RSS
Alfabetische index
Deze pagina is beschikbaar in 15 talen
Nieuwe beschikbare talen:  CS - HU - PL - RO

We are migrating the content of this website during the first semester of 2014 into the new EUR-Lex web-portal. We apologise if some content is out of date before the migration. We will publish all updates and corrections in the new version of the portal.

Do you have any questions? Contact us.


Eerbiediging en bevordering van de waarden van de Unie

De Europese Commissie stelt voor een kader voor de analyse van de toepassingsvoorwaarden van artikel 7 van het Verdrag betreffende de Europese Unie (EU) af te bakenen. De daartoe aangenomen mededeling heeft ten doel te verduidelijken in welke gevallen de preventie- en sanctiemechanismen op gang kunnen worden gebracht in geval van schending - of het gevaar voor schending - van de gemeenschappelijke waarden van de Unie. In deze mededeling wordt tevens een overzicht gegeven van de maatregelen die voor een preventieve actie zouden kunnen worden genomen.

BESLUIT

Mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement van 15 oktober 2003 over artikel 7 van het Verdrag betreffende de Europese Unie: eerbiediging en bevordering van de waarden waarop de Unie is gegrondvest [COM(2003) 606 definitief - Niet bekendgemaakt in het Publicatieblad].

SAMENVATTING

Respect voor de menselijke waardigheid en eerbiediging van de mensenrechten, vrijheid, democratie, gelijkheid en de rechtsstaat zijn gemeenschappelijke waarden, die zijn verankerd in artikel 2 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, waarop de Europese Unie (EU) is gegrondvest.

De eerbiediging van deze beginselen is een voorwaarde om deel te kunnen uitmaken van de Unie en op grond van artikel 7 van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU) en artikel 354 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) beschikken de instellingen over de nodige middelen om erop toe te zien dat alle lidstaten deze waarden eerbiedigen. Artikel 7 VEU voorziet in een preventiemechanisme, ingeval het risico bestaat dat een lidstaat de gemeenschappelijke waarden schendt, en een sanctiemechanisme, voor daadwerkelijke schendingen van de waarden.

Toepassingsvoorwaarden

Voor de toepassing van artikel 7 VEU moet een aantal voorwaarden worden vervuld. Er moet namelijk sprake zijn van:

  • een “duidelijk gevaar voor een ernstige schending” van de in artikel 2 vastgestelde waarden, voor het preventiemechanisme. Het gaat hierbij gewoon om een mogelijkheid, maar gevallen waarin de kans op een ernstige schending erg klein is, komen niet in aanmerking. Op basis van deze veronderstelling kunnen de instellingen de betrokken lidstaat een waarschuwing geven voordat de schending plaatsvindt;
  • een “ernstige en voortdurende schending” van de in artikel 2 vastgestelde waarden, voor het sanctiemechanisme. In dit geval is het risico een daadwerkelijke schending geworden. Deze schending moet voortduren in de tijd.

In beide gevallen moet het om een ernstige schending gaan. Of een schending al dan niet als ernstig wordt beschouwd, hangt af van het voorwerp van de schending (bijvoorbeeld de geviseerde bevolkingsgroep) en de gevolgen ervan (de schending van één gemeenschappelijke waarde volstaat om het mechanisme in werking te zetten, maar de schending van meerdere waarden kan wijzen op een ernstige schending).

Het is niet de bedoeling artikel 7 VEU toe te passen op individuele schendingen die onder de bevoegdheid van de nationale, Europese en internationale rechters vallen. Het artikel is enkel van toepassing op systematische schendingen.

Toepassing

Artikel 7 VEU geeft de Raad en de Europese Raad beoordelingsvrijheid voor de vaststelling dat er duidelijk gevaar bestaat voor een ernstige schending alsmede voor de vaststelling van een ernstige en voortdurende schending. De Raad heeft voorts de mogelijkheid, maar niet de verplichting, sancties op te leggen. De bevoegdheden van de Raad en de Europese Raad zijn onderworpen aan de democratische controle van het Europees Parlement, dat hun besluiten moet goedkeuren. De controles van het Hof van Justitie hebben daarentegen alleen betrekking op de procedure.

Preventie

Het jaarlijks verslag van het Europees Parlement over de handhaving van de grondrechten in de EU maakt het mogelijk een precieze diagnose op te stellen van de situatie in de landen van de Unie. Er zijn ook verschillende andere informatiebronnen beschikbaar (niet-gouvernementele organisaties, regionale en internationale rechtspraak, internationale organisaties, enz.). Ook de bij de Commissie en het Parlement ingediende individuele klachten zijn een bron van informatie over de zorgen van de burgers op het gebied van grondrechten.

De Commissie benadrukt de rol van het netwerk van onafhankelijke deskundigen inzake grondrechten en verwijst uitdrukkelijk naar haar jaarverslag. Het netwerk is intussen opgenomen in het in 2007 opgerichte Europees Bureau voor de grondrechten, dat elk jaar een verslag opmaakt over de situatie van de grondrechten in de EU.

Voorts stelt de Commissie elk jaar een jaarverslag op over de toepassing van het Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie. Het eerste verslag werd in 2010 opgesteld. Door deze follow-up moet het gemakkelijker worden situaties vast te stellen die tot een schending van de grondrechten in de zin van artikel 7 VEU kunnen leiden.

Indien de Commissie voorstelt artikel 7 VEU toe te passen op een lidstaat, dient zij in alle fasen van de procedure overleg te plegen met de andere instellingen, in het bijzonder met het Europees Parlement, en de betrokken lidstaat. Door deze informele contacten kan de situatie worden ontleed en kan de lidstaat in kwestie zijn mening uiten.

Met het oog op een aanvullende uitwisseling van informatie stelt de Commissie ook voor contacten aan te knopen met de Raad van Europa en met name met de commissaris voor de rechten van de mens. In dezelfde zin is er behoefte aan een voortdurende en regelmatige dialoog met het maatschappelijk middenveld, met name met de ngo’s die de grondrechten beschermen en bevorderen. Het is vaak dankzij niet-communautaire acties dat de aandacht van het publiek op eventuele schendingen wordt gevestigd.

Ten slotte is de Commissie van mening dat op het gebied van grondrechten een beleid van bewustmaking en educatie van het publiek moet worden ontwikkeld.

Context

De mogelijkheid voor de Unie om op te treden indien in een lidstaat een ernstige en voortdurende schending van de gemeenschappelijke waarden wordt vastgesteld, werd voor het eerst opgenomen in het Verdrag van Amsterdam (1997). In het Verdrag van Nice (2001) werd een preventiemechanisme toegevoegd voor gevallen waarin zich een duidelijk risico van ernstige schending voordoet. De procedure is later nog gewijzigd door het Verdrag van Lissabon (2007).

GERELATEERDE BESLUITEN

Verslag van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s van 30 maart 2011 – Verslag over de toepassing van het EU Handvest van de grondrechten 2010 [COM(2011) 160 definitief – Niet bekendgemaakt in het Publicatieblad].

Laatste wijziging: 25.10.2011
Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven