RSS
Alfabetische index
Deze pagina is beschikbaar in 15 talen
Nieuwe beschikbare talen:  CS - HU - PL - RO

We are migrating the content of this website during the first semester of 2014 into the new EUR-Lex web-portal. We apologise if some content is out of date before the migration. We will publish all updates and corrections in the new version of the portal.

Do you have any questions? Contact us.


De niet-geschreven bronnen van het Europees recht: subsidiair recht

Het subsidiaire recht omvat de niet-geschreven bronnen van de Europese jurisprudentie. Het Hof van Justitie hanteert deze bronnen als rechtsnorm om leemten in het primaire en/of het afgeleide recht op te vullen. Zij omvatten de algemene rechtsbeginselen en de regels van het internationale publiekrecht. De grondrechten, die lange tijd door het Hof van Justitie als algemene rechtsbeginselen werden beschouwd, worden geleidelijk elementen van het primaire recht.

Het Hof van Justitie wijst in zijn jurisprudentie naar een hele reeks juridische normen die bedoeld zijn om de leemten op te vullen die het primaire en/of het afgeleide recht niet hebben opgevuld. Het gaat hoofdzakelijk om het internationaal publiekrecht en de algemene rechtsbeginselen. Deze twee categorieën lopen enigszins door elkaar heen, aangezien het Hof van Justitie algemene rechtsbeginselen heeft erkend die hun oorsprong in het internationaal publiekrecht vinden.

De grondrechten vormen een bijzondere categorie normen aangezien zij afhankelijk van de bron tot het primaire dan wel tot het subsidiaire recht van de Europese Unie (EU) kunnen behoren. Sedert de jaren zeventig heeft zich bovendien een beweging ingezet in de mate waarin de status van de grondrechten geleidelijk van subsidiair naar primair recht verschuift.

Internationaal recht

Het internationaal recht is voor het Hof van Justitie in de uitwerking van zijn jurisprudentie een bron van inspiratie. Het Hof refereert eraan door te verwijzen naar het geschreven recht, het gewoonterecht en de gebruiken.

Het Hof van Justitie is ook van opvatting dat de EU is onderworpen aan de regels van het internationaal recht. Het is bijvoorbeeld van mening dat de EU een rechtssubject is dat voor eventueel door haar veroorzaakte schade ten overstaan van derden aansprakelijk kan worden gesteld.

Het internationaal recht vormt tevens een bron van inspiratie voor het Hof van Justitie om zijn algemene rechtsbeginselen nader uit te werken, bijvoorbeeld voor het beginsel van:

  • de verplichting van goede trouw;
  • het pacta sunt servanda (overeenkomsten zijn juridisch verbindend voor hun opstellers);
  • het territorialiteitsbeginsel;
  • het vervallen van verdragen als gevolg van een fundamentele wijziging van omstandigheden.

Desalniettemin heeft het Hof van Justitie ook bepaalde beginselen van het internationaal recht die het met de structuur van de Unie onverenigbaar vond, terzijde geschoven, zoals bijvoorbeeld het beginsel van wederkerigheid bij de tenuitvoerlegging en de verplichtingen van staten.

Algemene rechtsbeginselen

De algemene rechtsbeginselen zijn de niet op schrift gestelde bronnen die door de jurisprudentie van het Hof van Justitie zijn opgepakt. Daarmee kon het Hof regels op verschillende gebieden tot stand brengen ten aanzien waarvan de verdragen zich in stilzwijgen hullen, bijvoorbeeld inzake de buitencontractuele aansprakelijkheid van de EU. De algemene rechtsbeginselen kunnen regels zijn:

  • die de nationale rechtsstelsels gemeenschappelijk hebben: het Hof van Justitie heeft beginselen opgepakt die alle nationale rechtsstelsels gemeen hebben en die met de doelstellingen van de EU verenigbaar zijn. Voorbeelden zijn de rechtszekerheid en het beginsel van gewettigd vertrouwen, dat particuliere personen tegen onvoorziene rechtswijzigingen beschermt;
  • die voortkomen uit bepaalde nationale rechtsstelsels: het Hof van Justitie heeft zich laten inspireren door beginselen die alleen in bepaalde nationale rechtsstelsels zijn gevestigd. Dat is bijvoorbeeld het geval voor de beginselen die het Hof toepast om na te gaan wat de omvang is van door de EU veroorzaakte schade en welke instelling ervoor verantwoordelijk is;
  • die specifiek voor de EU zijn: het Hof van Justitie heeft specifieke beginselen voor de Europese Unie vastgesteld, die evenwel hun oorsprong in het nationale recht hebben. Voorbeelden zijn de solidariteit tussen de lidstaten, het institutionele evenwicht en de communautaire preferentie.

Het specifieke geval van de grondrechten

Er bestaan drie bronnen van grondrechten in de EU:

Vóór de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon maakten het Handvest van de grondrechten, het EVRM en de grondwettelijke tradities van de lidstaten als algemene rechtsbeginselen deel uit van het recht van de EU.

Met de inwerkintreding van het Verdrag van Lissabon werd de bindende kracht van het Handvest van de grondrechten in de oprichtingsverdragen vastgesteld. Artikel 6 van het Verdrag betreffende de EU verleent het Handvest met name dezelfde rechtswaarde als de verdragen. Het Handvest van de grondrechten is dan ook een bron van primair recht van de EU geworden.

Bovendien blijven het EVRM en de grondwettelijke tradities van de lidstaten op grond van artikel 6 van het Verdrag betreffende de EU algemene rechtsbeginselen. Indien nodig kan het Hof van Justitie zich bijgevolg op deze beginselen beroepen om de door het Handvest beschermde grondrechten aan te vullen.

Tot slot voorziet artikel 6 van het Verdrag betreffende de EU ook in de mogelijkheid van toetreding tot het EVRM door de EU. De overeenkomst betreffende een dergelijke toetreding dient door de Raad met eenparigheid van stemmen te worden goedgekeurd en door alle lidstaten te worden geratificeerd. Bovendien werd een protocol betreffende de toetreding van de EU tot het EVRM aan de verdragen gehecht, waarin met name bepaald werd dat een eventuele toetreding van de EU tot het EVRM de bevoegdheden van de EU en van de Europese instellingen ongewijzigd laat.

Laatste wijziging: 20.08.2010
Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven