RSS
Alfabetische index

Glossarium

Politiële en justitiële samenwerking in strafzaken

Binnen de ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid is het doel van politiële en justitiële samenwerking in strafzaken een hoog veiligheidsniveau voor EU-burgers te garanderen door criminaliteit, racisme en vreemdelingenhaat te voorkomen en te bestrijden. Dit wordt behandeld in Titel V van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (Hoofdstukken I, IV en V).

De politiële en justitiële samenwerking in strafzaken geschiedt vooral in de vorm van:

  • samenwerking tussen de politiediensten van de lidstaten;
  • samenwerking tussen de douanediensten van de lidstaten;
  • samenwerking tussen de justitiële autoriteiten van de lidstaten.

Deze samenwerking vindt plaats met de steun van organisaties die door de Europese Unie zijn opgericht, voornamelijk Eurojust, Europol en het Europees justitieel netwerk.

De samenwerking in het kader van Titel V impliceert ook een onderlinge aanpassing van de strafrechtelijke regels van de lidstaten en de invoering van mechanismen voor de wederzijdse erkenning van strafvonnissen en rechterlijke beslissingen in strafzaken. Maatregelen hieromtrent, uitgezonderd voor operationele samenwerking, worden door de Raad (gekwalificeerde meerderheid van stemmen) en het Europees Parlement goedgekeurd in overeenstemming met de gewone wetsprocedure. Wetgeving mag door de Commissie of een vierde van de lidstaten voorgesteld worden.

Voor grensoverschrijdende situaties kunnen minimale regels voorgesteld worden om de wederzijdse erkenning van strafvonnissen en rechterlijke beslissingen en de definitie van strafbare feiten en sancties in geval van bijzonder zware misdaad te vergemakkelijken. Via een "noodremmechanisme" kunnen lidstaten de goedkeuring van deze regels blokkeren. In dat geval moet er in de Europese Raad een consensus bereikt worden. Wanneer er geen consensus bereikt wordt, mogen de lidstaten het voorstel door middel van nauwere samenwerking invoeren.

Aanvankelijk bevatte Titel VI van het Verdrag betreffende de Europese Unie bepalingen over samenwerking op het gebied van justitie en binnenlandse zaken. Met het Verdrag van Amsterdam werd echter besloten om verschillende onderwerpen onder Titel VI over te brengen naar Titel IV van het EG-Verdrag (eerste pijler), dat de volgende titel kreeg: "Visa, asiel, immigratie en andere beleidsterreinen die verband houden met het vrije verkeer van personen". De bepalingen over de politiële en justitiële samenwerking in strafzaken bleven in Titel VI van het EU-Verdrag (derde pijler) staan. Daarom vormden deze titels samen de rechtsgrondslag voor een ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid. Door de weglating van de derde pijler brengt het Verdrag van Lissabon deze bepalingen opnieuw samen in het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie onder Titel V: "Ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid".

Zie ook:

Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven