RSS
Alfabetische index
Deze pagina is beschikbaar in 11 talen

We are migrating the content of this website during the first semester of 2014 into the new EUR-Lex web-portal. We apologise if some content is out of date before the migration. We will publish all updates and corrections in the new version of the portal.

Do you have any questions? Contact us.


Jaarverslag van de EU inzake de mensenrechten voor 2003

Archief

In het jaarverslag van de Europese Unie over de mensenrechten worden de beleidslijnen en maatregelen besproken op het gebied van de mensenrechten, zowel binnen de Europese Unie als in het kader van de buitenlandse betrekkingen. Het verslag beslaat de periode van juli 2002 tot juni 2003. In het verslag wordt eveneens het mensenrechtenbeleid van de EU geëvalueerd en waar mogelijk verbeteringen voorgesteld.

BESLUIT

Jaarverslag van de EU inzake de mensenrechten - 2003. Raad Algemene Zaken van 10 oktober 2003.

SAMENVATTING

Het verslag geeft een overzicht van de beleidslijnen en maatregelen op het gebied van de mensenrechten in de periode tussen juli 2002 en juni 2003, zowel binnen als buiten de Europese Unie. Het gaat uit van het idee dat democratie, de rechtsstaat, het bevorderen van de mensenrechten en de fundamentele vrijheden de principes zijn die aan de EU ten grondslag liggen. De eindverantwoordelijkheid voor het naleven van deze beginselen berust echter bij de regeringen.

MENSENRECHTEN BINNEN DE EUROPESE UNIE

Op aanbeveling van het Europees Parlement richtte de Commissie in september 2002 een netwerk van deskundigen (EN)(FR) op het gebied van de grondrechten, dat ten doel heeft de informatie en de analyse van de situatie in elk van de lidstaten te verbeteren. In dit verband voert het netwerk de volgende taken uit:

  • jaarlijks verslag uitbrengen over de situatie met betrekking tot de grondrechten in de Europese Unie en de lidstaten, waarbij de structuur van het Handvest van de grondrechten wordt aangehouden;
  • thematische commentaren opstellen over specifieke, door de Commissie te bepalen onderwerpen.

Racisme en vreemdelingenhaat

Sinds de goedkeuring van het verdrag van Amsterdam, dat de Europese Gemeenschap nieuwe bevoegdheden verleende om discriminatie te bestrijden, zijn met name de volgende maatregelen genomen:

  • richtlijn 2000/43/EG inzake gelijke behandeling ongeacht ras;
  • richtlijn 2000/78/EG inzake gelijke behandeling in arbeid en beroep;
  • het communautaire actieprogramma ter bestrijding van discriminatie (2001-2006);
  • de mededeling inzake immigratie, integratie en werkgelegenheid.

Op 16 juni 2003 lanceerde de Commissie een informatiecampagne met de slogan "Vóór diversiteit. Tegen discriminatie". Tussen eind 2002 en begin 2003 organiseerden de Commissie en het Europees Waarnemingscentrum voor racisme en vreemdelingenhaat (EUMC) een aantal ronde-tafelconferenties over antisemitisme en islamofobie.

Ten slotte draagt de Commissie via het programma AGIS (2003-2007) bij aan de financiering van acties op het gebied van politiële en justitiële samenwerking in strafzaken, die onder meer racisme, vreemdelingenhaat en slachtofferhulp betreffen.

Asiel en immigratie

De periode tussen juli 2002 een juni 2003 wordt gekenmerkt door intensieve activiteiten op dit gebied. In juni 2002 heeft de Europese Raad van Sevilla termijnen vastgesteld om overeenstemming te bereiken over een aantal wetgevende instrumenten op dit gebied. In juni 2003 heeft de Europese Raad van Thessaloniki conclusies goedgekeurd met betrekking tot het integratiebeleid, dat gelijke behandeling van derdelanders moet garanderen. In 2003 zijn met name twee richtlijnen goedgekeurd. Deze hebben betrekking op respectievelijk het recht op gezinshereniging en de status van langdurige ingezetenen die onderdaan zijn van een derde land.

Met het oog op een nauwere samenwerking met derde landen van oorsprong en doorreis heeft de Commissie op 3 december 2002 haar goedkeuring gehecht aan mededeling COM (2002) 703 over de integratie van migratievraagstukken in de betrekkingen van de Europese Unie met derde landen. De Raad heeft op zijn beurt zijn goedkeuring gehecht aan richtlijn 2003/9/EG tot vaststelling van minimumnormen voor de opvang van asielzoekers in de lidstaten en aan verordening nr. 343/2003 tot vaststelling van de criteria en instrumenten om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek dat door een onderdaan van een derde land bij een van de lidstaten wordt ingediend (Dublin II).

Met betrekking tot het beheer van de migratiestromen heeft de Commissie meerdere malen gewezen op het horizontale karakter van de goedgekeurde maatregelen, laatstelijk in haar mededeling van 3 juni 2003 betreffende de ontwikkeling van een gemeenschappelijk beleid inzake illegale immigratie, mensensmokkel en mensenhandel, buitengrenzen en de terugkeer van illegaal verblijvende personen.

Bescherming van minderheden

In 2002 kreeg Europa te maken met een aantal antisemitisch getinte incidenten. De EU heeft deze incidenten krachtig veroordeeld en een serie maatregelen goedgekeurd om de oorzaken ervan aan te pakken. In de rapporten van de commissaris voor de mensenrechten van de Raad van Europa worden problemen aan de orde gesteld in verband met de Roma in de EU en in de toetredende landen. In dit verband heeft het PHARE -programma projecten gefinancierd die erop gericht zijn de situatie van deze minderheidsgroepering te verbeteren.

Mensenhandel en rechten van het kind

Met betrekking tot mensenhandel was het belangrijkste document de "Verklaring van Brussel", het resultaat van een Europese conferentie over de voorkoming en bestrijding van mensenhandel, die van 18 tot 20 september 2002 plaatsvond. Zoals in de Verklaring van Brussel was aanbevolen, heeft de Commissie op 25 maart 2003 besloten een adviesgroep, de Deskundigengroep mensenhandel, op te richten bestaande uit twintig onafhankelijke deskundigen. De Verklaring van Brussel was ook het voornaamste discussiestuk tijdens de workshops over mensenhandel in het kader van het EU-Forum voor de preventie van georganiseerde criminaliteit.

Op wetgevend gebied heeft de Commissie een kaderbesluit inzake de bestrijding van mensenhandel aangenomen, waarin een gemeenschappelijke definitie van mensenhandel op Europees niveau wordt geïntroduceerd, en een ontwerpkaderbesluit ter bestrijding van seksuele uitbuiting van kinderen en kinderpornografie.

In 2002 verleende het programma STOP II ( (ES) (DE) (EN) (FR)) financiële steun aan 16 projecten voor de bestrijding van mensenhandel of seksuele uitbuiting. Nadat STOP II was afgelopen, werd het vervangen door AGIS, het kaderprogramma voor politiële en justitiële samenwerking in strafzaken.

Grondrechten van vrouwen

De communautaire strategie inzake de gelijkheid van mannen en vrouwen (2001-2006) vormt een breed kader ter bevordering van gelijke kansen voor mannen en vrouwen op vijf werkterreinen: economisch leven; gelijke deelname en vertegenwoordiging; sociale rechten; maatschappelijk leven en patronen en stereotypen. Op 5 maart 2003 publiceerde de Commissie haar zevende jaarlijkse verslag over gelijke kansen voor mannen en vrouwen.

Het bedrijfsleven

In haar streven om de sociale verantwoordelijkheid van bedrijven te stimuleren hechtte de Commissie in juli 2002 haar goedkeuring aan de mededeling "De sociale verantwoordelijkheid van bedrijven: een bijdrage van het bedrijfsleven aan duurzame ontwikkeling". Daarnaast werd op 16 oktober 2002 een multilateraal Europees forum gelanceerd inzake maatschappelijk verantwoord ondernemen, waarin alle belangrijke Europese organisaties zijn samengebracht, alsmede netwerken van bedrijven, vakbonden en niet-gouvernementele organisaties.

Op internationaal vlak heeft EU ook een actieve rol gespeeld in de totstandkoming van richtsnoeren van de Organisatie voor economische samenwerking en ontwikkeling (OESO) voor de internationale bedrijven van de 37 OESO-landen.

Op verzoek van de Raad en het Europees Parlement heeft de Commissie tenslotte een ontwerpverordening uitgewerkt om beperkingen te stellen aan de handel in uitrusting die gebruikt kan worden voor marteling en uitvoering van de doodstraf.

Het Handvest van de grondrechten

In het ontwerp voor een Europese grondwet heeft de Conventie over de toekomst van Europa voorgesteld het handvest volledig te integreren in de toekomstige grondwet; het handvest zou deel II van de grondwet worden, waardoor het dwingende rechtskracht zou krijgen.

MENSENRECHTEN BUITEN DE EUROPESE UNIE

Instrumenten in de betrekkingen met derde landen

Gemeenschappelijke strategieën, optredens en standpunten (de juridische instrumenten van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid, het GBVB) hebben vaak betrekking op de mensenrechten. Gedurende de periode waarop dit verslag betrekking heeft, heeft de EU de gemeenschappelijke strategieën met betrekking tot Rusland, Oekraïne en het Middellandse-Zeegebied voortgezet. In de eerste twee landen lag de nadruk op de persvrijheid. In het Middellandse-Zeegebied werd geijverd voor een meer gestructureerde dialoog op het gebied van de mensenrechten. Er zijn vijf gemeenschappelijke optredens op het gebied van de mensenrechten vastgesteld: de politiemissie van de EU, de militaire operatie in de Democratische Republiek Congo, de verlenging van het mandaat en de benoeming van bijzondere vertegenwoordigers van de EU in bepaalde derde landen. In het verslag worden ook de gemeenschappelijke standpunten behandeld die gedurende de verslagperiode aangenomen zijn. Deze hebben betrekking op verschillende landen en geografische zones, alsmede op het Internationale Strafhof.

De mensenrechtendialoog is het instrument dat de EU bij voorkeur gebruikt om verbetering te brengen in de mensenrechtensituatie in derde landen. Tijdens de periode waarop dit verslag betrekking heeft, is enige vooruitgang geboekt in de dialoog met China. In oktober 2002 ging een gestructureerde dialoog met Iran van start. Voor dit land wordt gestreefd naar voortgang met betrekking tot terrorismebestrijding, non-proliferatie, mensenrechten en het vredesproces in het Midden-Oosten.

In oktober en december 2002 en in februari 2003 vond mensenrechtenoverleg plaats tussen de EU en de Verenigde Staten. Dergelijk overleg heeft ook plaatsgevonden met Canada en geassocieerde landen.

Momenteel wordt in alle overeenkomsten die de Commissie met derde landen sluit stelselmatig een mensenrechtenbepaling opgenomen Hiermee wordt de eerbiediging van de mensenrechten een essentieel onderdeel van de overeenkomst. Wanneer deze bepaling niet nageleefd wordt, kunnen verschillende maatregelen tegen het betreffende derde land genomen worden (van de verandering van de inhoud van de samenwerkingsprogramma's tot de schorsing van de samenwerking).

In 2002 was een bedrag van 104 miljoen beschikbaar in het kader van het Europees initiatief voor de democratie en mensenrechten (EIDHR), waarmee meer dan honderd projecten gefinancierd werden. Deze projecten hadden betrekking op: afschaffing van de doodstraf, bestrijding van straffeloosheid, preventie van foltering en steun voor de slachtoffers van foltering, bestrijding van racisme, vreemdelingenhaat en discriminatie van etnische minderheden en inheemse volkeren en versterking van behoorlijk bestuur en de rechtsstaat.

EU-activiteiten in internationale fora

Tijdens de 57e algemene vergadering van de Verenigde Naties (VN), was de hoofdverklaring van de EU over de mensenrechten voor het eerst gestructureerd rond twee concrete thema's, de afschaffing van de doodstraf en de voorkoming van foltering. Tijdens deze vergadering werd het facultatief protocol bij het verdrag tegen foltering met een ruime meerderheid aangenomen.

Tijdens de 59e zitting van de VN-commissie voor de rechten van de mens heeft de EU meer dan tien initiatieven en meerdere resoluties met betrekking tot de mensenrechten in verschillende landen en regio's gelanceerd. Verder legde de EU verklaringen van de voorzitter voor over Colombia en Oost-Timor. Vergeleken bij vorige jaren was er sprake van een betere afstemming tussen de communautaire instellingen, alsmede met derde landen, geassocieerde landen en niet-gouvernementele organisaties (NGO's).

In november 2002 namen de lidstaten van de Europese Unie deel aan de tweede ministeriële conferentie van de gemeenschap van democratieën. Er werd een actieplan goedgekeurd waarin de nadruk lag op mensenrechten, de rechtsstaat, vrije verkiezingen, de vrijheid van vereniging en de scheiding der machten; er werd ook een verklaring inzake terrorisme opgesteld.

De EU verheugt zich over de verschillende initiatieven op het gebied van de eerbiediging van de mensenrechten die de Raad van Europa tijdens de verslagperiode ontplooide. Hetzelfde geldt voor de activiteiten in het kader van de Organisatie voor veiligheid en samenwerking in Europa (OVSE), met name wat betreft de bestrijding van mensenhandel.

De EU ondersteunt het Stabiliteitspact voor Zuidoost-Europa. Tijdens de verslagperiode concentreerde men zich vooral op de persvrijheid, lokale democratie en grensoverschrijdende samenwerking.

Thema's die van bijzonder belang zijn

Terrorismebestrijding is een van de prioriteiten van de EU. Tijdens de verslagperiode heeft de EU de samenwerking voortgezet met het Comité terrorismebestrijding, dat na de aanslagen van 11 september 2001 door de VN werd opgericht. Binnen de VN heeft de EU ook bijgedragen aan het ontwerp voor een algemene overeenkomst inzake terrorisme en een internationale overeenkomst inzake de bestrijding van nucleair terrorisme. Tijdens de 57e algemene vergadering van de VN werd een door de EU gesteunde resolutie inzake de bescherming van de mensenrechten en het internationaal recht bij de bestrijding van het terrorisme goedgekeurd. De EU ondersteunde tevens een resolutie over hetzelfde onderwerp tijdens de 59e zitting van de commissie voor de rechten van de mens.

De EU spreekt haar waardering uit over het feit dat in juni 2003 149 staten het internationaal verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten geratificeerd hadden. In 2002 ondernam de EU stappen in verband met de godsdienstvrijheid in Pakistan, Belarus en Georgië. Zij was tevens mede-indiener van een resolutie inzake de uitbanning van alle vormen van religieuze onverdraagzaamheid. In de loop van 2002 werden in het kader van het EIDHR projecten gefinancierd die gericht waren op de afschaffing van de doodstraf, bestrijding van straffeloosheid, preventie van foltering en steun voor de slachtoffers van foltering, bestrijding van racisme, vreemdelingenhaat en discriminatie van etnische minderheden en inheemse volkeren en versterking van behoorlijk bestuur en de rechtsstaat.

Het verslag benadrukt dat aan economische, sociale en culturele rechten dezelfde waarde gehecht moet worden als aan burgerrechten en politieke rechten, hoewel dit op korte termijn niet volledig verwezenlijkt kan worden.

De EU is tegen de doodstraf, in alle omstandigheden. In haar betrekkingen met derde landen verdedigt zij de wereldwijde afschaffing van de doodstraf. Het stemt de EU tot vreugde dat Cyprus, Servië en Montenegro en Turkije de doodstraf onlangs hebben afgeschaft. In het verslag wordt een overzicht gegeven van alle landen waarmee de EU deze kwestie besproken heeft tussen juli 2002 en juni 2003.

Tijdens de verslagperiode zijn verschillende acties ontplooid om de richtsnoeren van de EU inzake foltering en andere onmenselijke, wrede en onterende behandeling systematisch uit te voeren. In 2002 is het facultatief protocol bij het VN-verdrag tegen foltering aangenomen. Dit protocol voorziet een onafhankelijke bezoeken aan detentiecentra als methode om foltering te voorkomen. In de periode 2002-2003 heeft de Gemeenschap 25 miljoen besteed aan steuncentra voor slachtoffers van foltering en aan de voorkoming van foltering.

In juli 2002 is het statuut van het Internationaal Strafhof inwerking getreden. In de loop van 2003 werd het hof geïnaugureerd en werd de eerste procureur benoemd. De EU heeft een gemeenschappelijk standpunt aangenomen waarmee de doelmatige werking van het hof gesteund wordt en gepleit wordt voor universele deelname. Sinds 1995 heeft de Commissie meer dan 13 miljoen bijgedragen aan activiteiten ter ondersteuning van het Internationaal Strafhof.

Een van de belangrijkste middelen die de EU gebruikt om het democratiseringsproces in derde landen te ondersteunen is steun bij verkiezingen. Tijdens de verslagperiode is verkiezingsbijstand verleend in de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, Pakistan, Madagaskar, Nigeria, de bezette gebieden op de Westelijke Jordaanoever en in de Gazastrook, Jemen, Jamaica, Ecuador, Mozambique en Georgië. Er werden tevens horizontale activiteiten gefinancierd ter versterking van de wetgevende capaciteit op de Balkan alsmede voor de opleiding en selectie van verkiezingswaarnemers. In het kader van het EIDHR zijn verkiezingswaarnemingsmissies ondersteund in Ecuador, Pakistan, Madagaskar, Kenia, Nigeria, Rwanda en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië.

In 2002 werd in het kader van het EIDHR ongeveer 21 miljoen toegekend aan de bestrijding van racisme, vreemdelingenhaat en discriminatie van etnische minderheden en inheemse volkeren. Dit thema was een van de prioriteiten van het EIDHR in de periode 2002-2004. De EU verheugt zich over de benoeming door de secretaris-generaal van de VN van vijf deskundigen die een vervolg moeten geven aan de tijdens de Wereldconferentie tegen racisme gemaakte afspraken. Verschillende lidstaten hebben het aanvullende protocol ondertekend bij het verdrag van de Raad van Europa inzake computercriminaliteit betreffende de strafbaarstelling van handelingen van racistische of xenofobe aard verricht via computersystemen.

De EU heeft de lidstaten gevraagd het facultatieve protocol bij het verdrag inzake de rechten van het kind inzake de betrokkenheid van kinderen bij gewapende conflicten te ondertekenen en te ratificeren. Zij drong eveneens aan op ratificatie van het statuut van het Internationaal Strafhof, waarin het inzetten van kinderen die jonger zijn dan vijftien jaar als oorlogsmisdaad is opgenomen.

Tijdens de 57e algemene vergadering van de VN hebben de EU-lidstaten twee resoluties inzake de rechten van vrouwen mede-ingediend (die met eenparigheid van stemmen werden aangenomen). Deze hadden betrekking op de uitbanning van eerwraakmisdrijven en alle vormen van discriminatie tegen vrouwen. Tijdens de 47e vergadering van de commissie voor de positie van vrouwen zijn in 2003 teksten aangenomen inzake de toegang van vrouwen tot de media en informatie- en communicatietechnologie, de situatie van vrouwen in Afghanistan, vrouwen die lijden aan AIDS en de integratie van gelijke kansen voor mannen en vrouwen in het beleid van de VN. Tijdens de 59e vergadering van de commissie voor de rechten van de mens is een resolutie aangenomen over de invloed van de sociaal-economische omgeving op vrouwen.

