RSS
Alfabetische index
Deze pagina is beschikbaar in 15 talen
Nieuwe beschikbare talen:  CS - HU - PL - RO

We are migrating the content of this website during the first semester of 2014 into the new EUR-Lex web-portal. We apologise if some content is out of date before the migration. We will publish all updates and corrections in the new version of the portal.

Do you have any questions? Contact us.


Reglement van orde van de Raad van de Europese Unie

De Raad van de Europese Unie (EU), gewoonlijk “de Raad” genoemd, is een Europese instelling. Hij oefent samen met het Europees Parlement de wetgevende macht van de Unie uit en delegeert de uitvoering van de besluiten aan de Commissie. Gewoonlijk worden besluiten goedgekeurd bij meerderheid van stemmen van de leden. De Raad kent verschillende samenstellingen naargelang van de te behandelen onderwerpen en wordt gevormd door de ministers van de lidstaten op het desbetreffende terrein.

BESLUIT

Besluit van de Raad 2009/937/EU van 1 december 2009 houdende vaststelling van zijn reglement van orde [Zie wijzigingsbesluit(en)].

SAMENVATTING

In het reglement van orde worden de werking en de organisatie van de Raad van de EU (de Raad) geregeld. De Raad is bevoegd om zijn eigen reglement van orde vast te stellen op grond van artikel 240, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de EU. De huidige versie van het reglement bestaat uit 28 artikelen en 6 bijlagen.

De Raad bestaat uit vier onderdelen: de formatie van de Raad, het voorzitterschap, het Comité van permanente vertegenwoordigers (Coreper) en de secretaris-generaal met zijn secretariaat.

De formaties van de Raad

De Raad houdt afhankelijk van de werkterreinen zitting in uiteenlopende formaties. Zij bestaan uit één vertegenwoordiger per lidstaat op ministerieel niveau, die bevoegd is om verbintenissen aan te gaan in naam van diens regering. De lijst met formaties wordt bij een besluit van de Raad vastgesteld, met uitzondering van algemene zaken en buitenlandse zaken. In afwachting daarvan heeft de Raad Algemene Zaken bij besluit 2009/878/EU een lijst met tien formaties vastgesteld, namelijk:

  • Algemene Zaken;
  • Buitenlandse Zaken;
  • Economische en Financiële Zaken;
  • Justitie en Binnenlandse Zaken;
  • Werkgelegenheid, Sociaal Beleid, Volksgezondheid en Consumentenzaken;
  • Concurrentievermogen (Interne Markt, Industrie, Onderzoek en Ruimte);
  • Vervoer, Telecommunicatie en Energie;
  • Landbouw en Visserij;
  • Milieu;
  • Onderwijs, Jeugdzaken, Cultuur en Sport.

Iedere lidstaat bepaalt hoe hij in de Raad wordt vertegenwoordigd. Verscheidene ministers kunnen als lid aan dezelfde Raadsformatie deelnemen.

De Raad “Algemene Zaken”

De Raad “Algemene Zaken”:

  • ziet toe op de samenhang van en coördineert de werkzaamheden van de verschillende Raadsformaties;
  • bereidt de bijeenkomsten van de Europese Raad voor en staat in voor de follow-up.

De overige Raadsformaties dienen hun bijdragen voor de Europese Raad uiterlijk twee weken voor de bijeenkomst aan de Raad Algemene Zaken over te maken.

De Raad “Buitenlandse Zaken”

De Raad “Buitenlandse Zaken” is verantwoordelijk voor:

  • het gemeenschappelijk buitenlands- en veiligheidsbeleid (GBVB);
  • het Europees veiligheids- en defensiebeleid (EVDB);
  • het gemeenschappelijk handelsbeleid;
  • ontwikkelingssamenwerking en humanitaire hulp.

Het voorzitterschap van de Raad van de EU

De Raad “Buitenlandse Zaken” wordt voorgezeten door de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid.

Het voorzitterschap van de andere formaties wordt waargenomen door groepen van drie lidstaten die elkaar om de 18 maanden opvolgen. Elk lid van die groepen is bij toerbeurt voor een periode van zes maanden voorzitter van alle Raadsformaties, behalve van de Raad Buitenlandse Zaken. De groep van drie lidstaten en de hoge vertegenwoordiger die het voorzitterschap van de Raadsformaties waarnemen, moeten een ontwerpprogramma voor de werkzaamheden van de Raad voorstellen, welk door de Raad Algemene Zaken moet worden goedgekeurd. Het voorzitterschap dient eveneens een voorlopige agenda op te stellen voor de vergaderingen die gedurende zijn mandaat zullen plaatsvinden.

Het voorzitterschap zorgt er voorts voor dat het reglement van orde wordt toegepast en dat de debatten goed verlopen. Daartoe kan het voorzitterschap zo nodig het aantal aanwezigen beperken, de duur van de debatten bepalen en om gemeenschappelijke standpunten en schriftelijke bijdragen verzoeken. Het voorzitterschap kan de Raad bovendien vertegenwoordigen bij het Europees Parlement.

Coreper, comités en werkgroepen

Het Coreper bestaat uit de permanente vertegenwoordigers van elke lidstaat of hun plaatsvervangers. Het heeft tot taak de werkzaamheden van de Raad voor te bereiden en de door de Raad verstrekte opdrachten uit te voeren. Het wordt voorgezeten door de permanente vertegenwoordiger of de plaatsvervangend permanent vertegenwoordiger van de lidstaat die het voorzitterschap van de Raad bekleedt. Het Coreper ziet toe op de samenhang van het beleid en het optreden van de Unie, alsmede op de inachtneming van:

  • de beginselen van wettigheid, subsidiariteit, evenredigheid en de motivering van de besluiten
  • de regels tot vaststelling van de bevoegdheden van de instellingen en organen van de Unie;
  • de begrotingsvoorschriften;
  • de voorschriften ten aanzien van procedures, transparantie en redactionele kwaliteit. De juridische dienst van de Raad is belast met de verificatie van de wetgevingsbesluiten op hun redactionele kwaliteit.

Het Coreper:

  • onderzoekt vooraf alle agendapunten van een Raadszitting. Gepoogd wordt een akkoord op het niveau van het Coreper te bereiken, dat ter goedkeuring aan de Raad wordt voorgelegd. Bij het bereiken van een akkoord wordt het punt in deel A op de agenda geplaatst, zodat het zonder debat in de Raad kan worden goedgekeurd;
  • kan comités of werkgroepen instellen voor het verrichten van voorbereidende werkzaamheden of studies.

Het secretariaat-generaal

Het secretariaat-generaal wordt nauw betrokken bij de organisatie, de coördinatie, de controle en de samenhang van de werkzaamheden van de Raad, alsook bij de uitvoering van het werkprogramma. Het valt onder de verantwoordelijkheid van een secretaris-generaal, die door de Raad met gekwalificeerde meerderheid van stemmen wordt benoemd. De secretaris-generaal stelt ook de ontwerpraming van de uitgaven van de Raad vast en is verantwoordelijk voor het beheer van de middelen van deze instelling.

Werking van de Raad

De Raad wordt door zijn voorzitter in vergadering bijeengeroepen. Het voorzitterschap doet zeven maanden vóór de datum waarop het zijn werkzaamheden aanvangt mededeling van de zittingsdata. De Raad heeft zijn zetel te Brussel, maar houdt in de maanden april, juni en oktober zitting te Luxemburg. De zittingen kunnen na een met eenparigheid van stemmen genomen besluit van de Raad of het Coreper op een andere plaats worden gehouden.

De voorzitter stelt voor iedere zitting de voorlopige agenda op. De definitieve agenda wordt door de Raad aan het begin van elke zitting vastgesteld. De agenda bestaat uit twee delen: de “wetgevingsberaadslagingen” enerzijds en de “niet-wetgevingswerkzaamheden” anderzijds. Hij wordt ook onderverdeeld in een deel A en een deel B. In deel A worden de punten opgenomen die de Raad zonder debat kan goedkeuren.

Op het tijdstip van de stemming moet worden nagegaan of het quorum is bereikt. Daarvoor dient de meerderheid van de leden aanwezig te zijn.

De Raad stemt op initiatief van de voorzitter. De stemming geschiedt in de volgorde die door de Raad met eenparigheid van stemmen is vastgesteld, te beginnen met het lid dat na het lid komt dat het voorzitterschap uitoefent.

In dringende gevallen kan de Raad een besluit nemen door middel van een schriftelijke stemming. De Raad of het Coreper kan met eenparigheid van stemmen besluiten tot deze procedure over te gaan. Ook de voorzitter kan deze procedure voorstellen; in dat geval moeten alle lidstaten hiermee instemmen.

Bekendmaking van de werkzaamheden van de Raad, publicatie en kennisgeving van de besluiten

De beraadslagingen van de Raad zijn openbaar wanneer zij betrekking hebben op een ontwerp-wetgevingshandeling. Vandaar het onderscheid tussen de wetgevingsberaadslagingen en de niet-wetgevingswerkzaamheden in de agenda.

Ook bepaalde andere beraadslagingen van de Raad zijn verplicht openbaar:

  • het oriënterende debat over het werkprogramma van de Raad;
  • de oriënterende debatten van de andere Raadsformaties over hun prioriteiten;
  • de presentatie door de Commissie van haar vijfjarenprogramma, haar jaarlijkse beleidsprogramma en haar jaarlijkse beleidsstrategie;
  • de debatten over vraagstukken die verband houden met de belangen van de EU of die van haar burgers, op voorwaarde dat de Raad of het Coreper daartoe met eenparigheid van stemmen beslist;
  • de bespreking van bepaalde niet-wetgevende voorstellen die het voorzitterschap voldoende belangrijk acht, op voorwaarde dat de Raad en het Coreper daarmee instemmen.

De door de Raad vastgestelde wetgevingshandelingen moeten net zoals de door de Unie gesloten internationale overeenkomsten in het Publicatieblad (PB) worden bekendgemaakt. Voor de andere soorten wetgevingshandelingen beslist de Raad of Coreper of zij al dan niet worden bekendgemaakt.

REFERENTIES

BesluitInwerkingtredingUiterste datum voor omzetting in nationaal rechtPublicatieblad
Besluit 2009/937/EU

1.12.2009

-

L 325 van 11.12.2009

Wijzigingsbesluit(en)Datum van inwerkingtredingUiterste datum voor omzetting in de lidstatenPublicatieblad

Besluit 2010/594/EU

16.9.2010

-

L 263 van 6.10.2010

Besluit 2010/795/EU

23.12.2010

-

L 338 van 22.12.2010

Besluit 2011/900/EU

31.12.2011

-

L 263 van 30.12.2011

Deze samenvatting heeft een louter informatief karakter en is niet bedoeld als interpretatie of ter vervanging van het referentiedocument.

Laatste wijziging: 28.03.2013
Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven