RSS
Alfabetische index
Deze pagina is beschikbaar in 15 talen
Nieuwe beschikbare talen:  CS - HU - PL - RO

We are migrating the content of this website during the first semester of 2014 into the new EUR-Lex web-portal. We apologise if some content is out of date before the migration. We will publish all updates and corrections in the new version of the portal.

Do you have any questions? Contact us.


Richtsnoeren voor de strijd tegen foltering en mishandeling

Deze richtsnoeren zijn bedoeld om de Europese Unie (EU) te voorzien van een operationeel instrument voor het in het kader van haar buitenlandse betrekkingen bestrijden van foltering en andere wrede, onmenselijke of onterende straffen of behandelingen.

BESLUIT

Richtsnoeren voor het EU-beleid ten opzichte van derde landen inzake foltering en andere wrede, onmenselijke of onterende straffen of behandelingen (Een update van de Richtsnoeren). Raad Algemene Zaken van 18 april 2008 [Niet in het Publicatieblad bekendgemaakt].

SAMENVATTING

Het optreden van de Europese Unie (EU) in het kader van de strijd tegen foltering en wrede behandeling omvat actieve steun voor het versterken van de invloed en voor de tenuitvoerlegging van de internationale instrumenten, alsook voor de werkzaamheden van de betrokken organisaties. De EU neemt maatregelen in het kader van haar gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid (GBVB), bijvoorbeeld door het verbod op de handel in martelwerktuigen.

Met betrekking tot het bestrijden van foltering en slechte behandeling omvat het operationele gedeelte van het GBVB:

  • periodieke verslagen uit niet-EU-landen, waarin de EU-missiehoofden een analyse van de waargenomen gruweldaden evenals een evaluatie van de impact van de preventieve maatregelen van de Unie verstrekken;
  • een waarnemersrol voor de vertegenwoordigers van ambassades bij processen ten aanzien waarvan wordt gevreesd dat de beschuldigde werd gefolterd of slecht behandeld;
  • het evalueren van de verslagen van de relevante organen, zoals niet-gouvernementele organisaties (NGO's) en de Speciale Rapporteurs van de Verenigde Naties (VN), met de bedoeling situaties waar EU-acties zijn vereist, te identificeren.

De EU streeft ernaar dat niet-EU-landen foltering en slechte behandelingen verbieden, en hun verbintenissen nakomen. Ter bevordering van het internationaal recht neemt zij de volgende maatregelen:

  • totstandbrenging van een politieke dialoog met de niet-EU-landen alsook met regionale organisaties. De Raad heeft ook zijn goedkeuring gehecht aan de richtsnoeren voor de dialoog betreffende de mensenrechten, waarin op dat gebied duidelijke voorwaarden en beginselen zijn vastgelegd;
  • het aan de niet-EU-landen, in het kader van vertrouwelijke of publieke demarches, gerichte verzoek praktische uitvoering te geven aan maatregelen ter bestrijding van foltering en slechte behandeling; de EU zal in verband met schendingen van de mensenrechten om aanvullende informatie verzoeken;
  • bevordering, in het kader van de bi- en multilaterale samenwerking, van samenwerking met de burgermaatschappij, met name in het kader van het Europees instrument voor democratie en mensenrechten (EIDHR). Het EIDHR steunt NGO's bij het bestrijden van foltering en het rehabiliteren van de slachtoffers van foltering.

De EU moedigt bovendien niet-EU-landen aan tot het nemen van interne maatregelen, zoals met name:

  • de invoering van voorschriften waarbij foltering en slechte behandeling worden verboden, met inbegrip van wetten, administratieve maatregelen en beperkingen op de productie en de verkoop van materieel dat voor genoemde soorten activiteiten kan worden gebruikt;
  • maatregelen gericht op naleving van de internationale normen en procedures, met inbegrip van toetreding tot de internationale verdragen en het statuut van het Internationaal Strafhof, evenals op samenwerking met de relevante instanties van de VN en/of de Raad van Europa;
  • de invoering van voorschriften in geval van aanhouding welke eerbiediging van de mensenrechten en de onmogelijkheid van het gevangen houden van mensen op geheime plaatsen garanderen. De EU is voorstander van binnenlandse mechanismen die het mogelijk maken dat vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld en onafhankelijke instanties gevangenissen bezoeken;
  • het in overeenstemming brengen van hun rechtsstelsel met de internationale normen en procedures, en het bestrijden van straffeloosheid;
  • de invoering van maatregelen voor groepen die bijzondere bescherming vereisen, zoals vrouwen, kinderen en vluchtelingen;
  • de invoering van procedures voor klachten van foltering, garanderen van schadeloosstelling, oprichten en versterken van nationale instellingen, zorgen voor een doeltreffende opleiding voor bevoegde personen, enz.

De Europese Unie blijft overigens al deze vraagstukken bespreken met multilaterale organisaties zoals de VN, de Raad van Europa en de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE). Zij blijft eveneens de relevante internationale en regionale regelingen ondersteunen, evenals de relevante vrijwilligersfondsen.

Context

Het bevorderen van de eerbiediging van de mensenrechten is een van de hoogste prioriteiten in de buitenlandse betrekkingen van de EU; het is met name een van de hoofddoelstellingen van het GBVB. Het bestrijden van foltering en andere wrede, onmenselijke of onterende straffen of behandelingen maakt deel uit van deze inspanning, welke noodzakelijk blijft ondanks het bestaan van de talrijke internationale instanties die dit soort ernstige schendingen van de menselijke waardigheid verbieden. De intensief door alle EU-landen ondersteunde acties van de EU zijn gericht op het voorkomen en uitsluiten van foltering en slechte behandeling, alsook op het bestrijden van de straffeloosheid van de verantwoordelijke personen. Deze acties dragen ten opzichte van de bestrijding van de doodstraf een complementair karakter.

Laatste wijziging: 30.09.2010
Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven