijn de zetels als volgt verdeeld:

  • drie zetels: Duitsland, Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Italië, Spanje en Polen;
  • twee zetels: Nederland, Griekenland, Tsjechië, België, Hongarije, Portugal, Zweden, Oostenrijk, Slowakije, Denemarken, Finland, Ierland, Litouwen, Bulgarije en Roemenië;
  • een zetel: Letland, Slovenië, Estland, Cyprus, Luxemburg en Malta.

De belangrijkste taken van het bureau zijn:

  • het opstellen van het ontwerp van beleidsprogramma aan het begin van elke mandaatsperiode, evenals het toezicht op de uitvoering ervan;
  • de voorbereiding, organisatie en coördinatie van de werkzaamheden van de voltallige vergadering en de commissies;
  • het regelen van financiële, organisatorische en administratieve kwesties;
  • het aanstellen van de secretaris-generaal en bepaalde categorieën van ambtenaren en andere personeelsleden;
  • het voorleggen van de ontwerpraming van de ontvangsten en uitgaven aan de voltallige vergadering;
  • in voorkomend geval werkgroepen samenstellen op specifieke terreinen;
  • indien de voltallige vergadering geen besluit kan nemen binnen de vooropgestelde termijn, het instellen van een beroepsprocedure bij het Hof van Justitie van de EU in naam van het Comité. De voltallige vergadering beslist in dat geval tijdens de volgende bijeenkomst of de beroepsprocedure al dan niet wordt voortgezet.

De voorzitter

De voorzitter vertegenwoordigt het Comité en leidt zijn werkzaamheden. Hij wordt bijgestaan door een eerste vice-voorzitter en door een voorzitter per lidstaat.

De commissies

Aan het begin van iedere mandaatsperiode stelt de voltallige vergadering commissies in, die worden belast met de voorbereiding van haar werkzaamheden. Het is de taak van de commissies ontwerpadviezen, ontwerprapporten en ontwerpresoluties op te stellen en die vervolgens ter goedkeuring aan de voltallige vergadering voor te leggen. Momenteel bestaan er zes commissies:

  • COTER: commissie voor beleid inzake territoriale samenhang;
  • ECOS: commissie voor economisch en sociaal beleid;
  • DEVE: commissie voor duurzame ontwikkeling;
  • EDUC: commissie voor cultuur en opleiding;
  • CONST: commissie voor constitutionele aangelegenheden en Europese governance;
  • RELEX: commissie voor externe betrekkingen.

De samenstelling van de commissies dient een afspiegeling te zijn van die van het Comité. De leden van het Comité moeten van ten minste één commissie en mogen van ten hoogste twee commissies deel uitmaken. Het bureau kan uitzonderingen maken voor de leden van de nationale delegaties die minder leden tellen dan er commissies zijn.

De vergaderingen van de commissies zijn openbaar, tenzij een commissie anders beslist. Vertegenwoordigers van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie kunnen de beraadslagingen van de commissies bijwonen en antwoorden op vragen van de leden. Er kunnen openbare hoorzittingen worden georganiseerd en er kunnen personen met specifieke vakkennis voor een vergadering worden uitgenodigd, om een of meer agendapunten te verduidelijken.

Door het Comité van de Regio’s opgestelde documenten

Het Comité van de Regio’s brengt adviezen, rapporten en resoluties uit, die in het Publicatieblad van de Unie worden bekendgemaakt.

Het Comité brengt adviezen uit overeenkomstig artikel 307 van het Verdrag betreffende de werking van de EU:

  • na te zijn geraadpleegd door de Commissie, de Raad of het Parlement in de door de Europese verdragen voorgeschreven gevallen en in andere gevallen waarin een van die instellingen dat nuttig acht;
  • op eigen initiatief;
  • wanneer het Europees Economisch en Sociaal Comité wordt geraadpleegd en het Comité van de Regio’s van mening is dat er specifieke regionale belangen op het spel staan.

De adviezen drukken de mening van het Comité uit en bevatten aanbevelingen of voorstellen voor concrete wijzigingen. Ieder advies is vergezeld van een toelichting, in een afzonderlijk document.

De rapporten bevatten analyses en aanbevelingen in verband met onderwerpen waar het Comité voor bevoegd is.

De resoluties hebben betrekking op actuele thema’s die verband houden met de activiteiten van de Unie. Zij hebben meer bepaald betrekking op belangrijke zorgpunten van de regionale en lokale lichamen.

Secretariaat-generaal

Het Comité wordt bijgestaan door een secretariaat-generaal, onder leiding van de secretaris-generaal. Het secretariaat garandeert de goede werking van het Comité, staat de leden in de uitoefening van hun mandaat bij en stelt de notulen op van de vergaderingen van de organen van het Comité. De secretaris-generaal draagt zorg voor de uitvoering van de besluiten die door het bureau of de voorzitter worden genomen. Hij neemt met adviserende stem deel aan de vergaderingen van het bureau. Het bureau stelt hem met een tweederde meerderheid van zijn leden aan voor een periode van vijf jaar.

TOEGANG TOT DOCUMENTEN

Iedere burger van de Unie en iedere natuurlijke of rechtspersoon met domicilie in een lidstaat heeft recht op toegang tot documenten van het Comité overeenkomstig het EG-Verdrag en Verordening (EG) nr. 1049/2001 en volgens de door het bureau van het Comité vastgestelde voorschriften.

REFERENTIES

BesluitDatum van inwerkingtredingUiterste datum voor omzetting in de lidstatenPublicatieblad
Reglement van orde van het Comité van de Regio’s

10.1.2010

-

L 6 van 9.1.2010

Deze samenvatting heeft een louter informatief karakter en is niet bedoeld als interpretatie of ter vervanging van het referentiedocument.

Laatste wijziging: 04.01.2010
Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven