RSS
Alfabetische index

Glossarium

Open coördinatiemethode

De open coördinatiemethode (OCM) is ingevoerd in het kader van het werkgelegenheidsbeleid en het proces van Luxemburg en werd vervolgens opgenomen in de strategie van Lissabon (2000).

De OCM biedt een nieuw kader voor samenwerking tussen de lidstaten met het oog op de verwezenlijking van bepaalde gezamenlijke doelstellingen waarvoor een grotere convergentie tussen hun nationale beleid nodig is. Bij deze intergouvernementele methode worden de lidstaten door andere lidstaten beoordeeld ('peer pressure') en is de rol van de Commissie beperkt tot toezicht. Het Europees Parlement en het Hof van Justitie zijn vrijwel niet bij het OCM-proces betrokken.

De open coördinatiemethode wordt toegepast op gebieden die onder de bevoegdheid van de lidstaten vallen, zoals werkgelegenheid, sociale bescherming, sociale insluiting, onderwijs, jeugd en beroepsopleiding.

Zij is voornamelijk gebaseerd op:

  • de gezamenlijke vaststelling van de te bereiken doelstellingen (die zijn goedgekeurd door de Raad);
  • gezamenlijk gedefinieerde meetinstrumenten (statistieken, indicatoren, richtsnoeren);
  • benchmarking, m.a.w. vergelijking van de prestaties van de lidstaten en uitwisseling van optimale praktijken (toezicht door de Commissie).

Voor diverse beleidsgebieden omvat de OCM ook zogeheten 'soft-law': maatregelen die voor de lidstaten min of meer bindend zijn maar die nooit de vorm van richtlijnen, verordeningen, beschikkingen of besluiten aannemen. Zo verplicht de OCM de lidstaten er in het kader van de strategie van Lissabon onder meer toe nationale hervormingsplannen op te stellen en aan de Commissie voor te leggen. Het jeugdbeleid omvat daarentegen geen in cijfers uitgedrukte doelstellingen, de lidstaten beslissen zelf hoe ze de doelstellingen willen bereiken en er worden ook geen op EU-niveau gecoördineerde nationale actieplannen voor opgesteld.

Zie ook:

Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven