RSS
Alfabetische index

Glossarium

Subsidiariteit

Het subsidiariteitsbeginsel is gedefinieerd in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie. Het brengt de besluitvorming zo dicht mogelijk bij de burger en zorgt ervoor dat bij de ontwikkeling van EU-maatregelen telkens wordt nagegaan of het beoogde effect niet ook op nationaal, regionaal of lokaal niveau kan worden bereikt. Concreet betekent dit dat de Unie – behalve voor gebieden die onder haar exclusieve bevoegdheid vallen – slechts maatregelen neemt wanneer deze doeltreffender zijn dan wanneer ze op nationaal, regionaal of lokaal niveau worden genomen. Het subsidiariteitsbeginsel is nauw verbonden met het evenredigheidsbeginsel, dat inhoudt dat het optreden van de EU niet verder mag gaan dan wat nodig is om de doelstellingen van het Verdrag te verwezenlijken.

De Europese Raad van Edinburgh heeft in december 1992 een verklaring over het subsidiariteitsbeginsel goedgekeurd, waarin de voorwaarden voor de toepassing van dit beginsel zijn vastgesteld. De in die verklaring gevolgde benadering is bij het Verdrag van Amsterdam opgenomen in een protocol betreffende de toepassing van het subsidiariteits- en het evenredigheidsbeginsel. Sinds de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon op 1 december 2009 dient het subsidiariteitsbeginsel overeenkomstig het procol in acht te worden genomen bij alle ontwerpen van wetgevingshandelingen. Overeenkomstig datzelfde protocol kunnen de nationale parlementen bezwaar aantekenen tegen voorstellen die met het beginsel in strijd zijn, waarna de voorstellen door de Commissie behouden, gewijzigd of ingetrokken dan wel door het Europees Parlement of de Raad tegengehouden kunnen worden. Wanneer het subsidiariteitsbeginsel niet wordt nageleefd, kan het Comité van de Regio's zich ook direct tot het Hof van Justitie van de Europese Unie wenden.

Zie ook:

Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven