RSS
Alfabetische index
Deze pagina is beschikbaar in 15 talen
Nieuwe beschikbare talen:  CS - HU - PL - RO

We are migrating the content of this website during the first semester of 2014 into the new EUR-Lex web-portal. We apologise if some content is out of date before the migration. We will publish all updates and corrections in the new version of the portal.

Do you have any questions? Contact us.


Het beginsel van samenwerking tussen de instellingen

Samenwerking tussen de instellingen is van essentieel belang voor het correct functioneren van de Europese Unie. Bovendien heeft het Hof van Justitie de plicht tot loyale samenwerking erkend als een algemeen rechtsbeginsel. Ofschoon het beginsel van loyale samenwerking niet expliciet wordt genoemd in de verdragen, gaat het om een verplichting die door alle lidstaten en door alle Europese instellingen moet worden nageleefd.

SAMENVATTING

Het beginsel van “loyale samenwerking” is vastgesteld in artikel 4 van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU) in het kader van de betrekkingen tussen de Europese Unie (EU) en de lidstaten en in artikel 13 van het VEU in het kader van de betrekkingen tussen de instellingen van de EU.

Daarin wordt in hoofdzaak verklaard dat de lidstaten alle maatregelen moeten nemen die nodig zijn om de naleving te waarborgen van de verplichtingen die voortvloeien uit het Verdrag en zich moeten onthouden van alle maatregelen die de goede werking van de Europese Unie kunnen schaden.

Samenwerking tussen de lidstaten en de instellingen van de EU

De lidstaten zijn verplicht om loyaal samen te werken met de instellingen van de EU. Zij worden derhalve verzocht om de EU-acties te steunen en de goede werking ervan niet in het gedrang te brengen, bijvoorbeeld door:

  • schendingen van het EU-recht met even harde hand te bestraffen als schendingen van het nationaal recht;
  • met de Commissie samen te werken in het kader van de procedures die ten doel hebben de naleving van het EU-recht te controleren, bijvoorbeeld door regelmatig de gevraagde documenten te overleggen;
  • de schade te vergoeden die veroorzaakt wordt door de schending van het EU-recht;
  • de interne werking van de Europese instellingen niet onnodig te belemmeren (bijvoorbeeld door de kosten terug te betalen die verbonden zijn aan het vervoer van de leden van het Europees Parlement van en naar Brussel en Straatsburg);
  • met de Commissie samen te werken wanneer de Raad geen actie onderneemt teneinde de EU in de gelegenheid te stellen haar verantwoordelijkheden na te komen (bijvoorbeeld om antwoord te kunnen bieden op de dringende behoefte aan instandhouding van bepaalde visbestanden).

Artikel 4 van het VEU verzoekt de EU en de lidstaten elkaar te respecteren en te steunen bij de vervulling van de taken die uit de Verdragen voortvloeien.

Samenwerking tussen de instellingen

Volgens artikel 13 van het VEU dienen de lidstaten het beginsel van “loyale samenwerking” onderling in acht te nemen. De instellingen van de Unie zijn:

  • het Europees Parlement,
  • de Europese Raad,
  • de Raad,
  • de Europese Commissie,
  • het Hof van de Justitie van de Europese Unie,
  • de Europese Centrale Bank,
  • de Rekenkamer.

Het beginsel wordt toegepast overeenkomstig de rechtspraak van het Hof van Justitie van de EU.

Het beginsel van interinstitutionele samenwerking is ook vervat in artikel 249 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), waarin wordt bepaald dat de Raad en de Commissie elkaar moeten raadplegen en in onderlinge overeenstemming moeten bepalen op welke wijze zij zullen samenwerken.

De interinstitutionele samenwerking kent diverse vormen, bijvoorbeeld:

  • briefwisseling tussen de Raad en de Commissie;
  • interinstitutionele akkoorden;
  • gezamenlijke verklaringen van de drie instellingen.
Laatste wijziging: 11.08.2010
Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven