RSS
Alfabetische index
Deze pagina is beschikbaar in 15 talen
Nieuwe beschikbare talen:  CS - HU - PL - RO

We are migrating the content of this website during the first semester of 2014 into the new EUR-Lex web-portal. We apologise if some content is out of date before the migration. We will publish all updates and corrections in the new version of the portal.

Do you have any questions? Contact us.


Doodstraf: richtsnoeren

Deze richtsnoeren zetten de doelstellingen en elementen van EU-beleid met betrekking tot de wereldwijde afschaffing van de doodstraf uiteen. Waar afschaffing niet wordt aanvaard, bepleit de EU het gebruik van minimumnormen voor de doodstraf.

BESLUIT

EU-richtsnoeren voor de doodstraf : herziene en bijgewerkte versie. Raad Algemene Zaken van 16 juni 2008 [Niet in het Publicatieblad bekendgemaakt].

SAMENVATTING

Als ondertekenaars van het 13e Protocol van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) hebben alle EU-landen zich verbonden tot de permanente afschaffing van de doodstraf ongeacht de omstandigheden. Ze verbinden zich ook tot uitvoering van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, waarvan een artikel stelt: “Niemand wordt tot de doodstraf veroordeeld of terechtgesteld”.

Met het oog op een betere eerbiediging van de mensenrechten en ter bevordering van de menselijke waardigheid in niet-EU-landen, neemt de EU zich als integraal onderdeel van haar mensenrechtenbeleid voor:

  • te streven naar het wereldwijd afschaffen van de doodstraf, met de onmiddellijke invoering van een moratorium op het gebruik van de doodstraf indien nodig;
  • op te roepen tot een vermindering in het voltrekken van de doodstraf, waar deze nog bestaat, en erop aan te dringen dat zij wordt voltrokken met inachtneming van bepaalde minimumnormen, en terzelfdertijd ook nauwkeurige gegevens proberen te verkrijgen over het aantal veroordeelde en terechtgestelde personen.

Werkwijze

Elementen van de EU-aanpak zijn onder meer algemene diplomatieke stappen, waarbij de kwestie van de doodstraf tijdens dialoog en overleg met niet-EU-landen wordt opgeworpen. De nadruk voor de niet-EU-landen ligt daarbij op:

  • het rechtsstelsel en de werking en transparantie daarvan;
  • internationale verbintenissen om de doodstraf niet te gebruiken;
  • uitwerking van beleid inzake de doodstraf;
  • mensenrechtensituatie zoals gemeld door de pertinente internationale kanalen.

De EU kan in afzonderlijke gevallen die individueel worden behandeld ook specifieke stappen ondernemen wanneer ze kennis neemt van schendingen van de minimumnormen.

De Europese Unie handelt bovendien op basis van verslagen betreffende de mensenrechten van EU-missiehoofden waarin een analyse van de toepassing en het gebruik van de doodstraf in de betrokken landen evenals een evaluatie van de impact van de EU-activiteiten zijn opgenomen.

De EU moedigt niet-EU-landen aan tot afschaffing van de doodstraf door aan te zetten tot ratificatie van het Tweede Facultatief Protocol bij het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten. In gevallen waarbij dit niet mogelijk is, zal ze het doel proberen te bereiken met andere intiatieven zoals

  • bevorderen van de ratificatie van andere internationale instrumenten voor de mensenrechten, en inzake de doodstraf in het bijzonder;
  • bevordering van bi- en multilaterale samenwerking met het oog op de totstandbrenging van een rechtvaardige en onpartijdige gerechtelijke procedure voor misdaden.

De EU zal ook op de pertinente multilaterale forums werken aan de bevordering van initiatieven voor de invoering van een moratorium op het gebruik van de doodstraf en de uiteindelijke afschaffing ervan. Bovendien zal ze de relevante internationale instellingen aanmoedigen om stappen te ondernemen ter bevordering van de ratificatie en de naleving van internationale verdragen en normen over de doodstraf.

Minimumnormen

Waar de doodstraf in stand wordt gehouden, zal de EU de toepassing van de volgende minimumnormen bevorderen:

  • de doodstraf enkel uitspreken voor de ernstigste en met opzet bedreven gewelddadige misdrijven;
  • de doodstraf enkel uitspreken voor een misdrijf waarvoor op het ogenblik dat het werd gepleegd, de doodstraf was voorgeschreven; indien voordien een mildere straf was voorgeschreven, moet die mildere straf worden opgelegd;
  • de doodstraf niet uitspreken tegen personen die minder dan 18 jaar waren op het ogenblik dat zij het misdrijf pleegden, zwangere vrouwen, moeders van jonge kinderen en krankzinnigen;
  • duidelijk en overtuigend bewijsmateriaal verplichten, evenals een rechtvaardig proces waarbij de beschuldigde over juridische bijstand kan beschikken;
  • voorzien in het recht op aantekenen van beroep evenals individueel klachtrecht, waarbij de tot de doodstraf veroordeelde persoon het recht heeft een verzoek tot omzetting van zijn straf in te dienen;
  • de doodstraf voltrekken op een manier die met zo weinig mogelijk pijn gepaard gaat.

Achtergrond

De EU-landen hebben in 1998 besloten hun activiteiten met betrekking tot het bestrijden van de doodstraf uit te breiden. Daarom namen ze de eerste versie van deze richtsnoeren aan. Op dat ogenblik was de doodstraf in de meeste EU-landen reeds afgeschaft, terwijl zij in de landen waar zij nog niet was afgeschaft, niet werd voltrokken. Sedertdien hebben alle landen van de Unie Protocol nr. 6 bij het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens betreffende de afschaffing van de doodstraf geratificeerd. Afschaffing van de doodstraf is trouwens een van de voorwaarden voor toetreding tot de Europese Unie.

De EU heeft derhalve besloten haar initiatieven in internationale kringen te intensiveren, en met name bij de Verenigde Naties (VN). In 2007 werd op de 62ezitting van de Algemene Vergadering van de VN de mede door de EU ondersteunde resolutie voor een moratorium op het gebruik van de doodstraf aangenomen. Deze resolutie vereist het gebruik van minimumnormen ter bescherming van de rechten van mensen die met de doodstraf te maken krijgen, de progressieve beperking van het gebruik van de doodstraf en de invoering van een moratorium op terechtstellingen. De EU werkt bovendien samen met niet-gouvernementele organisaties (NGO's), met name door middel van het financiële instrument voor de bevordering van de democratie en de mensenrechten in de wereld.

Laatste wijziging: 30.09.2010
Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven