RSS
Alfabetische index

Glossarium

Intergouvernementele conferentie (IGC)

Het concept "intergouvernementele conferentie" (IGC) betreft een onderhandelingsproces tussen de regeringen van de lidstaten dat tot doel heeft wijzigingen in de verdragen aan te brengen. Deze conferenties worden bijeengeroepen in het kader van de gewone procedure voor de herziening van de verdragen als vastgesteld in artikel 48 van het Verdrag betreffende de Europese Unie.

In het kader van deze procedure kan elke lidstaat, de Commissie of het Europees Parlement voorstellen tot wijziging van de verdragen indienen bij de Raad. Deze voorstellen worden overgemaakt aan de Raad of de Europese Raad en ter kennis van de nationale parlementen gebracht. Indien de Europese Raad, die na raadpleging van het Europees Parlement en de Commissie een besluit neemt met een gewone meerderheid van stemmen, ermee instemt de voorstellen tot herziening te onderzoeken, roept de voorzitter van de Europese Raad een conventie bijeen. Deze conventie bestaat uit vertegenwoordigers van de nationale parlementen, de staats- en regeringsleiders, het Europees Parlement en de Commissie. Zij onderzoekt de wijzigingsvoorstellen en neemt bij consensus een aanbeveling aan voor een conferentie van vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten. Deze conferentie wordt vervolgens door de Raad bijeengeroepen, teneinde overeenstemming te bereiken over de wijzigingen die aan de verdragen moeten worden aangebracht.

De belangrijkste IGC's van de laatste jaren hebben geleid tot de ondertekening van de volgende verdragen:

  • de Europese Akte (1986): invoering van de nodige wijzigingen om de totstandbrenging van de interne markt op 1 januari 1993 te voltooien;
  • het Verdrag van Maastricht (1992): over het Verdrag betreffende de Europese Unie werd onderhandeld in het kader van twee afzonderlijke IGC's, de ene over de Economische en Monetaire Unie (EMU) en de andere over de politieke unie waardoor het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid (GBVB) en de samenwerking op het gebied van justitie en binnenlandse zaken (JBZ) werden ingesteld;
  • het Verdrag van Amsterdam (1997): dit is het resultaat van de IGC waarvoor in maart 1996 op de Europese Raad van Turijn het startsein werd gegeven. Deze IGC had als taak díe bepalingen van het Verdrag van Maastricht te herzien waarvan de tenuitvoerlegging problemen opleverde, en de toekomstige uitbreiding voor te bereiden;
  • het Verdrag van Nice (2001): de intergouvernementele conferentie die eraan voorafging, begon in februari 2000 met de behandeling van vraagstukken die in het Verdrag van Amsterdam buiten beschouwing waren gebleven, zoals de omvang en de samenstelling van de Europese Commissie, de weging van de stemmen in de Raad van Ministers, de eventuele uitbreiding van de stemming met gekwalificeerde meerderheid in de Raad, en versterkte samenwerking, die op de agenda zijn geplaatst van de Europese Raad van Santa Maria da Feira (juni 2000).
  • het Verdrag van Lissabon (2007): na de verwerping van de Conventie in 2005 en twee jaar van bezinning hebben de lidstaten tijdens de Europese Raad van juni 2007 een akkoord bereikt over het mandaat van een nieuwe IGC, die belast werd met het opstellen van een ontwerp-wijzigingsverdrag waarin een oplossing moest worden aangereikt voor de voornaamste institutionele struikelblokken, zoals de stemmingsmethode, het voorzitterschap van de Europese Raad en de uitbreiding van het toepassingsgebied van de stemming bij gekwalificeerde meerderheid.

Zie ook:

 

Juridische mededeling | Over deze site | Zoeken | Contact | Naar boven