In 2003 heeft de Commissie 12 miljoen besteed aan activiteiten in het kader van het Europees Jaar van personen met een handicap. De VN-commissie die een internationaal verdrag moet opstellen inzake de bescherming van de rechten en waardigheid van gehandicapten heeft een besluit aangenomen waarmee een werkgroep werd opgericht die een ontwerptekst zal opstellen.

In november 2002 heeft de Raad van de Europese Unie conclusies goedgekeurd met betrekking tot inheemse bevolkingsgroepen. De Commissie heeft vervolgens een werkgroep ingesteld waarin de diensten die bevoegd zijn op het gebied van de rechten van inheemse bevolkingsgroepen zijn samengebracht en die opleiding voor het personeel organiseert.

Tussen juli 2002 en juni 2003 leverde de Europese Unie wederom de grootste financiële bijdrage aan het Hoge Commissariaat voor de vluchtelingen van de VN (UNHCR). Binnen deze organisatie werd in oktober 2002 een agenda goedgekeurd inzake internationale bescherming. Tijdens de 57e algemene vergadering van de VN en de 59e vergadering van de commissie voor de rechten van de mens hebben de EU-lidstaten resoluties mede-ingediend inzake de UNHCR, de hulp aan vluchtelingen, repatrianten en ontheemden, ontheemden in Afrika en binnenlandse ontheemden.

De EU hecht grote waarde aan het werk van verdedigers van de mensenrechten. Tijdens de 57e algemene vergadering van de VN en de 59e vergadering van de commissie voor de rechten van de mens hebben de lidstaten resoluties mede-ingediend inzake het recht van individuen, groepen en maatschappelijke organisaties om de mensenrechten en fundamentele vrijheden te bevorderen en te beschermen, alsmede inzake de verlenging met drie jaar van het mandaat van de speciale vertegenwoordiger van de secretaris-generaal voor verdedigers van de mensenrechten.

Mensenrechtensituatie in de wereld

In het verslag wordt een overzicht gegeven van de reacties van de EU op de mensenrechtensituatie in de verschillende delen van de wereld.

VERBETERING VAN HET EUROPESE MENSENRECHTENBELEID

Dit verslag levert ook een bijdrage aan het debat over de wijze waarop het Europese mensenrechtenbeleid verbeterd kan worden. De Raad geeft de volgende prioriteiten aan voor het debat:

  • meer samenhang tussen communautaire acties, het GBVB en het ontwikkelingsbeleid;
  • integratie van mensenrechtenvraagstukken in andere beleidslijnen en acties van de EU;
  • meer transparantie van het mensenrechtenbeleid;
  • vaststelling en systematische toetsing van de prioritaire acties voor de uitvoering van het mensenrechtenbeleid.

In december 2002 heeft de Raad de volgende toezeggingen gedaan om hieraan te voldoen:

  • het thema mensenrechten opnemen in de agenda van het jaarlijkse debat over de prioriteiten van het buitenlandse beleid van de EU;
  • onderzoeken hoe mensenrechtenvraagstukken behandeld kunnen worden in de verschillende VN-fora, zodat vooraf het algemene standpunt van de EU bepaald kan worden;
  • nagaan in hoeverre de op initiatief van de EU in de VN-commissie voor de rechten van de mens aangenomen resoluties uitgevoerd worden.

De conclusie van het verslag luidt dat de EU er niet altijd in slaagt haar doelstellingen op het gebied van de mensenrechten te verwezenlijken. De ervaring heeft uitgewezen dat gemakkelijker positieve resultaten geboekt worden wanneer:

  • de doelstellingen duidelijk omschreven zijn (in de vorm van richtsnoeren of gemeenschappelijke standpunten);
  • gecoördineerde pogingen worden gedaan om specifieke mensenrechtenkwesties in het kader van de betrekkingen met derde landen aan te pakken (bijvoorbeeld door middel van de politieke dialoog);
  • de nodige financiële middelen beschikbaar zijn om de EU-strategie te ondersteunen (bijvoorbeeld voor het EIDHR).
Laatste wijziging: 05.06.2007
Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven