RSS
Alfabetische index

Glossarium

Structuurfondsen en Cohesiefonds

De Structuurfondsen en het Cohesiefonds zijn de financiële instrumenten van de Europese Unie (EU) voor het regionaal beleid. Met dit beleid streeft de Unie ernaar het verschil in ontwikkeling tussen de regio's en de lidstaten te verkleinen. De fondsen zijn een belangrijk instrument ter bevordering van de economische, sociale en territoriale samenhang.

Voor het regionaal beleid is voor de periode 2007-2013 een bedrag van bijna 348 miljard euro uitgetrokken: 278 miljard voor de Structuurfondsen en 70 miljard voor het Cohesiefonds. Dat is ongeveer 35% van de communautaire begroting en de op een na grootste begrotingspost.

Er zijn twee Structuurfondsen:

  • het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (EFRO) is thans het belangrijkste Structuurfonds. Via dit fonds, dat in hoofdzaak op bedrijven gericht is, worden sinds 1975 infrastructuurwerken en productie-investeringen waarmee werkgelegenheid wordt geschapen, medegefinancierd;
  • het Europees Sociaal Fonds (ESF), dat in 1958 werd opgericht, ondersteunt de beroepsintegratie van werklozen en kansarme bevolkingsgroepen door de financiering van opleidingsacties.

Om de economische, sociale en territoriale convergentie te versnellen, heeft de Europese Unie in 1994 een Cohesiefonds ingesteld. Dit is bestemd voor landen waarvan het bbp per inwoner minder dan 90% van het gemiddelde voor de Gemeenschap bedraagt. Het Cohesiefonds heeft tot doel infrastructuurprojecten op het gebied van milieu en vervoer te financieren. Aan de steun van het fonds zijn echter een aantal voorwaarden verbonden. Wanneer het begrotingstekort van een begunstigde lidstaat groter is dan 3 % van het bbp van dat land (convergentieregels van de Economische en Monetaire Unie) worden geen nieuwe projecten goedgekeurd zolang het begrotingstekort niet onder controle is gebracht.

Deze fondsen zijn bestemd voor de financiering van het regionaal beleid tussen 2007 en 2013 in het kader van drie nieuwe doelstellingen:

  • de doelstelling "Convergentie", die beoogt de convergentie van achtergebleven lidstaten en regio's in de EU te bespoedigen door een verbetering van de voorwaarden voor groei en werkgelegenheid. Deze doelstelling wordt gefinancierd door het EFRO, het ESF en het Cohesiefonds. Aan deze doelstelling wordt 81,5% van de toegekende middelen besteed. De maximumbijdrage aan medegefinancierde openbare uitgaven bedraagt 75% voor het EFRO en het ESF en 85% voor het Cohesiefonds;
  • de doelstelling "Regionaal concurrentievermogen en werkgelegenheid" moet het mogelijk maken op economische en sociale veranderingen te anticiperen en innovatie, ondernemerschap, milieubescherming en de ontwikkeling van inclusieve arbeidsmarkten te bevorderen in regio's die niet onder de doelstelling "Convergentie" vallen. Aan deze doelstelling, die wordt gefinancierd door het EFRO en het ESF, wordt 16% van de toegekende middelen besteed. Maatregelen die onder deze doelstelling vallen, kunnen tot maximaal 50% van de openbare uitgaven worden medegefinancierd;
  • met de doelstelling "Europese territoriale samenwerking" wordt beoogd de grensoverschrijdende, transnationale en interregionale samenwerking te intensiveren bij de stads-, plattelands- en kustontwikkeling, de ontwikkeling van economische relaties en de vorming van netwerken voor kleine en middelgrote bedrijven (het MKB). Aan deze doelstelling, die wordt gefinancierd door het EFRO, wordt 2,5% van de toegekende middelen besteed. Maatregelen die onder deze doelstelling vallen, kunnen tot maximaal 75% van de openbare uitgaven worden medegefinancierd.

De steun van de Structuurfondsen en van het Cohesiefonds wordt altijd toegekend als medefinanciering. De percentages kunnen worden verminderd op basis van het principe “de vervuiler betaalt” of wanneer een project inkomsten genereert. Het spreekt voor zich dat de Europese regelgeving inzake concurrentie, milieu en de gunning van overheidsopdrachten moet worden nageleefd.

Zie ook:

Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven